Provinciaal blad van Zuid-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Zuid-HollandProvinciaal blad 2014, 3868Verordeningen
BESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZUID-HOLLAND VAN 16 DECEMBER 2014, PZH-2014-494855471, HOUDENDE EEN NADERE REGELING MET EEN DEFINITIE VAN RESTLADINGDAMP PROVINCIALE MILIEUVERORDENING ZUID-HOLLAND (BESLUIT NADERE REGELING RESTLADINGDAMP PROVINCIALE MILIEUVERORDENING ZUID-HOLLAND)
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland;
 
Gelet op artikel 1.1, onder m, van de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland;
 
BESLUITEN:
 
Vast te stellen een nadere regeling met een definitie van restladingdamp Provinciale milieuverordening Zuid-Holland in verband met het ontgassen van restladingdampen uit ladingtanks van binnenschepen.
Artikel 1
Van een restladingdamp als bedoeld in artikel 1.1, onder m, van de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland, is sprake bij een concentratie van die damp groter dan of gelijk aan 10% van de onderste explosiegrens.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de verordening tot wijziging van de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche) (Provinciaal blad 2014, 3733) in werking treedt.
Artikel 3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit nadere regeling restladingdamp Provinciale milieuverordening Zuid-Holland.
 
Den Haag,
 
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
 
mevr. drs. J.A.M. Hilgersom, secretaris
 
drs. J. Smit, voorzitter
 
 
Toelichting
Deze nadere regeling strekt ter uitvoering van artikel 1, onderdeel m, van de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (Pmv), zoals deze is komen te luiden na de inwerkingtreding van de negende wijziging van de Pmv (negende tranche). Op grond van die bepaling wordt door Gedeputeerde Staten aangegeven bij welke minimumconcentratie sprake is van een restladingdamp.
In de door Gedeputeerde Staten op 28 oktober 2014 vastgestelde Nota van Beantwoording is aangegeven dat op voorstel van organisaties van het bedrijfsleven voor de omschrijving van restladingdamp van benzeen of benzeenhoudende koolwaterwaterstoffen zal worden uitgegaan van een concentratie gelijk aan of groter dan 10% van de onderste explosiegrens. Deze omschrijving is in deze nadere regeling aangegeven.
 
Den Haag,
 
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
 
mevr. drs. J.A.M. Hilgersom, secretaris
 
drs. J. Smit, voorzitter