Provincie Overijssel - Regeling Investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven

Besluit: dd. 31-05-2016

Kenmerk: 2016/0163123

Inlichtingen bij: Henk Egberts

Telefoon: 038 – 499 75 22

E-mail: GHBH.Egberts@overijssel.nl

 

Bekendmaking

 

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Gelet op artikel 1.3 van de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel

 

BESLUITEN

 

  • I.

    De Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel te wijzigen door paragraaf 3.8 Regeling Investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven toe te voegen.

 

  • II.

    Open te stellen: de Regeling ‘Investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ als nadere invulling op de algemene bepalingen zoals vastgesteld in de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel voor periode I van 06-06-2016 tot en met 04-08-2016en periode II van 03-10-2016 tot en met 02-12-2016 voor het indienen van aanvragen.

 

  • III.

    Het subsidieplafond voor het jaar 2016 vast te stellen voor periode I op € 400.000,- (samengesteld uit €200.000,- Europese middelen en € 200.000,- provinciale middelen) en voor periode II op € 400.000,- (samengesteld uit €200.000,- Europese middelen en € 200.000,- provinciale middelen).

 

  • IV.

    De volgende regels vast te stellen:

Artikel 3.8.1 begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Projectgebied: het door aanvrager op kaart begrensde gebied waarbinnen eigenaren en gebruikers kunnen deelnemen aan een verkaveling.

 

Artikel 3.8.2 subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten ter verbetering van de verkavelings-structuur van landbouwbedrijven.

 

Artikel 3.8.3 aanvrager

Subsidie als bedoeld in artikel 3.8.2 kan ten behoeve van alle deelnemende partijen aan het project worden aangevraagd door:

  • 1.

    Landbouwers;

  • 2.

    Grondeigenaren die geen landbouwer zijn;

  • 3.

    Pachters;

  • 4.

    Stichtingen voor kavelruil;

  • 5.

    Landbouworganisaties;

  • 6.

    Waterschappen;

  • 7.

    Gemeenten.

 

Artikel 3.8.4 aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 bevat de aanvraag om subsidie:

  • 1.

    Een duidelijke begrenzing en oppervlakte van het projectgebied op een kaart.

 

Artikel 3.8.5 subsidiabele kosten

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.12 zijn de volgende kosten subsidiabel:

    • a.

      Proceskosten verkaveling;

    • b.

      Procedurekosten verkaveling;

    • c.

      Investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken;

    • d.

      Investeringen ten behoeve van inpassingsmaatregelen.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde kosten kunnen bestaan uit:

    • a.

      De kosten van de verbetering van onroerende goederen;

    • b.

      Algemene kosten met betrekking tot investeringen;

    • c.

      Plan- en advieskosten;

    • d.

      Leges voor vergunningen en procedures;

    • e.

      Haalbaarheidsstudies;

    • f.

      Personeelskosten.

 

Artikel 3.8.6 niet subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.13 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

  • 1.

    Kadasterkosten, zijnde het uitwerken en voorbereiden van inmetingen en het uitzetten en inmeten van grenzen; en

  • 2.

    Notariskosten.

 

Artikel 3.8.7 hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten indien sprake is van kosten als bedoeld in artikel 3.8.5 eerste lid sub a en sub b.;

  • 2.

    De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten van investeringen ten behoeve van een betere bereikbaarheid en bewerkbaarheid van de binnen het project geruilde kavels, met een maximale subsidie van € 100.000,- per bedrijf, indien sprake is van kosten als bedoeld onder artikel 3.8.5 eerste lid sub c.;

  • 3.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten indien sprake is van kosten als bedoeld in artikel 3.8.5 eerste lid sub d.

 

Artikel 3.8.8 criteria

De aanvraag om subsidie dient te voldoen aan het volgende criterium:

  • 1.

    De omvang van het projectgebied waarbinnen de verkaveling plaatsvindt is minimaal 300 hectare.

 

Artikel 3.8.9 selectiecriteria

Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 de volgende criteria:

  • 1.

    De kosteneffectiviteit van de activiteit, hetgeen blijkt uit de totale kosten per geruilde hectare. Meegewogen worden de totale subsidiabele kosten als genoemd in artikel 3.8.5;

  • 2.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het beleidsdoel landbouwstructuur-verbetering, hetgeen blijkt uit de vergroting van de (huis)kavels, de kavelconcentratie, de vormverbetering van kavels en het verkorten van de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels;

  • 3.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de verbetering van het milieu, de waterhuishouding of de natuur, hetgeen blijkt uit maatregelen die in het verkavelingsproject ten aanzien van deze doelen worden genomen.

 

Artikel 3.8.10 puntenmethodiek

Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 3.8.9 en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.

  • 1.

    Het maximale aantal te behalen punten voor het criterium uit:

    • a.

      artikel 3.8.9 lid 1. bedraagt 10 punten:

      • 0 punten indien de subsidiabele kosten per geruilde hectare hoger zijn dan € 3.000,-;

      • 3 punten indien de subsidiabele kosten per geruilde hectare € 2.600,- tot € 3.000,- bedragen;

      • 5 punten indien de subsidiabele kosten per geruilde hectare € 2.400,- tot € 2.600,- bedragen;

      • 8 punten indien de subsidiabele kosten per geruilde hectare € 1.800,- tot € 2.400,- bedragen;

      • 10 punten indien de subsidiabele kosten per geruilde hectare lager zijn dan € 1.800,-.

    • b.

      artikel 3.8.9 lid 2. bedraagt 15 punten:

      • Indien bijdrage aan geen van de 4 genoemde doelen: 0 punten;

      • Indien bijdrage aan 1 van de 4 genoemde doelen: 1 tot 3 punten;

      • Indien bijdrage aan 2 van de 4 genoemde doelen: 4 tot 7 punten;

      • Indien bijdrage aan 3 van de 4 genoemde doelen: 8 tot 11 punten;

      • Indien bijdrage aan 4 van de 4 genoemde doelen: 12 tot 15 punten.

    • c.

      artikel 3.8.9 lid 3. bedraagt 7 punten;

  • 2.

    Het minimale aantal te behalen punten om voor subsidie in aanmerking te komen voor het criterium uit:

    • a.

      artikel 3.8.9 lid 1. bedraagt 5 punten;

    • b.

      artikel 3.8.9 lid 2. bedraagt 9 punten;

  • 3.

    Per project dient een minimum score van 18 punten te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te komen.

 

Artikel 3.8.11 aanvullend stuk bij bevoorschotting

In aanvulling op artikel 1.23 dienen aanvragers bij de aanvraag tot bevoorschotting de voor het project benodigde vergunningen te overleggen. Voorgaande is van toepassing op de eerste aanvraag die investeringskosten bevat waarbij sprake is van vergunningsplichtige investeringen.

 

Artikel 3.8.12 subsidievaststelling

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.27 bevat de aanvraag om subsidievaststelling een duidelijke begrenzing en oppervlakte van het projectgebied op een kaart. De omvang van het projectgebied wijkt bij subsidievaststelling maximaal 10% af van hetgeen bij de aanvraag is opgenomen.

 

Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website http://www.europaloket.nl/pop3

 

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.

 

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Toelichting 3.8 Investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven

 

Met de ‘Regeling investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ wordt fors ingezet op de verbetering van de landbouwstructuur in Overijssel.

 

Om de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw te handhaven en te versterken is een blijvende investering in de landbouwstructuur noodzakelijk. Door deze investeringen kan de efficiëntie van de sector worden verhoogd. Dit kan worden bereikt door de juiste aanpassingen van percelen. Naast verbetering van de bedrijfsefficiëntie kan de herstructurering van landbouwbedrijven tevens bij dragen aan de realisatie van internationale doelen rondom water en Natura-2000.

 

Alle projecten moeten voldoen aan de (inter)nationale wet- en regelgeving, zoals onder meer de voorwaarde dat project moet passen binnen vigerende bestemmingsplannen, waardoor negatieve effecten beperkt blijven. Een efficiëntere bedrijfsvoering kan leiden tot vermindering van de emissies. Dit heeft een direct positief effect op de kwaliteit van bodem, water en lucht. Het schoner worden van het leefmilieu, betere luchtkwaliteit, meer groen, minder geuremissies, minder verkeersbewegingen, heeft op zijn beurt weer indirecte positieve effecten op het woon- en leefklimaat.

 

De provincie zet met de regeling ‘investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ in op de ontwikkeling van een duurzame en concurrerende landbouw en daarmee op werkgelegenheid en het regionaal inkomen. Voor de grondgebonden landbouw is een goede ruimtelijke structuur van de landbouwbedrijven een belangrijke voorwaarde. De provincie richt zich met de regeling op verbetering van de verkaveling (de omvang, ligging en de vorm van de kavels).

 

De ‘Regeling investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ is een nadere invulling van de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) uit de provinciale Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel. Aanvragen dienen tevens te voldoen aan de criteria uit hoofdstuk 1.

 

Artikelgewijze toelichting

 

Subsidiabele kosten (artikel 3.8.5)

Kavelruilprojecten zijn gericht op investeringen in het landelijk gebied die bijdragen aan de verbetering van de verkaveling van de landbouwbedrijven en de daarbij behorende toegankelijkheid, bodemgesteldheid en waterhuishouding. Het gaat daarbij om de volgende concrete kosten:

In verband met proces en procedure om te komen tot verbetering van de verkaveling (artikel 3.8.5 lid 1 sub a. en b.):

  • projecten gericht op draagvlakontwikkeling, inhuur van kavelruilcoördinatoren en andere experts, faciliteren aankoop ruilgronden opstellen en uitvoeren van verkavelingsplannen en verkavelingsprocedures, vacatiegelden voor gebiedscommissies, projectmanagement;

 

In verband met de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven (artikel 3.8.5 lid 1 sub c. en d.):

  • investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken, zoals: graven en dempen van sloten, met elkaar verbinden van percelen, aanpassen van drainage, aanleg of verbetering van dammen en kavelpaden, aanpassen van het wegenstelsel, aanpassen van de waterhuishouding;

  • investeringen ten behoeve van inpassingsmaatregelen om negatieve gevolgen van het verkavelingsplan op de omgeving te voorkomen, zoals: aanbrengen van beplantingen, aanpassen van de wegen- en padenstructuur ten behoeve van het algemeen belang, aanpassen van de waterhuishouding ten behoeve van het algemeen belang.

 

Niet subsidiabele kosten (artikel 3.8.6)

Kadasterkosten kunnen uit meerdere soorten kosten bestaan. De kosten voor het uitwerken/voorbereiden van inmetingen en het uitzetten en inmeten van grenzen zijn niet subsidiabel. Andere kadasterkosten, waaronder kosten voor de inzet van kadastermedewerkers voor het maken van een ruilplan en proceskosten kadaster zijn daarmee wel subsidiabel.

 

Notariskosten, waaronder tevens kavelruilovereenkomsten en inschrijvingen, zijn niet subsidiabel.

 

Subsidiepercentage (artikel 3.8.7)

In artikel 3.8.7 staan de subsidiepercentages vermeld.

 

Projectgebied (artikel 3.8.8)

De omvang van het projectgebied wijkt bij subsidievaststelling maximaal 10% af van de bij aanvraag ingediende begrenzing op kaart (zie tevens artikel 3.8.4).

 

Tendersystematiek (artikel 3.8.9 en 3.8.10)

In de openstelling is precies aangegeven welke termijn voor de indiening van aanvragen wordt gehanteerd. De start- en einddatum worden hierbij strikt in acht genomen. Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. De slagingskans van het project vormt hierbij een belangrijk kader. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat door de adviescommissie aan het project is toegekend.

 

Voor elk project geldt dat een minimum aantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren. Als consequentie hiervan bestaat de mogelijkheid dat, indien binnen een tender het subsidieplafond wordt bereikt, de projecten met de lagere scores geen subsidie zullen ontvangen. Mocht het plafond niet worden bereikt dan worden alle projecten, die de minimumscore hebben behaald, gesubsidieerd.

 

De systematiek staat niet toe dat na sluiting van de indieningstermijn de aanvragen alsnog worden gewijzigd.

 

Selectiecriteria (artikel 3.8.9 en 3.8.10)

  • 1.

    De kosteneffectiviteit van de activiteit

Hierbij zijn de kosten, omgeslagen per geruilde hectare, het uitgangspunt. Meegewogen worden de proces- en procedurekosten, de kosten voor kavelinpassingsmaatregelen en de kavelverbeteringskosten (de subsidiabele kosten zoals genoemd in artikel 3.8.5). De adviescommissie zal de ingediende aanvragen per tender tegen elkaar afwegen, waarbij gelet wordt op de hoogte van de kosten per hectare verkaveling. Het project waarbij de kosten per hectare het laagst liggen zal de hoogste score behalen binnen dit criterium. De aantal punten dat wordt toegekend bij een bepaalde prijs per geruilde hectare in lid 2 van artikel 3.8.10. Deze bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Op deze wijze worden de aanvragen binnen dit criterium gerangschikt.

 

  • 2.

    Bijdrage beleidsdoel landbouwstructuurverbetering

Hetgeen blijkt uit de vergroting van de (huis)kavels, de kavelconcentratie, de vormverbetering van de kavels en het verkorten van de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels.

 

Een goede verkaveling is een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van concurrerende, duurzame landbouwbedrijven. De verkaveling is voortdurend in beweging. Het instrument herverkaveling wordt ingezet voor verbetering landbouwstructuur, die met autonome ontwikkelingen niet tot stand komt, of vaak zelfs verslechtert. Herverkavelingsprojecten zijn hiervoor goede instrumenten. Het doel is bij te dragen aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw in Overijssel. De regeling richt zich zowel op gebieden met een sectorale doelstelling voor landbouwstructuurverbetering, als ook op gebieden met een integrale doelstelling (kavelruilprojecten in het kader van de realisatie van de herijkte EHS en de Natura 2000-opgave).

 

Voor de berekening van de bijdrage aan het beleidsdoel landbouwstructuurverbetering is een beschrijving van:

  • de 0-situatie;

  • de uit te voeren maatregelen met betrekking tot de vergroting van de (huis)kavels, de kavelconcentratie, de vormverbetering van de kavels en het verkorten van de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels, en

  • de te verwachten bijdrage aan de vergroting van de (huis)kavels, de kavelconcentratie, de vormverbetering van de kavels en het verkorten van de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels benodigd.

 

Bij het toekennen van punten aan dit cirterium zal de adviescommissie kijken naar:

  • het aantal doelen uit artikel 3.8.9 lid 2 waaraan het project bijdraagt (bijdragen aan 0, 1, 2, 3 of 4 van de doelen).

  • daarnaast kan de adviescommissie punten toekennen aan de mate waarin wordt bijgedragen aan dit doel/deze doelen. Bij bijdrage aan 1 doel bijvoorbeeld 1 tot maximaal 3 punten.

 

  • 3.

    De bijdrage aan de verbetering van het milieu, de waterhuishouding of de natuur

De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de verbetering van het milieu, de waterhuishouding of de natuur, hetgeen blijkt uit de uit te voeren maatregelen die in het verkavelingsproject ten aanzien van deze doelen worden genomen. Beschrijf per maatregel welke positieve effecten er voor het milieu, de waterhuishouding of de natuur ontstaan door het herverkavelingsinstrument in te zetten. Hiervoor is een beschrijving van:

  • de 0-situatie;

  • de uit te voeren maatregelen met betrekking tot het milieu, de waterhuishouding of de natuur, en

  • de te verwachten bijdrage aan het milieu, de waterhuishouding of de natuur

  • benodigd.

 

Herverkaveling is niet alleen een instrument voor landbouwstructuurversterking. Ook voor andere inrichtingsopgaven, zoals de realisatie van de herijkte EHS, de inrichting van de Natura2000-gebieden en de aanleg van wegen, kan herverkaveling ingezet worden. Naast verbetering van de bedrijfsefficiëntie kan de herstructurering van landbouwbedrijven bijdragen aan de realisatie van internationale doelen rondom water, Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), biodiversiteit en Natura-2000.

 

Aanvullend stuk bij bevoorschotting (artikel 3.8.11)

De benodigde vergunningen zijn bij een kavelruilproject over het algemeen niet bij aanvraag van het project beschikbaar. In dit artikel is daarom opgenomen dat vergunningen, voor zover investeringen vergunningplichtig zijn, bij het eerste voorschotverzoek waarin investeringskosten zijn opgenomen moeten worden overlegd. Dit zal in de meeste gevallen een omgevingsvergunning betreffen. Binnen POP3 is er sprake van bevoorschotting op basis van realisatie.

Naar boven