GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Gelet op artikel 4.3 van de Verordening POP 3 subsidies provincie Gelderland
BESLUITEN
Artikel I
De verordening POP 3 subsidies provincie Gelderland wordt als volgt gewijzigd:
- A.
In artikel 2.3.2. tweede lid onderdeel a wordt “landbouwonderneming” vervangen door “landbouwbedrijf”.
- B.
Artikel 2.3.3. wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In artikel 2.3.3. tweede lid aanhef wordt “landbouwonderneming” vervangen door “landbouwbedrijf”.
- 2.
er wordt een vijfde lid toegevoegd luidende:
- 5.
Indien de investering waarvoor subsidie wordt gevraagd wordt gedaan om te voldoen aan de normen van de Europese Unie voor landbouwproductie, wordt in afwijking van het eerste lid subsidie verstrekt aan jonge landbouwers die zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigen, uiterlijk 24 maanden na de datum waarop de betrokken landbouwer zich als bedrijfshoofd heeft gevestigd.
- C.
Artikel 2.3.4. komt te luiden:
- 1.
In aanvulling op artikel 1.7, tweede lid, bevat de aanvraag om subsidie:
- i.
KVK nummer van het landbouwbedrijf ;
- ii.
De notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de bv en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten;
- iii.
Een projectplan zoals bedoeld in artikel 1.7, lid 2f, waarin opgenomen een beschrijving van de investeringen per categorie waaruit blijkt dat de betreffende investering voldoet aan de omschrijving van de categorie genoemd in de lijst.
2. Indien de subsidieaanvrager kiest voor de berekening van de subsidie op basis van de verdeling van het eigen vermogen van het landbouwbedrijf onder de verschillende bedrijfshoofden zoals bedoeld in artikel 2.3.7 lid 2, bevat de aanvraag om subsidie tevens een accountantsverklaring die is opgesteld volgens een door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde modelverklaring.
A.Artikel 2.3.5 komt te luiden:
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt subsidie geweigerd indien
er op grond van deze paragraaf reeds subsidie is verstrekt voor het landbouwbedrijf of er op grond van hoofdstuk 2, titel 6 paragraaf 2 van de Regeling LNV subsidies of de Subsidieregeling jonge Agrariërs van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit reeds een subsidie is verstrekt aan de aanvrager.
- A.
Artikel 2.3.6 derde lid wordt geschrapt.
- B.
Artikel 2.3.7 komt te luiden:
- a.
30% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf volledig bestaat uit jonge landbouwers;
- b.
24% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf naast minimaal een jonge landbouwers bestaat uit een niet-jonge landbouwer;
- c.
18% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf naast minimaal een jonge landbouwers bestaat uit twee niet-jonge landbouwers;
- d.
12% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf naast minimaal een jonge landbouwers bestaat uit drie niet-jonge landbouwers;
- e.
6% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf naast minimaal een jonge landbouwers bestaat uit vier of meer niet-jonge landbouwers;
- 2.
In afwijking van artikel 2.3.7. lid 1 , bedraagt de subsidie - indien de subsidieaanvrager kiest voor de berekening van de subsidie op basis van de verdeling van het eigen vermogen van de onderneming - 30% van de subsidiabele kosten vermenigvuldigd met het percentage eigen vermogen van het landbouwbedrijf dat in eigendom is van jonge landbouwers.
- 3.
De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,-.
- 4.
Indien toepassing van het eerste lid er toe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.
- 5.
Het minimum bedrag aan subsidiabele kosten per fysieke investering, als bedoeld in artikel 2.3.1 is € 20.000,-.
Artikel II
De toelichting op paragraaf 3 van de Verordening POP 3 subsidies provincie Gelderland komt te luiden:
Voor boeren in Nederland is het een grote uitdaging om rendement en duurzaam produceren (rekening houdend met milieu, klimaatbestendigheid, dierwelzijn, diergezondheid/volksgezondheid, biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit) met elkaar te combineren. De meeste boeren hebben voldoende rendement om daarin voortdurend te investeren. Voor jonge boeren levert dan na start of overname van een bedrijf vaak problemen op, ze hebben dan vanwege hoge investeringslasten te maken met een investeringsdip. Daardoor blijven zij achter met verduurzaming van hun bedrijven. Ook blijken ze te kampen met hogere financieringslasten die vaak het gevolg zijn van recente overname of start van het bedrijf. Om deze reden willen wij juist deze specifieke groep van jonge boeren steunen.
Bovendien is een ontwikkeling dat boeren op steeds hogere leeftijd pas een eigen bedrijf starten of overnemen. Dit vinden we een ongewenste ontwikkeling omdat ondernemers hiermee langer afhankelijk blijven van hun voorgangers -meestal hun ouders- waardoor een kortere periode resteert om het bedrijf te moderniseren, de aflossingstermijn van de investeringen wordt immers sterk bekort.
Met deze regeling willen we jonge boeren stimuleren om duurzaam te investeren in hun bedrijf. Het zal voornamelijk gaan om de aanschaf van modernere installaties en machines waarmee de jonge landbouwer een achterstand kan inlopen.
Vervanging door dezelfde goederen die al op het bedrijf aanwezig waren, komen niet in aanmerking. De modernisering moet bijdragen aan verbetering van het milieu, klimaatbestendigheid, dierenwelzijn, volks-en diergezondheid, landschap/ruimtelijke kwaliteit of biodiversiteit. Investeringen die alleen of hoofdzakelijk gericht zijn op verbetering van de rentabiliteit van bedrijven komen niet in aanmerking.
Artikel III
Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad.
Gedeputeerde Staten voornoemd
Gegeven te Arnhem, 16 februari 2016 - zaaknummer 2015-016419
Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris