De Provinciewet schrijft voor dat elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Met de Financiële verordening regelen PS op hoofdlijnen de spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer. Deze verordening bevat aanvullende regels op, en een uitwerking van, de regels in het BBV. Met de financiële verordening creëren PS waarborgen voor de kwaliteit van de financiële functie van de provincie. Ook geeft de verordening een nadere invulling aan de (financiële) verantwoording van GS aan PS.
Er is voor gekozen om deze Financiële verordening beknopt te houden zodat het meer een ‘kapstok-verordening’ blijft, en om te voorkomen dat de verordening vaker of sneller dan gewenst moet worden aangepast als gevolg van veranderende details. Hiertoe is een aantal bepalingen uit de vorige versie (2011) ingekort of geschrapt omdat deze al in andere wetgeving zijn opgenomen.
Toelichting op de hoofdstukken 1 t/m 7
De belangrijkste begrippen die in de verordening worden gebruikt, zijn hier toegelicht.
De zinsnede “
in het lopende en het komende boekjaar” is vervangen door “
het lopende en het eerstvolgende begrotingsjaar”.
Verplaatst naar Art 2.3, zie de toelichting bij Art 2.3, lid 5 en lid 6.
De term “
investeringen” is vervangen door “
investeringskredieten” omdat de juiste formulering is (investeringskredieten worden door PS vastgesteld).
Dit lid is toegevoegd om aan te geven dat tussentijdse begrotingswijzigingen alleen plaatsvinden in formele P&C-documenten, waarbij een totaalbeeld van de begroting wordt voorgelegd aan PS. De bedoeling van het artikel is te voorkomen, dat door ambtenaren in een voordracht wordt opgenomen dat de begroting wordt gewijzigd.
- -
De zinsnede “
Een uiteenzetting over de uitvoering en” is verwijderd, omdat tussentijdse begrotingswijzigingen bijstellingen van het beleid weergeven.
- -
Het woord “
tenminste” is toegevoegd omdat de tussentijdse rapportages ook andere informatie bevatten.
- -
Punt c) gewijzigd in “
het geraamde totaal saldo van baten en lasten volgend uit onderdelen a en b”.
- -
Punten d) “
de mutaties in de reserves” en e) “
het geraamde resultaat” toegevoegd.
Dit artikel is toegevoegd om aan te geven dat een incidenteel budget voor maximaal 1 jaar kan worden doorgeschoven, en om de criteria die hieraan zijn verbonden te beschrijven. In de vorige wijziging is de RUI vervallen.
De term “
vergezeld van een productenrealisatie als bedoeld in hoofdstuk VI van het Bbv met toelichting” is verwijderd.
In de eerste regel is “
wordt” gewijzigd in “
worden”.
De laatste zin van dit artikel “
In de registratie worden ook opgenomen de niet geactiveerde kunstvoorwerpen en de niet geactiveerde gebruiksvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde.” Is geschrapt. De definitie van bezittingen is verhelderd in de begrippenlijst.
De term “
lopende privaatrechtelijke overeenkomsten” is gewijzigd in “
overeenkomsten”, omdat de overeenkomsten die de provincie afsluit in essentie altijd privaatrechtelijk van aard zijn. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld bestuursovereenkomsten.
“
Administratie en toezicht” is gewijzigd in “
administratie of toezicht”.
- -
Dit artikel blijft ongewijzigd omdat we dit artikel duidelijk wordt gemaakt dat de voorkeur er naar uitgaat dat investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut niet wordt geactiveerd. Dit is conform artikel 46, lid 4 van het BBV, waarin staat dat investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
kunnen worden geactiveerd.
- -
De verwijzing naar artikel 35, lid b) van het BBV is gewijzigd naar artikel 35, lid c) omdat dit de juiste verwijzing is.
- -
In de eerste zin is het woord “
waarde” gewijzigd in “
boekwaarde”, omdat de boekwaarde kan afwijken van de werkelijke waarde.
- -
Aan de eerste zin is toegevoegd “
als bedoeld in artikel 1.1”, als verwijzing naar de definitie van het begrip bezittingen.
- -
De tweede zin “
Hierbij worden in elk geval betrokken de deelnemingen, de kunstcollectie, de geactiveerde gebruiksvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde en de gebouwen.” is verwijderd. In artikel 1.1 (begripsbepalingen) is beschreven wat wordt bedoeld met bezittingen.
- -
In de voorlaatste zin is de verwijzing naar de toelichting op de balans gewijzigd in een verwijzing naar de paragraaf Grondbeleid in de begroting en jaarrekening.
In de laatste zin is het woord “
specifiek” gewijzigd in “
beargumenteerd”, om te benadrukken dat het gebruik van een andere afschrijvingsmethode goed beargumenteerd moet worden.
De term “
de activa” is vervangen door “
investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut”, conform de in het Bbv gebruikte terminologie.
Het woord “
wegen” is vervangen door “
activa met maatschappelijk nut”.
De zin toegevoegd “
Het op de eerste werkdag van het jaar geldende rentepercentage wordt voor het gehele jaar gehanteerd”. Zie ook de toelichting bij (het schrappen van) Art 3.6, lid 5.
Zowel aan lid 2 als aan lid 3 de zin toegevoegd “
Deze percentages worden op 1 januari van het jaar van afronding van de investering bepaald”. Zie ook de toelichting bij (het schrappen van) Art 3.6, lid 5.
Dit artikel is geschrapt. Het artikel luidde als volgt:
“
De op de eerste werkdag van het jaar geldende waarde van de in het eerste lid genoemde rentepercentage wordt voor het gehele jaar gehanteerd. De percentages genoemd in het tweede en derde lid worden op 1 januari van het jaar van afronding van de investering bepaald”. Artikel 3.6, lid 1, lid 2 en lid 3 zijn hierop aangepast. Zie de toelichting hierboven.
Dit was eerst lid 6. Duidelijk is gemaakt dat met “
het percentage van 3 jaar staatspapier” wordt bedoeld het rentepercentage geldend op 1 januari van dat boekjaar.
De bepaling dat de omvang van de algemene reserve tenminste 25% van de structurele algemene dekkingsmiddelen bedraagt is geschrapt omdat deze bepaling achterhaald is. In de tekst is verduidelijkt dat de algemene reserve deel uitmaakt van de buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers, en dat deze buffer minimaal gelijk is aan het saldo van het netto risicobedrag dat voor het boekjaar waarop de betreffende begroting en jaarrekening betrekking hebben is bepaald. In de laatste zin is “
jaarrekening” daarom gewijzigd in “
jaarrekening en begroting”.
De tekst is gewijzigd, in overeenstemming met het BBV.
De laatste zin “
Behoudens indien bij het instellen van een reserve anders is besloten vallen de middelen die aan het einde van een boekjaar vrij besteedbaar zijn, terug naar de algemene middelen” is verwijderd, omdat in de nota Reserves en Voorzieningen is vastgelegd hoe wordt omgegaan met middelen uit een reserve die aan het einde van een boekjaar vrij besteedbaar zijn.
- -
Oorspronkelijk lid 3 is geschrapt omdat de definitie van vrij besteedbare middelen is opgenomen onder artikel 1.1 (begripsbepalingen).
- -
Nieuw lid 3 ingevoegd: “
Jaarlijks bij de begroting worden de verwachte onttrekkingen geactualiseerd”.
Geschrapt omdat het wettelijk is bepaald dat een bestemmingsreserve geen negatief saldo mag hebben. Het is dus overbodig om dit ook hierin op te nemen.
Geschrapt omdat de reserve Afwikkeling Opgeheven Reserves niet (meer) bestaat.
Geschrapt omdat het beleid m.b.t. reserves is vastgelegd in de nota Reserves en Voorzieningen.
Geschrapt omdat de bepaling over de rentetoevoeging overlopende passiva achterhaald is.
De term “post onvoorziene uitgaven” is gewijzigd in “post onvoorzien” omdat dit de enige juiste benaming van deze post is.
De tekst is gewijzigd. In plaats van subsidieverplichtingen die na 3 jaar nog niet zijn besteed te laten terugvloeien in de algemene reserve, wordt de balanspost jaarlijks geëvalueerd.
De term “afboekingen” is ter verduidelijking vervangen door “geboekte afrekeningsverschillen”.
Geschrapt omdat dit in de praktijk niet meer voorkomt.
Dit artikel is toegevoegd als verwijzing naar de richtlijnen voor het vertrekken van geldleningen en garantstellingen. De nota Leningen en Garantstellingen wordt door GS vastgesteld, nadat deze geactualiseerde Financiële verordening door PS is vastgesteld.
De laatste zin is anders geformuleerd, om te benadrukken dat Gedeputeerde Staten zorgen voor een interne toetsing die tenminste bestaat uit een planmatige periodieke controle.
- -
Geschrapt omdat het zorgen voor een aanvaardbaar renteresultaat sinds de introductie van het verplicht schatkistbankieren niet meer aan de orde is.
- -
Nieuw Art 6.4 toegevoegd om vast te leggen dat Gedeputeerde Staten eens per vier jaar een nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement aan Provinciale Staten voorleggen.
De tekst is aangepast aan de mogelijkheid dat Nederlandse medeoverheden onderling geld aan elkaar mogen uitlenen. Naast het uitzetten in deposito’s is het ook toegestaan om tijdelijk overtollige middelen uit te lenen aan andere decentrale overheden.
Geschrapt omdat het rapporteren over het in de begroting opgenomen financieringsbeleid tegenwoordig niet meer gebeurt bij het aanbieden van tussentijdse rapportages.
Dit is lid 2 geworden door het schrappen van het oorspronkelijke lid 2, zie de toelichting hierboven.
In lid 1 (ongewijzigd) is bepaald dat de prijzen die in een privaatrechtelijke relatie in rekening worden gebracht in redelijkheid ten minste alle variabele en vaste aan de betreffende activiteit toe te rekenen kosten dekken.
- -
Deze bepaling geldt niet in alle gevallen voor grondtransacties. De term ‘grondtransacties’ kan naast de aan- en verkoop ook betrekking hebben op het vestigen van zakelijke rechten en het door middel van huur, pacht of bruikleen in gebruik geven van grond. Bijvoorbeeld het anti-kraak laten bewonen van een gebouw.
- -
De uitzondering voor situaties waarin niet in concurrentie wordt getreden met ondernemingen (lid 2) is geschrapt omdat dit achterhaald is en mogelijk strijdig is met de huidige tijdsgeest en de huidige Wet Markt en Overheid.
- -
In lid 3 is de bepaling m.b.t. prijzen die in een privaatrechtelijke relatie in rekening worden gebracht, verhelderd en nader gespecificeerd, en toegelicht in relatie tot de Provinciewet.
De belangrijkste wijziging is het toevoegen van een nieuw artikel 9 over Interne Audit. Daarvoor is gekozen vanwege de gewenste onafhankelijke positionering van de interne auditfunctie onder een eigen leidinggevende
en om ook duidelijker control- en audittaken te onderscheiden.
Deze bepalingen zijn verplaatst naar het nieuwe artikel 9, lid 3 om de onder ‘algemeen’ vermelde reden.
Deze bepaling is aangepast naar aanleiding van het 5-puntenprogramma versterking financiële functie en de gegroeide praktijk van Concerncontrolling. Het CAR-model (Control, Audit, Risk) is centraal komen te staan. Dit model is gericht op het onderkennen en mitigeren van risico’s op het gebied van de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale processen. Concerncontrolling toetst en adviseert over de inrichting van die processen houdt daar toezicht op.
Deze bepaling is verplaatst naar het nieuwe artikel 9, lid 3 om de onder ‘algemeen’ vermelde reden.
Dit artikel is vervallen met uitzondering van lid 1a) (zie hierboven). In de voorstellen tot wijziging is een nieuw artikel 8.4 opgenomen waarin zowel de taken (oud artikel 8.4) als bevoegdheden (oud artikel 8.5) van de Concerncontroller zijn opgenomen. De taakomschrijving is aangepast aan het 5-puntenprogramma en de huidige denkbeelden binnen de provincie over de functie van de Concerncontroller.
In artikel 8.4, lid 2 is bepaald dat de taken van de Concerncontroller worden uitgewerkt in het controlstatuut. Voor een dergelijk statuut is gekozen naar analogie met het auditstatuut. Dat maakt een meer flexibele sturing op de taken van de concerncontroller mogelijk, omdat dan niet voor alle wijzigingen aanpassing van de Financiële verordening noodzakelijk is. De verordening bevat een abstracte omschrijving van de taken die de goedkeuring van PS behoeven. De concrete invulling gebeurt via het controlstatuut dat wordt vastgesteld door GS (lid 6).
In het nieuwe artikel 8.4 is een lid 5b) opgenomen dat de Concerncontroller toegang geeft tot alle informatie en personen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn functie.
In lid 7 is opgenomen dat de taken van de concerncontroller nader worden uitgewerkt in het controlstatuut. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende taken:
- a)
Het toezien op de handhaving van kaders en besluiten van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en directie en het toezien op de beheersing van majeure projecten;
- b)
Het toetsen van en adviseren over ontwerpbesluitvorming ten behoeve van directies en Gedeputeerde Staten;
- c)
Het rapporteren over de wijze waarop deze verordening wordt uitgevoerd.
De in artikel 8.4 (nieuw) bedoelde bevoegdheid is van overeenkomstige toepassing verklaard voor de medewerkers van Concerncontrol inclusief de interne auditfunctie.
Dit hoofdstuk betreft de interne auditfunctie en is zoveel mogelijk op dezelfde wijze opgebouwd als hoofdstuk 8. Belangrijk verschil is dat hoofdstuk 8 op de functie (persoon) is geschreven en hoofdstuk 9 op het organisatieonderdeel.
Dit artikel betreft de taken van de interne auditfunctie. Die taken komen overeen met de taken die eerder in artikel 8.4 van de financiële verordening 2011 stonden vermeld. In de oude verordening stonden de Algemeen Directeur en Concerncontroller niet genoemd als opdrachtgever voor audits. Daar was in de praktijk wel behoefte aan. Dat is in dit artikel nu geregeld.
Naar aanleiding van het 5 puntenprogramma is er een programmamanager interne audit aangesteld die leiding geeft aan de interne auditfunctie. Gelet op de in dat programma beschreven gewenste onafhankelijke positie is ervoor gekozen om in artikel 9.4, lid 1 de programmanager de auditrapporten ter beschikking te laten stellen van de auditstuurgroep (i.p.v. de concerncontroller).
In het tweede lid is in verband met de hierboven beschreven bepaling in artikel 9.4, lid 1 “
aanbevelingen concerncontroller” vervangen door “
aanbevelingen interne audit”.
Hier is de rol van de auditstuurgroep meer toegesneden op het adviseren van GS over zaken gerelateerd aan de interne auditfunctie.