Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2015
Nr. 7625

Gepubliceerd op 20 november 2015 09:00



Nadere subsidieregels Verkeerseducatie 2016
 
Gedeputeerde Staten van Limburg,
maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg bekend dat zij in hun vergadering van 17 november 2015 hebben vastgesteld:
Nadere subsidieregels Verkeerseducatie 2016
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1.
    BO: Basisonderwijs.
  • 2.
    Permanente verkeerseducatie (PVE): landelijk zijn er richtlijnen, leerdoelen en instrumenten ontwikkeld voor de zogenaamde Permanente Verkeerseducatie. Voor zover in deze regeling de term Permanente Verkeerseducatie wordt gehanteerd, wordt hiermee verwezen naar de betreffende documenten. Deze zijn:
    • -
      Permanente Verkeerseducatie Kerndoelen: Naar een succesvolle invoering van PVE: Uitgangspunten voor beleid. Gezamenlijke ROV’s. 2002;
    • -
      Doelendocument Permanente Verkeerseducatie, rapportnr. 04-056 Traffic Test bv, 2004;
    • -
      Toolkit Permanente Verkeerseducatie, Provincie Limburg/ CROW Kennisplatform, 2006.
      Bovenstaande documenten zijn te raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > actuele regelingen.
  • 3.
    Regio: de regio-indeling zoals die gehanteerd wordt door de Provincie Limburg voor het Regionale Mobiliteitsoverleg.
  • 4.
    ROVL: Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg.
  • 5.
    Verkeerscoördinator onderwijs: de persoon die de verkeerseducatie activiteiten coördineert voor één of meerdere scholen. Hij neemt ook namens de sch(o)ol(en) deel aan het netwerk verkeerseducatie dat binnen de betreffende gemeente(n) actief is. Een en ander is nader omschreven in het van toepassing zijnde convenant.
  • 6.
    Verkeers Educatie Basis Onderwijs-convenant (VEBO-convenant): een convenant met een bij voorkeur onbepaalde looptijd, tussen een gemeente en een basisschool (en/of schoollocatie en/of schoolbestuur) inzake meer en betere verkeerseducatie in het basisonderwijs, het verbeteren van de schoolomgeving en schoolthuisroute, in het bijzonder bestaande uit het aanwijzen van een verkeerscoördinator in de school.
  • 7.
    Verkeers Educatie Voortgezet Onderwijs-convenant (VEVO-convenant): een convenant met een bij voorkeur onbepaalde looptijd, tussen een gemeente en een school (en/of schoollocatie en/of schoolbestuur) voor voortgezet onderwijs inzake meer en betere verkeerseducatie in het voortgezet onderwijs, het verbeteren van de schoolomgeving en schoolthuisroute, in het bijzonder bestaande uit het aanwijzen van een verkeerscoördinator in de school.
  • 8.
    VO: Voortgezet onderwijs.
  • 9.
    Werkbudget: een bedrag waar een school die participeert in een convenant over kan beschikken om verkeerseducatieve activiteiten die niet vanuit het schoolbudget gedekt kunnen worden, te financieren.
Artikel 2 Doel van de regeling
Het doel van deze regeling is het bevorderen van praktische verkeerseducatie zoals omschreven in de richtlijnen voor Permanente Verkeerseducatie (PVE). De regeling richt zich daartoe op het vormen van lokale netwerken van scholen en gemeenten waarin verkeerseducatie en daaraan gerelateerde zaken afgestemd worden. De samenwerkingsafspraken en de financiële ondersteuning worden middels convenanten gestructureerd.
Artikel 3 Aanvrager
Gemeenten of een samenwerkingsverband van gemeenten (mits de laatstgenoemde rechtspersoonlijkheid heeft) kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
HOOFDSTUK 2 CRITERIA
Artikel 4 Subsidiecriteria
  • 1.
    Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken indien er een rechtsgeldig VEBO- of VEVO-convenant is afgesloten tussen aanvrager en één of meerdere scholen. Het convenant dient in lijn met het voorbeeld convenant te zijn opgesteld dat te vinden is op www.limburg.nl/subsidies > actuele regelingen.
  • 2.
    Gedeputeerde Staten kunnen naast de in het eerste lid bedoelde subsidie tevens een subsidie verstrekken voor het werkbudget indien er sprake is van een rechtsgeldig VEBO- of VEVO-convenant en sprake is van 50% cofinanciering door de gemeente voor het werkbudget. De aanvraag voor het werkbudget dient gelijktijdig met de aanvraag voor de convenantsgelden (zoals omschreven in artikel 4, eerste lid) te worden ingediend.
  • 3.
    Subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt verstrekt indien in het VEBO- of VEVO-convenant minimaal de navolgende zaken geregeld zijn:
    • a.
      in het convenant wordt overeengekomen dat genoemde school per school(locatie) waarvoor subsidie gevraagd wordt, een leerkracht/docent aanwijst die ten minste één niet lesgebonden lesuur per week als verkeerscoördinator onderwijs actief is en in deze tijd deelneemt aan het verkeerseducatie netwerk in gemeente en/of regio en activiteiten op het gebied van verkeerseducatie coördineert, opzet of uitvoert.
    • b.
      het bedrag waarvoor een VEBO-convenant wordt aangegaan, bedraagt ten minste € 1.000,00 per school(locatie) per schooljaar, waarvan de gemeente 75% en de school 25% voor haar rekening neemt;
    • c.
      het bedrag waarvoor een VEVO-convenant wordt aangegaan, bedraagt ten minste € 1.500,00 per school(locatie) per schooljaar en komt geheel voor rekening van de gemeente; en
    • d.
      het convenant is door alle partijen (in elk geval school(bestuur) en gemeente) ondertekend.
Artikel 5 Verplichting
De subsidieontvanger dient de subsidiegelden vóór 1oktober van het schooljaar waar de subsidie betrekking op heeft aan de scholen over te maken.
Artikel 6 Afwijzingsgronden
In aanvulling op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg, wordt de subsidieaanvraag afgewezen indien:
  • a.
    het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;
  • b.
    de subsidieaanvraag niet is ingediend door de aanvrager zoals opgenomen in artikel 3;
  • c.
    niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 4;
  • d.
    de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;
  • e.
    de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/instelling; en/of
  • f.
    de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 10.
HOOFDSTUK 3 FINANCIËLE ASPECTEN
Artikel 7 Subsidieplafond
  • 1.
    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de convenantsgelden en werkbudgetten voor deze nadere subsidieregels voor de looptijd van deze regeling vast.
  • 2.
    De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.
Artikel 8 Subsidiebedrag
  • 1.
    Convenantsgelden:
    • a.
      Voor een VEBO-convenant wordt een vast bedrag van € 500,00 per school(locatie) per schooljaar verstrekt.
    • b.
      Voor een VEVO-convenant wordt een vast bedrag van € 750,00 per school(locatie) per schooljaar verstrekt.
  • 2.
    Het subsidiebedrag voor werkbudgetten bedraagt niet meer dan 50% van het totale werkbudget per convenant met een maximum van € 250,00 per in het convenant genoemde school.
HOOFDSTUK 4 AANVRAAGPROCEDURE
Artikel 9 Aanvraag subsidie
  • 1.
    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard digitaal aanvraagformulier, dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.
  • 2.
    De aanvraag moet een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier bevatten en zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven in het formulier en dient te worden verzonden naar het op het formulier aangegeven adres.
Artikel 10 Termijn voor indienen aanvraag
  • 1.
    De subsidieaanvraag kan vanaf inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend en dient uiterlijk 31 mei 2016 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.
  • 2.
    Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend.
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 11 Hardheidsclausule
  • 1.
    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslissen Gedeputeerde Staten.
  • 2.
    Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.
Artikel 12 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel
  • 1.
    Deze nadere subsidieregels treden in werking op 1 januari 2016.
  • 2.
    Deze nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 juni 2016, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op aanvragen die vóór die datum zijn ontvangen en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.
  • 3.
    Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Verkeerseducatie 2016”.
Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 17 november 2015.
Gedeputeerde Staten voornoemd
de voorzitter,
dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens
secretaris
dhr. mr. A.C.J.M. de Kroon
 
Toelichting Nadere subsidieregels Verkeerseducatie 2016
Algemeen
De subsidieregeling wordt in nauwe samenwerking met het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg (ROVL) uitgevoerd op basis van een gelabelde doeluitkering verkeersveiligheid. Het ROVL heeft in het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid (UPV) 2015-2017 het belang uitgesproken van continuering en uitbreiding van VEBO- en VEVO-convenanten. ROVL wil de gemeenten en scholen die de convenanten gezamenlijk afsluiten hierbij financieel ondersteunen in de vorm van een subsidie.
Het Limburgs Verkeersveiligheidslabel is een keurmerk dat verleend wordt aan scholen die voldoen aan een aantal criteria op het gebied van verkeersveiligheid. De lijst met criteria is op te zoeken via www.rovl.nl. Dit keurmerk wordt periodiek geëvalueerd door/ namens het ROVL. Deze methode omvat ook de verkeerseducatie en vormt de inhoudelijke basis voor deze nadere subsidieregels.
De uitvoering van verkeerseducatieve activiteiten op scholen verloopt per schooljaar. De verkeerscoördinator van de betrokken gemeente kan eenmaal per jaar de aanvragen verzamelen en deze tot 31 mei indienen. Deze aanvragen hebben betrekking op het schooljaar dat start in het jaar van de aanvraag. De scholen plannen hun activiteiten voor het nieuwe schooljaar doorgaans in de periode maart-april van het lopende schooljaar. Verkeerseducatieve activiteiten kunnen derhalve in die planning opgenomen worden en de daarvoor bedoelde subsidie kan vóór de periode waarin de activiteiten plaats zullen vinden worden aangevraagd.
Artikel 4
Een convenant kan afgesloten worden voor meerdere scholen. Deze mogelijkheid is in het leven geroepen omdat door fusies vaak meerdere scholen onder een bestuur zijn samengebracht. Strikt formeel zou er dan sprake zijn van 1 school. Als dit het geval is dan dient in het convenant en/of de subsidieaanvraag expliciet aangegeven te worden voor welke scholen dan wel voor welke locaties, subsidie aangevraagd wordt. Voor elke school en/of locatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dient ook een verkeerscoördinator onderwijs benoemd te worden. Of, er dient voor de betrokken scholen een gezamenlijke verkeerscoördinator onderwijs benoemd te worden met een overeenkomstig aantal uren. Richtlijn is 1 uur per week per locatie.

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl