Extern mandaat en machtiging Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Maken bekend dat zij het volgende besluit hebben genomen
GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Overwegende dat Gedeputeerde Staten bij besluit van 11 oktober 2011 (2011-015490), gepubliceerd in PB 2011/145 d.d. 13 oktober 2011 verschillende medewerkers van de Dienst Regelingen van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie hebben gemandateerd om namens hen correspondentie te voeren en besluiten te nemen ter uitvoering van het Programma Beheer en het Subsidiestelsel voor natuur- en landschapsbeheer.
Overwegende dat aanpassing van dit mandaatbesluit nodig is vanwege wijzigingen in de subsidiestelsels voor natuur- en landschapsbeheer en opheffing van de Dienst Regelingen.
Overwegende dat het Programma Beheer en het Subsidiestelsel voor natuur- en landschapsbeheer na de fusie van 1 januari 2014 wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische zaken (hierna te noemen: RvO).
Gelet op de Algemene wet bestuursrecht artikel 10:3 en 10:4.
BESLUITEN
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
  • 1.
    De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de afdelingsmanager Juridische Zaken en de afdelingsmanager Subsidies van de RvO zijn bevoegd namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de beantwoording van aan Gedeputeerde Staten gerichte brieven, mails en mondelinge verzoeken, die betrekking hebben op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met h. genoemde regelingen, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van de geldende wet- en regelgeving c.q. van het vigerende beleid, althans niet van zodanige beleidsmatige, politieke of financiële betekenis is, of anderszins vanwege zijn aard of inhoud zodanig is, dat deze door Gedeputeerde Staten dienen te worden afgedaan.
  • 2.
    De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de afdelingsmanager Juridische Zaken, de teammanager Juridische Zaken van de RvO zijn bevoegd namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
    • a.
      besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover die betrekking hebben op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met h. genoemde regelingen;
    • b.
      besluiten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36 en 38, tweede lid, 40 of 41 van die wet, voor zover die betrekking hebben op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met h. genoemde regelingen.
  • 3.
    De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de afdelingsmanager Juridische Zaken, de teammanager Juridische Zaken van de RvO zijn bevoegd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de afhandeling van klachten en klaagschriften als bedoeld in hoofdstuk 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover de gedragingen betrekking hebben op de in leden 2 en 4 van dit artikel, of op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met h. genoemde regelingen en besluiten en de antwoorden zich beperken tot een beschrijving van de geldende wet- en regelgeving c.q. van het vigerende beleid.
  • 4.
    De afdelingsmanager Juridische Zaken en de teammanager Juridische Zaken van de RvO zijn bevoegd om, voor zover verband houdende met de uitvoering van de regelingen genoemd in artikel 2, onderdelen a. tot en met h., namens Gedeputeerde Staten van de provincie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning tot bedragen van ten hoogste € 5.000,-, alsmede de met de toekenning samenhangende besluiten bedoeld in de afdelingen 4.4.1 en 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
  • 5.
    De uit dit besluit voor de genoemde functionarissen van de RvO voortvloeiende bevoegdheden kunnen ook worden uitgeoefend door de voor hen daartoe aangewezen plaatsvervangers.
Paragraaf 2. Primaire besluiten
Artikel 2
  • 1.
    De afdelingsmanager Subsidies en de teammanagers Subsidies van de RvO zijn bevoegd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
    • a.
      beschikkingen inzake de Subsidieregeling natuurbeheer van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
    • b.
      beschikkingen inzake de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
    • c.
      beschikkingen inzake de Subsidieregeling natuurbeheer Gelderland
    • d.
      beschikkingen inzake de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland;
    • e.
      beschikkingen inzake de eerste bebossing van landbouwgronden met blijvend bos (EBL);
    • f.
      beschikkingen inzake de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009;
    • g.
      beschikkingen inzake de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016;
    • h.
      beschikkingen inzake de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland;
    • i.
      beschikkingen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen en de terugvordering van dergelijke dwangsommen bij onverschuldigde betaling, verband houdende met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van dit artikel;
    • j.
      beschikkingen op basis van de afdelingen 4.4.1, 4.4.2 en 4.4.4 en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover die verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van dit artikel.
Paragraaf 3. Bezwaar en beroep
Artikel 3
De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de afdelingsmanager Juridische Zaken en de teammanager Juridische Zaken van de RvO zijn bevoegd namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
  • a.
    beschikkingen op bezwaarschriften tegen besluiten van artikel 1 leden 2 en 4, alsmede van artikel 2 van dit besluit en daarmee samenhangende beslissingen tot verdaging van beslissingen;
  • b.
    het horen in het openbaar, bedoeld in artikel 7:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
  • c.
    beschikkingen op verzoeken tot vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover de verzoeken hiertoe hangende de bezwaarprocedure worden gedaan en verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van artikel 2;
  • d.
    beschikkingen die tijdens de bezwaarprocedure worden genomen op basis van de afdelingen 4.4.1., 4.4.2. en 4.4.4 en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht en verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a tot en met h van artikel 2;
  • e.
    beschikkingen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen en de terugvordering van dwangsommen bij onverschuldigde betaling, voor zover de verzoeken hiertoe hangende de bezwaarprocedure worden gedaan en verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van artikel 2;
  • f.
    verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter, voor zover die verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van artikel 2.
Paragraaf 4. Voorbereiding en uitvoering
Artikel 4
De functionarissen bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3, alsmede de onder hen ressorterende medewerkers van de RvO zijn bevoegd tot het verrichten van alle handelingen, benodigd voor de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van een besluit op grond van dit mandaat.
Artikel 5
De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens en de afdelingsmanager Juridische Zaken van de RvO zijn bevoegd namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel, in gedingen en tegen rechterlijke uitspraken, die het gevolg zijn van de in de artikelen 2 en 3 genoemde beschikkingen, waarbij Gedeputeerde Staten partij zijn, na voorafgaand overleg met Gedeputeerde Staten.
Paragraaf 5. Procesmachtiging
Artikel 6
De juristen werkzaam bij de RvO, die op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015 van de Algemeen Directeur van de RVO een  procesmachtiging hebben gekregen, zijn tevens bevoegd Gedeputeerde Staten te vertegenwoordigen bij de bestuursrechter in (hoger) beroepen met betrekking tot de in de artikelen 2 en 3 genoemde beschikkingen. 
Paragraaf 7. Instructies
Artikel 7
De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 8
De gemandateerde stelt de provincie in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan zij moeten aannemen dat kennisneming door het college van Gedeputeerde Staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:
  • a.
    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;
  • b.
    advies nodig is van anderen dan de gemandateerde of onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.
Artikel 9
De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, verleende (onder)volmachten of machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels.
Artikel 10
Op een bezwaarschrift wordt niet besloten door degene die het primaire besluit in mandaat heeft genomen of bij de voorbereiding van het primaire besluit betrokken is geweest.
Artikel 11
De ondertekening van beslissingen in mandaat bedoeld in artikel 1 t/m 3 luidt:
NAMENS GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Gevolgd door de handtekening, naam en functieaanduiding van de mandataris.
Artikel 12
Alle mandaten die voorafgaand aan dit besluit zijn verleend aan de Dienst Regelingen worden ingetrokken.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als ‘Besluit extern mandaat en machtiging Rijksdienst voor Ondernemend Nederland’.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Gedeputeerde Staten voornoemd
Gegeven te Arnhem, 22 september 2015 - zaaknummer 2011-015490
Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorst - secretaris
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit hiertegen een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gezonden aan Gedeputeerde Staten, secretariaat Commissie van Advies voor Bezwaarschriften en Klachten, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden.
Degene die een bezwaarschrift heeft ingediend, kan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid dat verzoek digitaal in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl
Informatie over de bezwarenprocedure en de mogelijkheid van mediation is te vinden op de website van de provincie Gelderland (www.gelderland.nl). U kunt die informatie, vervat in de brochure "Niet eens met een besluit van de provincie Gelderland? Bezwaarschrift of mediation", ook opvragen bij het Provincieloket via telefoonnummer (026) 359 99 99.
Naar boven