Tweede wijzigingsronde Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel
 
Kennisgeving
Gedeputeerde Staten van Overijssel,
delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011 als volgt is gewijzigd:
 
ARTIKEL I
Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel wordt als volgt gewijzigd:
 
Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen  
sub o komt als volgt te luiden: o. Vrijstellingsverordening Landbouw: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014, Pb L 193/1, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
 
 
Artikel 1.5.2 Subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000  
lid 3: ‘indien de subsidieverlening meer dan € 25.000 bedraagt’ wordt vervangen door indien de subsidieverlening € 25.000 of meer bedraagt.
 
Paragraaf 5.8 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:
Paragraaf 5.8 Vitaliteit en ruimtelijke identiteit Steden en Dorpen  
 
Artikel 5.8.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
  • a.
    centrum: centrale deel van een stad of een dorp dat een concentratie van diensten kent;
  • b.
    fysieke maatregelen: maatregelen die zichtbaar en tastbaar zijn;
  • c.
    kwaliteit van de leefomgeving: het vergroten van de belevings- en gebruikswaarde of het verhogen van de sociale veiligheid of het versterken van identiteit en imago of het verbeteren van de beschikbaarheid van voorzieningen;
  • d.
    ruimtelijke identiteiten: objecten of locaties die beeldbepalend zijn en het eigen karakter van een stad of dorp bepalen;
  • e.
    ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat mens, plant en dier belangrijk is;
  • f.
    uitvoeringsplan: beschrijving van de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave te komen.
Artikel 5.8.2. Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen die de kwaliteit van een centrum of de ruimtelijke identiteiten van een stad of dorp verhogen.
Artikel 5.8.3. Criteria
Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria:
  • a.
    de aanvrager is een Overijsselse gemeente;
  • b.
    de activiteit draagt bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving;
  • c.
    er is ten minste één partij die gezamenlijk met de gemeente financieel bijdraagt voor ten minste 50% van de subsidiabele kosten;
  • d.
    de aanvraag heeft betrekking op een project welke door B&W van de gemeente is goedgekeurd;
  • e.
    de financiële dekking van de activiteit is rond;
  • f.
    de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een door de gemeenteraad vastgestelde integrale visie of plan, waar de locatie onderdeel van uitmaakt;
  • g.
    de aanvraag is vooraf afgestemd met de adviseur Stedelijke Ontwikkeling van de provincie.
Artikel 5.8.4. Grondslag subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000 per aanvraag.
Artikel 5.8.5. Subsidiabele kosten
Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, zijn uitsluitend kosten van derden subsidiabel.
Artikel 5.8.6. Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie
1. De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Kwaliteit stad-of dorpcentrum.
2. In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager:
 
a. een schriftelijk en getekende verklaring van de cofinancier waaruit blijkt dat de cofinancier gezamenlijk met de gemeente voor ten minste 50% financieel bijdraagt;
b. het uitvoeringsplan.
Artikel 5.8.7. Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
Artikel 5.8.8. Weigeringsgrond
In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 bedraagt.
Artikel 5.8.9. Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op de artikelen 1.4.1. en 1.4.2. moet de subsidieontvanger uiterlijk binnen 12 maanden nadat de aanvraag is ingediend gestart zijn met de uitvoering van de activiteit en deze binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening hebben afgerond.
 
Paragraaf 5.9 Blue Road platform Overijssel goederenvervoer over water
ingetrokken
 
Paragraaf 6.4 Innovatiefonds Overijssel
Artikel 6.4.1 Begripsbepalingen
Sub o komt als volgt te luiden:
  • o.
    onderneming in moeilijkheden: een onderneming ten aanzien waarvan zich ten minste één van de volgende omstandigheden voordoet:
     
  • a.
    in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (niet zijnde een kmo die minder dan drie jaar bestaat of, wanneer het erom gaat in aanmerking te komen voor risicofinancieringssteun, een kmo binnen zeven jaar na haar eerste commerciële verkoop die in aanmerking komt voor risicofinancieringsinvesteringen na een boekenonderzoek door de geselecteerde financiële intermediair): wanneer meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal door de opgebouwde verliezen is verdwenen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming), een negatieve uitkomst oplevert die groter is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal. Voor de toepassing van deze bepaling worden met „vennootschap met beperkte aansprakelijkheid” met name de in bijlage I bij Richtlijn 2013/34/EU (1) bedoelde rechtsvormen van ondernemingen bedoeld en omvat het „aandelenkapitaal” ook het eventuele agio;
  • b.
    in het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming (niet zijnde een kmo die minder dan drie jaar bestaat of, wanneer het erom gaat in aanmerking te komen voor risicofinancieringssteun, een kmo binnen zeven jaar na haar eerste commerciële verkoop die in aanmerking komt voor risicofinancieringsinvesteringen na een boekenonderzoek door de geselecteerde financiële intermediair): wanneer meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, door de gecumuleerde verliezen is verdwenen. Voor de toepassing van deze bepaling worden met „een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming” met name de in bijlage II bij Richtlijn 2013/34/EU bedoelde rechtsvormen van ondernemingen bedoeld;
  • c.
    wanneer tegen de onderneming een collectieve insolventieprocedure loopt of de onderneming volgens het nationale recht aan de criteria voldoet om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen;
  • d.
    wanneer de onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zit;
  • e.
    in het geval van een onderneming die geen kmo is: wanneer de afgelopen twee jaar:
    • 1.
      de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen van de onderneming, volgens de boekhouding van de onderneming, meer dan 7,5 bedroeg, en
    • 2.
      de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad van de onderneming lager lag dan 1,0;
       
Paragraaf 7.2.1 Fiets in de keten
Artikel 7.2.1.8 Verplichtingen subsidieontvanger
Sub b vervalt
 
Paragraaf 7.2.2 Ruimte voor de fiets
Artikel 7.2.2.8 Verplichtingen subsidieontvanger
Sub b vervalt
 
Paragraaf 7.2.4 Beter benutten
Er wordt een nieuw artikel toegevoegd:
Artikel 7.2.4.4a Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de kosten die betrekking hebben op de activiteiten die vanaf 1 januari 2015 zijn uitgevoerd, wel subsidiabel.
 
Paragraaf 8.1 Duurzame energieopwekking en energiebesparing
Artikel 8.1.3 Criteria
Lid 1 sub a: ‘de investering dient’ wordt vervangen door: de investering en de energie-effecten dienen.
Lid 1 sub b komt te luiden: de netto-investering voor de eerste periode van vijf jaar na subsidieverlening moet groter zijn dan nul.
Lid 2 sub a: ‘tot ten minste 15 energieneutrale nieuwbouwoningen’ wordt vervangen door: tot ten minste 10 energieneutrale woningen die zijn gerealiseerd door renovatie of door nieuwbouw ter vervanging van bestaande bebouwing.
Artikel 8.1.10 Weigeringsgrond
Sub b vervalt
 
De titel van Paragraaf 8.16 Duurzaamheid-, buren-, energie-investeringspremie particuliere woningeigenaar wordt aangepast in: Duurzaamheidpremie particulieren
 
De algemene toelichting bij de paragraaf komt als volgt te luiden:
 
Een particuliere woningeigenaar die in Overijssel een bestaande woning permanent bewoont kan een aanvraag indienen voor zijn woning. Ook een woningeigenaar die de bestaande woning al heeft gekocht maar er nog niet woont kan een aanvraag indienen mits de woning binnen 26 weken na datum van de aanvraag ook bewoond gaat worden door de aanvrager zelf.
 
Duurzaamheidpremie Een duurzaamheidpremie van € 600 kan aangevraagd worden voor de volgende isolatiemaatregelen aan een bestaande woning: dak-, gevel-, spouwmuur- en vloerisolatie of isolatieglas. De isolatiemaatregelen moeten aan een aantal kwaliteits- en kwantiteitseisen voldoen. Welke eisen dit zijn, is weergegeven in de toelichting van artikel 8.16.3 lid 1 onder tabel 1b en 1c.
 
Voordat de aanvraag kan worden ingediend moet de aanvrager twee isolatiemaatregelen gerealiseerd hebben. De kosten van de twee isolatiemaatregelen samen bedragen ten minste € 1.750. De isolatiemaatregelen moeten zijn gerealiseerd en de kosten ervan moeten zijn betaald ten hoogste 26 weken voorafgaand aan de ontvangst van het aanvraagformulier. Per woning kan maximaal één keer een duurzaamheidpremie worden ontvangen. De aanvraag voor de duurzaamheidpremie wordt ingediend met het daarvoor bestemde digitale aanvraagformulier. De aanvrager moet bij zijn aanvraag een factuur of facturen meesturen en een betaalbewijs of betaalbewijzen waaruit blijkt dat de betreffende factuur is betaald. Een betaalbewijs kan bijvoorbeeld een bon zijn of een bankafschrift.
 
Burenpremie Als de aanvrager gebruik wil maken van de burenpremie van € 150 dan moet er een gezamenlijke aanvraag ingediend worden. De initiatiefnemende aanvrager vermeldt in het aanvraagformulier dat hij/zij een gezamenlijke aanvraag doet en vermeldt tevens de naam en adresgegevens van de andere aanvrager. De andere aanvrager moet in hetzelfde postcodegebied wonen, waarvan de vier cijfers en de eerste letter hetzelfde zijn. Aan de hand van de postcodes wordt bepaald of de aanvragers in aanmerking komen voor de burenpremie. Binnen 2 weken nadat de initiatiefnemende aanvrager de aanvraag heeft gedaan moet de andere aanvrager de aanvraag ook ingediend hebben, anders vervalt de aanvraag voor de burenpremie van de initiatiefnemende aanvrager.
 
Energie-investeringspremie Een aanvrager komt in aanmerking voor de energie-investeringspremie van € 300 als de aanvrager een investering van minimaal € 5.000 doet in energiemaatregelen. De energie-investeringsmaatregelen moeten aan een aantal kwaliteits- en kwantiteitseisen voldoen. Welke eisen dit zijn, is weergegeven in de toelichting van artikel 8.16.3 lid 1 onder tabel 1a.
 
Informatie over deze regeling wordt gegeven door het gemeentelijk energieloket.
Artikel 8.16.1 Begripsbepalingen
Sub a komt te luiden:
bestaande woning: een woning in de provincie Overijssel, die op het moment van de aanvraag voor subsidie al een jaar is opgeleverd.
 
Sub b komt te luiden:
particuliere woningeigenaar: een meerderjarig natuurlijk persoon die volgens het kadaster de bestaande woning waarvoor een aanvraag wordt ingediend in eigendom heeft;
Artikel 8.16.2 Subsidiabele activiteiten
Sub b: ‘in de vorm van een gezamenlijke aanvraag’ vervalt
sub c: ‘met een omvang van’ wordt vervangen door: ter waarde van
Artikel 8.16.3 Criteria
Lid 1 sub b komt te luiden:
De aanvraag wordt gedaan voor een bestaande woning, die volgens de Basisregistratie Personen hoofdverblijf van de aanvrager is of door de aanvrager is gekocht en binnen 26 weken als hoofdverblijf gebruikt gaat worden.
 
Er wordt een nieuw sub c toegevoegd:
De isolatiemaatregelen of energie-investering is uitgevoerd en de kosten ervan zijn betaald ten hoogste 26 weken voordat de aanvraag is ingediend.
 
Lid 2 aanhef komt te luiden:
Aanvullend op het eerste lid moet een aanvraag voor een duurzaamheidpremie als bdoeld in artikel 8.16.2 sub a voldoen aan de volgende criteria:
Sub a, d en e komen te vervallen. Het bestaande sub b, c en f worden hernummerd tot respectievelijk sub a, b en c.
Het hernummerde sub c komt te luiden: de kosten van de uitgevoerde isolatiemaatregelen bedragen tenminste € 1750.
 
Lid 3 sub c komt te luiden:
Binnen twee weken nadat door de initiatiefnemende aanvrager een aanvraag is ingediend, heeft ook de andere aanvrager of aanvragers een aanvraag voor een burenpremie ingediend.
 
Lid 4 sub a komt te luiden:
De energie-investering voldoet aan de kwaliteitscriteria genoemd in tabel 1a energie-investeringen en de kwantiteitseisen zoals genoemd in tabel 1c.
 
Sub b komt te luiden:
De kosten van de uitgevoerde energie-investering bedragen tenminste € 5000.
Artikel 8.16.4 Grondslag subsidie
komt te luiden:
  • 1.
    De duurzaamheidpremie als bedoeld in artikel 8.16.2 sub a bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief van € 600 per woning voor twee of meer gerealiseerde isolatiemaatregelen.
  • 2.
    De burenpremie als bedoeld in artikel 8.16.2 sub b bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief van € 150 per woning.
  • 3.
    De energie-investeringspremie als bedoeld in artikel 8.16.2 sub c bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief van € 300 per woning.
Artikel 8.16.4a Subsidiabele kosten
komt te luiden:
  • 1.
    Uitsluitend kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.
  • 2.
    In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen wel subsidiabel.
Artikel 8.16.5 Indieningstermijn aanvraag subsidie
komt te luiden:
In afwijking van artikel 1.2.2 moet een aanvraag voor subsidie zijn ontvangen uiterlijk 31 december 2015.
Artikel 8.16.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening
Lid 2 komt te luiden:
In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid, overlegt de aanvrager bij de aanvraag:
  • a.
    Een kopie van de factuur, voorzien van datum en NAW gegevens van de aanvrager. Uit de factur moet blijken welke isolatiemaatregel of energie-investeringsmaatregel is uitgevoerd, wanneer het is uitgevoerd en hoeveel het heeft gekost. Voor zover sprake is van aanschaf van materiaal wordt een kopie van de aankoopbon meegestuurd.
  • b.
    Een betaalbewijs waaruit blijkt dat de onder sub a bedoelde factuur of bon is betaald.
Artikel 8.16.8 Weigeringsgrond
Sub b komt te luiden:
een duurzaamheidpremie wordt aangevraagd voor een bestaande woning waarvoor al een duurzaamheidpremie op grond van deze regeling is verstrekt.
Er wordt een nieuw sub c toegevoegd:
een energie-investeringspremie wordt aangevraagd voor een bestaande woning waarvoor al een energie-investeringspremie is verstrekt.
Artikel 8.16.9 Overgangsrecht
vervallen
 
Paragraaf 8.17 Duurzaamheidlening particuliere woningeigenaar
Algemene toelichting bij de paragraaf komt als volgt te luiden:
Particuliere woningeigenaren kunnen een duurzaamheidlening met rentekorting van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) ontvangen. De provincie verstrekt de rentekorting. De duurzaamheidlening wordt verstrekt door SVn.
 
Een aanvraag wordt bij de provincie ingediend. De provincie bepaalt of de energiemaatregel(en) waarvoor de duurzaamheidlening aangevraagd wordt in aanmerking komt voor de rentekorting van maximaal 3%. Als dat zo is dan ontvangt de aanvrager een beschikking waarin staat dat de aanvrager een rentekorting kan krijgen op een duurzaamheidlening van SVn. De rentekorting wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager een SVn duurzaamheidlening verkrijgt. Om een duurzaamheidlening te kunnen krijgen moet SVn een krediettoets doen. Of de aanvrager een duurzaamheidlening krijgt is afhankelijk van o.a.:
  • -
    Inkomen van de aanvrager;
  • -
    Leeftijd van de aanvrager;
  • -
    Maandlasten van de aanvrager.
De aanvrager onvangt van de provincie het aanvraagformulier om de duurzaamheidlening bij SVn aan te kunnen vragen. SVn ontvangt een kopie van de verleningsbeschikking en zorgt voor de verdere afwikkeling van de duurzaamheidlening en de betaling.
Een overzicht van de energiemaatregelen die in aanmerking komen zijn weergegeven in tabel 1 Energiemaatregelen duurzaamheidlening.
Artikel 8.17.1 Begripsbepalingen
Sub a komt te luiden:
bestaande woning: een woning in de provincie Overijssel, die op het moment van de aanvraag voor subsidie al een jaar is opgeleverd.
 
Sub b komt te luiden:
particuliere woningeigenaar: een meerderjarig natuurlijk persoon die volgens het kadaster de bestaande woning waarvoor een aanvraag wordt ingediend in eigendom heeft;
Artikel 8.17.2 Subsidiabele activiteiten
Bestaande tekst wordt vernummerd tot lid 1 onder toevoeging van een nieuw lid 2.
2.De subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager een positieve kredietbeoordeling ontvangt van SVn.
Artikel 8.17.3 Criteria
Lid 1 sub b komt te luiden:
De aanvraag wordt gedaan voor een bestaande woning, die volgens de Basisregistratie Personen hoofdverblijf van de aanvrager is of door de aanvrager is gekocht en binnen 26 weken als hoofdverblijf gebruikt gaat worden.
Artikel 8.17.4 Grondslag subsidie
komt te luiden:
De subsidie bedraagt een rentekorting van maximaal 3%. De rentekorting wordt in mindering gebracht op het 10- of 15 jaars rentetarief, zoals op het moment van toekennen van de duurzaamheidlening door SVn wordt gepubliceerd. De uiteindelijk te hanteren rente door SVn bedraagt nooit minder dan 0,5%.
Artikel 8.17.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening
In lid 2 wordt op het eind de volgende zin toegevoegd: Indien sprake is van alleen aanschafkosten, dan wordt een kostenraming overlegd.
Artikel 8.17.9 Verplichtingen subsidieontvanger
komt te luiden:
In aanvulling op artikel 1.4.1 moet de subsidieontvanger:
  • a.
    Indien sprake is van realisatie van PV-panelen of zonnecollectoren de PV-panelen plaatsen op het dak of het erf van de subsidieontvanger. Het dak waarop de PV-panelen of zonnecollectoren geplaatst worden mogen geen asbest bevatten;
  • b.
    binnen uiterlijk vier weken na ontvangst van de subsidieverleningsbeschikking een aanvraag indienen bij SVn voor de duurzaamheidlening.
     
Paragraaf 8.19 Duurzaamheidlening Vereniging van Eigenaren
Algemene toelichting komt als volgt te luiden:
Een Vereniging van Eigenaren (VvE) kan een duurzaamheidlening met rentekorting van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) ontvangen. De provincie verstrekt de rentekorting. De duurzaamheidlening wordt verstrekt door SVn.
Een aanvraag wordt bij de provincie ingediend. De provincie bepaalt of de energiemaatregel(en) waarvoor de duurzaamheidlening aangevraagd wordt in aanmerking komt voor de rentekorting van maximaal 3%. Als dat zo is dan ontvangt de aanvrager een beschikking waarin staat dat de aanvrager een rentekorting kan krijgen op een duurzaamheidlening van SVn. De rentekorting wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager een SVn duurzaamheidlening verkrijgt.
De aanvrager ontvangt van de provincie het aanvraagformulier om de duurzaamheidlening bij SVn aan te kunnen vragen. SVn ontvang een kopie van de verleningbeschikking en zorgt voor de verdere afwikkeling van de duurzaamheidlening en de betaling
Artikel 8.19.3 Criteria
Sub b: ‘die een energieloket 2.0 heeft’ vervalt.
Sub f: ‘tabel 1 maatregelen duurzaamheidlening’ wordt vervangen door: tabel 1 Energiemaatregelen duurzaamheidlening
Artikel 8.19.4 Grondslag subsidie
komt te luiden:
De subsidie bedraagt een rentekorting van maximaal 3% en wordt in mindering gebracht op het 10- of 15 jaars rentetarief, zoals op het moment van toekennen van de duurzaamheidlening door SVn wordt gepubliceerd. De uiteindelijk te hanteren rente door SVn bedraagt nooit minder dan 0,5%.
Artikel 8.19.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening
Sub j en k vervallen
Artikel 8.19.9
Bestaande tekst wordt vernummerd tot lid 1 onder toevoeging van een lid 2:
In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 wordt de isolatiemaatregel gerealiseerd binnen 52 weken na datum van de subsidieverleningsbeschikking.
Artikel 8.19.10 Verplichtingen subsidieontvanger
Vervallen
Er wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd:
 
Paragraaf 9.25 Ontwikkelopgave Twickel
Artikel 9.25.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
  • a.
    asbest: vezelachtige silicaten zoals actinoliet (CAS-nummer 77536-66-4), amosiet (CAS-nummer 12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer 77536-67-5), chrysotiel (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer 12001-28-4) en tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6);
  • b.
    asbestdak: een dak, dakgoot of gevel dat asbest bevat;
  • c.
    bodemonderzoek: fysiek onderzoek in het veld naar de kwaliteit van de bodem en de waterhuishouding;
  • d.
    Kaders: Ontwikkelingsvisie Twickel en omstreken, het investeringsbesluit Pact van Twickel (PS/2012/89), het gewijzigde Uitvoeringsprogramma Pact van Twickel 2012 – 2015 (PS/2013/830); het Projectplan Landbouw (Stuurgroep Pact van Twickel, 20 november 2014) en de paragraaf ‘Landschap’ in de Landbouwvisie van Twickel;
  • e.
    kleine opstal: opstal met een inhoud van maximum 100 m3;
Artikel 9.25.2 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:
  • a.
    de volgende maatregelen ten aanzien van het thema erven en gebouwen:
    • i.
      sloop van kleine opstallen;
    • ii.
      maatregelen die een schuur of het agrarisch gebruik van een schuur verbeteren;
    • iii.
      maatregelen die het gebruik van een erf bevorderen.
  • b.
    de volgende maatregelen ten aanzien van het thema bodem en water:
  • i.
    een fysiek bodemonderzoek;
  • ii.
    maatregelen die voortkomen uit een bodemonderzoek;
  • c.
    activiteiten ten behoeve van het thema optimaliseren van landbouwkavels die het gebruik van percelen of kavels bevorderen;
  • d.
    de volgende maatregelen ten aanzien van het thema energie en asbest:
    • a.
      sanering van asbestdaken;
    • b.
      energiebesparende maatregelen;
    • c.
      realisatie van zonnepanelen, mits deze maatregel gecombineerd wordt uitgevoerd met de maatregel genoemd onder artikel 9.25.2 sub d onder a;
  • e.
    activiteiten die bijdragen aan de verbreding van de bedrijfsdoelen door gebruik te maken van de recreatieve waarde van het gebied Twickel, ten behoeve van het thema beleef twickel .
Artikel 9.25.3 Criteria
1. Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
  • a.
    de aanvrager is een landbouwbedrijf met een vestiging op landgoed Twickel of stichting Twickel in haar hoedanigheid als agrarisch gebruiker; Toelichting: stichting Twickel kan ook middels een machtiging een aanvraag indienen namens de landbouwbedrijven.
  • b.
    de activiteit wordt gerealiseerd op landgoed Twickel in Overijssel;
  • c.
    de activiteit past binnen de kaders;
  • d.
    stichting Twickel heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de uit te voeren activiteit die de eigenaarspositie van landgoed Twickel raakt;
  • e.
    indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1 van het VWEU, dan moet de onderneming een MKB-onderneming zijn en moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 14 van de Vrijstellingsverordening Landbouw of de-minimisverordening Landbouw.
     
  • 2.
    Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 9.25.2 sub d onder a voldoet aanvullend op het eerste lid aan het criterium dat de maatregel minimaal 250 m2 te saneren asbestdak bedraagt.
Artikel 9.25.4 Subsidiabele kosten
  • 1.
    Indien sprake is van loonkosten als bedoeld in artikel 1.1.5 eerste lid, dan zijn de loonkosten, onder sub c van dit artikel, subsidiabel tot een maximum van € 35,- per uur.
  • 2.
    Voor de subsidie als bedoeld in artikel 9.25.2 sub b onder i en d geldt dat uitsluitend de kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid subsidiabel zijn.
Artikel 9.25.5 Grondslag subsidie
  • 1.
    De subsidie als bedoeld in artikel 9.25.2 sub a en e bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten.
  • 2.
    De subsidie als bedoeld in artikel 9.25.2 sub b, c en d bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten.
Artikel 9.25.6 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.
Artikel 9.25.7Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie
  • 1.
    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door gebruik te maken van het aanvraagformulier ‘Ontwikkelopgave Twickel’.
  • 2.
    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager:
  • a.
    een verklaring waaruit blijkt dat stichting Twickel geen bezwaar heeft op de uit te voeren activiteit(en) die de eigenaarspositie van stichting Twickel raakt;
  • b.
    een prétoetsformulier van Stuurgorep Twickel;
  • c.
    indien sprake is van kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid, een offerte waaruit deze kosten blijken.
Artikel 9.25.8 Weigeringsgronden
  • 1.
    In afwijking van artikel 1.3.1 tweede lid wordt een subsidie die minder dan € 1.000 bedraagt niet geweigerd.
  • 2.
    In afwijking van artikel 1.3.1vijfde lid wordt een subsidie niet geweigerd indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 9.25.2 sub d, al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 8.21 Subsidieregeling ‘Asbest eraf, zonnepanelen erop’.
Artikel 9.25.9 Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht de activiteiten af te ronden uiterlijk twee jaar na datum van subsidieverlening.
ARTIKEL II
De wijzigingen treden in werking 1 dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
 
 
Gedeputeerde Staten voornoemd.
 
Naar boven