Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2016, 1850 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2016, 1850 | Overige besluiten van algemene strekking |
Luchthavenregeling luchthaven Heidelberglaan 100 te Utrecht
Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 maart 2016, nr. 8179FD94, houdende vaststelling van de Luchthavenregeling voor een luchthaven voor helikopters ten behoeve van spoedzorg aan de Heidelberglaan 100 te Utrecht.
Provinciale Staten van Utrecht
het voorstel van Gedeputeerde Staten van 19 januari 2016 (nr. 8179FD94), inzake de Luchthavenregeling voor een luchthaven voor helikopters t.b.v. spoedzorg aan de Heidelberglaan 100 te Utrecht;
artikel 8.64 van de Wet luchtvaart en artikel 145 van de Provinciewet;
de aanvraag, ontvangen per e-mail op 13 augustus 2015 van de heer P.F.C. Duif, namens de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (hierna UMC Utrecht), om een Luchthavenregeling voor helikopters ten behoeve van spoedzorg, aan de Heidelberglaan 100 te Utrecht;
Deze regeling is van toepassing op de luchthaven voor helikopters, op dakdeel E van het UMC Utrecht, aan de Heidelberglaan 100 te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Utrecht, sectie N, nummer 1503, met ETRS 89 lengte en breedte coördinaten N 521°05’12.37’’ en O 5°10’52.75’’ zoals aangegeven op de bij deze regeling behorende kaarten.
Paragraaf 3.2.3.2 ─ regels voor het luchthavenverkeer
Op de luchthaven mogen per kalenderjaar max. 500 vliegbewegingen worden gemaakt. Elke start of landing geldt als een aparte vliegbeweging.
De luchthaven mag uitsluitend gebruikt worden voor het landen en opstijgen van helikopters die worden ingezet voor de spoedzorg. Het platform mag alleen worden gebruikt door helikopters van het type EC 135 of helikopters met een maximale rotor-diameter van 10,20 meter. De luchthaven mag niet commercieel gebruikt worden.
Paragraaf 3.2.3.3 ─ rapportageverplichtingen
Door (of namens) de exploitant wordt binnen 12 uur na elke vliegbeweging in een logboek onder andere de datum, het tijdstip van landen of opstijgen, het merk, soort en identificatienummer van het luchtvaartuig, de naam van de piloot en eventuele bijzonderheden en calamiteiten vastgelegd.
Binnen 4 weken na het einde van een kalenderjaar dient de exploitant een rapportage te overleggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht over het gebruik van de luchthaven gedurende het kalenderjaar. Het doel van deze rapportage is het inzicht verkrijgen in het gebruik van de luchthaven.
Paragraaf 3.2.3.4 ─ inwerkingtreding en geldigheid
Deze Luchthavenregeling treedt in werking op de dag na de dag van publicatie in het Provinciaal Blad en treedt conform artikel 8.49 van de Wet luchtvaart niet in werking dan nadat de Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd.
Op 1 november 2009 is de wet ‘Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens’ (hierna: RBML) in werking getreden, waardoor de Wet luchtvaart ingrijpend is gewijzigd. Door deze wijzigingen zijn de provincies bevoegd om beslissingen te nemen over het zogenaamde ‘landzijdige’ gebruik van het luchthaventerrein. Hieronder vallen de milieugebruiksruimte (geluid, externe veiligheid, aantal vliegbewegingen) en de ruimtelijke inpassing. Ook de handhaving van de besluiten met betrekking tot ‘landzijdige’ aspecten is een provinciale verantwoordelijkheid. De invulling van deze bevoegdheid door de provincie omvat het opstellen van en handhaven op luchthavenbesluiten, Luchthavenregelingen en ontheffingen voor luchtvaartactiviteiten van tijdelijke en uitzonderlijke aard. De ‘luchtzijdige’ aspecten, oftewel het luchtruimgebruik, blijven onder de bevoegdheid van de Rijksoverheid, zijnde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna afgekort als ILenT). Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is de regelgever en de ILenT en het Korps Landelijke Politiediensten (hierna afgekort als KLPD) zijn de handhavende en toezichthoudende instanties op naleving van de overige wet- en regelgeving met betrekking tot luchtvaart.
Het betreft het landen en opstijgen met helikopters ten behoeve van de spoedzorg vanaf dakdeel E van het Universitair Medisch Centrum Utrecht aan de Heidelberglaan 100 te Utrecht, bestaande uit een gedeelte van een perceel dat kadastraal bekend is onder: sectie N, nummer 1503 te Utrecht. Op dakdeel E is in de jaren ‘90 een helikopterluchthaven aangelegd en deze is tot 2009 gebruikt voor spoedzorg. De luchthaven is vanwege bouwwerkzaamheden tijdelijk buiten gebruik gesteld. Het UMC Utrecht heeft besloten om de helikopterhaven weer ten behoeve van de spoedzorg, overeenkomstig de geldende regels, in te richten en in gebruik te nemen. Het helidek is aangelegd voor een zwaarder en groter type helikopter. Daar er in de (nabije) omgeving meer hoogbouw staat, kunnen op dit helidek uitsluitend helikopters van het type EC 135 of helikopters met een maximale rotor-diameter van 10,20 meter starten en landen.
Verklaring veilig gebruik luchtruim
Ingevolge artikel 8.49 van de Wet luchtvaart treedt een Luchthavenregeling niet in werking dan nadat onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd. Na vaststelling van deze Luchthavenregeling zal de RUD Utrecht de Minister vragen om een verklaring veilig gebruik luchtruim af te geven. Nadat deze verklaring is afgegeven kan van deze Luchthavenregeling gebruik worden gemaakt. Dit is vastgelegd in artikel 3.2.3.4.1 van deze Luchthavenregeling.
Toetsing aan de Wet Luchtvaart
Er kan, op grond van de Wet Luchtvaart, worden volstaan met een Luchthavenregeling als de geluidcontour van 56 dB(A) LDEN en de 10-6 PR externe veiligheidscontour zich binnen het luchthavengebied bevinden. Als deze contouren zich buiten de luchthaven uitstrekken, moet een luchthavenbesluit worden vastgesteld. Het Plaatsgebonden Risico (PR) is de kans dat gedurende een periode van één jaar een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval, waarbij die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.
Het PR wordt grotendeels bepaald door:
Bij de aanvraag zijn rapportages gevoegd waaruit blijkt dat de 56 LDEN geluidscontour en de 10-6 PR externe veiligheidscontour binnen het gedefinieerde luchthavengebied blijven.
Wij hebben de rapportages beoordeeld en wij concluderen hieruit dat voor de betreffende luchthaven geen luchthavenbesluit maar een Luchthavenregeling kan worden afgegeven.
Toetsing aan de provinciale Luchtvaartnota
Aanvragen voor nieuwe luchthavens en het omzetten van bestaande ontheffingen en regelingen moeten worden getoetst aan de Luchtvaartnota provincie Utrecht, die op 26 oktober 2009 door Provinciale Staten is vastgesteld en is geëvalueerd op 2 juli 2012.
Op grond van de Luchtvaartnota provincie Utrecht moet worden voldaan aan de volgende eisen:
Er moet minimaal 500 meter afstand tot de dichtstbijzijnde woning of andere geluidsgevoelige bestemmingen worden aangehouden, tenzij kan worden aangetoond dat aan de voorgeschreven piekniveau’s van 65 dB(A) Lmax in de avond (19.00-23.00 uur) en 70 dB(A) gedurende de dagperiode (07.00-19.00 uur) kan worden voldaan;
Uit separaat aangeleverde informatie is gebleken dat binnen de 48 Lden geluidscontour geen woningen zijn gelegen. Binnen 500 meter van de luchthaven is een studentenflat gelegen op 475 meter. Op grond van de Luchtvaartnota is gemotoriseerde luchtvaart binnen 500 meter van woningen alleen toegestaan, indien door de aanvrager is aangetoond dat het piekniveau bij de woning of andere geluidsgevoelige bestemming niet meer is dan 70 dB(A) Lmax gedurende de dagperiode (van 07.00 - 19.00 uur) en niet meer is dan 65 dB(A) Lmax gedurende de avondperiode (19.00 - 23.00 uur). Het landen en opstijgen tijdens de nachtperiode is niet toegestaan. Dit geldt niet voor traumavluchten. Op basis van overgelegde overflight gegevens is door ons de geluidsbelasting bepaald van de helikopters waarvan gebruik wordt gemaakt. De voor deze helikopters minimaal aan te houden afstanden tot woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn opgesomd in onderstaande tabel.
De luchthaven ligt op voldoende afstand van de flat, waardoor kan worden voldaan aan de bovengenoemde piekniveau’s voor de dag- en avondperiode. Hierdoor kan voldaan worden aan de regels voor wat betreft geluid, zoals deze in de Luchtvaartnota zijn vastgelegd.
Bij de Luchtvaartnota is een Natuurkaart gevoegd, waarop gebieden zijn aangewezen waar nieuwe initiatieven ten aanzien van structureel gebruik van een terrein door helikopters en gemotoriseerde kleine en recreatieve luchtvaart niet zijn toegestaan indien de kernkwaliteiten rust en stilte van die gebieden significant worden aangetast. De luchthaven op het UMC betreft een luchthaven die in de jaren ’90 is ingericht en in gebruik is genomen. Gedurende de laatste jaren waarin de luchthaven als zodanig, vanwege een grote verbouwing, tijdelijk buiten gebruik is gesteld, zijn er in de nabijheid van het UMC Utrecht steeds traumavluchten uitgevoerd. De luchthaven ligt in de buffer van 2 kilometer rond deze gebieden. De luchthaven is niet gelegen in een te beschermen gebied. Daar het hier feitelijk bestaand gebruik betreft, wordt voldaan aan de regels voor wat betreft natuur, zoals deze in de Luchtvaartnota zijn vastgelegd.
Het betreft hier een sinds de jaren '90 bestaande luchthaven. Ook toen de luchthaven, vanwege een grote verbouwing, tijdelijk buiten gebruik is gesteld, zijn er van een terrein in de dichte nabijheid van het UMC Utrecht steeds traumavluchten uitgevoerd. Voor het UMC Utrecht geldt dat het aantal vluchten van 2007 tot 2014 een stijgende lijn vertoont. In 2014 betrof dit 346 vliegbewegingen. Landelijk is de inzet van traumahelikopters uitgebreid naar een 24 uurs dienst. In verband hiermee is in overleg met de exploitant van de traumahelikopter, de ANWB Medical Air Assistance, besloten om voor geluid en externe veiligheid te rekenen met max. 500 vliegbewegingen per kalenderjaar.
Dit terrein zal dit najaar voor uitbreiding worden gebruikt door het Prinses Màxima Centrum voor Kinderoncologie (PMC). Het UMC Utrecht wil de daklokatie zo snel mogelijk weer in gebruik nemen om de realisatie van het PMC niet te hinderen en omdat dit bijdraagt aan de kwaliteit en snelheid van de spoedzorg. Voor de spoedzorg betekent dit een tijdwinst van 8 minuten. Hierdoor kan voldaan worden aan de regels voor wat betreft nut en noodzaak, zoals deze in de Luchtvaartnota zijn vastgelegd.
Vaststellen voor onbepaalde duur
Aanvragen moeten worden getoetst aan de Luchtvaartnota van de Provincie Utrecht, die op 26 oktober 2009 is vastgesteld en is gewijzigd op 2 juli 2012. Voor nieuwe Luchthavenregelingen en -besluiten wordt de mogelijkheid opengehouden om een regeling voor een bepaalde tijd vast te stellen. De termijn die kan worden gesteld is o.a. afhankelijk van het soort bedrijf en de omgeving waarin de luchthaven is gelegen. Na een aantal jaren, bijvoorbeeld drie, wordt onderzocht of hinder is ondervonden van deze nieuwe start- en landingslocatie. Indien dit niet het geval is, kan de Luchthavenregeling voor onbepaalde tijd worden vastgesteld. Het betreft hier een sinds de jaren '90 bestaand helidek. Vastgesteld is, dat er in de periode dat het helidek in gebruik is geweest én in de periode dat de traumavluchten in de nabijheid van het UMC Utrecht plaatsvonden en nog plaatsvinden, geen klachten zijn ontvangen. Het is dan ook redelijk om de Luchthavenregeling vast te stellen voor onbepaalde duur.
Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de Luchtvaartnota van de Provincie Utrecht. De Luchthavenregeling kan dan ook worden verleend.
Overige geldende wet- en regelgeving
Het vaststellen van een Luchthavenregeling heeft volgens de Wet luchtvaart geen directe doorwerking in een bestemmingsplan. De gemeente Utrecht heeft voor het gebied waarbinnen het helidek van UMC Utrecht is gelegen, het bestemmingsplan ‘De Uithof’ vastgesteld. Bij de bestemming ‘Maatschappelijk-Gezondheidszorg, M-GZ’, artikel 7 van de regels (voorschriften) van het UMC Utrecht, zijn geen specifieke vermeldingen van een helikopterlandingsplaats opgenomen. In de Toelichting van het plan staat in hoofdstuk 5 (Onderzoek en randvoorwaarden), paragraaf 5.12 (Kwaliteit van de leefomgeving) en dan onder 5.13.3 Leefomgevingskwaliteit, onder het kopje: Garantie gezondheid, op pagina 95 van de toelichting, het volgende:
Bij nieuwbouw van woningen en onderwijs, sport en medische voorzieningen dient men rekening te houden met de geluidscontouren en luchtkwaliteitscontouren van de snelwegen A27 en A28, de doorgaande wegen binnen het plangebied, de helikopterlandplaats op het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de warmte- en energiecentrales. Verwacht wordt dat door het aantrekken van meer bedrijvigheid en woningen meer verkeer door De Uithof zal bewegen. Deze toenemende mobiliteit kan beperkingen met zich meebrengen voor het realiseren van nieuwe, gevoelige functies door het verschuiven van geluids- en luchtcontouren.
Wij hebben overigens niet de bevoegdheid vanwege eventuele strijd met het bestemmingsplan de Luchthavenregeling niet vast te stellen. De gemeente Utrecht is het bevoegd gezag ten aanzien van het bestemmingsplan.
Degene die de activiteiten uitvoert, dient zich ervan te vergewissen dat ook andere wet- en regelgeving van toepassing kan zijn op deze activiteiten. Gedacht dient te worden aan onder meer toestemmingen op grond van de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet. Wij hebben de aanvrager van de Luchthavenregeling op de algemene zorgplicht en artikel 10 betreffende het opzettelijk verstoren van beschermde soorten in het kader van de Flora- en faunawet geattendeerd.
Wij hebben inzake de Flora- en faunawet de ontwerp-regeling voorgelegd aan de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. En wij hebben de aanvraag en de ontwerp-Luchthavenregeling ter toetsing voorgelegd. Deze toetsing geschiedt separaat van de behandeling van deze aanvraag om de Luchthavenregeling en weerhoudt de afgifte van de Luchthavenregeling niet. Bij de aanvraag is een rapportage gevoegd die ingaat op de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Er is geen negatief effect te verwachten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Deze gebieden liggen op ruime afstand van de helihaven UMC Utrecht. Gelet op het bovenstaande zijn er geen redenen om de Luchthavenregeling niet vast te stellen.
Reacties op ontwerp-Luchthavenregeling
Van 21 augustus 2015 tot en met 2 oktober 2015 heeft het ontwerp van de Luchthavenregeling ter inzage gelegen op het Provinciehuis te Utrecht. In deze periode hebben wij geen zienswijzen ontvangen.
Belanghebbenden kunnen tegen deze beschikking een beroepschrift indienen bij de Raad van State Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. De termijn begint te lopen op de dag na die waarop deze beschikking is verzonden of bekendgemaakt.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten:
Aan de behandeling van het beroepschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Vanwege de eis van schriftelijkheid die de Awb stelt, is het niet mogelijk om via e-mail bezwaar te maken. Het maken van bezwaar schorst de werking van de beschikking niet. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kan er naast het instellen van beroep een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Aan een dergelijk verzoek zijn afzonderlijke kosten (griffierecht) verbonden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-1850.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.