Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Fryslân 2014
Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013;
overwegende dat wij op 17 juni en 26 augustus 2014 hebben besloten tot invoering van nieuw ganzenbeleid, de Fryske Guozzenoanpak 2014, hetgeen onder meer heeft geleid tot begrenzing van foerageergebieden voor overwinterende ganzen;
overwegende dat Provinciale Staten van Fryslân op 24 september 2014 hebben ingestemd met de Fryske Guozzenoanpak 2014;
overwegende dat het nodig is een subsidieregeling vast te stellen voor grondgebruikers waarvan percelen zijn begrensd als foerageergebied;
stellen de Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Fryslân 2014 als volgt vast:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
  • a.
    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de (de-minimis)verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU, L 352 van 24 december 2013, blz. 1, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.
  • b.
    Faunafonds: zelfstandig bestuursorgaan, dat onder meer is belast met het toekennen van tegemoetkomingen in door beschermde diersoorten aangerichte schade.
  • c.
    ganzenfoerageergebied: door gedeputeerde staten van Fryslân begrensde percelen landbouwgrond waar overwinterende beschermde inheemse ganzen ongehinderd kunnen foerageren gedurende de periode van 1 november tot 1 april.
  • d.
    gewasperceel: een stuk landbouwgrond dat in gebruik is bij één grondgebruiker. Het heeft één gebruikstitel, bijvoorbeeld eigendom, pacht, erfpacht. En het wordt beteeld met één gewas. Als dat niet zo is, dan zijn het meerdere gewaspercelen.
  • e.
    grondgebruiker: degene die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een beperkt recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst.
  • f.
    onderneming: onderneming als gedefinieerd in artikel 2 van de verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013.
  • g.
    soort-specifiek ganzenfoerageergebied: door gedeputeerde staten van Fryslân begrensde percelen landbouwgrond waar overwinterende beschermde inheemse ganzen ongehinderd kunnen foerageren gedurende de periode van 1 november tot uiterlijk 1 juni. Deze gebieden zijn begrensd i.v.m. het voorkomen van met name brand- en rotganzen welke later in het voorjaar vertrekken naar hun buitenlandse broedgebieden.
  • h.
    subsidieontvanger: de grondgebruiker aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend.
Artikel 2 Doel
De subsidie heeft tot doel een deelnemersvergoeding te verlenen aan grondgebruikers waarvan percelen landbouwgrond zijn begrensd als (soort-specifiek) ganzenfoerageergebied, voor het beschikbaar stellen van hun grond voor de opvang van overwinterende beschermde inheemse ganzen, gedurende de seizoenen 2014/2015 en 2015/2016.
Artikel 3 Periode
Subsidie kan worden verleend over de periode dat de (soort-specifieke) ganzenfoerageergebieden gedurende de seizoenen 2014/2015 en 2015/2016 operationeel zijn.
Artikel 4 Uitvoering
Uitvoering van de subsidieregeling is door Gedeputeerde Staten gemandateerd aan het Faunafonds.
Artikel 5 Aanvraagvereisten
  • 1.
    De subsidie hoeft niet te worden aangevraagd maar wordt automatisch door het Faunafonds verleend indien aan de toetsingscriteria wordt voldaan.
  • 2.
    Het Faunafonds is bevoegd nadere gegevens te vragen die naar haar oordeel nodig zijn voor de beoordeling van de subsidie of om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Werkingsverdrag.
Artikel 6 Toetsingscriteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
  • a.
    op de als (soort-specifiek) ganzenfoerageergebied begrensde gewaspercelen is, gerekend over de periode dat de gebieden operationeel zijn, door het Faunafonds minimaal € 25,00 per hectare, door beschermde inheemse ganzen veroorzaakte, schade per seizoen (2014/2015 en/of 2015/2016) getaxeerd;
  • b.
    de gewaspercelen voldoen aan de in de beleidsregels van het Faunafonds gestelde normen om voor schadetegemoetkoming in aanmerking te komen.
Artikel 7 Subsidiehoogte
1. De hoogte van de subsidie bedraagt:
a. € 50,00 per hectare voor de als ganzenfoerageergebied begrensde percelen die aan de toetsingscriteria voldoen;
  • b.
    € 50,00 per hectare voor de als soort-specifiek ganzenfoerageergebied begrensde percelen die aan de toetsingscriteria voldoen, vermeerderd met € 16,67 per hectare voor elke maand dat het gebied na 1 april is begrensd;
  • c.
    de subsidie wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en bedraagt, tezamen met eventueel andere verleende de-minimissteun, maximaal € 15.000,00 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming.
Artikel 8 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1.
    De subsidieontvanger is verplicht zich te houden aan de voorwaarden welke binnen de ganzenfoerageergebieden van toepassing zijn.
  • 2.
    De subsidieontvanger is verplicht het Faunafonds nadere gegevens te verstrekken die naar haar oordeel nodig zijn voor de beoordeling van de subsidie of om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Werkingsverdrag.
  • 3.
    De subsidieontvanger vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimisverordening kan worden verstrekt.
Artikel 9 Betaling
Betaling van de subsidie vindt plaats nadat door het Faunafonds is vastgesteld dat aan de toetsingscriteria en verplichtingen van de subsidieontvanger is voldaan. Er wordt geen voorschot verleend.
Artikel 10 Staatssteun
  • 1.
    De subsidie met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 15.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.
  • 2.
    De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de de-minimisverordening.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 november 2014.
Artikel 12 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Fryslân 2014.
Ondertekening
Leeuwarden, december 2014
Voorzitter J.A. Jorritsma
Secretaris drs. A.J. van den Berg
Bijlage : Verklaring de-minimissteun met toelichting.
 
Toelichting
Algemeen
Deze regeling wordt vastgesteld in het kader van de besluiten van Gedeputeerde Staten van 17 juni en 26 augustus 2014 tot invoering van nieuw ganzenbeleid, de Fryske Guozzenoanpak 2014. Provinciale Staten van Fryslân hebben hier op 24 september 2014 mee ingestemd. Ter uitvoering van dit beleid zijn onder meer, op basis van vrijwillige deelname door grondgebruikers, voor twee jaren (soort-specifieke) ganzenfoerageergebieden door Gedeputeerde Staten begrensd. Binnen deze foerageergebieden kunnen overwinterende ganzen ongestoord foerageren.
Artikel 2
Op grond van deze regeling kan een deelnemersvergoeding worden verleend aan grondgebruikers met percelen binnen de foerageergebieden, voor het beschikbaar stellen van hun grond voor de opvang van overwinterende ganzen.
Artikel 4
Om voor subsidie in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de vereisten zoals vermeld onder artikel 6 Toetsingscriteria. Deze vereisten kunnen slechts door het Faunafonds worden vastgesteld. Daarnaast zijn alle gegevens van de potentiële subsidieontvangers aanwezig bij het Faunafonds en tevens vindt betaling van tegemoetkomingen in aangerichte ganzenschade plaats door het Faunafonds. Uitvoering van de subsidieregeling door het Faunafonds voorkomt dan ook extra (administratieve) lasten en bureaucratie voor zowel de Provincie als de grondgebruikers.
Artikel 5
Omdat in de Fryske Guozzenoanpak 2014 is vastgelegd dat de deelnemersvergoeding wordt verstrekt aan alle grondgebruikers waarvan de percelen voldoen aan de toetsingscriteria, is het niet nodig deze vergoeding op aanvraag te verstrekken. Bij het Faunafonds zijn deze grondgebruikers immers reeds bekend.
Artikel 7, lid c
Het bedrag van € 15.000,-- komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de-minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld.
Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of ander voordeel heeft ontvangen binnen het kader van verlening van staatsteun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten. Dit moet blijken uit de Verklaring de-minimissteun. Indien de te verlenen subsidie tezamen met die reeds ontvangen steun het bedrag van € 15.000,-- overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige verleende subsidie slechts worden uitgekeerd tot een bedrag dat niet tot overschrijding van het plafond van € 15.000,-- leidt.
VERKLARING DE-MINIMISSTEUN
Versie april 2014
 
Verklaring
 
Aanbevolen wordt om alvorens deze verklaring in te vullen eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen! Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming, alsmede aan het eventuele gehele moederconcern waartoe de onderneming behoort,
geen de-minimissteun is verleend
Over de periode van ……………………(begindatum van het belastingjaar gelegen 2 jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot …………………............ (datum van ondertekening van deze verklaring) is niet eerder de-minimissteun verleend.
beperkte de-minimissteun is verleend
Over de periode van……………………..(begindatum van het belastingjaar gelegen 2 jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot ............. ............... (datum van ondertekening van deze verklaring) is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een totaal bedrag van € .......................................................... Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.
Een kopie van gegevens waaruit het verlenen van de-minimissteun blijkt, wordt bijgaand verstrekt.
reeds andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is verleend
Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is reeds staatssteun verleend tot een totaal bedrag van €……………………... Deze staatssteun is verleend op grond van een groepsvrijstellingsverordening of een besluit van de Europese Commissie op …………….
Een kopie van gegevens waaruit het verlenen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten blijkt wordt bijgaand verstrekt.
Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
.............................................................................................................................(bedrijfsnaam)
………………………………………………………………………………......................................................(inschrijfnr. KvK)
.......................................................................................................(naam functionaris en functie)
....................................................................................................................(adres onderneming)
.............................................................................................................(postcode en plaatsnaam)
...............................................(datum).................................................................(handtekening)
Zie toelichting hierna
Toelichting verklaring de-minimissteun
Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. De de-minimisverordening nr. 1407/2013 is bepalend1.
De-minimisverordening en staatssteun
De staatssteunregels in de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de wer-king van de Europese Unie (VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig voor de provincie om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.
In de de-minimisverordening2 heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 200.000,-- (€ 100.000,-- voor ondernemingen in de sector wegvervoer; voor de visserijsec-tor geldt een drempel van € 30.000,--; voor de sector van de primaire productie van land-bouwproducten, is de drempel per 1-1-2014 gesteld op € 15.000--3).
Dit bedrag geldt per onderneming4 over een periode van drie belastingjaren. Steun die ge-noemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.
De de-minimisvrijstelling is van toepassing op steun die aan ondernemingen wordt verleend in alle sectoren. De verwerking en afzet van landbouwproducten valt sinds 1 januari 2007 onder de 'gewone' de-minimisvrijstelling. Van de de-minimisregel zijn echter uitgezonderd: exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde pro-ducten worden bevoordeeld en steun aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie. Ook steun voor de aanschaf van vrachtwagens (‘wegvervoermiddelen voor vracht door on-dernemingen die vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoeren’) valt buiten de de-minimisvrijstelling. In deze gevallen dient steun aangemeld te worden bij de Europese Com-missie. De aanmelding wordt gedaan door de provincie.
Bedrag van de-minimissteun
Door middel van deze verklaring geeft u aan, dat met de huidige subsidieverlening voor uw
onderneming alsmede het eventuele gehele moederconcern waartoe uw onderneming be-hoort, de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt.
1 Voor de sectoren van de primaire productie van landbouwproducten is de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector bepalend. Voor de visserijsector is Verordening (EG) Nr. 875/2007 van toepassing.
2 Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimissteun.
3 Verordening (EG) Nr. 875/2007 en Verordening (EU) Nr. 1408/2013.
4 In artikel 2, tweede lid, Verordening (EU)Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352) zijn criteria opgenomen aan de hand waarvan kan worden bepaald wanneer twee of meer ondernemingen binnen dezelfde lidstaat als één onderneming moeten worden beschouwd.
De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft. Dit betekent concreet de datum waarop het be-sluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel) aan uw onderneming is genomen.
Het de-minimisplafond van € 200.000,-- (respectievelijk € 100.000,--/ € 30.000,--/ € 15.000-- ) wordt als subsidiebedrag uitgedrukt. Alle bedragen die dienen te worden gebruikt bij het in-vullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsi-dieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Het gaat daarbij niet alleen om steun die u hebt ont-vangen van de provincie, maar ook om steun die u heeft ontvangen van andere overheidsin-stanties. Ook Europese subsidies dienen te worden meegerekend.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Bij het bedrag van de onderhavige subsidieverlening dient u eventuele andere gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren ontvangen de-minimissteun op te tellen. Immers bij overschrijding van de drempel dient de steun aangemeld te worden en kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisregel. Handelen in strijd met de staatssteunregels uit het VWEU kan in het ergste geval leiden tot terugvordering van de ver-leende steun!
Samenloop met reguliere staatssteun
Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de hui-dige de-minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de zogenaamde algemene groepsvrijstel-lingsverordening5 of de MKB landbouwvrijstellingsverordening6 valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of groepsvrijstellingsverordening zijn toe-gestaan. In het geval bijvoorbeeld voor investeringskosten ten behoeve van het milieu een goedkeuringsbeschikking is gegeven om 30 % van de subsidiabele kosten te vergoeden, dan mag bovenop deze steun voor deze zelfde kosten geen de-minimissteun worden ver-leend. Als u twijfelt of bepaalde steun die u heeft ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover het beste contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
Het formulier heeft betrekking op drie situaties:
  • -
    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lo-pende en de twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen,
  • -
    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lo-pende en de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter het bedrag van € 200.000,-- niet over-schreden (respectievelijk € 100.000,--/ € 30.000,--/ € 15.000,--)
  • -
    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige subsidie reeds andere vormen van staatssteun ontvangen.
5 Verordening (EG) nr 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorie-en van steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2008 L 214.
6 Verordening (EG) Nr 1857/2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Ver-drag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren en tot wijziging van Verordening (EG) nr 70/2001. PbEU2006 L358
Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet u vooral niet om de bijlage(n) bij te sluiten!
Gedeputeerde Staten van Fryslân
Naar boven