Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2015, 8620 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2015, 8620 | Overige besluiten van algemene strekking |
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 8 december 2015, nr. 816248E9, tot aanwijzing van activiteiten van Stichting de Utrechtse Molens als Dienst van Algemeen Economisch Belang (Aanwijzingsbesluit Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB
Het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht,
ingevolge artikel 14 en 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gezien de plaats die de Diensten van Algemeen Economisch Belang in de gemeenschappelijke waarden van de Europese Unie innemen, dat ondernemingen die belast zijn met het beheer van dergelijke diensten slechts onder de Europese mededingingsregelgeving vallen voor zover deze de vervulling hiervan niet kan verhinderen;
I aan te wijzen als Dienst van Algemeen Economisch Belang, onder voorbehoud van een goedgekeurd werkplan, de volgende diensten:
Activiteiten die Stichting de Utrechtse Molens Landschap uitvoert op grond van het provinciale beleid voor erfgoed:
instandhouding molenensembles. Het geven van een goede plaats aan de molen en de molenbiotoop door hieraan aandacht te besteden in ruimtelijke plannen en plannen voor waterbeheer.Doelstelling is om voldoende wind te garanderen en tegelijk een historische invloed van de molen op het landschap te vertegenwoordigen;
II aan te wijzen als betrokkenonderneming en het betrokken grondgebied:
Stichting de Utrechtse Molens voor het grondgebied van de provincie Utrecht.
III aan te wijzen de aard en duur van de openbare dienstverplichtingen:
Deze aanwijzing eindigt op 31-12-2016.
IV parameters voor de berekening van de compensatie te hanteren, waarmee controle, toetsing op overcompensatie en eventuele herziening van de compensatie mogelijk wordt:
Binnen de administratie van Stichting De Utrechtse Molens wordt gewerkt met kostensoorten en kostenplaatsen, waardoor toewijzing van de kosten aan voor subsidie in aanmerking komende activiteiten mogelijk is. De activiteiten voor de Dienst van Algemeen Economisch Belang zijn in aparte kostenplaatsen ondergebracht, waardoor administratief een scheiding bestaat tussen activiteiten op basis van de Dienst van Algemeen Economische Belang en andere activiteiten van Stichting De Utrechtse Molens. Stichting Het Utrechts Landschap voert alle werkzaamheden namens Stichting De Utrechtse Molens uit. De Stichting De Utrechtse Molens heeft echter een eigen administratie, eigen begroting en eigen jaarrekening.
Een sluitende urenregistratie wordt gevoerd, waarbij toerekening van bestede tijd aan de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten mogelijk is en wordt uitgevoerd. De ramingen van inzet van personeel van Het Utrechts Landschap zijn gemaakt op basis van raming per medewerker. Deze medewerkers schrijven apart uren op de genoemde kostenplaatsen voor activiteiten in het kader van de DAEB en eventuele ureninzet op andere activiteiten.
De uren van de medewerkers van Het Utrechts Landschap die voor Stichting De Utrechtse Molens werkzaamheden verrichten worden op basis van een integraal kostprijstarief doorbelast. Het integrale kostprijstarief is opgebouwd uit een dekking voor het salaris van de medewerker, een dekkingspercentage voor de salariskosten van ondersteunend personeel, dekking voor de overige personele kosten, huisvestingkosten, algemene beheerskosten en afschrijvingskosten.
Kosten voor inzet van derden zijn gebaseerd op een gedetailleerde onderhoudsplanning en op basis van offertes en op ervaringscijfers uit bestaande contracten. De gedetailleerde raming per molen is beschikbaar en gecontroleerd door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE).
Voor deze dienst wordt uitgegaan van een jaarlijkse kostenstijging van 2% om de inflatie te volgen.
Na afloop van de subsidieperiode zal worden gecontroleerd of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd op basis van het aantal uren dat daarvoor was gereserveerd. Mocht blijken dat het werkelijk aantal gemaakte uren lager is dan begroot, is er sprake van overcompensatie en zal de teveel ontvangen subsidie worden teruggevorderd. Het werkelijk aantal uren kan lager uitvallen doordat er minder activiteiten zijn verricht dan wel doordat er minder uren nodig waren om de activiteiten te verrichten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2015-8620.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.