Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2015
Nr. 7966

Gepubliceerd op 7 december 2015 09:00



Regeling Individueel Keuze Budget

Gedeputeerde Staten van Limburg

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 10 november 2015 hebben vastgesteld:

 

Wijzigingsbesluit Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies

 

Regeling Individueel Keuze Budget

 

Artikel 1

De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies wordt gewijzigd als volgt:

 

A.

Aan artikel A.1, eerste lid, wordt, onder wijziging van de punt aan het einde van onderdeel t in een puntkomma, een nieuw onderdeel u toegevoegd, luidende:

u. IKB: individueel keuzebudget, een budget in geld, opgebouwd overeenkomstig artikel C.17.

 

B.

Artikel B.15, tweede lid, komt als volgt te luiden:

2. Aan de nagelaten betrekkingen van de ambtenaar wordt over de periode vanaf de dag na het overlijden tot en met de laatste dag van de derde maand na die waarin het overlijden plaatsvond een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met het bedrag dat in die periode aan IKB is opgebouwd.

 

C.

Artikel C.2, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

In onderdeel a, wordt de zinsnede ‘in artikel C.20’ vervangen door: in artikel C.23.

In onderdeel c vervalt de zinsnede ‘de werkgeversbijdrage in de levensloopregeling, bedoeld in artikel D.10’, alsmede de komma direct na die zinsnede.

 

D.

De huidige paragraaf 6 van hoofdstuk C wordt gewijzigd in: Paragraaf 7 Vergoedingen voor extra diensten. De huidige artikelen C.20 en C.21 worden vernummerd tot de nieuwe artikelen C.23 en C.24 en ondergebracht in de nieuwe paragraaf 7 van hoofdstuk C.

 

E.

De huidige artikelen C.18 en C.19 worden vernummerd tot de nieuwe artikelen C.21 en C.22 en ondergebracht in de nieuwe Paragraaf 6 Uitkering en gratificatie van hoofdstuk C.

 

F.

Paragraaf 5 komt als volgt te luiden:

Paragraaf 5 Individueel Keuzebudget (IKB)

Artikel C.16 IKB algemeen

  • 1.

    Voor de ambtenaar is er een IKB. Gedeputeerde staten zijn beheerder van het IKB.

  • 2.

    Het IKB omvat een in geldwaarde uitgedrukt budget dat de ambtenaar naar keuze kan aanwenden voor de doelen, genoemd in artikel C.18, een en ander op de wijze en onder de voorwaarden als bepaald in deze paragraaf.

Artikel C.17 Opbouw IKB

  • 1.

    Het pensioengevend deel van het IKB wordt per kalendermaand als volgt opgebouwd:

    • a.

      met met 8% 1

      De vakantie-uitkering is in het IKB opgenomen.

      van de door de ambtenaar in die maand genoten bezoldiging, met dien verstande dat dit bedrag niet lager kan zijn dan de minimumvakantie-uitkering per maand, genoemd in de in artikel C.4, eerste lid, bedoelde bijlage 2, onderscheidenlijk dan een bedrag naar rato hiervan bij een niet volledige arbeidsduur of bij genot van slechts een deel van de bezoldiging;

    • b.

      met 8,3% 2

      De eindejaarsuitkering is in het IKB opgenomen.

      van het door de ambtenaar in die maand genoten salaris; en

    • c.

      met 3,4% van het in die maand genoten salaris voor de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt die lager is dan schaal 14 en met 2,85% voor de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt die gelijk is aan of hoger dan schaal 14.

  • 2.

    Het niet pensioengevend deel van het IKB wordt per kalendermaand opgebouwd met 1,92% 3

    De waarde van het bovenwettelijk vakantieverlof is in het IKB gestort.

    van het door de ambtenaar in die maand genoten salaris.

  • 3.

    De vergoeding voor meer uren werken als bedoeld in artikel 5 van de IKAP-regeling provincies wordt maandelijks opgenomen in het pensioengevend deel van het IKB op basis van het gemiddelde aantal meer te werken uren per maand gedurende de periode dat de ambtenaar meer uren werkt.

  • 4.

    Op aanvraag van de ambtenaar kunnen gedeputeerde staten vaste maandelijkse toelagen opnemen in het pensioengevend deel van het IKB.

Artikel C.18 Aanwending IKB

  • 1.

    De ambtenaar kan het IKB aanwenden voor één of meer van de volgende doelen:

    • a.

      voor de bestemmingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de IKAP-regeling provincies, overeenkomstig het bepaalde in die regeling;

    • b.

      voor bruto inkomen in de maand zelf en/of in de daarop volgende maand of maanden;

    • c.

      voor extra verlof overeenkomstig het bepaalde in de IKAP-regeling provincies;

    • d.

      voor het sparen in het kader van de Levensloopregeling, met in achtneming van het bepaalde in die regeling.

  • 2.

    Keuzes, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en d, kan de ambtenaar maken tot de maandelijkse sluitingsdatum van de salarisverwerking. Hij heeft voor deze keuzes geen toestemming nodig.

  • 3.

    Keuzes kunnen alleen worden gemaakt voor zover het IKB toereikend is.

  • 4.

    Keuzes mogen uitsluitend betrekking hebben op hetzelfde kalenderjaar. Er mag geen budget uit het IKB worden overgeheveld naar het volgende kalenderjaar. Het bedrag dat in december van het kalenderjaar nog in het IKB zit wordt in die maand uitbetaald.

  • 5.

    Het extra verlof, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, hoeft niet in hetzelfde kalenderjaar te worden opgenomen.

  • 6.

    Maakt de ambtenaar vóór de sluitingsdatum van de salarisverwerking geen keuze dan wordt het niet aangewende deel van het IKB gereserveerd.

  • 7.

    Bedragen die uit het IKB zijn opgenomen kunnen niet meer worden teruggestort in het IKB.

Artikel C.19 Uitbetaling IKB bij einde dienstverband

  • 1.

    Wanneer het dienstverband eindigt wordt het nog beschikbare budget uit het IKB bij de laatste salarisbetaling aan de ambtenaar uitbetaald.

  • 2.

    Bij overlijden van de ambtenaar:

    • a.

      wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel B.15, tweede lid, het budget uit het IKB waarover nog niet is beschikt, uitbetaald aan de nagelaten betrekkingen;

    • b.

      vindt geen verrekening plaats voor zover IKB is ingezet voor de in artikel C.18, eerste lid, onderdeel a, bedoelde bestemmingen.

Artikel C.20 Fiscale en andere wet- en regelgeving

  • 1.

    De provincie draagt zorg voor informatie over gevolgen van keuzes voor in ieder geval de loonheffingen, het pensioen en de sociale verzekeringen.

  • 2.

    De gevolgen van gemaakte keuzes zijn voor rekening van de ambtenaar.

  • 3.

    Indien achteraf blijkt dat door onjuiste of onvolledige informatie vanwege de ambtenaar ten onrechte bij de ambtenaar geen heffing van loonbelasting en premies volksverzekering heeft plaatsgevonden, wordt deze verschuldigde heffing, vermeerderd met eventuele boetes, op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar verhaald.

  • 4.

    Indien wijziging van fiscale wet- en regelgeving van invloed is op de inhoud of de werking van de regeling van het IKB zullen vervallen netto voordelen voor ambtenaren niet worden gecompenseerd.

G.

Artikel D.1, vijfde lid, komt als volgt te luiden:

5.Tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten, wordt de arbeidsduur van de ambtenaar op aanvraag bepaald op meer dan die in een volledige functie als bedoeld in het tweede lid. De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 40 uur per week. De aanspraken bij of krachtens deze regeling die zijn gerelateerd aan de arbeidsduur, worden bepaald naar evenredigheid ten opzichte van de arbeidsduur in een volledige functie als bedoeld in het tweede lid.

 

H.

Artikel D.5 wordt gewijzigd als volgt:

Het eerste lid komt te luiden als volgt:

1.De ambtenaar heeft per kalenderjaar aanspraak op 144 uren vakantieverlof met behoud van de volle bezoldiging. Voor de ambtenaar met een deeltijdfunctie wordt de aanspraak op vakantieverlof bepaald evenredig aan het deeltijdpercentage.

In het tweede lid vervalt de zinsnede ‘het basisvakantieverlof en op het aanvullend’.

In het derde lid vervalt de zinsnede ‘basisvakantieverlof en aanvullend’.

 

I.

Artikel D.6 wordt gewijzigd als volgt:

In het eerste lid vervalt tweemaal de zinsnede ‘basisvakantieverlof en aanvullend’.

Het derde lid komt te luiden als volgt:

3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de ambtenaar over de uren waarop hij met recht op gehele of gedeeltelijke doorbetaling van bezoldiging wegens ziekte geen arbeid verricht, aanspraak op vakantieverlof overeenkomstig het bepaalde in artikel D.5

In het vierde lid wordt ‘basisvakantieverlof’ vervangen door: vakantieverlof.

Het vijfde lid komt te luiden als volgt:

5.De aanspraak op vakantieverlof dat niet ingevolge het vierde lid vervalt, vervalt na verloop van 5 jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

 

J.

Artikel D.7, derde lid, komt als volgt te luiden

3.De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld per kalenderjaar het voor dat jaar geldende vakantieverlof op te nemen.

 

K.

In artikel D.8, tweede lid, wordt tweemaal het woord ‘basisvakantieverlof’ vervangen door: vakantieverlof.

 

L.

Artikel D.17, eerste lid, komt te luiden:

1.Over de opgenomen uren van het in artikel D.16 bedoelde onbetaald verlof heeft geen opbouw van vakantieverlof en van IKB plaats.

 

M.

In artikel G.4, eerste lid, vervalt onderdeel b, onder vernoeming van de onderdelen c, d en e tot achtereenvolgens de nieuwe onderdelen b, c en d.

 

Artikel 2

De IKAP-regeling provincies wordt gewijzigd als volgt:

A.

In artikel 2, tweede lid, wordt de zinsnede ‘artikelen 5, 6 en 7’ vervangen door: artikelen 5 en 6.

 

B.

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

Het tweede lid komt als volgt te luiden:

2.De aanvraag voor meer uren werken en voor extra verlof, bedoeld in de artikelen 5 en 6 kan gedurende het jaar worden ingediend dan wel worden herzien, mits de keuze nog in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken. Het extra verlof kan bij herziening niet worden verkocht.

Het derde en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het vierde en zesde lid tot achtereenvolgens nieuw derde en vierde lid.

Het tot nieuw derde lid vernummerde vierde lid komt als volgt te luiden:

3.De keuze, bedoeld in artikel 8, kan tot de maandelijkse sluitingsdatum van de salarisverwerking worden gemaakt.

Het tot nieuw vierde lid vernummerde zesde lid komt als volgt te luiden:

4.Gedeputeerde staten kennen de aanvraag voor de keuzen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten en beslissen binnen 4 weken op de aanvraag.

 

C.

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

In het derde lid, onderdeel a, wordt de zinsnede ‘voor minder uren werken’ vervangen door: voor extra verlof.

In het derde lid vervalt onderdeel b, onder vernoeming van de onderdelen c en d tot achtereenvolgens de nieuwe onderdelen b en c.

In het nieuwe onderdeel b van het derde lid vervallen de zinsnede ‘en/of vermindering van algemeen verlof, bedoeld in artikel 7’ en de komma direct na die zinsnede.

In het nieuwe onderdeel c van het derde lid wordt de zinsnede ‘voor minder werken’ vervangen door: voor extra verlof.

De eerste volzin van het vierde lid komt als volgt te luiden:

De vergoeding voor meer uren werk als bedoeld in artikel 5 en de waarde van extra verlof als bedoeld in artikel 6, worden berekend op basis van het salaris per uur op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, onderscheidenlijk op basis van het salaris per uur op de eerste dag van indiensttreding, indien de ambtenaar in de loop van het betreffende kalenderjaar in dienst treedt.

 

D.

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

In de eerste volzin van het tweede lid wordt na de zinsnede ‘per kalenderjaar’ een punt gezet en vervalt de rest van de zin.

De tweede volzin van het vierde lid vervalt.

 

E.

Artikel 6 met opschrift komt te luiden als volgt:

Artikel 6 Extra verlof

  • 1.

    De ambtenaar kan uit zijn IKB per kalenderjaar maximaal 144 uren aanwenden voor extra verlof. Bij een niet volledige arbeidsduur en bij indiensttreding in de loop van het betreffende kalenderjaar wordt het maximumaantal uren naar evenredigheid verlaagd.

  • 2.

    Het extra verlof wordt aangemerkt als vakantieverlof. De artikelen D.5 tot en met D.9 van de CAP zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het extra verlof pas vervalt na verloop van 5 jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak op dit verlof is ontstaan.

F.

Artikel 7 vervalt

 

G.

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

Het eerste lid komt te luiden als volgt:

  • 1.

    De ambtenaar kan een aanvraag indienen om in ruil voor een belastingvrije vergoeding voor of verstrekking van een of meer in het tweede lid genoemde bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk af te zien van maximaal 10% van het jaarsalaris.

  • 2.

    Het tweede lid, aanhef, komt als volgt te luiden:

Binnen de fiscale voorwaarden zoals die golden direct vóór invoering van de Werkkostenregeling zijn de belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:

In het zesde lid wordt de zinsnede ‘een of meer van de in het eerste lid genoemde aanspraken’ vervangen door: salaris.

 

H.

In artikel 9, derde lid, vervallen tweemaal de zinsnede ‘of minder’, alsmede de zinsnede ‘of de inhouding’.

 

Artikel 3

De Levensloopregeling provincies wordt gewijzigd als volgt:

A.

In artikel 1 vervallen de onderdelen a en h, onder vernoeming van de onderdelen b tot en met g tot achtereenvolgens de onderdelen a tot en met f. Aan het einde van het nieuwe onderdeel f wordt de puntkomma vervangen door een punt.

 

B.

In artikel 3 vervallen de onderdelen d en e en komt onderdeel c te luiden als volgt:

c. het budget uit het IKB.

 

C.

In artikel 6, eerste lid, vervalt de zinsnede ‘met inbegrip van de in artikel 9 bedoelde werkgeversbijdrage’, alsmede de komma’s direct vóór en direct na die zinsnede.

 

D.

Artikel 9 vervalt.

 

E.

In artikel 11, vierde lid, wordt de zinsnede ‘de berekeningsgrondslag’, onderscheidenlijk ‘die berekeningsgrondslag’ vervangen door: de bezoldiging.

 

Artikel 4

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verminderen op aanvraag niet genoten aanspraken op vakantieverlof van de ambtenaar over kalenderjaren, gelegen vóór 1 januari 2016. Voor elk uur verminderde aanspraak op vakantieverlof heeft de ambtenaar als vergoeding recht op het salaris per uur, geldend op de datum van uitbetaling van deze vergoeding. In enig kalenderjaar kunnen ten hoogste 108 uren vakantieverlof als vergoeding worden uitbetaald. Bij een niet volledige arbeidsduur wordt het maximumaantal van 108 uren naar evenredigheid verlaagd.

  • 2.

    In enig kalenderjaar kan de ambtenaar niet zowel een aanvraag doen tot vermindering van vakantieverlof, bedoeld in het eerste lid, als een aanvraag voor extra verlof, bedoeld in artikel 6 van de IKAP-regeling provincies zoals dat na inwerkingtreding van dit besluit komt te luiden.

Artikel 5

De over de maanden juni tot en met december 2015 opgebouwde vakantie-uitkering als bedoeld in artikel C.16 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies zoals dit artikel tot 1 januari 2016 luidde, wordt uitbetaald in de maand mei 2016.

 

Artikel 6

Dit besluit treedt, na publicatie van het provinciaal blad waarin het is geplaatst, in werking op 1 januari 2016.

 

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 10 november 2015

 

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris

dhr. mr. A.C.J.M. de Kroon

 

Bijlage 1

Wijzigingen in de toelichting op de CAP

Toelichting bij hoofdstuk A

De tweede volzin van de derde alinea van onderen van de toelichting op de onderdelen d en e van artikel A.1 komt als volgt te luiden;

 

Dat zijn bijvoorbeeld de incidentele beloning van prestaties en van extra inzet (artikelen C.9 en C.10), de bindingspremie (artikel C.14), de eenmalige uitkering van artikel C.21, de gratificatie ambtsjubileum (artikel C.22), de overwerkvergoeding (artikel C.23) en de vergoeding voor andere extra diensten (artikel C.24).

 

De derde volzin van de laatste alinea van de toelichting op de onderdelen d en e van artikel A.1 komt als volgt te luiden:

 

Zo is voor de incidentele beloning van prestaties, de toelage waarneming andere functie, de toelage onregelmatige dienst en de overwerkvergoeding het salaris de grondslag en voor de uitkering bij ziekte de bezoldiging.

 

Na de toelichting op onderdeel g van artikel A.1 wordt toegevoegd:

 

Onderdeel u Hier is een definitie opgenomen van het Individueel Keuzebudget (IKB). Het IKB is geregeld in de artikelen C.16 t/m C.20.

 

Toelichting bij hoofdstuk C

 

In de vierde alinea van de algemene toelichting op hoofdstuk C vervallen:

  • -

    de vakantie-uitkering (artikel C.16);

  • -

    de eindejaarsuitkering (artikel C.17);

     

In de vierde alinea van de algemene toelichting op hoofdstuk C worden de zinsneden ‘(artikel C.18)’, ‘(artikel C.19)’, ‘(artikel C.20)’ en ‘(artikel C.21)’ vervangen door achtereenvolgens (artikel C.21), (artikel C.22), (artikel C.23) en (artikel C.24).

 

De voorlaatste volzin van de vijfde alinea van de toelichting op artikel C.6 komt als volgt te luiden:

 

Die toelage wordt als salaris aangemerkt wat onder meer betekent dat de toelage de algemene salarisontwikkeling volgt en (mede) grondslag vormt voor het IKB en aan het salaris gerelateerde toelagen en vergoedingen.

 

In de vierde volzin van de toelichting op artikel C.12 toelage onregelmatige dienst wordt ‘artikel C.20’ vervangen door: artikel C.23.

 

De toelichtingen op artikel C.16 (vakantie-uitkering) en op artikel C.17 (eindejaarsuitkering) worden vervangen door de navolgende toelichting:

 

Artikelen C.16 t/m C.20 Individueel Keuzebudget

 

In de artikelen C.16 t/m C.20 is het Individueel Keuzebudget (IKB) geregeld.

Het IKB is een in geldwaarde uitgedrukt budget dat de ambtenaar naar keuze kan aanwenden voor een aantal doelen. Met het IKB krijgen werknemers meer verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over de inhoud van hun arbeidsvoorwaardenpakket. Zij kunnen hierdoor beter keuzes maken die aansluiten bij hun levensfase en/of hun persoonlijke omstandigheden.

Het IKB is opgebouwd uit een aantal collectieve voorzieningen die voor alle ambtenaren gelden . In het IKB zijn opgenomen:

 

  • -

    de eindejaarsuitkering van 8,3%;

  • -

    de vakantie-uitkering van 8% ;

  • -

    de werkgeversbijdrage levensloop van 3,4% (schalen 1 t/m 13) resp. 2,85% (schalen 14 en hoger).

Ook het bovenwettelijk vakantieverlof (36 uur voor voltijdwerkers) is, uitgedrukt in geld, aan het IKB toegevoegd. Die bedraagt 1,92%. Alles bij elkaar opgeteld komt het IKB op 1 januari 2016 uit op maandelijks 13,62% (schalen 1 t/m 13) resp. 13,07% (schalen 14 en hoger) van het salaris plus 8% van de bezoldiging.

De ambtenaar kan er voor kiezen meer uren te gaan werken. Het extra geld dat hij of zij daarmee verdient wordt dan in het IKB gestort. De werknemer krijgt ook de mogelijkheid om geld dat hij of zij uit bepaalde vaste, specifiek voor hem geldende (individuele) voorzieningen verdient, in het IKB te storten. Bij de start van het IKB blijft die mogelijkheid beperkt tot de vaste, maandelijkse toelagen, zoals garantietoelagen, arbeidsmarkttoelagen e.d.

Het IKB wordt berekend over het salaris. Alleen de vakantie-uitkering in het IKB wordt (net als nu) berekend over de bezoldiging (salaris plus toelagen). Daarbij geldt een wettelijk vastgestelde minimumvakantie-uitkering. Omdat het IKB is berekend over het salaris resp. de bezoldiging hebben ziekte, onbetaald verlof en salarisverhoging invloed op de hoogte daarvan. Bij ziekte die langer dan een jaar duurt vermindert dus de opbouw van het IKB. Een salarisverhoging leidt tot een hoger IKB.

 

Het IKB is grotendeels pensioengevend. Alleen de waarde van het bovenwettelijk vakantieverlof in het IKB is niet pensioengevend. Het budget wordt maandelijks opgebouwd en bedraagt dus elke maand 1/12 deel.

De ambtenaar kan het IKB laten uitbetalen als brutoloon in de maand van opbouw of later in het kalenderjaar of aanwenden voor extra verlof (voor voltijdwerkers maximaal 144 uur per kalenderjaar) dan wel voor levensloop-sparen (als hij onder het overgangsrecht van de Levensloopregeling valt). Hij kan het IKB tenslotte ook gebruiken voor de IKAP-doelen. Zie daarvoor ook de toelichting op de IKAP-regeling. Hij of zij kan niet meer uit het IKB opnemen dan op dat moment is opgebouwd. Het beschikbare geld kan uiteraard maar één keer worden uitgegeven. En het moet in hetzelfde kalenderjaar zijn besteed. Dat ligt anders wanneer IKB wordt gebruikt voor extra verlof. Dat verlof kan ook later worden opgenomen.

Is eenmaal een bedrag opgenomen dan kan dit niet meer worden teruggestort in het IKB. Als de werknemer geen keuze maakt wordt het opgebouwde deel van het IKB gereserveerd.

De aanvraag voor meer of minder werken kan gedurende het hele jaar worden gedaan en worden herzien mits de keuze nog in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken. De andere keuzes kunnen eveneens maandelijks worden gemaakt vóór de sluitingsdatum van de salarisverwerking.

 

In de kop en de tweede volzin van de toelichting op de eenmalige uitkering wordt ‘Artikel C.18’ telkens vervangen door: artikel C.21.

 

In de kop van de toelichting op de vergoeding voor overwerk wordt ‘Artikel C.20’ vervangen door: Artikel C.23.

 

In de kop van de toelichting op de vergoeding voor andere extra diensten dan overwerk wordt ‘Artikel C.21 vervangen door: Artikel C.24.

 

In de eerste volzin van de tweede alinea van de toelichting op de vergoeding voor andere extra diensten dan overwerk wordt ‘artikel C.20’ vervangen door: artikel C.23.

 

Toelichting bij hoofdstuk D

 

De laatste volzin van de eerste alinea van de toelichting op vakantieverlof en buitengewoon verlof komt als volgt te luiden:

 

De ambtenaar heeft met deze regeling goede mogelijkheden om arbeid en privéleven met elkaar te combineren, enerzijds door vakantieverlof waarover hij binnen de grenzen van het dienstbelang vrij kan beschikken en anderzijds door een aantal specifieke bepalingen van buitengewoon verlof.

 

De eerste volzin van de tweede alinea van de toelichting op vakantieverlof en buitengewoon verlof komt als volgt te luiden:

 

Daarnaast zijn er binnen randvoorwaarden keuzemogelijkheden om meer of minder te gaan werken.

 

De laatste volzin van de toelichting op zorgverlof vervalt.

 

In de toelichting op ouderschapsverlof vervallen de voorlaatste volzin van de eerste alinea en de hele tweede alinea.

 

De laatste alinea van de toelichting op artikel D.1 komt als volgt te luiden:

 

In het vijfde lid is geregeld dat de individuele (zittende of nieuw in dienst tredende) ambtenaar en zijn leidinggevende kunnen afspreken dat de ambtenaar meer dan gemiddeld 36 uur per week gaat werken. Daarbij geldt een bovengrens van 40 uur per week. De normwerkweek van 36 uur blijft ongewijzigd.

De afspraken om meer dan gemiddeld 36 uur per week te werken kunnen voor een bepaalde periode worden gemaakt, maar ook voor onbepaalde tijd. Het betreft een geclausuleerd recht van de ambtenaar: een verzoek om meer dan gemiddeld 36 uur per week te werken wordt ingewilligd als er geen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn die zich daartegen verzetten. Er is sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang als een en ande r leidt tot ernstige problemen:

 

  • -

    van financiële of organisatorische aard;

  • -

    wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk; of

  • -

    omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is.

Het betreft hier geen limitatieve opsomming. Ook ernstige schade aan andere economische, technische of operationele belangen kan reden zijn om een arbeidsduur van meer dan gemiddeld 36 uur per week niet toe te staan. Voorbeelden van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zijn ook:

 

  • -

    schadelijkheid voor de gezondheid (bijv. bij een hoge verzuimfrequentie);

  • -

    bij oneigenlijk gebruik (bijv. wanneer de ambtenaar gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt is);

  • -

    bij disfunctioneren van de ambtenaar, waarbij voorwaarde is dat betrokkene op de hoogte is van de ontevredenheid over zijn functioneren en daarover een behoorlijk gedocumenteerd dossier is bijgehouden.

De uitbreiding van de arbeidsduur leidt tot een verhoging naar rato van een aantal rechtspositionele voorzieningen. Daarbij gaat het om voorzieningen waarvan het niveau afhankelijk is van de arbeidsduur, dus in alle gevallen waarin ook de voorzieningen van deeltijders naar rato zijn bepaald. Te noemen zijn o.a. het salaris, en het IKB, maar ook de loondoorbetaling bij ziekte. Er zijn ook gevolgen voor de toepassing van de sociale verzekeringswetten zoals de Werkloosheidswet en de WIA. Voor het pensioen wordt betrokkene gezien als een deeltijder met een deeltijdfactor groter dan 1. Dat leidt tot een evenredige verhoging van het pensioen en van de verschuldigde premie daarvoor.

 

In de tweede volzin van de eerste alinea van de toelichting op artikel D.5 aanspraak op vakantieverlof wordt ‘180 uren’ vervangen door: 144 uren.

 

De tweede alinea van de toelichting op artikel D.5 aanspraak op vakantieverlof komt als volgt te luiden:

 

Het vakantieverlof is gelijk aan het wettelijk minimum aan vakantieverlof dat voor werknemers in de marktsector is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Dat is 4 weken, namelijk viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week, ofwel voor fulltimers bij de provincies (4 x 36 =) 144 uren per kalenderjaar. Uit het IKB kan de ambtenaar extra vakantieverlof kopen (voor fulltimers maximaal 144 uren per kalenderjaar). Op dit extravakantieverlof zijn de bepalingen inzake vakantieverlof (artikelen D.5 t/m D.9) van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de bepaling over het vervallen van niet opgenomen vakantieverlof (zie toelichting bij artikel D.6).

 

In de toelichting op artikel D.6 (vermindering en verval van aanspraak op vakantieverlof) en artikel D.7 (opnemen van het vakantieverlof) wordt ‘basisvakantieverlof’ telkens vervangen door: vakantieverlof.

 

De tweede alinea van de toelichting op artikel D.6 vermindering en verval van aanspraak op vakantieverlof komt als volgt te luiden:

 

Zieke ambtenaren bouwen evenveel vakantieverlof op als gezonde ambtenaren. Zij krijgen daardoor, overeenkomstig de Europese jurisprudentie, ook het recht op minimaal 4 weken vakantieverlof.

In de derde alinea van de toelichting op artikel D.6 vermindering en verval van aanspraak op vakantieverlof vervalt de navolgende volzin: De vervaltermijn van 12 maanden beperkt zich tot het basisvakantieverlof.

 

De laatste alinea van de toelichting op artikel D.6 vermindering en verval van aanspraak op vakantieverlof komt als volgt te luiden:

 

Het vijfde lid bevat een vervaltermijn van 5 jaren. Die geldt voor het vakantieverlof dat de ambtenaar redelijkerwijs niet heeft kunnen opnemen binnen 12 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het is ontstaan. De vervaltermijn van 5 jaren geldt ook voor het extra (vakantie)verlof waarvoor de ambtenaar IKB heeft ingezet.

 

De eerste alinea van de toelichting op artikel D.7 opnemen van het vakantieverlof komt als volgt te luiden:

 

De ambtenaar mag zoveel mogelijk naar eigen wens beschikken over zijn vakantieverlof. Er geldt de algemene restrictie dat het dienstbelang zich kan verzetten tegen opname van vakantieverlof.

In de eerste alinea van de toelichting op artikel D.8 vakantieverlof en ziekte vervalt de navolgende volzin: Dat geldt overigens alleen voor het basisvakantieverlof omdat alleen hier ook over ziekteperiodes volledig vakantieverlof wordt opgebouwd.

 

Toelichting bij hoofdstuk E

 

De vierde volzin van de toelichting op artikel E.12 komt als volgt te luiden:

 

Het betreft een kostenvergoeding, maakt dus geen deel uit van de bezoldiging en is niet pensioengevend.

 

Toelichting bij hoofdstuk G

 

In de toelichting op artikel G.4 disciplinaire straffen vervalt de alinea over vermindering van het vakantieverlof met ten hoogste het in het betreffende jaar geldende aanvullend vakantieverlof.

 

Bijlage 2

Wijzigingen in de toelichting op andere provinciale rechtspositieregelingen

 

Toelichting bij de Uitvoeringsregeling rechten en plichten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

De laatste volzin van de toelichting op artikel 9 komt als volgt te luiden:

 

De compensatie wordt als salaris aangemerkt, hetgeen betekent dat zij ook grondslag vormt voor het IKB en meestijgt met de algemene salarisontwikkeling van het provinciepersoneel.

Toelichting bij de IKAP-regeling

 

De laatste volzin van de tweede alinea in de paragraaf doel IKAP komt als volgt te luiden:

 

Hij kan ook beter de fiscale mogelijkheden benutten doordat hij een deel van zijn salaris en het IKB kan inzetten voor een onbelaste vergoeding of verstrekking of eindheffingsloon.

 

Het laatste gedachtestreepje in de paragraaf uitgangspunten en randvoorwaarden komt als volgt te luiden:

 

- Inzet van bronnen voor bedrijfsfitness en telewerken thuis is pas mogelijk als recht op die voorzieningen bestaat.

 

De tweede volzin van de eerste alinea van de paragraaf Hoofdlijnen van IKAP komt als volgt te luiden:

 

Daarbij wordt hem de mogelijkheid geboden om meer of minder te werken en om een aantal rechtspositionele aanspraken in te zetten voor alternatieve bestedingen die betrokkene op grond van de belastingwetgeving voordeel oplevert.

De onderdelen a, b en c van de paragraaf Hoofdlijnen van IKAP komen als volgt te luiden:

 

  • a.

    Een hoger IKB in ruil voor meer uren werken

  • b.

    Meer vrije tijd door inzet van IKB

  • c.

    Minder inkomen of inzet IKB in ruil voor een aantal vrije vergoedingen of verstrekkingen of voor eindheffingsloon.

De tweede volzin van de tweede alinea van de paragraaf IKAP en de gevolgen voor de bedrijfsvoering komt als volgt te luiden:

 

Per kalenderjaar kan IKB worden aangewend voor maximaal 144 uren extra verlof en kunnen maximaal 108 uren meer worden gewerkt (voor deeltijders zijn de maxima naar rato).

 

In de derde alinea van de paragraaf IKAP en de gevolgen voor de bedrijfsvoering vervalt de navolgende volzin: Er is bewust gekozen voor een balans tussen meer en minder werken door gelijktrekking van het maximale aantal uren dat meer en minder kan worden gewerkt.

 

De derde alinea van onderen van de paragraaf IKAP en de gevolgen voor de bedrijfsvoering komt als volgt te luiden:

 

De ambtenaar kan gedurende het kalenderjaar de aanvraag voor meer of minder werken indienen dan wel om herziening van de gemaakte afspraken over meer of minder werken vragen. Voorwaarde is dat de gemaakte ( herziene ) keuze nog in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken. De overige keuzes kunnen eveneens maandelijks worden gemaakt, vóór de sluitingsdatum van de salarisverwerking.

 

De paragrafen over de fiscale aspecten, over gevolgen voor sociale zekerheid, pensioen en andere rechtspositionele aanspraken komen als volgt te luiden:

 

1. Fiscale aspecten

 

De IKAP-doelen van artikel 8 zijn onder de Werkkostenregeling (WKR) dezelfde gebleven. De meeste zijn onder de WKR geen gerichte vrijstelling of nihil-waardering. Dat betreffen de fiets, de vakbondscontributie, de inrichting van een telewerkruimte en de bedrijfsfitness buiten de werkplek. Betalingen voor deze IKAP-doelen zijn eindheffingsloon en vallen onder de forfaitaire ruimte van de WKR.

 

2. Gevolgen voor de sociale zekerheid

 

Gebruik van IKAP en IKB kan gevolgen hebben voor de berekening van het dagloon en de hoogte van de uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid. Zo kan het inzetten van brutoloon of IKB leiden tot een lagere (bovenwettelijke) WAO/WIA-uitkering of WW-uitkering. Storting van de vergoeding voor meer gewerkte uren in het IKB wordt bij de bepaling van het dagloon in het kader van de WAO/WIA en de WW meegenomen.

 

3. Gevolgen voor het pensioen

 

Het salaris en/of het IKB kunnen worden aangewend voor:

 

  • -

    een vrije vergoeding of verstrekking of voor eindheffingsloon;

  • -

    extra vrije tijd; of

  • -

    een levensloopbijdrage.

     

Deze loonbestanddelen behoren in principe niet tot het pensioengevend loon. De staatssecretaris van Financiën keurt echter onder voorwaarden goed dat pensioenopbouw hierover toch mogelijk is. Zie het besluit van 9 september 2010, DGB2010/ 2733M. De provinciale regeling van het IKB en de IKAP voldoet aan deze voorwaarden.

meegenomen.

 

  • 4.

    Gevolgen voor andere rechtspositionele aanspraken

    • a.

      De vergoeding voor meer uren werken wordt in het IKB gestort en niet aangemerkt als salaris of bezoldiging. Zij heeft daardoor ook geen gevolgen voor de aan het salaris of de bezoldiging gerelateerde aanspraken. Er zijn geen gevolgen voor de aan de arbeidsduur gerelateerde rechtspositionele aanspraken zoals het aantal uren vakantieverlof.

    • b.

      Extra verlof betaalt de ambtenaar uit zijn IKB. Het salaris en de bezoldiging blijven ongewijzigd. Daardoor zijn er ook geen gevolgen voor de aan het salaris of de bezoldiging gerelateerde aanspraken. Er zijn evenmin gevolgen voor de aan de arbeidsduur gerelateerde rechtspositionele aanspraken zoals het aantal uren vakantieverlof.

De toelichting op artikel 3 aanvraag keuze(n) vervalt.

 

De eerste en derde volzin van de tweede alinea van de toelichting op artikel 4 algemene voorwaarden komen als volgt te luiden:

 

In beginsel kan elke keuze worden gemaakt. De ambtenaar kan bijvoorbeeld niet kiezen voor zowel meer uren werken als extra verlof in hetzelfde kalenderjaar.

De eerste volzin van de derde alinea van de toelichting op artikel 4 algemene voorwaarden komt als volgt te luiden:

 

Ten behoeve van de administratieve uitvoerbaarheid is voor de berekening van de vergoeding voor meer gewerkte uren en voor de berekening van de waarde van het extra verlof uitgegaan van het salaris per uur op een vaste peildatum. Latere wijzigingen in het salaris hebben geen gevolgen, zelfs niet als die terugwerken tot en met de peildatum. Dat is in het vierde lid geregeld. Omwille van de administratieve uitvoerbaarheid is voor IKAP ook een minimumwaarde aan de keuze(n) gesteld (tweede lid).

 

De toelichting op de artikelen 5 en 7 meer uren werken en vermindering algemeen verlof wordt vervangen door de navolgende toelichting op artikel 5:

Artikel 5 Meer uren werken

De ambtenaar kan worden toegestaan meer te gaan werken. Het totaal aantal extra uren bedraagt ten hoogste 108 uren (= 3 weken van 36 uur) als men gemiddeld 36 of meer uren per week werkt. Bij deeltijdarbeid en tussentijdse indiensttreding is dit naar rato minder.

De keuze voor meer werken mag er niet toe leiden dat de ambtenaar meer dan gemiddeld 40 uur per week werkt. Dat kan het geval zijn als meer werken voor korte tijd wordt gevraagd (in plaats van over het hele jaar) of als de ambtenaar al met toepassing van artikel D.1, vijfde lid, van de CAP meer dan gemiddeld 36 uur per week werkt. De bovengrens van gemiddeld 40 uur per week is geregeld in het derde lid.

 

De vergoeding voor meer uren werken wordt in het IKB gestort. Via het IKB kunnen ze worden ingezet voor de IKAP-doelen van artikel 8.

 

De toelichting op artikel 6 komt als volgt te luiden:

Artikel 6 Extra verlof

De ambtenaar kan worden toegestaan in een kalenderjaar te kiezen voor maximaal 144 uur extra verlof (= 4 weken van 36 uur) als men 36 of meer uren per week werkt. Bij deeltijdarbeid en tussentijdse indiensttreding is dit maximum naar rato minder. De formele arbeidsduur blijft ongewijzigd.

De ambtenaar betaalt het extra verlof uit het IKB dat hij heeft opgebouwd. Het extra verlof wordt als vakantieverlof aangemerkt en kan 5 jaar worden opgespaard.

 

De toelichting op artikel 8 komt als volgt te luiden:

Artikel 8 Inzet salaris en IKB voor vrije vergoedingen, verstrekkingen of eindheffingsloon

De ambtenaar kan (maximaal 10% van zijn jaar)salaris of IKB inzetten voor de navolgende doelen: bedrijfsfitness; een fiets voor het woon/werkverkeer en een fietsverzekering; de inrichting van een telewerkruimte; openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt en de vakbondscontributies. Het betreft een limitatieve opsomming. Provincies kunnen in het Georganiseerd Overleg afspraken maken over andere keuzemogelijkheden.

 

Over de fiscale aspecten is hierboven in de algemene toelichting ingegaan. In het tweede lid is geregeld dat de fiscale voorwaarden die golden direct vóór invoering van de Werkkosten- regeling gehandhaafd blijven. Vooral voor de IKAP-fiets golden enkele specifieke voorwaarden, onder andere aanschaf van een fiets in drie kalenderjaren, maximale fiscale vergoeding van € 749 en gebruik van de fiets op meer dan de helft van de dagen dat de ambtenaar naar het werk fietst. Deze voorwaarden blijven dus van toepassing.

 

Keuze van inzet van salaris in plaats van IKB heeft gevolgen voor de omvang van het IKB. Omdat het IKB is uitgedrukt in een percentage van het salaris, onderscheidenlijk de bezoldiging, zal een daling van het brutoloon door inzet voor IKAP-doelen van artikel 8 leiden tot een daling van het budget aan IKB.

Toelichting bij de Levensloopregeling provincies

 

De derde alinea van onderen van de algemene toelichting, over de werkgeversbijdrage levensloop, vervalt.

 

De voorlaatste alinea van de algemene toelichting komt als volgt te luiden:

 

Voor de opbouw van het levenslooptegoed kan de ambtenaar geld sparen uit het salaris, de toelagen die tot de bezoldiging horen en het IKB.

 

De toelichting op artikel 1 komt als volgt te luiden:

Artikel 1 Definities

Onderdeel c Levenslooptegoed

 

De definitie is ruim. Hieronder valt niet alleen het levenslooptegoed van de ambtenaar in zijn dienstbetrekking bij de provincie, maar ook elk ander levenslooptegoed uit een of meer beëindigde dienstbetrekkingen.

 

De toelichting op artikel 3 Bronnen vervalt.

 

De toelichting op artikel 9 werkgeversbijdrage levensloop vervalt.

 

Bijlage 3

 

Toelichting op de wijzigingen

 

Algemeen

 

In de laatste provincie-cao hebben sociale partners afgesproken dat iedere werknemer bij de provincie naast zijn of haar salaris de beschikking zal krijgen over een vrij besteedbaar budget: het Individueel Keuzebudget (IKB). Sociale partners geven met onderhavige regeling van het IKB uitvoering aan deze cao-afspraak. De IKB-regeling treedt op 1 januari 2015 in werking.

 

Met het IKB krijgen werknemers meer verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over de inhoud van hun arbeidsvoorwaardenpakket. Zij kunnen hierdoor beter keuzes maken die aansluiten bij hun levensfase en/of hun persoonlijke omstandigheden. Dit is ook in het belang van de provincie: zij wordt daarmee een aantrekkelijker werkgever en versterkt haar positie op de arbeidsmarkt. De werkgever biedt werknemers meer zeggenschap en keuzevrijheid en investeert in goede voorlichting over het IKB en in een gebruiksvriendelijk online IKB-systeem. Daarnaast zorgt de werkgever ervoor dat de gevolgen van keuzes voor het pensioen goed zijn geregeld. Voor iedereen betekent het IKB: minder regels en meer mogelijkheden.

 

Het IKB heeft geen gevolgen voor bestaande wettelijke en arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen, zoals betaald en onbetaald zorgverlof en ouderschapsverlof. Die kunnen onverminderd worden benut naast bijvoorbeeld extra verlof-uren via het IKB.

 

Opbouw en hoogte van het IKB

 

Het IKB is opgebouwd uit een aantal collectieve voorzieningen die voor alle werknemers gelden. In het IKB zijn opgenomen: de eindejaarsuitkering van 8,3% , de vakantie-uitkering van 8%, de werkgeversbijdrage levensloop van 3,3% (schalen 1 t/m 13) resp. 2,75% (schalen 14 en hoger), waarin 1% aan vrijval uit de vervallen seniorenregeling is meegenomen.

 

Aan het IKB wordt per 1 januari 2016 nog 0,1% aan resterende besparing uit de vervallen seniorenregeling toegevoegd. Ook het bovenwettelijk vakantieverlof wordt, uitgedrukt in geld, aan het IKB toegevoegd. Die bedraagt 1,92%.

 

De werknemer kan er ook voor kiezen meer uren te gaan werken. Het extra geld dat hij of zij daarmee verdient wordt dan in het IKB gestort. De werknemer krijgt ook de mogelijkheid om geld dat hij of zij uit bepaalde vaste, specifiek voor hem geldende (individuele) voorzieningen verdient, in het IKB te storten.

 

Bij de start van het IKB blijft die mogelijkheid beperkt tot de vaste, maandelijkse toelagen, zoals garantietoelagen, arbeidsmarkttoelagen e.d. In een later stadium kan worden bekeken of en onder welke voorwaarden er ook variabele toelagen en overwerk- vergoedingen onder het IKB kunnen worden gebracht.

 

Het IKB wordt berekend over het salaris. Alleen de vakantie-uitkering in het IKB wordt (net als nu) berekend over de bezoldiging (salaris plus toelagen). Daarbij geldt een wettelijk vastgestelde minimumvakantie-uitkering.

 

Ook het bovenwettelijk vakantieverlof is in het IKB opgenomen. Het gaat daarbij voor voltijd- werkers om in totaal 36 uur per jaar. De werknemer kan zijn bovenwettelijk vakantieverlof geheel of gedeeltelijk ‘terugkopen’. De werknemer houdt recht op zijn wettelijke vakantie-uren (voor voltijdwerkers 144 per jaar). Alles bij elkaar opgeteld komt het IKB op 1 januari 2016 uit op maandelijks 13,62% (schalen 1 t/m 13) resp. 13,07% (schalen 14 en hoger) van het salaris plus 8% van de bezoldiging.

 

Omdat het IKB is berekend over het salaris resp. de bezoldiging hebben ziekte, onbetaald verlof en salarisverhoging invloed op de hoogte daarvan. Bij ziekte die langer dan een jaar duurt vermindert dus de opbouw van het IKB. Een salarisverhoging leidt tot een hoger IKB.

 

De IKB-regeling werkt fiscaal als volgt. Pas op het moment dat de werknemer zijn keuze daadwerkelijk aan zijn werkgever kenbaar maakt, geniet hij loon. Dit loon bestaat uit één van de in artikel C.18 van de CAP genoemde doelen. Op dat moment moet worden beoordeeld of er loonheffingen verschuldigd zijn. Dit is afhankelijk van het doel dat de werknemer kiest.

 

Indien de werknemer geen keuze maakt, wordt het budget uitbetaald. Over deze uitbetaling zijn loonheffingen verschuldigd.

 

Indien de werknemer ervoor kiest om het budget later in het kalenderjaar aan te wenden, is er nog geen sprake van loon. Pas bij de uiteindelijke aanwending moet beoordeeld worden of er loonheffingen verschuldigd zijn.

 

Een deel van het IKB is pensioengevend. Van pensioengevend loon in fiscale zin is sprake op het genietingsmoment. Dat is dus niet het geval bij de toekenning van het IKB, maar pas bij de aanwending daarvan. Het ABP gaat voor de berekening van de pensioenopbouw uit van het pensioengevend loon op de peildatum (1 januari). Alleen de waarde van het bovenwettelijk vakantieverlof in het IKB is niet pensioengevend. Dat houdt verband met de afspraak die sociale partners in de Pensioenkamer hebben gemaakt. Bepalend voor de vraag of onderdelen van het IKB pensioengevend zijn, is de oorsprong van die onderdelen. De waarde van het bovenwettelijk vakantieverlof was voorheen evenmin pensioengevend. Het budget wordt maandelijks opgebouwd en bedraagt dus elke maand 1/12 deel.

 

Maximale keuzevrijheid

 

De werknemer kan zelf bepalen waaraan hij of zij het IKB besteedt. Hij of zij kan niet meer uit het IKB opnemen dan op dat moment is opgebouwd. Het beschikbare geld kan uiteraard maar één keer worden uitgegeven. En het moet in hetzelfde kalenderjaar zijn besteed. Dat is een voorschrift van de fiscus. Dat ligt anders wanneer IKB wordt gebruikt voor extra verlof. Dat verlof kan ook later worden opgenomen. Daarover verderop meer. Is eenmaal een bedrag opgenomen dan kan dit niet meer worden teruggestort in het IKB. Maximale keuzevrijheid is het uitgangspunt.

 

Wie kinderen heeft, mantelzorger is of vrijwilligerswerk doet, kan kiezen voor extra verlofuren. Omgekeerd kan een werknemer er ook voor kiezen om in het kalenderjaar meer uren te gaan werken. Daarmee kan hij of zij het IKB vergroten.

 

Wie een dure vakantiereis wil maken of een andere grote uitgave moet doen (verhuizing, nieuwe auto e.d.) kan daarvoor een groot bedrag uit het IKB aanwenden.

 

De werknemer kan ook gebruik maken van de mogelijkheid om brutoloon of geld uit het IKB in te zetten voor de fiscaal aantrekkelijke IKAP-doelen. Provincies kunnen met de bonden in het Georganiseerd Overleg afspraken maken die ervoor zorgen dat de uitruilmogelijkheden optimaal zijn afgestemd op de fiscale mogelijkheden binnen het belastingvrije forfait van de Werkkostenregeling. Zij kunnen andere fiscaal aantrekkelijke bestedingsdoelen toevoegen als een provincie belastingvrije ruimte heeft in het forfait. Hiervoor kan echter alleen brutoloon worden ingezet. De IKB-regeling gaat immers uit van de huidige IKAP-doelen.

 

Tenslotte kan de werknemer geld uit het IKB inzetten voor sparen via de levensloop- regeling als die regeling krachtens het geldende overgangsrecht nog van toepassing is.

 

Werknemers zullen worden geactiveerd om keuzes te maken. Als de werknemer voor het hele kalenderjaar geen keuzes maakt wordt het IKB maandelijks gereserveerd.

 

De werknemer kan niet kiezen om een deel van het IKB naar het volgend kalenderjaar over te hevelen. Wat er in december nog in het IKB zit wordt in die maand uitbetaald. De werknemer kan maandelijks keuzes maken. Hij moet dat wel tijdig kenbaar maken. Voor aanwending van IKB in bijvoorbeeld de maand januari zal de werknemer zijn keuze kenbaar moeten maken vóór de sluitingsdatum van de salarisverwerking voor die maand. Doet hij dat niet dan wordt het niet aangewende deel van het IKB automatisch gereserveerd. De werkgever kan de gemaakte keuze niet afwijzen. Voor meer en minder werken ligt dat anders. Hiervoor moet de werkgever toestemming geven (zie hieronder).

 

Meer en minder werken

 

De werknemer kan er voor kiezen om minder te gaan werken. Hij of zij kan daartoe jaarlijks budget uit het IKB inzetten voor maximaal 144 uur extra verlof (of een deel naar rato bij deeltijdarbeid). De extra verlof-uren hoeven niet in hetzelfde kalenderjaar te worden opgenomen, maar kunnen 5 jaar worden opgespaard. De extra verlof-uren vervallen als ze niet binnen 5 jaar zijn opgenomen. Het betekent dus dat over 5 jaar in totaal 720 verlof-uren kunnen worden opgespaard, namelijk 5 maal 144 uur. Over de opname van verlof-uren maakt de werknemer op de gebruikelijke wijze afspraken met zijn leidinggevende. De werknemer wordt uiteraard in alle gevallen in de gelegenheid gesteld om tijdig binnen die 5 jaar in overleg met de leidinggevende het verlof op te nemen om te voorkomen dat het gaat vervallen. Voor elk verlof-uur betaalt de werknemer uit zijn of haar IKB één uur salaris. De keuze voor jaarlijks maximaal 144 extra verlofuren heeft, net als nu, geen gevolgen voor het pensioengevend inkomen omdat de vermindering van de feitelijke arbeidsduur blijft binnen de grens van 10%.

 

De werknemer kan er ook voor kiezen om meer te gaan werken. Hij of zij kan jaarlijks 108 uren meer gaan werken. Voor elk uur dat de werknemer meer werkt ontvangt hij een vergoeding ter hoogte van één uur salaris. De vergoeding voor meer werken wordt aan het IKB toegevoegd en is pensioengevend inkomen.

 

Meer en minder werken kan gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering en de dienstverlening van provincies. Daarom zal de werknemer hierover tijdig vooraf afspraken moeten maken met zijn leidinggevende. De leidinggevende kan de aanvraag voor meer of minder werken alleen (geheel of gedeeltelijk) weigeren als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

 

De werknemer kan gedurende het hele kalenderjaar de aanvraag voor meer of minder werken indienen dan wel om herziening van de gemaakte afspraken over meer of minder werken vragen. Voorwaarde is dat de gemaakte (herziene) keuze nog in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken.

 

Meer werken leidt tot een hoger pensioengevend inkomen en een hogere pensioenpremie. Betreft het een verhoging in de maand januari dan leidt dit in het betreffende jaar tot een verhoging van het pensioengevend inkomen. Leidt het tot een verhoging in een volgende maand, dan zal het leiden tot een hoger pensioengevend inkomen in het jaar t 1.

 

De keuze voor meer of minder werken wordt per jaar gemaakt en brengt geen verandering in de formele arbeidsduur van de werknemer. De werknemer kan daarnaast ook afspraken maken met zijn leidinggevende over uitbreiding van de arbeidsduur, tijdelijk maar eventueel ook voor onbepaalde tijd. Daarbij geldt als bovengrens een formele arbeidsduur van 40 uur per week. Het salaris zal naar evenredigheid worden verhoogd. Doordat het IKB is berekend over het salaris zal ook het IKB stijgen.

 

IKB na ontslag of overlijden

 

Als het dienstverband eindigt, door ontslag of bij overlijden, wordt aan betrokkene (of diens erfgenamen) het nog beschikbare bedrag aan opgebouwd IKB uitbetaald. Voor de nog niet opgenomen verlof-uren die uit het IKB zijn gefinancierd gelden dezelfde regels als voor het vakantieverlof dat niet is opgenomen: zij worden vergoed tegen het uur-salaris. Bij overlijden wordt een overlijdensuitkering betaald. Die bedraagt, kort samengevat, drie maanden bezoldiging en 3/12 van het IKB over het kalenderjaar. Heeft een werknemer brutoloon ingezet voor fiscaal aantrekkelijke doelen dan wordt in beginsel niet verrekend.

 

Gebruikersvriendelijke IKB-module

De werknemer kan gebruik maken van een gebruikersvriendelijke online IKB-module die in overleg tussen provincie en salarisverwerkingsbureau is ontwikkeld. De IKB-module zal het voor de werknemers mogelijk maken om maandelijks keuzes te maken voor de besteding van het opgebouwde budget. De IKB-module geeft automatisch aan wat de gevolgen van keuzes zijn voor het brutosalaris. Maandelijkse keuzes gelden, zoals hiervoor al aangegeven, niet voor meer en minder werken.

 

Goede voorlichting

 

Grote vrijheid vraagt eigen verantwoordelijkheid. De gevolgen van gemaakte keuzes zijn voor rekening van de werknemer. Om verantwoord keuzes te kunnen maken is goede voorlichting onontbeerlijk. Het is essentieel dat werknemers weten wat de gevolgen zijn van de keuzes die ze willen maken. Dan gaat het om de gevolgen voor het inkomen, de fiscale gevolgen, de gevolgen voor pensioen en sociale zekerheid etc. Daarin speelt de online IKB-module, zoals hierboven al aangegeven, een belangrijke rol.

 

Sociale partners hebben een tool-kit ontwikkeld waarin alle praktische informatie is opgenomen over het IKB. Van die tool-kit kunnen P&O-functionarissen, leidinggevenden en alle medewerkers gebruik maken. In de tool-kit wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen die keuzes kunnen hebben voor inkomensafhankelijke overheidsvoorzieningen, zoals de zorgtoeslag, de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslag.

 

Overgangsvoorziening

 

Vanaf de datum van invoering van het IKB (1 januari 2016) zal de opbouw van de vakantie-uitkering niet meer van juni t/m mei lopen, maar via het IKB van januari t/m december. De over juni t/m december 2015 opgebouwde vakantie-uitkering zal nog volgens de oude regels worden uitbetaald in mei 2016.

 

Bijlage 4

Artikelgewijze toelichting

Artikel I (wijziging CAP)

De regeling van het IKB is opgenomen in de nieuwe paragraaf 5 van hoofdstuk C van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP). Zie daartoe artikel I, onderdeel F. Bij overlijden wordt de opbouw van drie maanden IKB in de overlijdensuitkering meegenomen (artikel I, onderdeel B). In artikel I, onderdeel A, is een definitie van het IKB opgenomen. In de algemene toelichting is reeds afdoende ingegaan op de inhoud van de IKB-regeling. In aanvulling hierop nog het volgende.

 

In het nieuwe artikel C.18 van de CAP is geregeld dat het IKB ook kan worden ingezet voor de (bestaande) IKAP-doelen. Dat zijn bedrijfsfitness, fiets met accessoires voor woon/werkverkeer, de inrichting van een telewerkruimte, openbaar vervoerbewijzen die ook voor het woon/werk worden gebruikt en contributies voor het lidmaatschap van een vakbond.

 

In het IKB is het bovenwettelijk vakantieverlof opgenomen. De hieruit voortvloeiende vermindering van het vakantieverlof (van 180 naar 144 uren per jaar voor voltijdwerkers) is geregeld in artikel I, onderdeel H. Met het vervallen van de bovenwettelijke verlof-uren is ook het onderscheid tussen basisvakantieverlof (het wettelijke minimale vakantieverlof) en aanvullend vakantieverlof komen te vervallen. Dat maakt een redactionele aanpassing van de vakantieregeling noodzakelijk. Zie daartoe artikel I, onderdelen H t/m K.

 

Op het extra verlof zijn de bepalingen van het vakantieverlof van overeenkomstige toepassing, daaronder ook de uitbetaling bij einde van het dienstverband of bij overlijden. Uitzondering hierop is de verjaring van het extra verlof: dat vervalt niet na 2 jaar, maar pas na 5 jaar, net zoals destijds het bovenwettelijk vakantieverlof.

 

De mogelijkheden om individueel afspraken te maken over een langere formele arbeidsduur dan (gemiddeld) 36 uur per week zijn verruimd. Er kunnen nu bijvoorbeeld ook afspraken voor onbepaalde tijd worden gemaakt. De bovengrens blijft gemiddeld 40 uur per week.

 

Doordat het vakantieverlof met de invoering van het IKB gelijk is aan het wettelijk minimum aan vakantieverlof kan niet langer vermindering van het vakantieverlof als disciplinaire straf worden opgelegd. Artikel G.4 van de CAP is daarop aangepast (artikel I, onderdeel M).

 

De overige onderdelen van artikel I zijn van technische of redactionele aard.

 

Artikel II (wijziging IKAP-regeling)

In de algemene toelichting is uitvoerig ingegaan op de keuzemogelijkheden voor meer en minder werken. Veranderingen zijn o.a. de mogelijkheid van inzet van IKB voor extra verlof dat (maximaal 5 jaar) kan worden opgespaard (i.p.v. minder uren werken binnen het kalenderjaar), uitbreiding van het maximumaantal extra verlofuren (144 i.p.v. 108), schrapping van de mogelijkheid om vakantieverlof te verkopen en meer flexibiliteit t.a.v. het keuzemoment (ook na 1 juli). De veranderingen maken een wijziging van de bepalingen ter zake in de IKAP-regeling noodzakelijk. Zie de onderdelen A t/m F en H van artikel II.

 

De uitruilmogelijkheid voor fiscaal aantrekkelijke bestemmingen verandert niet. Die bestemmingen zijn en blijven: bedrijfsfitness, fiets met accessoires voor woon/werkverkeer, de inrichting van een telewerkruimte, openbaar vervoerbewijzen die ook voor het woon/werk worden gebruikt en contributies voor het lidmaatschap van een vakbond. Daarbij blijven dezelfde voorwaarden gelden als direct vóór de invoering van de Werkkostenregeling.

 

Vooral voor de bestemmingsmogelijkheid fiets golden enkele specifieke voorwaarden, onder andere aanschaf van een fiets in drie kalenderjaren, maximale fiscale vergoeding van € 749 en gebruik van de fiets op meer dan de helft van de dagen dat hij naar het werk reist. Deze voorwaarden blijven dus van toepassing. Wel komt er wijziging in de bronnen die daarvoor kunnen worden ingezet. Dit vanwege de opname van een aantal van de huidige bronnen (vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en vergoeding voor meer werken) in het IKB en het vervallen van de vergoeding voor verkocht vakantieverlof. Artikel 8 van de IKAP-regeling is daarop aangepast (zie artikel II, onderdeel G). Met de invoering van het IKB kunnen voor de IKAP-doelen worden ingezet: budget uit het IKB (artikel C.18, eerste lid, onderdeel a, van de CAP) en (maximaal 10% van) het bruto jaarloon (artikel 8, eerste lid, van de IKAP-regeling). Keuze voor het laatste heeft overigens gevolgen voor de omvang van het IKB. Omdat het IKB is uitgedrukt in een percentage van het salaris, onderscheidenlijk de bezoldiging, zal een daling van het bruto loon door inzet voor IKAP-doelen leiden tot een daling van het budget aan IKB.

Artikel III (wijziging levensloopregeling)

De werkgeversbijdrage in de levensloopregeling is opgenomen in het IKB. Dat maakt een wijziging noodzakelijk van de provinciale levensloopregeling. Artikel 9 van die regeling komt daarmee immers te vervallen. Zie daartoe artikel III, onderdelen C en D.

 

Er komt met de invoering van het IKB ook verandering in de bronnen waaruit voor de levensloopregeling kan worden gespaard. De in artikel 3 van de levensloopregeling genoemde bronnen vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en vergoeding voor meer werken zijn immers in het IKB opgenomen en de vergoeding voor verkocht vakantieverlof is komen te vervallen. In plaats daarvan kan nu ook uit het IKB worden gespaard voor de levensloopregeling. Uiteraard alleen door degenen die nog op grond van het overgangsrecht onder de levensloopregeling vallen.

 

De overige wijzigingen zijn van technische of redactionele aard.

Artikel IV (verlofstuwmeren)

De mogelijkheid om vakantieverlof te verkopen is komen te vervallen omdat er vanaf 2016 alleen nog het wettelijk minimum aan vakantieverlof is en het bovenwettelijk vakantieverlof is opgenomen in het IKB. Er blijft nog wel de behoefte aan de mogelijkheid van verkoop van vakantieverlof om bestaande verlofstuwmeren af te bouwen. Artikel IV voorziet hierin. Dit kan alleen op aanvraag van de ambtenaar.

 

Aan de uitbetaling van vóór 2016 bestaande verlofuren is een jaarlijks maximum gesteld van 108 uren. Dus elk jaar kan maximaal 108 uren aan verlofstuwmeer worden afgebouwd.

 

Artikel V (overgangsrecht)

In de algemene toelichting is hier al op ingegaan.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl