Provinciaal blad van Overijssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2016, 2069 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2016, 2069 | Verordeningen |
Provincie Overijssel - Wijzigingen Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel
Gedeputeerde Staten van Overijssel
delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel als volgt is gewijzigd:
Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1.1.4 Grondslag subsidie
Artikel 1.1.5 Subsidiabele kosten
Lid 4, de volgende zin wordt toegevoegd: Indien sprake is van de kosten voor het verkrijgen van de controleverklaring van de accountant zijn deze kosten, in afwijking van artikel 1.1.6 sub c, wel subsidiabel wanneer ze buiten de projectperiode zijn gemaakt.
Artikel 1.1.6 Niet subsidiabele kosten
Sub c. de zin beginnend met ‘Een uitzondering hierop (..) vierde lid’. vervalt.
Paragraaf 3.2 Ondersteuning uitvoering Wet maatschappelijke ondersteuning
Lid 3: 2018 wordt vervangen door 2019
Paragraaf 4.15 Evenementen en festivals
Paragraaf 4.20 Restauratie Rijksmonumenten
Artikel 4.20.1 Begripsbepalingen
Er wordt een nieuw sub c en d toegevoegd onder vernummering van het huidige sub c t/m i in sub e t/m k.
energieonderzoek: een onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige en technische aspecten als ook op gedragsmaatregelen. De rapportage van het onderzoek bevat standaard de quick wins en bevat verder minimaal:
i. het huidige energiegebruik;
ii. de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers;
iii. de energiebesparende maatregelen inclusief de verwachte investering en energiereductie;
sub e komt als volgt te luiden:
e. herbestemmingsopgave: een project waarbij een nieuwe functie aan een rijksmonument of een belangrijk deel daarvan wordt gegeven;
sub f: ‘beschermd monument’ wordt vervangen door rijksmonument
sub j: ‘zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 9 oktober 2012’ vervalt
sub k: voor ‘monument’ wordt toegevoegd rijks.
Artikel 4.20.2 Subsidiabele activiteiten:
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:
Sub c: voor ‘rijksmonumenten’ wordt toegevoegd restauratie van
Sub d: voor ‘rijksmonumenten’ wordt toegevoegd restauratie van
Sub e komt te luiden: de subsidiabele kosten voor de restauratie van archeologische rijksmonumenten en groene rijksmonumenten bedragen ten minste € 25.000.
Sub g: ‘op de restauratie’ wordt vervangen door op de restauratieplaats
Sub h: ‘de exploitatie’ wordt vervangen door het gebruik
Er wordt een nieuw sub i toegevoegd:
i. indien de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b dan geldt dat:
Artikel 4.20.4 Grondslag subsidie
Artikel 4.20.5 Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.1.5 is voor de berekening van de subsidiabele kosten voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.20.2 sub a artikel 4 en de bijbehorende Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013 van de Sim van toepassing. Toelichting: Voor de subsidie als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b zijn de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 van toepassing.
Artikel 4.20.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie
Er wordt een nieuw sub l toegevoegd: indien subsidie wordt aangevraagd voor energiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b: het uitgevoerde energieonderzoek
Artikel 4.20.9 Volgorde van behandeling
Lid 1, eerste zin komt als volgt te luiden: Gedeputeerde Staten plaatsen de subsidieaanvragen voor de restauratie van een rijksmonument als bedoeld in artikel 4.20.2 sub a in een prioriteitsvolgorde.
Er wordt een nieuw lid 4 toegevoegd:
4. De prioriteitsvolgorde die op basis van het eerste lid is bepaald voor de restauratie van rijksmonumenten geldt ook als prioriteitsvolgorde voor subsidie als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b.
Paragraaf 4.23 Product Markt Partner Combinatie
Paragraaf 5.1 Effectuering Ruimtelijk beleid
‘krachtens zijn statuten’ vervalt
‘de bevordering van de’ vervalt
‘ordening’ wordt vervangen door activiteiten
Paragraaf 5.2.6 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
Paragraaf 5.10 Ruimtelijke kwaliteit steden, dorpen en randen
De titel van de paragraaf komt te luiden: Leefbare kleine kernen
Artikel 5.10.1 Begripsbepalingen
Sub b: voor ‘mens’ wordt toegevoegd voor
Sub c komt als volgt te luiden:
c. kleine kern: een aaneengesloten bebouwd gebied met maximaal 8000 inwoners
Artikel 5.10.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, die de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en leefbaarheid versterken van de kleine kernen.
Toelichting: ‘steden, dorpen en randen’ wordt vervangen door kleine kernen
De aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
Artikel 5.10.4 Grondslag subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per aanvrager en maximaal twee subsidieverleningen per aanvrager.
Artikel 5.10.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie
Lid 1: ‘ruimtelijke kwaliteit steden, dorpen en randen’ wordt vervangen door Leefbare kleine kernen
Lid 2 sub iii: ‘duurzaamheid en het vergroten van sociale kwaliteit’ wordt vervangen door de identiteit en leefbaarheid
Lid 2 sub vi en sub vii: aan het begin wordt toegevoegd ‘een’
Paragraaf 5.15 Breedbandinfrastructuur Overijssel
Artikel 5.15.1.1 Begripsbepalingen
Artikel 5.15.2.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
Artikel 5.15.3.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
Er wordt een nieuwe paragraaf 5.24 Ruimte voor de Vecht toegevoegd:
Paragraaf 5.24 Ruimte voor de Vecht
In het provinciale coalitieakkoord is het programma ‘Ruimte voor de Vecht' als een van de speerpunten benoemd in het provinciaal beleid. Voor de uitvoering van Ruimte voor de Vecht heeft de provincie Overijssel een vitale coalitie gevormd met de gemeenten Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle, de waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta, Staatsbosbeheer, LTO-Noord, Natuur en Milieu Overijssel, het Overijssels Particulier Grondbezit, Markering Oost en VNO/NCW. Ruimte voor de Vecht is daarmee een programma van en voor gebiedspartners. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van paragraaf 5.24 subsidie verlenen aan projecten uit het Uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Vecht.
Ruimte voor de Vecht is een ambitieus integraal gebiedsontwikkelingsprogramma gebaseerd op prioriteiten en ambities van de gebiedspartners en gericht op het verzilveren van kansen om de ruimtelijke kwaliteit van het Vechtdal te vergroten. De activiteiten vanuit dit programma leiden tot een gedeeld en wenkend perspectief voor de toekomst van het Vechtdal.
In het startdocument Masterplan Ruimte voor de Vecht zijn de doelen van de vitale coalitie vastgelegd. Deze doelen laten zich samenvatten tot:
In het startdocument Masterplan Ruimte voor de Vecht zijn vijf statements neergelegd die de inhoudelijke basis voor de visie op de Vecht en het Vechtdal in 2050 vormen. Deze statements bieden aanknopingspunten voor het verbinden van de plannen van verschillende partners en vormen zo de basis waarop de verantwoordelijke partners in het gebied verder willen werken. De vijf statements zijn hierna kort toegelicht.
Ga voor de volle winst van de levende rivier. De Vecht moet meer ruimte krijgen, zodat de bewoners in het Vechtdal beschermd blijven tegen overstromingen. Dit biedt kansen om de meer natuurlijke loop van de rivier terug te brengen en natuur te ontwikkelen. De volle winst van de levende rivier vraagt om de Vecht te beschouwen als een samenhangend geheel.
Maak en behoud het winterbed als grote open ruimte voor landbouw, natuur, recreatie en landschap. Het winterbed is een open landschap en biedt kansen voor landbouw, natuur èn voor toerisme en recreatie. We zoeken naar mogelijkheden om deze functies te verbinden. Hier is het streven om grotere gebieden als geheel te bekijken. Dat vergt innoverende technieken en goede inpassing van landbouw en natuur, zonder daarbij de verschillende belangen uit het oog te verliezen.
Maak de rivier de voorkant van het Vechtdal. De Vecht kan een verbindende schakel zijn voor wonen, werken en recreëren in het gebied. Op goed gekozen plekken kan de Vecht toegankelijker worden, waardoor bewoners en bezoekers de Vecht meer kunnen "beleven". De Vecht mag op sommige plekken wel nadrukkelijk zichtbaar worden en deel gaan uitmaken van het landschap.
Organiseer de bezoekersstromen. Verschillende groepen hebben verschillende wensen. Grotere publiekstrekkers moeten de rust en natuur in andere gebieden niet verstoren. Het is denkbaar om zones voor verschillende functies te maken, waarbij zowel rust als drukte en vermaak een plek hebben. Het Vechtdal kan het decor zijn voor de verschillende activiteiten. Het aanbod is gericht op diverse doelgroepen. Daarnaast blijft de natuur rond de Vecht iets om zuinig op te zijn.
Maak de Vecht manifest. De Vecht en het Vechtdal hebben een rijke geschiedenis. De Vecht verbindt plaatsen, mensen en verhalen. Zoveel moois mag bekend worden. Een stevige identiteit kan helpen om duidelijk te maken hoe mooi het Vechtdal is. Het is goed om dat bekend te maken aan bezoekers. Ook voor bewoners heeft de Vecht veel te bieden.
Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de Vecht
Om de programmadoelen verder te realiseren is er een Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de Vecht opgesteld. In het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 zijn te realiseren projecten en projectclusters opgenomen, die bijdragen aan de doelstellingen en passen binnen de uitgangspunten van het programma Ruimte voor de Vecht. Het is de bedoeling om, op basis van de onderliggende projectplannen, die in nader uitgewerkte vorm worden ingediend bij de subsidieaanvragen, zichtbare resultaten te bereiken.
Alleen de partners van het programma Ruimte voor de Vecht, zijnde de gemeenten Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle, de waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta, Staatsbosbeheer, het Overijssels Particulier Grondbezit, LTO-Noord, NMO, VNO/NCW en Marketing Oost kunnen subsidie aanvragen. Uitzondering op deze regel is een beperkt aantal ondernemers, dat door de partners van het programma wordt voorgedragen om een bepaald project uit te voeren.
Artikel 5.24.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Samenwerkingsverband Ruimte voor de Vecht: het samenwerkingsverband van de gemeenten Zwolle, Dalfsen, Ommen en Hardenberg, de waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen, Overijssels Particulier Grondbezit, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel, LTO-Noord, VNO/NCW en Marketing Oost, die zich gezamenlijk verbonden hebben aan de doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in het Masterplan Ruimte voor de Vecht;
Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de Vecht: een programma, inclusief beschrijvingen van projecten en clusters van projecten, dat door het Breed bestuurlijk overleg Ruimte voor de Vecht is vastgesteld op 14 oktober 2015 en door Provinciale Staten is vastgesteld op 20 januari 2016, kenmerk PS/2015/917. In dit uitvoeringsprogramma is eveneens de afronding van projecten, zijnde de inrichting van 95 hectare nieuwe natuur van de uitvoeringsperiode 2012-2015 opgenomen.
Artikel 5.24.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten die zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de Vecht.
Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
Artikel 5.24.4 Grondslag subsidie
Artikel 5.24.5 Subsidiabele kosten
In afwijking van de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 bedraagt de subsidie voor natuurinrichting een forfaitair vastgesteld tarief van € 12.500 per hectare.
Artikel 5.24.6 Niet subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Artikel 5.24.7 Weigeringsgronden
In afwijking van artikel 1.3.1 vijfde lid wordt de subsidie niet geweigerd als de subsidie gestapeld wordt met subsidies verstrekt op basis van hoofdstuk 1A Investeren met Gemeenten van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2007.
Artikel 5.24.8 Indieningstermijn aanvraag
Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk 1 juli 2018 zijn ontvangen.
Artikel 5.24.9 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
Artikel 5.24.10 Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten met de subsidiabele activiteit en deze te hebben afgerond uiterlijk op 31 december 2020.
Er wordt een nieuwe paragraaf 5.25 Ruimtelijke kwaliteit groene omgeving toegevoegd
Paragraaf 5.25 Ruimtelijke kwaliteit groene omgeving
De provincie zet in op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied. Ruimtelijke ontwikkelingen zoals nieuwe functies en voorzieningen moeten daar aan bijdragen. Om dit samen met gemeenten te stimuleren is de werkwijze Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving ontwikkeld. Deze is inmiddels breed in gebruik. Belangrijke drager is deelname vanuit de samenleving.
Gedeputeerde Staten willen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de investeringen in ruimtelijke kwaliteit versterken met inbreng van ideeën van omwonenden en daarmee belangen bij elkaar brengen. Daarnaast streven Gedeputeerde Staten ernaar om afzonderlijke investeringen in ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe functies en voorzieningen te bundelen. Met deze subsidieregeling worden beide aspecten gestimuleerd. Met als resultaat voor een groter gebied een groter effect op de ruimtelijke kwaliteit, die beter aansluit bij wensen uit de samenleving.
Artikel 5.25.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Artikel 5.25.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:
Artikel 5.25.4 Grondslag subsidie
Artikel 5.25.5 Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.1.6 sub a zijn kosten van vrijwilligers wel subsidiabel tot een maximum tarief van € 15 per uur.
Artikel 5.25.6 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
Artikel 5.25.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Ruimtelijke kwaliteit groene omgeving.
Artikel 5.25.8 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien de aanvraag betrekking heeft op:
Paragraaf 6.4 Innovatiefonds Overijssel
Er wordt een nieuwe paragraaf 6.12 MKB Innovatie topsectoren (MIT) Oost toegevoegd:
Paragraaf 6.12 MKB Innovatie topsectoren (MIT) Oost
Artikel 6.12.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Arm’s length-voorwaarden: de voorwaarden van de transactie tussen de contractspartijen die niet afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, en die geen enkele vorm van heimelijke instandhouding behelzen. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende procedure wordt geacht te voldoen aan het arm’s length-beginsel;
Experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele ontwikkeling, de planning en documentering van alternatieve producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vaststaan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatie doeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.
Haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn;
Industrieel onderzoek: planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie;
Innovatieadviesproject: een door een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie, niet zijnde de aanvrager, verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, adviseren over een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten, dan wel het verstrekken van innovatiesteun in de vorm van innovatieadviesdiensten of innovatieondersteuningsdiensten als bedoeld in artikel 2, nummer 94 en 95 van de AGVV;
die aan de hand van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie kan aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst producten, procedés of diensten zal ontwikkelen die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in deze sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden, of
waarvan de kosten voor onderzoek en ontwikkeling ten minsten 10% bedragen van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de steun of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant;
startende onderneming: een kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie, die nog geen winst heeft uitgekeerd en niet uit een fusie is ontstaan. Voor een onderneming die zich niet hoeft te laten registreren, kan de periode van vijf jaar geacht worden aan te vangen op het tijdstip dat de onderneming ofwel haar economische activiteiten aanvangt of belastingplichtig wordt voor haar economische activiteiten;
Artikel 6.12.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:
Artikel 6.12.4 Grondslag subsidie
Artikel 6.12.5 Subsidiabele kosten
kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkend boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd;
Artikel 6.12.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 6.12.2 sub a een schriftelijk bewijsstuk waar het economisch perspectief en de uitvoerbaarheid alsmede de technische en financiële risico’s van de te onderzoeken activiteiten uit blijken.
Artikel 6.12.7 Indieningstermijn aanvraag
In afwijking van artikel 1.2.2 wordt een aanvraag om subsidie ingediend vanaf 10 mei 2016 en ontvangen uiterlijk op 1 september 2016 om 19.00 uur.
Artikel 6.12.8 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien:
bij een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 6.12.2 sub b de aanvrager en de kennisinstelling of adviesorganisatie die het innovatieadviesproject gaan uitvoeren voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag reeds verplichtingen jegens elkaar zijn aangegaan over het innovatieadviesproject.
Artikel 6.12.9 Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op artikel 1.4.2 en artikel 1.4.3 heeft de subsidieontvanger de subsidiabele activiteit binnen 12 maanden na aanvang afgerond.
Er wordt een nieuwe paragraaf 7.3 Nieuwe mobiliteit West Overijssel toegevoegd:
Paragraaf 7.3 Nieuwe Mobiliteit West Overijssel
Artikel 7.3.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Artikel 7.3.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het realiseren van nieuwe mobiliteit in West Overijssel.
Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
Artikel 7.3.4 Grondslag subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
Artikel 7.3.5 Subsidiabele kosten
Uitsluitend kosten van derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel. Toelichting: Indien sprake is van aanschaf van machines of apparatuur zijn deze kosten eveneens kosten van derden.
Artikel 7.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
een businesscase waarin ten minste is uitgewerkt een beschrijving van de nieuwe mobiliteit, het verwachte aantal reizigers, de vervoerskundige toegevoegde waarde, de doelgroep, een markt- en concurrentieanalyse, de benodigde investeringen, een analyse van de juridische financiële en organisatorische risico’s en de eventuele beheersing en aansprakelijkheid ervan, een kosten-batenanalyse en een verdienmodel;
Artikel 8.9.1 Begripsbepalingen
‘cofinanciering’ wordt vervangen door financiering
‘één van de deelnemers’ wordt vervangen door de aanvrager
Sub f komt als volgt te luiden: de aanvrager heeft een aantoonbaar belang bij de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie. Dat belang kan zijn dat de aanvrager op basis van de haalbaarheidsstudie de investeringsbeslissing neemt of dat de aanvrager eigenaar of mede-eigenaar is van het innovatieve concept dat wordt uitgewerkt.
Sub h: ‘één van de deelnemers’ wordt vervangen door aanvrager
Aan het eind van de zin wordt toegevoegd: , tenzij het bureau de haalbaarheidsstudie uitvoert ter voorbereiding op een eigen investering in energiebesparing of energieopwekking.
Paragraaf 8.14 Energielening ondernemingen
Artikel 8.14.1 Begripsbepalingen
Sub a: ‘energielijst 2014’ wordt vervangen door actuele energielijst
De link beginnend met http:// (…) vervalt
Artikel 8.14.2 Subsidiabele activiteit
Sub i komt als volgt te luiden: als de subsidie een steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan de de-minimisverordening of de de-minimisverordening landbouw indien de aanvrager een landbouwonderneming is.
Paragraaf 8.26 Lokale energie-initiatieven
Lid 1 sub a komt als volgt te luiden:
De aanvrager is een rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. Als aanvrager wordt ook aangemerkt een aanvrager die in oprichting is om de hiervoor genoemde rechtsvorm te verkrijgen.
De toelichting bij lid 1 sub a vervalt.
Er wordt een nieuw lid 5 toegevoegd:
5. Indien sprake is van een aanvrager in oprichting, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de rechtspersoonlijkheid verkrijgt.
Artikel 8.26.4 Subsidiabele kosten
De bestaande tekst wordt vernummerd tot lid 1.
Er wordt een nieuw lid 2 toegevoegd:
2. Indien sprake is van kosten derden dienen deze te voldoen aan artikel 1.1.5 vierde lid.
Artikel 8.26.5 Grondslag subsidie
Lid 1 komt als volgt te luiden:
1. De subsidie als bedoeld in artikel 8.26.2 sub a en b bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per lokaal energie-initiatief waarbij het maximum voor de activiteit als bedoeld in artikel 8.26.2 sub a € 20.000 bedraagt. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan afwijken indien sprake is van een energie-initiatief warbij in fase 1 meer dan € 20.000 aan kosten derden gemaakt gaat worden.
Artikel 8.26.8 Voorschotverlening
Aan het eind van het artikel wordt de volgende zin toegevoegd: Er wordt geen voorschot verleend aan een subsidieontvanger die in oprichting is.
Er wordt een nieuwe paragraaf 8.28 Duurzame ondernemersvoucher energieaanbod toegevoegd
Paragraaf 8.28 Duurzame ondernemersvoucher energieaanbod
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie (een voucher) verstrekken aan MKB ondernemingen (individueel of in clusters) die de stap willen maken om hun energiepropositie actief naar de woningeigenaar te brengen, maar hierbij nog kennisondersteuning nodig hebben. Enkel de ondernemers waarvan geacht kan worden dat zij in staat zijn om na gebruik van deze voucher zelfstandig of in een cluster een energiepropositie aan de woningeigenaren aan te kunnen bieden, komen in aanmerking.
Artikel 8.28.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
MKB-onderneming: een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (Pb. 2003, L124/36) of diens opvolger. Toelichting: MKB-ondernemingen zijn bijvoorbeeld ondernemingen met minder dan 250 personeelsleden en een jaaromzet of jaarlijks balanstotaal van maximaal € 10 miljoen.
Artikel 8.28.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende vormen van kennisondersteuning:
Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
de ondernemer of het cluster is in staat om na besteding van de subsidie zelfstandig een energiepropositie te realiseren. Toelichting: om dit te beoordelen kunnen Gedeputeerde Staten één van de samenwerkingspartners van de Overijsselse Aanpak, te weten: Uneto VNI, Bouwend Nederland, Kamer van Koophandel, Kennispoort regio Zwolle, Stichting Pioneering en Kennisportaal, consulteren.
Artikel 8.28.4 Subsidiabele kosten
Uitsluitend kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.
Artikel 8.28.5 Grondslag subsidie
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.500 per aanvrager.
Artikel 8.28.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
Artikel 8.28.7 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien:
Artikel 8.28.8 Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteit te hebben gerealiseerd binnen 12 maanden na subsidieverlening.
Er wordt een nieuwe paragraaf 8.29 Stimulering actieve marktaanpak toegevoegd:
Paragraaf 8.29 Stimulering actieve marktaanpak verduurzaming woningen
Artikel 8.29.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Artikel 8.29.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten waarbij woningeigenaren geactiveerd worden om hun eigen woning in Overijssel te verduurzamen en daarbij het energielabel van hun woning op ten minste label B te brengen. Toelichting: het activeren van woningeigenaren kan door bijvoorbeeld in contact te komen met woningeigenaren, ze actief op te zoeken dan wel via een andere benadering, en ze te stimuleren om energiemaatregelen te treffen. De subsidie is niet bedoeld voor de investeringen in de energiemaatregelen.
Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
Artikel 8.29.4 Niet subsidiabele kosten
Artikel 8.29.5 Subsidiabele kosten
Indien sprake is van een investering waarbij een machine of apparatuur wordt aangeschaft, dan is in afwijking van artikel 1.1.5 tweede lid, de aanschaf van de machine of apparatuur subsidiabel conform artikel 1.1.5 vierde lid.
Artikel 8.29.6 Grondslag subsidie
De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten indien de aanvraag betrekking heeft op een innovatieve aanpak. Er worden maximaal twee subsidies per jaar verstrekt voor een innovatieve aanpak. Toelichting: Indien sprake is van een innovatieve aanpak dan dient de aanvrager in het aanvraagformulier te onderbouwen waarom sprake is van een innovatieve aanpak.
Artikel 8.29.7 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
Artikel 8.29.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag om subsidie
In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager een projectplan met een omschrijving van het initiatief, de doelgroep, de aanpak, de betrokken marktpartijen en hun inbreng, de omvang van de activiteiten, de te behalen prestaties, de meetbare resultaten en verwachte conversiegraad, bijdrage aan de ambitie om het energielabel van de betreffende woningen planmatig op ten minste label B te brengen, de informatie-overdracht aan andere partijen, de planning, de kosten, de eigen bijdrage, bijdragen van de gemeente of derden, en of de aanvraag is afgestemd met het energieloket van de betreffende gemeente.
Artikel 8.29.9 Indieningstermijn aanvraag
Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk op 1 oktober 2019 zijn ontvangen.
Artikel 8.29.10 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien:
Artikel 8.29.11 Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht:
Artikel 8.29.12 Aanvullende stukken bij de vaststelling van de subsidie
In aanvulling op de artikelen 1.5.1, 1.5.2 en 1.5.3 overlegt de aanvrager bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie de aantallen particuliere woningeigenaren die benaderd zijn en de bijbehorende conversiegraad.
Paragraaf 9.15 Uitvoeren van uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap IJsseldelta
Paragraaf 9.24 Uitvoering ontwikkelopgave EHS/Natura2000
De eerste zin komt als volgt te luiden:
Deze subsidieparagraaf betreft de uitvoering van de EHS en de realisatie van de maatregelen ten behoeve van de Natura 2000-gebieden.
Aan het einde van de toelichting wordt de volgende zin toegevoegd:
De Natuurbeschermingswet biedt in artikel 17 tweede lid expliciet de mogelijkheid dat Gedeputeerde Staten subsidies kunnen verstrekken voor activiteiten die verband houden met de uitvoering van beheerplannen.
Artikel 9.24.1 Begripsbepalingen
Sub d: na ‘belangenconflicten’ wordt toegevoegd dat moet leiden tot een gedragen realisering van maatregelen;
Sub e: voor ‘partij’ wordt toegevoegd SWB
Sub h t/m sub q wordt toegevoegd:
PAS (Programma Aanpak Stikstof): de landelijke aanpak die, in overeenstemming met de Minister van Defensie en Gedeputeerde Staten van de provincies, is vastgesteld door de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu ingevolge artikel 19kg van de Natuurbeschermingswet 1998. Het programma verbindt economie en ecologie door de realisering van de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden samen te laten gaan met economische ontwikkelingen;
PAS-maatregel: een gebiedsspecifieke maatregel of activiteit die wordt genomen ter uitvoering van het PAS en die tot doel heeft het herstellen en robuuster maken van de habitattypen en leefgebieden van soorten die gevoelig zijn voor stikstof, zodat deze beter beschermd zijn tegen de hoge stikstofbelasting. De maatregel of activiteit als zodanig is opgenomen in een PAS-gebiedsanalyse, dan wel een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd(e) aanpassing of alternatief van voornoemde maatregel of activiteit;
niet-PAS-maatregel: een gebiedsspecifieke maatregel of activiteit die wordt genomen ter realisering van de instandhoudingsdoelstellingen. De maatregel of activiteit is opgenomen in een (ontwerp-) beheerplan voor een Natura 2000-gebied in Overijssel of in het rapport 'Maatregelen voor Natura 2000-soorten in Overijssel en in De Wieden en Weerribben in het bijzonder' van 24 augustus 2012, dan wel in een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd(e) aanpassing of alternatief van voornoemde maatregel of activiteit;
PAS-gebiedsanalyse: een ecologische analyse van een stikstofgevoelig Natura2000-gebied in Overijssel, deel uitmakend van de passende beoordeling van het PAS. In de analyse zijn maatregelen opgenomen die dienen ter verzekering dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten niet verder achteruit gaat of verbetert;
Artikel 9.24.2 Subsidiabele activiteiten
Er wordt een nieuw sub b toegevoegd met vernummering van het bestaande sub b t/m d in sub c t/m e:
b. het opstellen van een plan van aanpak ten behoeve van fase 2, de planuitwerking, fase 3, de realisatie of fase 4, het beheer;
sub d: na ‘-offerte’ wordt toegevoegd dan wel het realiseren van interne maatregelen
sub e: voor ‘gebruik’ wordt toegevoegd het
een partner van Samen werkt Beter, zijnde Landschap Overijssel, LTO Noord, Natuurmonumenten, Natuur en Milieu Overijssel, Natuurlijk Platteland Oost, Overijssels Particulier Grondbezit, RECRON, Staatsbosbeheer, VNG Overijssel; een Overijsselse gemeente; VNO-NCW; of de Waterschappen Drents-Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn & IJssel; dan wel
een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, die eigenaar is van gronden die relevant zijn voor de Ontwikkelopgave en waarvan de gronden vallen binnen de begrenzing van de Omgevingsvisie, waarbij de subsidiabele kosten zich beperken tot activiteiten in het kader van fase 2, 3 en 4;
Artikel 9.24.5 Subsidiabele kosten
Artikel 9.24.6 Niet subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Artikel 9.24.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag komt als volgt te luiden:
Artikel 9.24.9 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt subsidie geweigerd indien:
Artikel 9.24.10 Verplichtingen subsidieontvanger
de uitvoering van de EHS-/Natura2000-maatregelen te realiseren conform de beheerplannen dan wel de door Gedeputeerde Staten daartoe vastgestelde plannen waarin deze maatregelen worden beschreven. Voor zover voor de uitvoering nader onderzoek nodig is naar de vorm en maatvoering van de Natura2000-maatregelen, behoeft het uiteindelijke plan van uitvoering de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
Artikel 9.24.11 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot vaststelling
In aanvulling op de artikelen 1.5.2 en 1.5.3 bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een verklaring van de subsidieontvanger of er al dan niet sprake is geweest van inkomsten op grond van economische activiteiten, die een gevolg zijn van de uitvoering van door deze regeling gesubsidieerde PAS- dan wel niet PAS-maatregelen. Deze inkomsten worden in mindering gebracht op de vast te stellen subsidie.
Paragraaf 9.26 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000
Artikel 9.26.4. Grondslag subsidie
‘koopsom’ wordt vervangen door waarde.
‘door de provincie getaxeerde’ vervalt
Na de definitie van verschil wordt de navolgende zin ingevoegd: Beide waarden worden vastgesteld door middel van een in opdracht van de provincie uitgevoerde taxatie.
Aan de toelichting van lid 1 sub c wordt toegevoegd:
Een koopovereenkomst van bestaand onroerend goed geeft regelmatig niet de waarde in het economisch verkeer van de bedrijfsgebouwen weer. Voor een juiste onderbouwing van het subsidiebedrag zal, voor zowel de te verlaten locatie als de hervestigingslocatie, de provincie opdracht geven tot het uitvoeren van een taxatie
Artikel 9.26.5 Subsidiabele kosten
Er wordt een lid 4 toegevoegd:
4. Voor de grondslag genoemd onder artikel 9.26.4 eerste lid sub c wordt, in afwijking van artikel 1.1.6. sub a, de kostenpost onvoorzien wel als subsidiabele kosten in de zin van artikel 1.1.5 aangemerkt tot een maximum van 15% van de totale investeringskosten.
Er wordt een toelichting aan lid 4 toegevoegd:
In de praktijk is het gangbaar bij aanvang in een bouwinvesteringsraming een “post onvoorzien” ter grootte van 15% op te nemen. Om recht te doen aan deze praktijk kan bij de aanvraag deze post tot een maximum van 15% van de totale investeringskosten worden opgevoerd.
Paragraaf 9.27 Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden Overijssel
Artikel 9.27.7. Grondslag subsidie komt als volgt te luiden
De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met de volgende maximale subsidies per subsidieontvanger:
Waterschap Vechtstromen € 2.100.000
Waterschap Drents Overijsselse Delta € 2.013.000
Gemeente Rijssen-Holten € 36.602
De wijzigingen treden in werking 1 dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-2069.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.