Op 30 juni 2014 heeft het Algemeen Bestuur de Subsidieverordening Waddenfonds 2014 (hierna: de Subsidieverordening) vastgesteld. De Subsidieverordening is op 4 juli 2014 in werking getreden.
Op 13 november 2014 heeft het Algemeen Bestuur de Subsidieverordening gewijzigd vastgesteld, met name vanwege het invoegen van hoofdstuk 5.3, dat is afgeleid van de (nieuwe) Europese MKB Landbouwvrijstellingsverordening. Deze wijziging is bij besluit van het dagelijks bestuur van 4 december 2014 op 20 december jl. in werking getreden.
Vanuit verschillende invalshoeken is er aanleiding om de Subsidieverordening wederom aan te passen.
- 1.
Kennisgeving MKB Landbouwvrijstellingsverrdening
Op basis van de MKB Landbouwvrijstellingsverordening is van de vaststelling van de wijzigingsverordening op 13 november 2014, waarbij hoofdstuk 5.3 (Landbouw) is ingevoegd, een kennisgeving gedaan aan de Europese Commissie (EC). De vrijstellingsverordening schrijft dit voor.
In reactie daarop is namens de EC aangegeven dat in de Subsidieverordening op enkele plaatsen een meer nadrukkelijke verwijzing naar de MKB landbouwvrijstellingsverordening moet worden opgenomen. Dat vergt een (louter) tekstuele wijziging. Met artikel I, de onderdelen C en G, wordt daar invulling aangegeven.
Van deze gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook de verwijzing naar de Algemene groepsvrijstellingsverordening in artikel 1.1 te preciseren, alhoewel daar vanuit de EC geen opmerkingen over zijn gemaakt.
- 2.
Vrijstellingsverordening visserij
De Europese Vrijstellingsverordening visserij, waarnaar de Subsidieverordening verwijst, is met ingang van 1 januari 2014 vervallen. De overgangstermijn, waarbinnen met toepassing van deze vrijstellingsregeling subsidie kon worden verstrekt, is geëindigd op 1 juli 2014. Dat betekent dat de bepalingen die naar deze vrijstellingsverordening verwijzen kunnen vervallen, in afwachting van de nieuwe Europese vrijstellingsverordening Visserij.
Artikel I, de onderdelen B en H, zien hierop.
Het bestuur van het Waddenfonds heeft de bevoegdheid om, binnen bepaalde grenzen, regelgeving vast te stellen. In juridische termen hebben we het dan over algemeen verbindende voorschriften. Denk met name aan de Subsidieverordening Waddenfonds, de daarop gebaseerde Openstellingsbesluiten, de Financiële verordening, de Controleverordening, de Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid en de Archiefverordening, met inbegrip van alle wijzigingen daarop.
Hoofdregel is dat regelgeving niet in werking treedt voordat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Tot op heden wordt regelgeving vanuit het Waddenfonds, in lijn met hetgeen de Wet gemeenschappelijke regelingen voorschrijft, bekendgemaakt in de provinciale bladen van de drie deelnemende provincies. Dat betekent dat hetzelfde werk drie maal wordt gedaan.
Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. In de wet zijn een aantal bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de inwerkingtreding en bekendmaking van regelgeving. De wet opent de mogelijkheid dat het Waddenfonds een eigen publicatieblad uitgeeft. Bekendmaking kan daarmee in “eigen huis” worden geregeld en is daarmee niet langer afhankelijk van bekendmaking door de drie afzonderlijke provincies. Uiteraard staat het de deelnemers vrij de betreffende besluiten in de provinciale bladen te publiceren, maar dit heeft niet langer de formele status van bekendmaking. De inwerkingtreding van het betreffende besluit is daarmee uitsluitend afhankelijk van de bekendmaking in het publicatieblad van het Waddenfonds.
Het publicatieblad van het Waddenfonds zal zijn te raadplegen via de website overheid.nl en zal uiteraard ook via de website van het Waddenfonds kunnen worden benaderd. Via overheid.nl kunnen belangstellenden zich desgewenst abonneren op het publicatieblad Waddenfonds, zodat zij via e-mail op de hoogte worden gebracht van een nieuwe uitgave. Het uitgeven van een eigen publicatieblad vergt een wijziging van de Subsidieverordening. Artikel I, de onderdelen D, E en J, voorzien hier in.
Parallel aan het uitgeven van een eigen publicatieblad zal alle regelgeving van het Waddenfonds via overheid.nl in geconsolideerde vorm worden ontsloten. Dat betekent dat de actuele tekst van Waddenfondsregelgeving via de overheid.nl raadpleegbaar is.
De hoofdstukken 5.1 en 5.5 bevatten een limitatieve opsomming van subsidiabele kosten ten behoeve van subsidie die naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen staatssteun vormt (hoofdstuk 5.1) dan wel subsidie die wordt verstrekt met toepassing van de de-minimisregelgeving (hoofdstuk 5.5). Vanwege het limitatieve karakter bestaat de mogelijkheid dat door het bestuur van het Waddenfonds gewenste activiteiten of onderdelen van deze activiteiten toch niet voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Met de voorgestelde wijziging wordt beoogd dat het dagelijks bestuur in het Openstellingsbesluit, naast de in hoofdstuk 5.1 en 5.5 genoemde subsidiabele kosten, overige op de subsidiabele activiteit toegesneden subsidiabele kosten kan opnemen. In het overgangsrecht, dat in artikel II van deze wijzigingsverordening is opgenomen, is geregeld dat de bevoegdheid om bepaalde subsidiabele kosten in het Openstellingsbesluit op te nemen terugwerkt tot het moment van de eerste inwerkingtreding van de Subsidieverordening.
In artikel III is de inwerkingtreding van de diverse bepalingen van de wijzigingsverordening geregeld. De bepalingen die betrekking hebben op het eigen publicatieblad van het Waddenfonds treden in werking op een door het dagelijks bestuur te bepalen tijdstip. Dat houdt verband met het feit dat de beschikbaarheid van dat blad afhankelijk is van de afronding van de noodzakelijke technische voorbereidingen door het
Kennis en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties van het ministerie van BZK.
Gedeputeerde Staten voornoemd:
M.J. van den Berg, voorzitter.
H.J. Bolding, secretaris.