Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 6 januari 2015, nr. 811192ED, tot wijziging van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht
 
Gedeputeerde staten van Utrecht;
 
Gelet op de artikelen 4, 6 en 28 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;
 
Overwegende dat het wenselijk is de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht te wijzigen in verband met de toevoeging van een nieuwe regeling en het wijzigen van een aantal criteria in bestaande regelingen.
 
Besluiten:
 
Artikel 1
 
De Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
 
A
 
Aan artikel 1.1 Begripsbepaling wordt de volgende definitie toegevoegd:
 
ab. index natuur en landschap: gemeenschappelijke natuurtaal die de typen natuur, agrarische natuur en landschap in Nederland beschrijft. De index is de basis voor de bepaling van de beheervergoedingen en -voorschriften.
 
B
 
Artikel 1.4 subsidieplafond wordt als volgt gewijzigd:
 
De subsidieplafonds voor het tijdvak van 2013 tot en met 2015 bedragen:
 
MIDDELEN
BEDRAG SUBSIDIEPLAFOND AVP
Gebiedsprogramma Oost
€ 4.200.000
Gebiedsprogramma West (Excl. regeling voor
onderwaterdrainage)
€ 12.300.000
Onderwaterdrainage Zegveld Noord
€ 250.000
Onderwaterdrainage Groot Wilnis Vinkeveen
€ 250.000
Programma Nieuwe Hollandse Waterlinie
€ 3.400.000
Recreatie om de Stad Utrecht
Beheer recreatieterreinen van Staatsbosbeheer
€ 541.081
Bethunepolder
€ 970.000
Overgangsregeling Agrarisch Natuurbeheer 2015
€ 200.000
Totaal
€ 22.111.081
C
 
Artikel 2.1 Ontpachting op landgoederen, zevende lid wordt als volgt gewijzigd:
 
7. Europese regelgeving
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
D
 
Aan artikel 2.5 Communicatie, educatie en onderzoek ten behoeve van natuur en landschap, vierde lid sub b wordt een nieuwe sub c toegevoegd luidende:
 
c. coöperatie
 
Artikel 2.5 Communicatie, educatie en onderzoek ten behoeve van natuur en landschap, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
E
 
Er wordt een nieuw artikel 2.7 ingevoegd, luidende:
Artikel 2.7 Overgangsregeling Agrarisch Natuurbeheer 2015
  •  
  • 1.
    Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het uitvoeren van beheermaatregelen voor de in bijlage 7 lijst van beheerpakketten.
     
  • 2.
    Nadere criteria
    De beheermaatregelen, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de beheermaatregelen worden uitgevoerd binnen een terrein aangewezen in het Natuurbeheerplan. In aanvulling hierop gelden de volgende criteria:
    • a.
      de beheermaatregelen voldoen aan het natuurbeheerplan;
    • b.
      de beheermaatregelen worden uitgevoerd op landbouwgrond of ten behoeve van landschapselementen of watergangen direct grenzend aan landbouwgrond;
    • c.
      de beheermaatregelen voldoen aan de instapeisen zoals omschreven in de index natuur en landschap.
  • 3.
    Hoogte van de subsidie
    • a.
      De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
    • b.
      Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
      • i.
        kosten van arbeid voor het uitvoeren van de beheerpakketten;
      • ii.
        gederfde inkomsten als gevolg van het uitvoeren van de beheerpaketten;
  • 4.
    Subsidieontvangers
    Subsidie kan worden verstrekt aan:
    • a.
      Stichting Subsidiestelsel Natuur en Landschap Benschop
    • b.
      Agrarische Natuurvereniging Lopikerwaard
    • c.
      Agrarische Natuur - en Landschapsvereniging de Utrechtse Venen
    • d.
      Agrarische Natuur- en Milieuvereniging Vallei Horstee
       
  • 5.
    Verplichtingen subsidieontvanger
    De aanvrager ziet er op toe dat de beheervoorschriften van de beheerpakketten uit de index natuur en landschap worden nageleefd.
     
  • 6.
    Aanvraag
    • a.
      De subsidieaanvraag kan tot en met 27 februari 2015 worden ingediend;
    • b.
      De aanvraag dient voorzien te zijn van een topografische kaart met de ligging van de percelen en het op dat perceel aanwezige beheertype en een tabel met de totale oppervlakte per beheertype.
  • 7.
    Europese regelgeving en POP2 2007-2013
    De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de subsidie voldoet aan de Catalogus Groenblauwe diensten zoals goedgekeurd door de Europese Commissie (Besluit N323/2010, JOCE C/210/2011)
F
 
Aan artikel 3.1 Behoud en ontwikkeling van landschappelijke structuren en elementen, vierde lid sub b wordt een nieuwe sub c toegevoegd luidende:
 
c. coöperatie
 
Artikel 3.1 Behoud en ontwikkeling van landschappelijke structuren en elementen, zede lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende communautaire toetsingskaders:
  • i.
    Indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwondernemingen die niet valt onder onderdeel b wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1408/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwproductiesector;
  • ii.
    Indien de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwerondernemingen voor de instandhouding of de renovatie van een monument dan geschiedt dit met inachtneming van de Nationale monumenten regeling (Steunmaatregel N 606/2009).
  • iii.
    Indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwondernemingen voor andere dan onder d bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimis-steun.
G
 
Artikel 3.2 Behoud en ontwikkeling van erfgoed en aardkundige elementen, zede lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende communautaire toetsingskaders:
  • i.
    Indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwondernemingen die niet valt onder onderdeel b wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1408/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwproductiesector;
  • ii.
    Indien de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwerondernemingen voor de instandhouding of de renovatie van een monument dan geschiedt dit met inachtneming van de Nationale monumenten regeling (Steunmaatregel N 606/2009).
  • iii.
    Indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwondernemingen voor andere dan onder d bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimis-steun.
H
 
Artikel 4.1.1 Kavelruil en landbouwstructuurverbetering, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
 
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het uitvoeren van een vrijwillige kavelruil, een planmatige kavelruil of andere integrale gebiedsplannen voor een omschreven begrensd gebied, zoals:
  • a.
    het (planmatig) voorbereiden en begeleiden van een ruilproces;
  • b.
    het juridische vastleggen van nieuwe eigendommen op basis van een ruilproces;
  • c.
    de volgende kavelinrichtingswerken en verbeteringen in de landbouwkundige infrastructuur op basis van activiteiten zoals beschreven onder a en b:
    • i.
      werkzaamheden om de nieuw gevormde kavels na ruiling bewerkbaar te maken, zoals het dempen van bestaande en het graven van nieuwe grenssloten, lichte egalisaties om kavels en percelen op elkaar aan te laten sluiten, het aanpassen van de drainage op het nieuwe slotenstelsel (na ruiling), het met elkaar verbinden van oude percelen binnen een nieuw kavel;
    • ii.
      het ontsluiten van kavels naar een openbare weg en kosten van aanleg/aanpassing van andere infrastructuur;
    • iii.
      het uitvoeren van energie- en waterhuishoudingsmaatregelen die de duurzaamheid van de landbouw vergroten;
    • iv.
      het uitvoeren van inpassingsmaatregelen: technische maatregelen in het gebied of in de omgeving gericht op het voorkomen van negatieve gevolgen voor
    • v.
      de omgeving als gevolg van de verbetering van de functie landbouw. Zoals: aanbrengen van compenserende beplantingen, aanpassing van wegen- en padenstructuur, dammen en bruggen. Zowel de aanleg als de verwijdering is subsidiabel;
  • d.
    verplaatsen van gehele en volwaardige agrarische bedrijven.
  • e.
    aanleg van kavelpaden in het plangebied van Groot Wilnis Vinkeveen (bijlage 5 kaart 2)
     
Artikel 4.1.1 Kavelruil en landbouwstructuurverbetering, tweede lid, tweede volzin wordt als volgt gewijzigd:
 
Projecten die enkel gericht zijn op agrarische structuurversterking, kunnen alleen gesubsidieerd worden indien er geen mogelijkheden zijn voor integratie met andere gebiedsopgaven. In dat geval zijn alleen de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en e, subsidiabel.
 
Aan artikel 4.1.1 Kavelruil en landbouwstructuurverbetering, vierde lid sub h wordt een nieuwe sub i toegevoegd luidende:
 
i coöperatie
 
I
 
Artikel 4.1.5 Verplaatsing Intensieve veehouderij wordt ingetrokken
 
J
 
Artikel 4.2.2 Integrale duurzame landbouw (kennis, innovatie en voorlichting) wordt als volgt vervangen:
Artikel 4.2.2 Integrale duurzame landbouw (opleiding, kennisuitwisseling, demonstratie en voorlichting)
  •  
  • 1.
    Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv:
    • a.
      Acties op het gebied van beroepsopleiding en de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops, studiegroepen, coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichting gericht op integrale implementatie van milieumaatregelen en het opzetten van certificering;
    • b.
      Acties op het gebied van beroepsopleiding en de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops, studiegroepen, coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichting gericht op implementatie van energiebesparingsmaatregelen door middel van de volgende activiteiten:
      • i.
        het uitvoeren van energiescans gericht op het inzichtelijk maken van maatregelen waarmee het meeste energie bespaard kan worden tegen de laagste kosten;
      • ii.
        het uitvoeren van haalbaarheidsstudies naar energiebesparing van duurzame energie;
      • iii.
        monitoring en onderzoek naar mogelijkheden voor optimalisatie voor installaties waarmee energie bespaard kan worden;
  • 2.
    Nadere criteria
    • a.
      De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
      • i.
        het project past in de landbouwvisie en de bijbehorende agenda landbouw en draagt bij aan de milieudoelen daarvan;
      • ii.
        het project aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën bijdraagt;
      • iii.
        er draagvlak is bij de landbouw (bottom-up);
      • iv.
        het in samenwerking met andere partijen wordt uitgevoerd; en
      • v.
        de organisaties die acties inzake kennisoverdracht en voorlichting aanbieden, beschikken over hiertoe gekwalificeerd en geregeld opgeleid personeel.
    • b.
      De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub i, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
      • i.
        de energiescans zijn gericht op het realiseren van een besparing van minimaal 30% (doelstelling Schoon en Zuinig Agrosectoren); en
      • ii.
        de energiescans worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van ondernemers.
    • c.
      De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub ii, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
      • i.
        er is sprake van samenwerking met andere energieproducenten, kennisinstellingen of afnemers; en
      • ii.
        de provincie wordt betrokken bij het onderzoek.
    • d.
      De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub iii, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aangetoond kan worden dat door monitoring een initiatief gecontinueerd dan wel opgeschaald kan worden. Aangetoond moet worden dat energiebesparing of energieproductie achterblijft ten opzichte van de geprognotiseerde waarden.
    • e.
      In aanvulling op het gestelde onder a worden bij de beoordeling van de aanvraag de volgende aspecten betrokken:
      • i.
        welke spin-off te verwachten is;
      • ii.
        op hoeveel en welk type bedrijven de activiteiten moetenkunnen worden toegepast;
      • iii.
        hoe groot het deel is van de doelgroep dat bereikt wordt in het project;
      • iv.
        hoe de doelgroep als geheel bereikt wordt;
      • v.
        de subsidiabele activiteiten, genoemd in het eerste lid, dragen zoveel mogelijk bij aan het welzijn van dieren.
  • 3.
    Weigeringsgrond
    Conform artikel 1 lid 5 sub (a) MKB Landbouwvrijstellingsverordening EU Nr. 702/2014 wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
     
  • 4.
    Hoogte van de subsidie
    • a.
      Voor activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder a bedraagt de totale overheidsbijdrage maximaal 90% van de subsidiabele kosten waarbij voor de in het eerste lid onder a bedoelde demonstratieproject het steunbedrag beperkt is tot € 100.000 over een periode van drie belastingjaren;
    • b.
      Voor activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder b bedraagt de totale overheidsbijdrage maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000. In het geval van een onder b bedoelde demonstratieproject is het steunbedrag beperkt tot € 100.000 over een periode van drie belastingjaren;
  • 5.
    In aanmerking komende kosten:
    • a.
      de kosten van de organisatie van beroepsopleiding en de acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder: opleidingscursussen, workshops, studiegroepen en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties. Deze kosten bestaan uit:
      • i.
        loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
      • ii.
        loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
      • iii.
        loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor monitoring en analyse;
      • iv.
        loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
    • b.
      de kosten in verband met de reis-, verblijfs- en dagvergoedingen van de deelnemers;
    • c.
      de kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van deelnemers;
    • d.
      als het gaat om demonstratieprojecten in verband met investeringen:
      • i.
        de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;
      • ii.
        de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
      • iii.
        algemene kosten in verband met de onder i en ii bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies; haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder i en ii worden gedaan;
      • iv.
        de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken.
    • e.
      De onder d, bedoelde kosten komen slechts in aanmerking voor zover en zolang zij voor het demonstratieproject worden gemaakt. Alleen de afschrijvingskosten die met de looptijd van het demonstratieproject overeenstemmen, als berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, worden als in aanmerking komende kosten beschouwd.
    • f.
      De onder a en c bedoelde steun wordt niet toegekend in de vorm van rechtstreekse betalingen aan de begunstigden. De onder a en c bedoelde steun wordt betaald aan de aanbieder van de acties inzake kennisoverdracht en voorlichting.
    • g.
      Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor kosten die tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, zoals routinematig belastingadvies, regelmatige dienstverlening op juridisch gebied of reclame.
  • 6.
    Subsidieontvangers
    Subsidie kan worden verstrekt aan:
    • a.
      samenwerkingsverband van landbouwondernemingen;
    • b.
      stichtingen;
    • c.
      publiekrechtelijke rechtspersonen;
    • d.
      verenigingen van agrariërs;
    • e.
      (producenten)verenigingen;
    • f.
      maatschappelijke organisaties;
    • g.
      adviesbureaus;
    • h.
      onderwijs- en opleidingsinstellingen;
    • i.
      coöperaties.
  • 7.
    Aanvraag
    • a.
      De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend;
    • b.
      De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden;
  • 8.
    Verplichtingen subsidieontvanger
    Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project:
    • a.
      de monitoring wordt op een duidelijke manier gerapporteerd waaruit blijkt hoeveel bedrijven zijn bereikt, welke activiteiten zijn uitgevoerd, en wat het gemeten of berekende effecten zijn van deze activiteiten in brede zin (te denken valt aan milieu, de feitelijke toepassing en de sociaaleconomische aspecten);
    • b.
      de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie van de maatregel bij de doelgroep.
  • 9.
    Europese regelgeving
    Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden waarbij artikel 21 van de verordening (EG), nummer 702/2014, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren van toepassing is.
 
K
 
Artikel 4.2.3 Projecten duurzame energie, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
L
 
Artikel 4.3.1 Professionalisering Multifunctionele Landbouw, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
M
 
Artikel 4.3.2 Stadslandbouw, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
N
 
Artikel 4.3.3 Leefbaarheid, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
O
 
Artikel 4.4.1 Ontwikkeling en samenhang poorten, toeristische overstappunten (TOP’s) en inrichtingsmaatregelen t.b.v. recreatie om de stad Utrecht, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
P
 
Artikel 4.4.2 Samenhang en publieksbereik regionale routenetwerken, zesde lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
 
a. Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
 
Q
 
Artikel 5.1 Inzet gebiedsorganisaties zevende lid wordt als volgt gewijzigd:
 
Voor de subsidiabele activiteiten genoemd in het eerste lid onder e wordt gebruik gemaakt van middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel is de maatregelen 431 “Beheer van de plaatselijke groep, verwerving van vakkundigheid en de dynamisering van het gebied” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. Als basis hiervoor dient het door gedeputeerde staten geselecteerde en door de Europese commissie goedgekeurde ontwikkelingsplan van de betreffende plaatselijke groep.
POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
 
R
 
Er wordt een bijlage 7 toegevoegd
 
BEHEERPAKKET
EENHEID
TARIEF
 
 
 
akker met waardevolle flora (A02.02.01)
ha
€ 521,60
 
 
 
laan gemiddeld (L01.07.00)
100 meter
€ 152,89
bomenrij gemiddelde stamdiameter < 20 cm (L01.13.01a)
100 meter
€ 27,37
bomenrij gemiddelde stamdiameter 20-60 cm (L01.13.01.b)
100 meter
€ 37,26
bomenrij gemiddeld stamdiameter > 60 cm (L01.13.01c)
100 meter
€ 56,38
 
 
 
elzensingel bedekking gemiddeld (L01.03.00)
100 meter
€ 90,20
 
 
 
bouwland met broedende akkervogels (A01.02.01a2, A01.02.01b2, A01.02.01c2, A01.02.01a2, A01.02.01b2, A01.02.01c2)
ha
€ 1.652,31
 
 
 
hakhoutbosje met dominantie van langzaamgroeiende soorten (L01.11.01a)
are
€ 6,62
 
 
 
hoogstamboomgaard (L01.09.01)
ha
€ 1.618,31
 
 
 
houtwal en houtsingel gemiddeld (L01.02.00)
are
€ 27,57
 
 
 
Botanisch hooiland (A02.01.02)
ha
€ 1.164,83
 
 
 
knip en scheerheg gemiddeld (L01.05.00)
100 meter
€ 261,90
 
 
 
knotboom gemiddeld (L01.08.00)
per boom
€ 7,35
 
 
 
Botanische hooilandrand (A02.01.03b)
ha
€ 1.350,02
 
 
 
Botanisch hooiland (A02.01.02)
ha
€ 1.164,83
 
 
 
poel <175m2 (L01.01.01a)
poel
€ 65,39
poel >175m2 (L01.01.01b)
poel
€ 105,89
 
 
 
weidevogelgrasland met rustperiode 1 april tot 1 juni (A01.01.01a)
ha
€ 274,95
weidevogelgrasland met rustperiode 1 april tot 15 juni (A01.01.01c)
ha
€ 531,75
 
 
 
 
Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 6 januari 2015.
 
Voorzitter
 
Secretaris
 
 
 
 
 
Toelichting
De Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht wordt op een aantal onderdelen aangepast en aangevuld:
 
Wijziging Europese Verordeningen
Op 18 december 2013 heeft de Europese Commissie een herziene landbouw de minimisverordening en een herziene MKB de minimisverordening vastgesteld.
 
Beide zijn vanaf 1 januari 2014 toepasbaar. De drempel voor de landbouw de minimis is verhoogd van € 7500 naar € 15.000 aan een zelfstandige onderneming in een periode van drie belastingjaren. Dit hoeft niet bij de Commissie gemeld te worden. Voor de MKB blijft de drempel € 200.000 in een periode van drie belastingjaren.
 
Aanvulling coöperatie als eindbegunstigden
Coöperaties waren tot op heden niet opgenomen als mogelijke eindbegunstigden voor bepaalde regelingen. Dit is nu aangepast.
 
Intrekking Artikel 4.1.5 Verplaatsing intensieve Veehouderij
De regeling was vooral gericht op verplaatsingen in het kader van de reconstructie in de Gelderse Vallei. Het huidige programma Agenda Vitaal Platteland voorziet niet in dergelijke bedrijfsverplaatsingen.
 
Artikel 2.7 Overgangsregeling Agrarisch Natuurbeheer 2015
Deze regeling is bedoeld voor het aangaan van contracten voor Agrarisch Natuurbeheer voor de duur van 1 jaar (2015). Het is uitsluitend gericht op begunstigden die in het kader van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Utrecht 2007 een contract hadden die op 31 december 2014 afliep. De regeling voorziet in soepele overgang naar het nieuwe stelsel van collectief Agrarisch Natuurbeheer dat vanaf 2016 in werking treedt. Voor deze regeling is een plafond vastgesteld van € 200.000. Agrarische Natuur verenigingen of andere rechtspersonen die het Agrarisch Natuurbeheer coördineren kunnen hiervoor een aanvraag bij de provincie indienen.
 
Artikel 4.1.1 Kavelruil en landbouwstructuurverbetering
De regeling voor Kavelruil en landbouwstructuurverbetering beoogt bij te dragen aan vrijwillige kavelruil en de daarbij noodzakelijke infrastructurele aanpassingen zoals het dempen van sloten, aanleggen van kavelpaden ten behoeve van een betere verkavelingsstructuur. Onder een goede landbouwstructuur verstaat de provincie dat minimaal 60% van het grondeigendom bestaat uit huiskavel en 2-3 percelen op beperkte afstand liggen. De inzet vanuit de provincie is om dergelijke verbeteringen uit te voeren binnen een integraal project waarbij knelpunten vanuit natuur, water en bodem opgelost kunnen worden (zie landbouwvisie provincie Utrecht 2011). In verband met convenants afspraken met de agrarische sector in Groot Wilnis Vinkeveen wordt voorzien in een specifieke regeling voor kavelpaden in het betreffende plangebied (Zie kaart 2 bijlage 5). In de regeling voorafgaand aan deze aanpassing was dat niet mogelijk.
 
Artikel 4.2.2 Integrale duurzame landbouw (opleiding, kennisuitwisseling, demonstratie en voorlichting)
De provincie Utrecht stimuleert en faciliteert hiertoe kennisontwikkeling en onderzoek in samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid (triple helix). De provincie ziet op grond van de strategie voor de landbouw drie koersen met betrekking tot innovatie in de landbouw:
  • 1.
    Het Kennis en Innovatieprogramma in de Westelijke veenweidegebied.
  • 2.
    Food Valley en de kansen voor veehouderij in de Gelderse Vallei.
  • 3.
    Ontwikkeling van duurzame energieconcepten.
  • 4.
    Verduurzaming van landbouwproductiemethoden.
De regeling was, in de versie tot 6 januari 2015, vooral gericht op kennisuitwisseling door bijvoorbeeld voorlichtingsbijeenkomsten, cursussen en studieclubs. Om meer ruimte te bieden aan innovatieve projecten ontbrak de mogelijkheid om demonstratieprojecten te financieren. Deze regeling is daarom uitgebreid met deze mogelijkheid. Voor deze projecten zijn gedurende de looptijd van het project de afschrijvingskosten subsidiabel.
Naar boven