Provinciaal blad van Friesland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 631 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 631 | Overige overheidsinformatie |
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
gelet op de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006;
overwegende dat;
het wenselijk is maatregelen te nemen om werkzaamheden in de bouwsector in Fryslân te bevorderen;
besluiten:
de Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân te wijzigen als volgt:
A
Artikel 1.1 komt te luiden:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.Asv: Algemene subsidieverordening Provincie Fryslân 2006;
b.Awb: Algemene wet bestuursrecht;
c.de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als op-genomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
d.de-minimissteun in de landbouwproductiesector: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
e.de-minimissteun in de visserijsector die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 875/2007 van de commissie van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
f.ESF: subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien);
g.jacht- en passantenhavens: Voor passanten toegankelijke havens met een bedrijfsmatig karakter, waar pleziervaartuigen, al dan niet tegen betaling, aan steigers of kaden kunnen aanleggen, niet zijnde privé aanleghavens en –kaden of verkoophavens;
h.onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
i.renovatie: vernieuwing van de woning door veranderingen aan te brengen of de woning te vergroten;
j.trainee: natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een werkgever of door een werkgever wordt ingehuurd;
k.uitzendovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
l.werkgever: natuurlijke of rechtspersoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een natuurlijk persoon of een natuurlijke persoon inhuurt op grond van een uitzendovereenkomst;
m.zelfstandige onderneming: onderneming die op grond van Bijlage I van Verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (“de algemene groepsvrijstellingsverordening”) kwalificeert als zelfstandige onderneming.
B
Na artikel 2.6.14 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
De subsidie heeft tot doel het versnellen van de realisatie van rendabele bouwprojecten in de geliberaliseerde huursector en voor bijzondere doelgroepen.
Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken in de vorm van een lening of een garantie voor de realisatie van huurprojecten in de geliberaliseerde huursector of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen.
Subsidie in de vorm van een lening of garantie wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan.
Indien de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij toekenning van de subsidie aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de termijnbetalingen en dient het verzoek tot vaststelling in.
Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening of garantie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 30 september 2014.
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier.
In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7 ASV wordt geweigerd indien:
a.het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt;
b.de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze regeling reeds voor € 2.500.000 subsidie in het kader van deze regeling heeft ontvangen.
Als gelieerde partij als bedoeld in het eerste lid onder b wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect een belang heeft van meer dan 25% in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen volledig mee bij een hoger belang.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het huurproject betreft minimaal 10 wooneenheden per project of het project heeft een omvang van meer dan €1.000.000 aan subsidiabele kosten;
b.met de projectinformatie en de bijbehorende begrotingen van het gehele project wordt aangetoond dat het project rendabel is, een dekkend financieringsplan heeft en dat de aanvrager kan voldoen aan de financieringsverplichtingen welke samenhangen met het ingediende project;
c.het huurproject is geografisch en organisatorisch locatiegebonden;
d.het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de geliberaliseerde huursector of voor bijzondere doelgroepen. in de provincie Fryslân.
Artikel 2.7.8 Niet subsidiabele kosten
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
a.leges, vergunningen etc.;
b.verwervingskosten, grondkosten;
c.advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de bouw van het huurproject;
d.kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de aanvraag.
een lening bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 2.500.000.
een garantie bedraagt maximaal 80% van de gegarandeerde lening tot een maximum van € 2.500.000.
Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van het volgende criterium:
a.Het aandeel provinciale financiering/garantie op grond van deze regeling in de totale subsidiabele projectkosten;
Bij rangschikking gaat een project met een lager aandeel provinciale financiering/garantie voor op een project met een hoger aandeel.
Als twee of meer aanvragen een gelijk aandeel provinciale financiering/garantie hebben en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor het project met het hoogste absolute aangevraagde bedrag aan provinciale financiering.
Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de rente voor een lening aan de hand van:
a.de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02);
b.de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager.
De door Gedeputeerde Staten te hanteren rentepercentage zijn nooit lager dan door de hoofdfinancier te hanteren rente bij een vergelijkbare looptijd.
Gedeputeerde Staten bepalen de looptijd van de lening aan de hand van de te overleggen businesscase met een minimum looptijd van 5 jaar en een maximum looptijd van 15 jaar.
De subsidie-ontvanger verschaft zekerheid voor de lening door middel van:
a.hypotheekstelling
b.borgstelling
c.verpanding of
d.overige zekerheidsstelling
De aanvrager overlegt taxatierapporten voor de zekerheidstelling als bedoeld in het vierde lid.
Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden in maximaal 15 jaar.
Vervroegde aflossing is te allen tijde mogelijk zonder dat daar een boete over verschuldigd is.
Gedeputeerde staten kunnen een garantie afgeven aan een externe financier voor betaling van rente en aflossing. Deze garantie kan door de betreffende financier worden ingeroepen indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de contractuele betalingsverplichting jegens de externe financier.
Voor het afgeven van een garantie is de subsidie-ontvanger een garantieprovisie verschuldigd.
Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de garantiestelling aan de hand van:
a. Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (2008/C/155/02)
b.de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager
De garantiestelling loopt evenredig terug met de aflossing op de lening waarvoor de garantie is afgegeven.
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a.de subsidie-ontvanger sluit een subsidieovereenkomst met de provincie;
b.de subsidie-ontvanger biedt met het huurproject minimaal 1 opleidingsplaatsen aan per van de provincie ontvangen €500.000 of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren;
c.de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met het project;
d.de subsidie-ontvanger levert het project op uiterlijk 2 jaar na start bouw;
e.de subsidie-ontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag;
f.de subsidie-ontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de haalbaarheid van het project en de kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger kunnen worden afgeleid;
g.indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin;
h.de subsidie-ontvanger wordt verzocht in communicatieuitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van Wurkje Foar Fryslân.
De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt.
Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.000.
De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening.
Op 6 november 2013 is door Provinciale Staten het aanvalsplan woningmarkt vastgesteld in het kader van het programma Wurkje foar Fryslan.
Onderdeel van de maatregelen uit het Aanvalsplan Woningmarkt is de “ participatieregeling bijzondere huurprojecten“, waarvoor een bedrag van € 20 miljoen is gereserveerd.
De participatieregeling heeft als doel het stimuleren van woningbouwprojecten in de huursector die als gevolg van de moeizame toegang tot de kapitaalmarkt niet van de grond komen door het ontbreken van het laatste deel van de financiering. Het gaat dan om op zichzelf rendabele projecten buiten de reguliere sociale huur. Voor deze laatste categorie is een specifieke regeling in de maak.
De subsidiabele activiteiten betreffen het realiseren van projecten in de huursector voor de genoemde marktsegmenten.
Binnen de participatieregeling wordt steun verleend door het verstrekken van een lening of door het stellen van een garantie voor financiering van derden ten behoeve van de realisatie van de betreffende huurprojecten.
Daarbij gaat het om een lening of garantie tot een hoogte van maximaal 25% van de subsidiabele activiteiten.
De overige financiering dient te worden vertrekt door derden danwel te worden voldaan uit eigen vermogen.
De regeling richt zich op investeerders/beleggers in huurwoningen buiten het reguliere aanbod van de woningcorporaties. Het kan dan gaan om woningen in het geliberaliseerde segment (huur > € 699,- per maand) of om bijzondere doelgroepen zoals combinaties met zorg, studentenhuisvesting etc. Voor deze laatste categorie is geen sprake van een huurgrens, maar gaat het vooral om de combinatie met aanvullende diensten en voorzieningen.
Indien sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen anders dan in de vorm van een juridische entiteit dient een penvoerder door de aanvragers te worden benoemd als contactpersoon.
Dat staat los van het feit dat alle samenwerkingspartners altijd hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de met de provincie aan te gane verplichtingen.
Aanvragen voor ondersteuning n het kader van de participatieregeling kunnen worden ingediend in de periode tussen 15 en 30 september 2014. Eerder ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Na 30 september 2014 vindt beoordeling van de aanvragen plaats en zonodig de afweging tussen de afzonderlijke aanvragen in het geval van mogelijke overschrijding van het subsidieplafond.
In verband met de efficiëntie van de regeling worden alleen aanvragen voor een bijdrage meer dan € 125.000 in behandeling genomen. Dat betekent dat er sus sprake dient te zijn van tenminste € 500.000 aan subsidiabele kosten.
Het is mogelijk om voor meerdere projecten in het kader van de participatieregeling een financiering aan te vragen. Het totaal aan ontvangen financiering of garantie op grond van de participatieregeling mag echter niet meer dan € 2.500.000 bedragen per aanvrager.
Daarbij wordt ook rekening gehouden met aan de aanvrager gelieerde partijen voor zover sprake is van een belang van meer dan 25%.
Dit kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld.
Partij A neemt voor 30% deel in een samenwerking welke een aanvraag voor een lening heeft ingediend voor project X ter hoogte van € 2,5 miljoen. Partij A dient ook een aanvraag in voor een eigen project Y en vraagt daarvoor een financiering van € 1 miljoen.
Met project Y komt A nog niet aan het maximum, dus kan deze aanvraag in behandeling worden genomen. Aangezien A voor meer dan 25% deelneemt in project X, telt het bedrag van project Y volledig mee en zou het maximum van € 2,5 miljoen worden overschreden.
Voor project X kan derhalve maximaal een financiering van € 1,5 miljoen worden aangevraagd.
Zou A voor minder dan 25% deelnemen in project X, telt de aanvraag voor Y niet mee in het bereiken van het maximum.
Het bovenstaande laat onverlet dat de aanvrager die een onderneming drijft, ongeacht het percentage van deelname aan het project, nimmer meer subsidie kan ontvangen dan het maximum dat op grond van de- minimissteun is toegestaan
Naast de eisen ten aanzien van de doelgroep en de aard van de projecten, zijn een aantal voorwaarden aan de steunverlening verbonden:
•Het moet gaan om tenminste 10 wooneenheden, danwel een minimum investeringsbedrag van € 1.0 miljoen (excl. verwerving). Wooneenheden zijn in dit verband fysiek zelfstandige woningen met eigen voorzieningen als sanitair en keuken en een eigen entree. Kamerverhuur met gemeenschappelijk sanitair en/of keuken voldoet hier dus niet aan.
•Ten aanzien van de mimimumomvang van projecten worden projecten afzonderlijk beoordeeld. Het bij elkaar voegen van (kleinere) projecten op verschillende locaties om aan de minimumomvang te voldoen is niet toegestaan. In de praktijk betekent dat sprake dient te zijn van een aaneengesloten projectlokatie ten hoogste gescheiden door bijvoorbeeld een openbare weg o.i.d. Daarbij is eveneens van belang dat er een functionele en/of organisatorische samenhang bestaat tussen de verschillende projectonderdelen om als een project te worden beschouwd.
•Er dienst sprake te zijn van een haalbaar project met voldoende ruimte voor het kunnen voldoen aan de verplichtingen ten aanzien van het voldoen van rente en aflossing. Dit dient te worden onderbouwd door het overleggen van een onderbouwde business-case met onderliggende exploitatie en balansprognoses, waaruit deze ruimte blijkt.
Voor het bepalen van de subsidiabele kosten als grondslag voor de provinciale financiering of garantie geldt as uitgangspunt dat dit alleen de projectkosten betreft die leiden tot directe werkzaamheden in de realisatie en de bijbehorende voorbereiding. Verwerving van gronden en/of opstalen behoren daar niet toe. Ook kosten welke zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden niet meegenomen.
De wel toe te rekenen posten zijn onder meer voorbereidingskosten, bouw- en verkoopkosten en bouwbegeleiding, allen voor zover de verplichtingen zijn aangegaan na indiening van de aanvraag. Het onderscheid ligt daarbij in het feit dat de subsidiabele kosten allen leiden tot directe werkgelegenheid in de bouwsector.
Er geldt een maximum leningsbedrag van € 2,5 miljoen per aanvrager. In het geval van een garantie gaat het eveneens om een maximum van € 2.5 miljoen. Aangezien een garantie maximaal 80% mag bedragen van de gegarandeerde lening betekent dit dat de maximale leninghoogte waarvoor sprake kan zijn van een garantie € 3.125 miljoen bedraagt, waarvoor de maximale garantie van € 2.5 miljoen kan worden afgegeven.
Voor het geval dat het totaal aan ingediende aanvragen meer is dan het plafond van € 20 miljoen, zal een keuze worden gemaakt voor de volgorde van de te honoreren projecten. Daarvoor worden twee criteria gehanteerd, te weten de relatieve hoogte van de gevraagde financiering of garantie en de door de aanvrager te stellen zekerheid voor de ontvangen ondersteuning.
Ten aanzien van hoogte van de financiering volgt de regeling de doelstelling van Wurkje foar Fryslan om zoveel mogelijk investeringen in de provincie los te trekken. Dit betekent dat naarmate het aandeel van de provinciale financiering in het project lager is, het project hoger zal scoren.
Voor de vaststelling van leningcondities wordt aangesloten bij de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02) ter voorkoming van staatssteun. Daarbij wordt op basis van de door de aanvrager te stellen zekerheid en de kredietwaardigheid een marktconforme rente bepaald overeenkomstig de regels van de mededeling.
Opslagen voor leningen in basispunten | |||
Ratingcategorie | Zekerheidstelling | ||
Hoog | Normaal | Laag | |
Zeer goed (AAA-A) | 60 | 75 | 100 |
Goed (BBB) | 75 | 100 | 220 |
Bevredigend (BB) | 100 | 220 | 400 |
Zwak (B) | 220 | 400 | 650 |
Slecht/Financiele moeilijkheden (CCC en lager)* | 400 | 650 | 1000 |
| |
* Hoog: 70% of meer
* Normaal: tussen 69% en 41%
* Laag: 40% of minder
De te hanteren rente zal echter nooit onder de door de hoofdfinancier te hanteren rente liggen. Eventuele afwijkingen worden getoetst op de regels ten aanzien van de-minimissteun.
Als zekerheid worden in dit kader opgevat hypotheekstellingen en borgstellingen.
Voor de aflossing geldt een looptijd van maximaal 15 jaar en wordt uitgegaan van een lineaire aflossing.
Ook bestaat de mogelijkheid dat door de provincie een garantie wordt afgegeven aan een externe financier voor het betalen van de verschuldigde aflossing. In de regel zal dit leiden tot gunstiger leningcondities van de betreffende financier in verband met de zekerheid voor betaling van aflossing.
In het geval van een garantie is door de subsidieontvanger een garantieprovisie over het gegarandeerde bedrag aan de provincie verschuldigd. Deze wordt op basis van kredietwaardigheid bepaald en dient jaarlijks te worden voldaan. Deze komt dus boven de door de betreffende financier te hanteren rentecondities.
De hoogte van de verschuldigde provisie is gerelateerd aan de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger.
kredietkwaliteit | Standard & Poor's | Fitch | Moody's | Jaarlijkse safe harbour premie |
Hoogste kwaliteit | AAA | AAA | Aaa | 0,4% |
Zeer sterke betalingskwaliteit | AA + AA AA – | AA + AA AA – | Aa 1 Aa 2 Aa 3 | 0,4% |
Sterke betalingscapaciteit | A+ A A– | A+ A A– | A1 A2 A3 | 0,55% |
Toereikende betalingskwaliteit | BBB + BBB BBB – | BBB + BBB BBB – | Baa 1 Baa 2 Baa 3 | 0,8% |
Betalingscapaciteit gevoelig voor ongunstige omstandigheden | BB + BB BB – | BB + BB BB – | Ba 1 Ba 2 Ba 3 | 2,0% |
Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden | B+ B B– | B+ B B– | B1 B2 B3 | 3,8%-6,3% |
Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden | CCC + CCC CCC – CC | CCC + CCC CCC – CC C | Caa 1 Caa 2 Caa 3 | Niet mogelijk |
In of bijna in een situatie van wanbetaling | SD D | DDD DD D | Ca C | Niet mogelijk |
De hoogte van de garantie daalt jaarlijks gedurende de overeengekomen garantieperiode. Dit betekent dat indien bijvoorbeeld een garantieperiode van 10 jaar overeen is gekomen de garantie jaarlijks met 1/10 daalt.
•Op het moment dat gedeputeerde Staten besluit tot het beschikbaar stellen van een lening of garantie zullen de definitieve afspraken rond de leningcondities en zekerheden worden vastgelegd in een leningovereenkomst of garantieovereenkomst.
Behalve de leningcondities of garantiecondities worden daarin eveneens de afspraken met betrekking tot de betaalbaarstelling vastgelegd.
•Met de participatieregeling beoogt de provincie eveneens het creëren van opleidingsplaatsen in bouw. Daartoe wordt de verplichting opgelicht om gedurende de realisatieperiode opleidingsplaatsen aan te bieden. Voor iedere € 500.000 ontvangen lening of garantie gaat dit om 1.200 opleidingsuren. Als bijvoorbeeld een lening is ontvangen van € 1.1 miljoen dient tijdens de realisatie van het project in totaal 2.640 opleidingsuren te worden aangeboden. Dit kunnen stageplaatsen zijn, maar ook leer-werktrajecten of andere vormen van opleidingsplaatsen.
•In de looptijd van een project is het altijd mogelijk dat wijzigingen ontstaan ten opzichten van de oorspronkelijke verwachtingen. Dat kan betrekking hebben op kosten, maar ook op inhoudelijke aspecten van het project. Als zich wijzigingen voordoen is de subsidie-ontvanger verplicht deze wijzigingen te melden aan de provincie Fryslân. De leningplafonds uit de beschikking liggen echter vast.
•Met het verstrekken van een lening of garantie wordt een langdurige relatie aangegaan. Als financier wil de provincie Fryslân tenminste eenmaal per jaar een financieel verslag (jaarrekening) en een activiteitenverslag van de subsidieontvanger krijgen uiterlijk binnen 6 maanden na het verstrijken van het betreffende verslagjaar. Op basis hiervan vindt een persoonlijk gesprek plaats met de provinciale accountmanager. Bij afwijkingen op de oorspronkelijke verwachtingen kunnen nadere eisen worden gesteld aan de frequentie van de verstrekking worden gesteld.
De condities voor leningen en garanties worden in eerste instantie vastgesteld op basis van marktconformiteit volgens de Europese mededeling. Indien wordt afgeweken van de aldus bepaalde condities wordt deze afwijking beschouwd als staatssteun. Daaraan zijn grenzen gesteld op basis van Europese regelgeving.
De waarde van deze steun wordt bepaald op basis van de looptijd van de betreffende lening of garantie in het jaarlijks verschil tussen de marktconforme voorwaarden en de daadwerkelijk gehanteerde voorwaarden.
Zou bijvoorbeeld bij een lening van € 1.0 miljoen een marktconforme rente van 7,06% gelden (normale zekerheid, geen creditrating) en wordt er in werkelijkheid een rente van 4,5% gehanteerd, dan is bij een looptijd van 15 jaar de steun te berekenen als het jaarlijks renteverschil gedurende 15 jaar, in dit geval € 187.895,-
Na vrijgave van het budget voor de regeling door Provinciale Staten (21 mei 2014) zal door GS de regeling worden vastgesteld (26 mei 2014).
Vervolgens zal de regeling worden opengesteld voor aanvragen, welke kunnen worden ingediend tussen 15 september en 30 september 2014. Op de aanvraag volgt in eerste instantie een besluit van GS over het al dan niet beschikbaar stellen van een lening of garantie.
Op basis van het betreffende besluit vindt vervolgens het opstellen van de leningovereenkomst of garantieovereenkomst plaats, waarin opgenomen de resulterende condities, invulling van de zekerheden en de wijze van beschikbaarstelling van de middelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-631.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.