Provinciaal blad van Gelderland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GelderlandProvinciaal blad 2015, 3977Overige besluiten van algemene strekking
Subsidieplafond Operationeel Programma EFRO 2014-2020 Oost-Nederland
GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Maken bekend dat bij vergadering van 30 juni 2015 het volgende is besloten:
GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
Gelet op artikel 2.2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020;
Gelet op artikel 2.5, derde lid, van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020;
Gelet op artikel 2.1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020 in samenhang met de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 Oost-Nederland;
Gelet op het besluit van 21 april 2015 tot vaststelling van een subsidieplafond voor paragrafen 3.4, 3.5 en 3.6 (PB 2199/2015);
BESLUITEN
Begripsomschrijving
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  • a.
    beleidsregel: Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 Oost-Nederland;
  • b.
    uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020.
Paragraaf 3. 4 Stimulering grote innovatieprojecten
  • 2.
    Het subsidieplafond, in de vorm van deelplafonds, voor het jaar 2015 voor aanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.4.1 van de beleidsregel:
    • a.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Gelderland vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 5.095.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie € 1.480.000;
    • b.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Overijssel vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 2.875.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie € 1.050.000
  • 3.
    Voor zover activiteiten ten goede komen aan zowel de provincie Gelderland als de provincie Overijssel, wordt de subsidie verdeeld over de verschillende deelplafonds, waarbij subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Gelderland ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 2, aanhef en onder a, en subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Overijssel ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 2, aanhef en onder b. In het geval er kosten worden begroot door een aanvrager die zowel in de provincie Gelderland als de provincie Overijssel is gevestigd, dan wel door een aanvrager die in geen van beide provincie is gevestigd, komt de subsidie ten behoeve van diens kosten voor vijfenzestig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 2, aanhef en onder a, en voor vijfendertig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 2, aanhef en onder b.
  • 4.
    1. Een subsidieaanvraag op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.4.1 van de beleidsregel, wordt tevens beschouwd een aanvraag te zijn voor rijkscofinanciering op grond van artikel 3.1 van de uitvoeringsregeling.
  • 2.De subsidie komt voor 50% ten laste van het desbetreffende deelplafond onder 2 en 50% ten laste van het subsidieplafond van artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de uitvoeringsregeling.
  • 3.Indien de subsidieaanvraag ten behoeve van artikel 3.1 van de uitvoeringsregeling op grond van artikel 3.3 van de uitvoeringsregeling moet worden geweigerd, komt de subsidie geheel ten laste van het subsidieplafond onder 2.
  • 5.
    Subsidieaanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.4.1 van de beleidsregel moeten uiterlijk op 15 september 2015 zijn ontvangen, maar niet eerder dan dat dit besluit in werking is getreden
Paragraaf 3.5 Stimuleren proeftuin
  • 6.
    Het subsidieplafond, in de vorm van deelplafonds, voor het jaar 2015 voor aanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.5.1 van de beleidsregel:
    • a.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Gelderland vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 1.985.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie € 1.245.000;
    • b.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Overijssel vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 1.365.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie € 825.000.
  • 7.
    Voor zover activiteiten ten goede komen aan zowel de provincie Gelderland als de provincie Overijssel, wordt de subsidie verdeeld over de verschillende deelplafonds, waarbij subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Gelderland ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 6, aanhef en onder a, en subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Overijssel ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 6, aanhef en onder b. In het geval er kosten worden begroot door een aanvrager die zowel in de provincie Gelderland als de provincie Overijssel is gevestigd, dan wel door een aanvrager die in geen van beide provincie is gevestigd, komt de subsidie ten behoeve van diens kosten voor vijfenzestig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 6, aanhef en onder a, en voor vijfendertig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 6, aanhef en onder b.
  • 8.
    1. Een subsidieaanvraag op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.4.1 van de beleidsregel, wordt tevens beschouwd een aanvraag te zijn voor rijkscofinanciering op grond van artikel 3.1 van de uitvoeringsregeling.
  • 2.De subsidie komt voor 50% ten laste van het desbetreffende deelplafond onder 6 en 50% ten laste van het subsidieplafond van artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de uitvoeringsregeling.
  • 3.Indien de subsidieaanvraag ten behoeve van artikel 3.1 van de uitvoeringsregeling op grond van artikel 3.3 van de uitvoeringsregeling moet worden geweigerd, komt de subsidie geheel ten laste van het subsidieplafond onder 6.
  • 9.
    Subsidieaanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.5.1 van de beleidsregel moeten uiterlijk op 15 september 2015 zijn ontvangen, maar niet eerder dan dat dit besluit in werking is getreden
Paragraaf 3.6 Cluster- en netwerkregeling
  • 10.
    Het subsidieplafond, in de vorm van deelplafonds, voor het jaar 2015 voor aanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.6.1 van de beleidsregel:
    • a.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Gelderland vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 2.300.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie € 2.300.000;
    • b.
      ten behoeve van subsidie voor activiteiten die ten goede komen aan de provincie Overijssel vast te stellen op:
    • i.
      voor zover deze gericht zijn op algemene innovatie € 1.200.000;
    • ii.
      voor zover deze gericht zijn op koolstofarme innovatie €.900.000
  • 11.
    Voor zover activiteiten ten goede komen aan zowel de provincie Gelderland als de provincie Overijssel, wordt de subsidie verdeeld over de verschillende deelplafonds, waarbij subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Gelderland ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 10, aanhef en onder a, en subsidie ten behoeve van de begrote kosten van aanvragers gevestigd in de provincie Overijssel ten laste komen van het van toepassing zijnde deelplafond onder 10, aanhef en onder b. In het geval er kosten worden begroot door een aanvrager die zowel in de provincie Gelderland als de provincie Overijssel is gevestigd, dan wel door een aanvrager die in geen van beide provincie is gevestigd, komt de subsidie ten behoeve van diens kosten voor vijfenzestig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 10, aanhef en onder a, en voor vijfendertig procent ten laste van het van toepassing zijnde deelplafond onder 10, aanhef en onder b.
  • 12.
    Subsidieaanvragen op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 3.6.1 van de beleidsregel moeten uiterlijk op 29 september 2015 zijn ontvangen, maar niet eerder dan dat dit besluit in werking is getreden.
Algemeen
  • 13.
    De verdeling van de middelen van de subsidieplafonds onder 2, 6 en 10 vindt overeenkomstig artikel 2.8 van de uitvoeringsregeling plaats op rangschikking naar geschiktheid, waarbij de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
  • 14.
    Voor zover door verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.
  • 15.
    Het subsidieplafond van:
    • a.
      beslispunten 2 en 6 en de daarbij behorende beslispunten treden met ingang van 7 juli 2015 in werking;
    • b.
      beslispunt 10 en de daarbij behorende beslispunten treden met ingang van 21 juli 2015 in werking.
       
Gedeputeerde Staten voornoemd
 
Gegeven te Arnhem, 2 juli 2015 – zaaknummer 2014-016804
Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning
P.G.G. Hilhorstt - plv. secretaris