Gedragscode ambtelijke integriteit

Besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 8 september 2015, kenmerk 5.1/2015001816, team Financieel en Personeel Beleid, tot bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van de Gedragscode ambtelijke integriteit

 

 

 

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

 

BESLUITEN:

 

 

de Gedragscode ambtelijke integriteit vast te stellen.

 

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

dr.h.c. J. Tichelaar, voorzitter

mevrouw mr. A.M. van Schreven, secretaris

 

 

 

Uitgegeven 10 mei 2016

 

 

 

Paragraaf 1 Kernbegrippen van ambtelijke integriteit

 

Provinciale ambtenaren stellen bij hun handelen de kwaliteit van de provinciale dienstverlening centraal. Integriteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de provincie, en in het verlengde daarvan de belangen van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Ambtelijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover rekenschap af te leggen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst de ambtelijke integriteit in een breder perspectief:

 

• dienstbaarheid

Het handelen van een ambtenaar is altijd en volledig gericht op het belang van de provincie en op de organisaties en burgers die daar deel van uitmaken.

 

• professionaliteit

Ambtenaren zijn vakmensen op hun terrein. Zij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden en weten met nieuwe situaties om te gaan. Zij houden hun vak bij en nemen, waar nodig, initiatief.

 

• onafhankelijkheid

Het handelen van een ambtenaar wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

 

• verantwoordelijkheid

De ambtenaar krijgt en neemt de verantwoordelijkheid die bij zijn functie past en is bereid daarover verantwoording af te leggen aan collega's, leidinggevenden, provinciebestuur en de burger.

 

• betrouwbaarheid

Op een ambtenaar moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

 

• zorgvuldigheid

Het handelen van een ambtenaar is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

 

Paragraaf 2 Gedragsregels ambtelijke integriteit

 

1. Algemene bepalingen

1.1 De gedragscode is openbaar.

1.2 De ambtenaar ontvangt bij indiensttreding een exemplaar van de gedragscode.

1.3 In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is beslis-sen Gedeputeerde Staten.

 

2. Aannemen van geschenken en giften

2.1 Geschenken en giften worden nooit aangenomen in ruil voor een tegenprestatie.

2.2 Geschenken en giften die een ambtenaar uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de provincie. Er wordt een provinciale bestemming voor ge-zocht.

2.3 Geschenken en giften die een waarde van minder dan € 50,-- vertegenwoordigen, kan de ambte-naar in afwijking van punt 2.2 behouden. Zij worden wel gemeld.

2.4 Geschenken en giften - van welke waarde dan ook - worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit aan de leidinggevende gemeld en wordt een beslissing genomen over de bestemming van het geschenk of de gift.

2.5 Geschenken en giften worden niet geaccepteerd zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

 

3. Excursies, werkbezoeken, studiereizen, congressen en evenementen

3.1 Excursies, werkbezoeken, studiereizen en congressen moeten functioneel zijn en in het belang van de provincie. Voor evenementen zal dat niet steeds een voorwaarde kunnen zijn. Hier geldt als regel dat meerdere personen of instanties moeten zijn uitgenodigd zodat de openheid gegarandeerd wordt.

3.2 Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

3.3 Er moet vooraf toestemming zijn verleend.

3.4 De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.

3.5 De provincie betaalt in ieder geval de reis- en verblijfkosten.

3.6 Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

 

4. Lunches, diners en recepties

4.1 Lunches, diners en recepties moeten functioneel zijn.

4.2 Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

4.3 Uitnodigingen worden gemeld, zo mogelijk vooraf.

4.4 Bij lunches en diners moet waar mogelijk sprake zijn van wederkerigheid (bijvoorbeeld om de beurt betalen).

4.5 De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.

4.6 Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

 

5. Verrichten van incidentele diensten voor derden in werktijd (houden van presentatie of lezing en dergelijke)

5.1 Verzoeken aan ambtenaren om incidenteel in werktijd diensten voor derden te verrichten worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd.

5.2 Vergoedingen als blijk van waardering in de vorm van cadeaubonnen, flessen wijn en dergelijke, voor zoveel de waarde daarvan niet meer is dan € 50,--, mogen worden behouden.

5.3 Vergoedingen in geldbedragen komen ten goede van de provincie voor zoveel die meer dan € 50,-- bedragen.

 

6. Draaideurconstructies

Ambtenaren kunnen, anders dan bij hoge uitzondering, niet worden ingehuurd om tegelijkertijd als externe voor de provincie werkzaamheden te verrichten

Voormalige provinciale ambtenaren worden niet binnen twee jaar na ontslag ingehuurd voor het verrichten van provinciale werkzaamheden

 

Paragraaf 3 Bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels inzake integriteit

 

Een groot aantal gedragsregels die van belang zijn in verband met de integriteit van de provinciale ambtenaar is al neergelegd in wettelijke en rechtspositionele voorschriften.

 

Wetboek van Strafrecht (WvS):

  • verduistering (artikel 359)

  • vervalsing (artikel 360)

  • verduistering, beschadiging, vernieling van akten, bewijsmateriaal, bescheiden en dergelijke (artikel 361)

  • fraude en corruptie (artikelen 362 en 363)

 

Wetboek van Strafvordering

Verder kan worden genoemd de verplichting voor de ambtenaar om aangifte te doen van misdrijven (artikel 162).

 

Ambtenarenwet

In de Ambtenarenwet zijn diverse zaken ten aanzien van de integriteit geregeld.

  • 1.

    In de eerste plaats bevat de Ambtenarenwet de algemene verplichting voor provincies en hun medewerkers om zich te gedragen als een goed werkgever, onderscheidenlijk een goed ambte-naar.

  • 2.

    De provincies moeten daarnaast:

    • een integriteitsbeleid voeren dat is ingebed in het personeelsbeleid, onder andere via functioneringsgesprekken, werkoverleg, scholing en vorming;

    • een gedragscode integriteit opstellen;

    • het (jaarlijks) afleggen van verantwoording aan Provinciale Staten over het gevoerde integri-teitsbeleid en over de naleving van de gedragscode regelen.

  • 3.

    De provincies moeten ook:

    • de verplichte eed of belofte voor ambtenaren bij hun aanstelling regelen en

    • voorschriften vaststellen over verbod, melding, registratie en openbaarmaking van neven-werkzaamheden van hun ambtenaren, alsmede over verbod van financiële belangenverstren-geling en over melding van hun financiële belangen.

  • 4.

    Verder verplicht de Ambtenarenwet provincies om een procedure vast te stellen voor de melding van vermoedens van misstanden in de organisatie en biedt de Ambtenarenwet de ‘klokkenluider’ rechtsbescherming.

  • 5.

    Ten slotte is in de Ambtenarenwet geregeld dat de ambtenaar verplicht is tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

 

De CAP

In meer algemene zin is geregeld dat de provincie en de ambtenaren verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen (artikel A.5), dat de ambtenaar verplicht is zich te gedragen naar de maatregelen van orde (artikel G.1) en dat de ambtenaar disciplinair gestraft kan worden als hij opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt (artikel G.3).

 

Daarnaast is in artikel F.1, onder meer ter uitvoering van de verplichtingen in de Ambtenarenwet, een aantal specifieke gedragsregels opgenomen. Die hebben betrekking op:

  • de melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden (lid 1)

  • het verbod om bepaalde nevenwerkzaamheden te verrichten (lid 2)

  • de verplichting om inkomsten uit q.q.-nevenfuncties in de provinciale kas te storten (lid 3)

  • het verbod om deel te nemen aan aannemingen of leveringen ten behoeve van de provincie (lid 4)

  • het verbod tot verzoeken of aannemen van steekpenningen of andere vormen van bevoordeling (lid 5)

  • het verbod ten eigen bate of ten bate van derden diensten te laten verrichten door provinciale ambtenaren, provinciale eigendommen te gebruiken of gebruik te maken van kennis uit hoofde van zijn functie (lid 6)

  • de verplichting voor de ambtenaar om bij aanstelling de eed of belofte af te leggen (lid 7)

  • de melding en registratie van financiële belangen (lid 8)

  • het verbod van financiële belangenverstrengeling (lid 9).

De hierboven genoemde verboden hebben overigens niet steeds een absoluut karakter. Ten slotte is in artikel F.1, elfde lid, de verplichting opgenomen voor bij de provincie werkzame personen de procedure van en rechtsbescherming bij melding van (vermeende) misstanden te regelen. Daarvoor is de Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand getroffen.

 

Naar boven