Provincie Utrecht Bodemverontreiniging in Wijk bij Duurstede: Rijndijk 5 (UT035200141)
 
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht heeft het volgende besloten:
 
Ter plaatse van bovengenoemde perceel is sprake van een geval van ernstige verontreiniging (met minerale olie) als bedoeld in artikel 29 lid 1, van de Wet bodembescherming.
 
Gelet op het huidige of het toekomstige gebruik van de bodem is er geen sprake van zodanige risico’s voor mens, plant of dier en/of van verspreiding van de verontreiniging dat er met spoed gesaneerd moet worden, zoals bedoeld in artikel 37 van de Wet bodembescherming.
 
Hoewel er geen sprake is van risico’s, gelden de volgende gebruiksbeperkingen voor eigenaar, erfpachter of gebruiker van de verontreinigde percelen:
 
  • 1.
    Voor het verrichten van graafwerkzaamheden in de verontreiniging of voor het onttrekken van verontreinigde grondwater of onttrekking van grondwater in de directe omgeving van de verontreiniging moet een saneringsplan worden opgesteld. Het is niet toegestaan een eventuele sanering uit te voeren voordat toestemming is verleend door de RUD.
 
Elders op de locatie Rijndijk 5 te Wijk bij Duurstede is ook een verontreiniging met asbest aan het maaiveld aangetoond en zijn puinverhardingen en puinhoudende bodemlagen (asbestverdacht) aanwezig. Deze delen van de locatie zijn echter nog niet onderzocht conform de NEN5707 en/of NEN 5897. Wij doen daarom geen uitspraak over de ernst en spoedeisendheid van de bodemverontreiniging met asbest. Dit besluit heeft alleen betrekking op het geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie.
 
Geen zienswijzen
Omdat er redelijkerwijs geen bedenkingen zijn te verwachten van belanghebbenden, hebben GS besloten geen ontwerpbeschikking met bijbehorende rapportages ter visie te leggen, maar direct een beschikking te nemen.
 
Bezwaar
Belanghebbenden kunnen tegen deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij Gedeputeerde Staten van Utrecht, t.a.v. de secretaris van de Awb-adviescommissie, Postbus 80300, 3508 TH Utrecht, binnen zes weken na de dag waarop de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 
 
Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van (het gedeelte van) de beschikking waartegen bezwaar wordt gemaakt;
- de gronden van het bezwaar (de motivering).
 
Aan de behandeling van het bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Vanwege de eis van schriftelijkheid die de Awb stelt, is het niet mogelijk om via e-mail bezwaar te maken.
 
Het maken van bezwaar schorst de werking van de beschikking niet. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kunt u naast het maken van bezwaar een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Daarbij is een griffierecht verschuldigd.
 
Informatie
Voor inlichtingen kunt u terecht bij de RUD Utrecht, telefoonnummer 06 15349990.
Naar boven