Provinciaal blad van Friesland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 630 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 630 | Overige overheidsinformatie |
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
gelet op de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006;
overwegende dat;
het wenselijk is maatregelen te nemen te nemen in het belang van prioritaire opgaven in de Friese woningmarkt, waaronder continuïteit en werkgelegenheid in de bouw- en installatiesector.
besluiten:
de Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân te wijzigen als volgt:
A
Artikel 1.1 komt te luiden:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.Asv: Algemene subsidieverordening Provincie Fryslân 2006;
b.Awb: Algemene wet bestuursrecht;
c.de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als op-genomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
d.de-minimissteun in de landbouwproductiesector: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
e.de-minimissteun in de visserijsectorsteun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 875/2007 van de commissie van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
f. ESF: subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien);
g.jacht- en passantenhavens: Voor passanten toegankelijke havens met een bedrijfsmatig karakter, waar pleziervaartuigen, al dan niet tegen betaling, aan steigers of kaden kunnen aanleggen, niet zijnde privé aanleghavens en –kaden of verkoophavens;
h.onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
i.renovatie: vernieuwing van de woning door veranderingen aan te brengen of de woning te vergroten.
j.trainee: natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een werkgever of door een werkgever wordt ingehuurd;
k.uitzendovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
l.werkgever: natuurlijke of rechtspersoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een natuurlijk persoon of een natuurlijke persoon inhuurt op grond van een uitzendovereenkomst;
m.zelfstandige onderneming: onderneming die op grond van Bijlage I van Verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (“de algemene groepsvrijstellingsverordening”) kwalificeert als zelfstandige onderneming.
B
Na artikel 2.5.14 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
De subsidie heeft tot doel het versnellen van de herbestemming, functiewijziging en verbouwing van bestaande ruimten naar een woonfunctie in de geliberaliseerde huur of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen.
Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor het verbouwen van bestaande ruimten tot een woonfunctie in de geliberaliseerde huursector of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen.
Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan.
Indien de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij toekenning van de subsidie aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de voorschotten en dient het verzoek tot vaststelling in.
Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 31 december 2014.
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier.
In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7 ASV wordt geweigerd indien:
a.de subsidiabele activiteiten in aanmerking komen voor subsidie op grond van de stimuleringsregeling monumenten 2014 van de Provincie Fryslân;
b.de ruimte waar de aanvraag zich op richt reeds voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten een woonfunctie heeft;
c.het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt;
d.de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze regeling reeds voor €200.000 subsidie heeft ontvangen;
e.als gelieerde partij als bedoeld onder d wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect een belang heeft van 25% of meer in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen volledig mee bij een hoger belang.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het huurproject betreft de verbouw en herbestemming van een bestaande ruimte zonder woonfunctie tot tenminste 3 wooneenheden binnen het geliberaliseerde huursegment of voor bijzondere doelgroepen;
b.indien bij een herbestemming van deze bestaande ruimte naar een woonbestemming sprake is van een combinatie met andere functies, bedraagt de minimale oppervlakte voor de woonbestemming 70% van de totale bruto vloeroppervlak van de ruimte, op grond van de Nederlandse Norm voor oppervlakte van terreinen en gebouwen met bouwbestemming NEN2580;
c.het huurproject is geografisch en organisatorisch locatie gebonden.
d.het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de geliberaliseerde huursector of voor bijzondere doelgroepen in de provincie Fryslân.
Subsidie wordt slechts verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de benodigde omgevingsvergunning binnen 52 weken na het indienen van de subsidieaanvraag wordt verleend aan de aanvrager.
Artikel 2.6.9 Niet subsidiabele kosten
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
a.leges, vergunningen etc;
b.verwervingskosten van grond en gebouwen;
c.advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de verbouwing van de ruimte;
d.kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de subsidieaanvraag;
De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele kosten met een maximum € 200.000 per project en een minimum van € 25.000 per project.
Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a.de subsidieontvanger biedt met het huurproject minimaal 0,2 opleidingsplaats aan per van de provincie ontvangen € 100.000,- of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren;
b.de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met het project;
c.de subsidieontvanger levert het project uiterlijk 2 jaar na start bouw op;
d.de subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag;
e.bij een subsidie van € 125.000 of meer gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een controleverklaring;
f.de subsidieontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de haalbaarheid van het project, de planologische haalbaarheid, de marktconformiteit van de begroting en de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger kunnen worden afgeleid;
g.indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de ontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. Wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin;
h.de subsidieontvanger wordt verzocht in communicatieuitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van WurkjeFoar Fryslân.
De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimis verklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt.
Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.000.
De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening.
Op 6 november 2013 is door Provinciale Staten het Aanvalsplan Woningmarkt vastgesteld in het kader van het programma Wurkje foar Fryslan.
Onderdeel van de maatregelen uit het Aanvalsplan Woningmarkt is de “herbestemmingsregeling bestaande panden”, waarvoor een bedrag van € 2 miljoen is gereserveerd. In 2014 wordt een eerste tranche opengesteld van € 1 miljoen op hetzelfde moment als ook de participatieregeling wordt opengesteld, namelijk vanaf 15 september 2014.
Artikelsgewijze toelichting
De herbestemmingsregeling heeft als doel het stimuleren van woningbouwprojecten in de huursector in bestaande ruimten van gebouwen, die als gevolg van een onrendabele top in verbouwkosten niet van de grond komen. Het gaat dan om op zichzelf rendabele projecten buiten de reguliere sociale huur. Naast het geconstateerde tekort aan woningen voor bijzondere doelgroepen (waaronder geliberaliseerde huur en combinaties met zorg) is op een groot aantal plaatsen sprake van leegstand van bestaande ruimten in gebouwen welke in beginsel geschikt zijn voor herbestemming naar een woonfunctie voor de genoemde doelgroepen. Het kan dan gaan om ruimten in bijvoorbeeld kantoorpanden, winkelpanden, industriële panden, maar ook om ruimten in kerkgebouwen of overige gebouwen met een maatschappelijke functie. In de praktijk blijkt deze herbestemming te stuiten op een aantal problemen, deels van technische aard (de meerkosten van bouwkundige aanpassingen voor de woonfunctie) en deels van bedrijfseconomische aard (afwaardering van de boekwaarde bij functiewijziging).
De subsidiabele activiteiten betreffen het realiseren van projecten in de huursector voor de genoemde marktsegmenten.
Binnen de herbestemmingsregeling wordt steun verleend door het verstrekken van een subsidie ten behoeve van de realisatie van de betreffende huurprojecten. Daarbij gaat het om een subsidie tot een hoogte van maximaal 20% van de subsidiabele activiteiten. De overige financiering dient te worden vertrekt door derden danwel te worden voldaan uit eigen vermogen.
De regeling richt zich op investeerders/beleggers in huurwoningen buiten het reguliere aanbod van de woningcorporaties. Het kan dan gaan om woningen in het geliberaliseerde segment (huur > 699,- per maand, prijspeil 1-1-2014) of om bijzondere doelgroepen zoals combinaties met zorg, studentenhuisvesting etc. Voor deze laatste categorie is geen sprake van een huurgrens, maar gaat het vooral om de combinatie met aanvullende diensten en voorzieningen.
Indien sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen anders dan in de vorm van een juridische entiteit dient een penvoerder door de aanvragers te worden benoemd als contactpersoon.
Dat staat los van het feit dat alle samenwerkingspartners altijd hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de met de provincie aan te gane verplichtingen.
Aanvragen voor ondersteuning in het kader van de herbestemmingsregeling kunnen worden ingediend in de periode tussen 15 september 2014 en 31 december 2014. Eerder ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Vanaf 15 september 2014 vindt beoordeling van de aanvragen plaats, volgens het principe van “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Zodra het aantal toegekende aanvragen het plafond van € 1 miljoen overschrijdt, wordt dit bekend gemaakt en worden nieuwe aanvragen niet in behandeling genomen.
Alleen aanvragen met een volledig ingevuld aanvraagformulier worden in behandeling genomen. Dit om misverstanden betreffende de volledigheid van de aanvraag en de volgorde van binnenkomst te voorkomen. Immers de dag waarop een volledige aanvraag aan de hand van het aanvraagformulier is ingediend geldt voor het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”.
In verband met de efficiëntie van de regeling worden alleen aanvragen voor een subsidie van meer dan
€ 25.000 in behandeling genomen. Dat betekent dat er dus sprake dient te zijn van tenminste € 125.000 aan subsidiabele kosten.
Het is mogelijk om voor meerdere projecten in het kader van de herbestemmingsregeling een subsidie aan te vragen. Het totaal aan ontvangen subsidie op grond van de herbestemmingsregeling mag echter niet meer dan € 200.000 bedragen per aanvrager.
Daarbij wordt ook rekening gehouden met aan de aanvrager gelieerde partijen voor zover sprake is van een belang van meer dan 25%.
Dit kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld.
Partij A neemt voor 30% deel in een samenwerking welke een aanvraag heeft ingediend voor project X ter hoogte van € 200.000. Partij A dient ook een aanvraag in voor een eigen project Y en vraagt daarvoor een subsidie van € 100.000.
Met project Y komt A nog niet aan het maximum, dus kan deze aanvraag in behandeling worden genomen. Aangezien A voor meer dan 25% deelneemt in project X, telt het bedrag van project Y volledig mee en zou het maximum van € 200.000 worden overschreden.
Voor project X kan derhalve maximaal een financiering van € 100.000 worden aangevraagd.
Zou A voor minder dan 25% deelnemen in project X, telt de aanvraag voor Y niet mee in het bereiken van het maximum.
Het bovenstaande laat onverlet dat de aanvrager die een onderneming drijft, ongeacht het percentage van deelname aan het project, nimmer meer subsidie kan ontvangen dan het maximum dat op grond van de-minimissteun is toegestaan.
Naast de eisen ten aanzien van de doelgroep en de aard van de projecten, is een aantal voorwaarden aan de steunverlening verbonden:
•Het moet gaan om tenminste 3 wooneenheden in ruimten die voordat het herbestemmingsproject van start ging geen woonfunctie kenden. Het Bestemmingsplan voor de betreffende locatie is voor deze definitie leidend. Wooneenheden zijn in dit verband fysiek zelfstandige eenheden met eigen voorzieningen als sanitair en keuken en een eigen entree. Kamerverhuur met gemeenschappelijk sanitair en/of keuken voldoet hier dus niet aan.
•Bij een combinatie met andere functies dient de minimale oppervlakte voor de woonbestemming 70% van de totale bruto vloeroppervlakte te bedragen conform de Nederlandse Norm voor oppervlakte NEN2580. In het geval van bijvoorbeeld de omvorming van een winkelruimte in een binnenstad kan een beperkt deel van deze ruimte (meestal de begane grond) de bedrijfsbestemming behouden, mits deze kleiner is dan 30 %van de totale bruto vloeroppervlakte van de in het verbouwproject betrokken ruimte.
•Ten aanzien van de minimumomvang van projecten worden projecten afzonderlijk beoordeeld. Het bij elkaar voegen van (kleinere) projecten op verschillende locaties om aan de minimumomvang te voldoen is niet toegestaan. In de praktijk betekent dat sprake dient te zijn van een aaneengesloten projectlokatie ten hoogste gescheiden door bijvoorbeeld een openbare weg o.i.d. Daarbij is eveneens van belang dat er een functionele en/of organisatorische samenhang bestaat tussen de verschillende projectonderdelen om als een project te worden beschouwd.
•Alleen projecten, gelegen in de provincie Fryslân worden gesubsidieerd. Binnen de provinciegrenzen wordt geen onderscheid gemaakt in gewicht of belang naar de Friese gemeente waarin het project is gelegen.
Voor het bepalen van de subsidiabele kosten als grondslag voor de provinciale subsidie geldt als uitgangspunt dat dit alleen de projectkosten betreft die leiden tot directe werkzaamheden in de realisatie en de bijbehorende voorbereiding. Verwerving van gronden en/of opstallen behoren daar niet toe. Ook kosten welke zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden niet meegenomen. De wel toe te rekenen posten zijn onder meer voorbereidingskosten, bouw- en verkoopkosten en bouwbegeleiding, allen voor zover de verplichtingen zijn aangegaan na indiening van de aanvraag. Het onderscheid ligt daarbij in het feit dat de subsidiabele kosten allen leiden tot directe werkgelegenheid in de bouwsector.
Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 200.000 per aanvrager en een minimum subsidiebedrag van € 25.000 per herbestemmingsproject. Met een maximale bijdrage in de subsidiabele kosten van 20% betekent dit dat alleen projecten in aanmerking komen waarvan de subsidiabele kosten minimaal
€ 125.000 bedragen. Voor wat betreft de bovengrens mogen de subsidiabele kosten van één of meerdere projecten per aanvrager wel hoger zijn dan € 1.000.000,- maar ook daarboven bedraagt de subsidie maximaal € 200.000 per aanvrager aangezien dat het maximale subsidiebedrag is. Bij een herbestemmingsproject van een aanvrager met € 1.800.000,- aan subsidiabele kosten, bedraagt de subsidie dus maximaal €200.000.
De verdeelsystematiek is op basis van het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. De volledigheid van de aanvraag is daarbij wel bepalend voor de datum van binnenkomst. Dus bij een onvolledige aanvraag wordt de datum van binnenkomst vastgesteld op het moment dat uw aanvraag volledig is binnengekomen bij de provincie Fryslân op het in het aanvraagformulier aangegeven contactadres.
Na binnenkomst van een volledige aanvraag zal deze worden beoordeelt op de door GS vastgestelde regeling. Aanvragen kunnen afvallen vanwege weigeringsgronden of toetsingscriteria. Zodra het subsidieplafondbudget van € 1 mln. voor 2014 is bereikt, wordt de aanvraag geweigerd, ook al voldoet deze aan de subsidievereisten. Op voorhand is nog niet aan te geven of dit zich voordoet in de loop van 2014, wat het belang onderstreept van het vroegtijdig indienen van een volledige aanvraag.
•Met de herbestemmingsregeling beoogt de provincie eveneens het creëren van opleidingsplaatsen in bouw. Daartoe wordt de verplichting opgelegd om gedurende de realisatieperiode opleidingsplaatsen aan te bieden. Voor iedere € 100.000 ontvangen subsidie gaat dit om 0,2 opleidingsplaatsen oftewel 240 opleidingsuren. Als bijvoorbeeld een subsidie is ontvangen van € 150.000 dient tijdens de realisatie van het project in totaal 360 opleidingsuren te worden aangeboden. Dit kunnen stageplaatsen zijn, maar ook leer-werktrajecten of andere vormen van opleidingsplaatsen.
•De in de regeling vermelde looptijden zijn opgenomen om te borgen dat met de regeling op zo’n kort mogelijke termijn het gewenste effect wordt bereikt, onder andere op het gebied van werkgelegenheid. Start van het project uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening is alleen realistisch als bijvoorbeeld gemeenten mee wensen te werken aan de voor het project benodigde bestemmingswijziging. Dat is tevens de reden dat de subsidieaanvrager desgevraagd inzicht moet geven in stukken waaruit onder andere de planologische haalbaarheid kan worden afgeleid.
•Met een activiteitenverslag of een controleverklaring dient de subsidieaanvrager aan te tonen dat het toegekende subsidiebedrag ook daadwerkelijk is ingezet voor subsidiabele activiteiten. Mocht dat achteraf niet of in mindere mate het geval zijn, dan kan de provincie (een deel van) het subsidiebedrag terugvorderen. Mochten er achteraf meer kosten zijn gemoeid van de subsidiabele activiteiten dan vooraf in het subsidieverzoek is aangegeven, dan hanteert de provincie desondanks het (lagere) eerder vastgestelde subsidiebedrag.
•In de looptijd van een project is het altijd mogelijk dat wijzigingen ontstaan ten opzichte van de oorspronkelijke verwachtingen. Dat kan betrekking hebben op kosten, maar ook op inhoudelijke aspecten van het project. Als zich wijzigingen voordoen is de subsidieontvanger verplicht deze wijzigingen te melden aan de provincie Fryslân. De subsidieplafonds uit de beschikking liggen echter vast, zowel absoluut als procentueel.
•Als financier wil de provincie Fryslan binnen zes maanden na afloop van de werkzaamheden een activiteitenverslag en/of een controleverklaring van de subsidieontvanger. Op basis hiervan kan een persoonlijk gesprek plaatsvinden met de provinciale accountmanager en de subsidieontvanger dient daaraan mee te werken. Bij afwijkingen op de oorspronkelijke verwachtingen kan een (gedeeltelijke) terugvordering plaatsvinden.
Subsidies voor economische activiteiten vallen onder Europese regelgeving betreffende staatssteun. Daaraan zijn grenzen gesteld door Europa in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Kortweg komt het er op neer dat aan organisaties ten behoeve van economische activiteiten maximaal € 200.000 aan subsidie mag worden verstrekt in een periode van 3 jaar.
Vanaf eind mei of afhankelijk van besluitvorming van PS en GS mogelijk later, zal de regeling worden opengesteld voor aanvragen, welke kunnen worden ingediend vanaf 15 september tot en met 31 december 2014. Er is bewust gekozen voor overlap met de aanvraagperiode van de Participatieregeling bijzondere huurprojecten van 15 tot en met 30 september 2014. Beide regelingen zijn namelijk stapelbaar, uiteraard wel passend binnen de Europese regels voor staatssteun. Bij een aanvraag voor zowel de herbestemmingsregeling als de participatieregeling dient daarmee rekening te worden gehouden. Voor vragen en informatie wordt in de periode vanaf juni 2014 tot en met 31 december 2014 een loket ingericht waarvan de contactgegevens staan vermeld op het aanvraagformulier.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-630.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.