Gedeputeerde Staten maken overeenkomstig artikel 136 van de Provinciewet en artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat zij in hun vergadering van 11 februari 2014 onder nummer 1539712 het volgende besluit hebben genomen:
Gedeputeerde Staten van Flevoland,
Overwegende dat:
aanleiding bestaat de Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer Flevoland 2010 te wijzigen;
Provinciale Staten bij besluit van 27 januari 2011, kenmerk 1064002 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid hebben toegekend om wijzigingen van deze verordening vast te stellen;
Gelet op artikel 4 en 11 van de Wet inrichting landelijk gebied
BESLUITEN
Vast te stellen de volgende vierde wijziging van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Flevoland 2010:
Artikel 1.
Wijziging verordening
:
Aan artikel 3.1.7 wordt een vierde lid toegevoegd, dat als volgt komt te luiden
4.Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening aan een gecertificeerde begunstigde afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.
Artikel 2. Inwerkingtreding.
Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2014.
Aldus besloten in de openbare vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland
op 11 februari 2014.
Gedeputeerde Staten van Flevoland,
T.van der Wal, secretaris L. Verbeek, voorzitter
Uitgegeven op 13 februari 2014
De secretaris van Gedeputeerde Staten van Flevoland.
TOELICHTING
De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Flevoland 2010 schrijft voor dat beheersubsidies in 5 jaarlijkse tranches na afloop van een beheerjaar worden betaald en met een eindbetaling na afloop van het zesde beheerjaar. Voor de meeste beheerders vormt dit geen probleem; de beheerkosten van het lopende jaar worden gedekt uit de subsidie over het voorgaande jaar.
Als gevolg van de decentralisatie van het natuurbeleid wordt het door Staatsbosbeheer gevoerde natuurbeheer met ingang van 2014 gesubsidieerd vanuit de provinciale subsidieregeling. Dit betekent dat de betaling over 2014 begin 2015 zou plaatsvinden.
In tegenstelling tot de al langer gesubsidieerde beheerders werd Staatsbosbeheer vanuit de rijksbegroting gefinancierd voor het lopende beheerjaar. Deze financiering eindigde eind 2013. Door dit verschil in financieringsregimes zou Staatsbosbeheer haar werkzaamheden een jaar lang uit eigen middelen moeten voorfinancieren. Hiertoe is de organisatie niet in staat.
Door het aan artikel 3.1.7. toe te voegen lid, kunnen Gedeputeerde Staten een afwijkend betalingsregime vast stellen. Dit stelt Gedeputeerde staten in staat om, zoals in IPO-verband afgesproken, een liquiditeitsprobleem bij Staatsbosbeheer te voorkomen.