Provinciaal blad van Fryslân

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
FryslânProvinciaal blad 2014, 3051Overige overheidsinformatie
Tijdelijke subsidieregeling weidevogelbeheer
Subsidieregeling van XX houdende regels inzake aanvullende subsidieverstrekking voor de inrichting en het beheer van plas-dras gebieden en van verhoogd waterpeil ten behoeve van weidevogels
 
Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
 
overwegende dat het vooruitlopend op aanpassing van het Subsidiestelsel Natuur- en Land-schapsbeheer wenselijk is om weidevogelbeheer te stimuleren door investeringen in en beheer van kleine plas-dras gebieden en in verhoogd waterpeil in Fryslân,
 
gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Fryslân 2013 zoals deze luidt met ingang van 1 juli 2014,
 
besluiten vast te stellen de Tijdelijke subsidieregeling weidevogelbeheer als volgt:
 
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
  • 1.
    Op deze subsidieregeling zijn de begripsbepalingen van artikel 1.1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2013 van overeenkomstige toepassing.
  • 2.
    In afwijking van het eerste lid wordt in deze verordening verstaan onder:
    • a.
      beheerpakket: beheerpakket A01.01.03Fr: Greppel plas-dras, zoals opgenomen in de bijlage bij deze subsidieregeling;
    • b.
      toeslag: toeslag T9Fr Hoog waterpeil, zoals opgenomen in de bijlage bij deze subsidieregeling.
Artikel 1.2 Openstelling
Subsidies op grond van deze regeling kunnen slechts worden verstrekt indien voorafgaand aan de subsidieverstrekking door Gedeputeerde Staten een openstellingsbesluit is genomen waarin wordt voorzien in een subsidieplafond voor de betreffende subsidie.
Hoofdstuk 2 Aanvullende subsidie beheer
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten
In aanvulling op een subsidie agrarisch natuurbeheer als bedoeld in artikel 4.1.1.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2013 kunnen Gedeputeerde Staten op aanvraag:
  • a.
    een subsidie verstrekken voor agrarisch natuurbeheer conform een beheerpakket, of
  • b.
    een toeslag verstrekken voor agrarisch natuurbeheer met een hoog waterpeil.
Artikel 2.2 Duur subsidie
  • 1.
    Een subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes aaneengesloten beheerjaren.
  • 2.
    Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om de subsidie te beëindigen of te verlagen indien de aanvrager niet meer respectievelijk niet meer geheel voldoet aan de bij of krachtens deze subsidieregeling gestelde voorwaarden of verplichtingen.
3 Gedeputeerde Staten zijn tevens bevoegd de subsidie te beëindigen indien naar hun oordeel het beheerpakket of de toeslag in voldoende mate zijn opgenomen bij de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer.
Artikel 2.3 Doelgroep
  • 1.
    Een aanvullende subsidie kan worden verstrekt aan een landbouwer die de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij aanvang van de subsidie beheert krachtens een zakelijk recht of een persoonlijk recht, en voorts gedurende de zes aaneengesloten beheerjaren waarvoor de subsidie wordt verleend ten minste op de peildatum van ieder beheerjaar die landbouwgrond beheert krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.
  • 2.
    Als een in het eerste lid bedoeld zakelijk of persoonlijk recht is belast met of is afgeleid van een ander recht, kan slechts subsidie worden verstrekt voor zover dat andere recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid het beheer uit te voeren.
Artikel 2.4 Aanvraagvereisten
Een aanvraag tot verlening van een aanvullende subsidie gaat vergezeld van een kaart met een topografische ondergrond waarop de grenzen van de beheereenheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd én een nummering van die beheereenheden zijn aangegeven.
Artikel 2.5 Voorwaarden voor deelname
  • 1.
    Een aanvullende subsidie kan worden verstrekt:
    • a.
      als de landbouwgrond is gelegen binnen het gebied dat in de Nota Weidevogels is aangewezen als weidevogelkansgebied;
    • b.
      als is voldaan aan de instapeisen die gelden voor het beheerpakket waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, én
    • c.
      voor zover de begunstigde in het jaar voorafgaande aan de aanvraag tot subsidieverlening niet met opzet:
    • i.
      een onjuiste aanvraag op grond van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer heeft ingediend ter verkrijging van een subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b;
ii. een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Fryslân of de equivalente Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van een andere provincie, óf
iii. de subsidieverplichtingen heeft geschonden die zijn verbonden aan de onder i. en ii. bedoelde subsidies.
  • 2.
    Een aanvullende subsidie wordt niet verstrekt voor landbouwgrond waarop nog verplichtingen van toepassing zijn op grond van:
    • a.
      de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Fryslân;
    • b.
      de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister;
    • c.
      de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden, of
    • d.
      de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.
  • 3.
    In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kan een aanvullende subsidie worden verstrekt indien op de betreffende beheereenheid reeds een beheerpakket in stand wordt gehouden als bedoeld in:
    • i.
      de bijlage 28c van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Fryslân, zoals die bijlagen tot 1 januari 2008 luidden, of
ii. type A van bijlage 28c van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Fryslân, zoals die bijlage tussen 1 januari 2008 en 1 januari 2010 luidde.
Artikel 2.6 Rangschikking
  • 1.
    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  • 2.
    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als de datum van binnenkomst.
  • 3.
    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 2.7 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1.
    Een ontvanger van een subsidie of een toeslag als bedoeld in art. 2.1:
    • a.
      draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die behoren bij het beheerpakket waarvoor aanvullende subsidie wordt verstrekt;
    • b.
      draagt er zorg voor dat op de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt verstrekt en op zijn gehele bedrijf wordt voldaan aan de voorschriften, opgenomen in:
    • i.
      artikel 3 van en de bijlagen 1 en 2 bij de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, én
ii. bijlage 2 van de Beleidsregels verlagen subsidie POP2;
  • c.
    draagt er zorg voor dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaam-heden kunnen worden uitgevoerd op de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt verstrekt;
  • d.
    meldt aan Gedeputeerde Staten de omstandigheden als gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen aan één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit binnen tien werkdagen nadat hij op de hoogte is van die omstandigheden;
  • e.
    meldt aan Gedeputeerde Staten de datum waarop weer aan de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum, én
  • f.
    draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt verhinderd toezicht te houden op de naleving van de subsidieverplichtingen.
    • 2.
      Een ontvanger van een aanvullende subsidie dient uiterlijk op de peildatum van ieder beheerjaar, middels een ter uitvoering van artikel 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1975/2006 vastgesteld aanvraagformulier, bij Gedeputeerde Staten een aanvraag in tot betaling van de jaarvergoeding voor dat beheerjaar, waarbij de artikelen 7 en 8 van verordening (EG) nr. 1975/2006 van overeenkomstige toepassing zijn.
    • 3.
      In een geval als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer rust de in het vorige lid bedoelde verplichting op de derde die het beheer heeft overgenomen.
    • 4.
      De in het tweede lid bedoelde aanvraag maakt geen deel uit van de verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 55 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister.
Artikel 2.8 Hoogte subsidie
  • 1.
    Een subsidie bestaat uit de som van zes jaarvergoedingen, elk behorend bij één van de zes beheerjaren waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
  • 2.
    Een jaarvergoeding is het product van het op grond van artikel 2.9 voor het desbetreffende beheerjaar en beheerpakket vastgestelde tarief, en het aantal hectares waarvoor voor het betreffende agrarische beheerpakket subsidie wordt verstrekt.
  • 3.
    Een jaarvergoeding bedraagt niet meer dan tienduizend euro.
  • 4.
    Na afloop van elk van de eerste vijf beheerjaren:
    • a.
      beslissen Gedeputeerde Staten binnen de in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2012 genoemde termijn omtrent de hoogte van de jaarvergoeding die bij het betreffende beheerjaar behoort, én
    • b.
      keren zij de aldus bepaalde jaarvergoeding, binnen zes weken nadat de in onderdeel a bedoelde beslissing op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, als voorschot uit aan de landbouwer die op de peildatum van het beheerjaar waarop de jaarvergoeding betrekking heeft, beschikt over het in artikel 2.3 bedoelde zakelijk of persoonlijk recht.
Artikel 2.9 hoogte tarief per beheerjaar
  • 1.
    Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks voor reeds verleende of voor met ingang van het komende beheerjaar te verlenen aanvullende subsidies de tarieven vast voor de beheerpakketten en de toeslag, uitgedrukt in een bedrag per hectare.
  • 2.
    Van een besluit als bedoeld in het vorige lid wordt uiterlijk zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode of een nieuw beheerjaar mededeling gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.
Artikel 2.10 Beschikking tot subsidieverlening
Een beschikking tot verlening van een subsidie agrarisch natuurbeheer vermeldt in elk geval:
  • a.
    het aanvullende beheerpakket waarvoor subsidie wordt verleend;
  • b.
    de hoogte van de jaarvergoeding die behoort bij het eerste beheerjaar;
  • c.
    de wijze waarop de tarieven en in voorkomend geval de toeslag, bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, voor het tweede tot en met zesde beheerjaar worden berekend;
  • d.
    of een subsidie wordt verstrekt in het kader van de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma en of die subsidie gedeeltelijk wordt gefinancierd met Europese middelen.
Artikel 2.11 Bewaarplicht
Een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.1 bewaart alle documenten inzake deze subsidie gedurende een periode van ten minste vijf jaar na afloop van het tijdvak van zes kalenderjaren waarop de betreffende subsidie van toepassing is.
Artikel 2.12 Toepasselijkheid Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer
Op een subsidie zoals bedoeld in artikel 2.1 zijn de artikelen 1.3 tot en met 1.10, 7.1 tot en met 7.8, 10.1 tot en met 10.4 en 11 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2013 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 Aanvullende investeringssubsidie inrichting
Artikel 3.1 Investeringssubsidie
Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in landbouwgrond die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van desbetreffende landbouwgrond wijzigen met als doel de realisatie van een beheerpakket of een toeslag.
Artikel 3.2 Subsidievoorwaarden
  • 1.
    Een investeringssubsidie kan worden verleend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • a.
      de betreffende maatregelen in het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, dragen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in voldoende mate bij aan de realisatie van het in artikel 3.1 bedoelde beheerpakket of toeslag;
    • b.
      de realisatie van het in artikel 3.1 bedoelde beheerpakket is in overeenstemming met het natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieverordening Natuur en Landelijk gebied zoals dat op de datum van aanvraag van de betreffende subsidie gold;
    • c.
      de maatregelen die het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, beschrijft realiseren deze verhoging van de kwaliteit, realisatie of aanleg als vermeld in onderdeel a naar het oordeel van Gedeputeerde Staten efficiënt en effectief;
    • d.
      er is geen aanvang gemaakt met de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen voordat de ontvangst van de aanvraag voor investeringssubsidie door of namens Gedeputeerde Staten is bevestigd;
    • e.
      de inrichtingsmaatregelen leiden tot:
1°. een natuurbeheertype dat voldoet aan de betreffende eisen zoals opgenomen in de bijlage behorende bij deze verordening;
2°. een agrarisch beheerpakket dat voldoet aan de instapeisen zoals bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onder b.
  • 2.
    Onverminderd het eerste lid kan een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 3.1 slechts worden verleend indien de aanvrager schriftelijk verklaart ten minste zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, beheer gericht op de instandhouding van een beheerpakket of een toelage als omschreven in de bijlage bij deze verordening te blijven voeren.
  • 3.
    Met instemming van Gedeputeerde Staten kan het beheer gericht op de instandhouding van een beheerpakket of een toelage als omschreven in de bijlage bij deze verordening worden omgezet in beheer gericht op de instandhouding van een agrarisch beheerpakket of een toelage als genoemd in bijlage 3 bij de Subsidieverordening natuur en landschap 2013.
    4. Indien de inrichtingsmaatregelen binnen een periode van zes jaren na verlening ongedaan worden gemaakt, zijn Gedeputeerde Staten bevoegd de subsidie als bedoeld in artikel 3.1 in te trekken en geheel terug te vorderen.
Artikel 3.3 Rangschikking
  • 1.
    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  • 2.
    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als de datum van binnenkomst.
  • 3.
    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 3.4 Bewaarplicht
Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van artikel 3.1 verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste twaalf jaren nadat de betreffende subsidie is verleend.
Artikel 3.5 Overeenkomstige toepassing
Op een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 3.1 zijn de artikelen 2, 3, 4, 4a, 5, 6, 6a, 7, 9, tweede en zevende lid, 9a, derde lid, 9b, eerste lid, 10, eerste tot en met derde lid, 12, eerste en tweede lid, 13, 14, 14a, 14b, en 14d van de Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap 2013 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 4.1 Goedkeuring Europese Commissie
  • 1.
    Subsidies of voorschotten daarop worden verstrekt onder het voorbehoud van goedkeuring van de Europese Commissie.
  • 2.
    De beslissing tot verstrekking van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de onderhavige verordening, of wegens het uitblijven daarvan.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
  • 1.
    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2014.
  • 2.
    Deze subsidieregeling wordt ingetrokken op een door Gedeputeerde Staten te bepalen datum, maar blijft van toepassing op subsidies die op basis van deze subsidieregeling zijn verstrekt.
Artikel 4.3 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling weidevogelbeheer.
Bijlage
Beheerpakket A01.01.03 F r: Greppel p las-dras
Algemene beschrijving
Dit beheerpakket Greppel plas-dras is een kleinschalige variant van het type plas-dras A01.01.01 zoals bedoeld in bijlage 3 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer en is gericht op het ontwikkelen van specifieke plas-dras condities langs greppels en slootjes. De voorwaarden zijn grotendeels gelijk aan het type plas-dras. De kracht van greppel plas-dras is het feit dat de beheereenheid in zijn geheel of voor een groot gedeelte wordt geïnundeerd, dit geeft tevens een variatie in de perceelsvegetatie. Bij een greppel plas-dras zullen met name in de kuikenfase veel weidevogelgezinnen gebruik maken van deze waterrand, die vanwege zijn insectenrijkdom een gunstige fourageerlocatie vormt.
Afbakening
  • 1.
    De beheereenheid bestaat uit grasland.
  • 2.
    Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.
  • 3.
    De beheereenheid is ten minste 0,1 en ten hoogste 0,3 hectare groot.
  • 4.
    De beheereenheid dient gelegen te zijn in de directe omgeving van een greppel of sloot.
Subsidieverplichtingen
Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.
Beheereisen:
  • 1.
    De beheereenheid is jaarlijks geïnundeerd. De inundatieperiode staat hieronder gedefinieerd.
  • 2.
    In de inundatieperiode staat op tenminste 60% van de beheereenheid het waterpeil ten minste 5 en ten hoogste 20 cm boven het maaiveld.
Beheerpakketten:
A01.01.03Fra De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 april;
A01.01.03Frb De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 mei;
A01.01.03Frc De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 juni;
A01.01.03Frd De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 1 augustus.
Voor dit beheerpakket is de vergoeding gelijk aan die vastgesteld voor beheerpakket A01.01.03, zoals bedoeld in bijlage 3, onderdeel B, behorende bij de Verordening natuur- en landschapsbeheer 2013, met dien verstande dat de minimale oppervlakte-eis wordt verlaagd van 0,3 ha naar 0,1 ha)
Toeslag T9Fr Hoog waterpeil
Algemene beschrijving
Voor de instandhouding van vitale weidevogelpopulaties is het noodzakelijk dat naast het optimaliseren van het beheer ook de inrichting wordt geoptimaliseerd ten aanzien van openheid en waterpeil. Hierdoor is het bodemleven beter beschikbaar, wordt de grasgroei vertraagd en ontstaat er meer variatie in structuur van de grasmat.
Deze toeslag kent 2 varianten:
a: Hoog waterpeil van 20 tot 40 cm –maaiveld;
b: Hoog waterpeil van 0 tot 20 cm –maaiveld.
Afbakening
• De toeslag is van toepassing bij A01.01.01, A01.01.02, A01.01.04, A01.01.05 en A01.01.06.
• De beheereenheid bestaat uit grasland.
• De beheereenheid is ten minste 0,5 ha groot.
Beheereisen
T9Fra) Op de beheereenheid is in de periode 1 februari tot 15 juni een hoog waterpeil van minimaal 20 en maximaal 40 cm beneden gemiddeld maaiveldniveau aanwezig.
T9Frb) Op de beheereenheid is in de periode 1 februari tot minimaal 15 juni een hoog waterpeil van minimaal 0 en maximaal 20 cm beneden gemiddeld maaiveldniveau aanwezig.
De genoemde peilen betreffen het slootpeil ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte, de gemiddelde drooglegging. Het vastgelegde peilniveau in de vergunning/ontheffing van een waterschap is hierbij leidend.
Toeslagpakket
T9a Hoog waterpeil: 20 tot 40 cm -mv
T9b Hoog waterpeil: 0 tot 20 cm –mv
Toelichting bij de toeslag
De vergoeding is alleen voor de gebieden waar het peil wordt opgezet, niet voor de gebieden waar al een hoog waterpeil aanwezig of een bergboervergoeding (LFA) wordt aangevraagd voor hoog waterpeil.
De toeslag is het meest effectief in combinatie met A01.01.01 en A01.01.05. Omdat het wenselijk is grote peilvlakken te realiseren van minimaal 5 ha aaneengesloten kan de toeslag ook aangevraagd worden op A01.01.02, A01.01.04 en A01.01.06. De provincie kan er voor kiezen om de toeslag niet open te stellen voor 1 van deze pakketten.
Nota van Toelichting
Algeme ne toelichting
De provincie Fryslân subsidieert het agrarisch natuurbeheer middels de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2013 (SNL), en de investeringskosten middels de Subsidieverordening Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap 2013 (SKNL). Voor deze subsidieverordeningen is goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd en ze worden voor ons uitgevoerd door de Dienst Regelingen. De provincie Fryslân heeft haar weidevogelbeleid vastgelegd in de Nota Weidevogels. Op grond van deze nota is het wenselijk om meer agrarische beheerpakketten te subsidiëren dan onder de huidige SNL mogelijk is. Het betreft dan een nat beheerpakket voor kleinere oppervlakten aan ondergelopen grasland en een toeslag voor een verhoogd waterpeil onder grasland of bouwland, welke een belangrijke bijdrage leveren aan de instandhouding van weidevogelsoorten in Fryslân.
In natuurgebieden met een weidevogeldoelstelling is het wenselijk de waterhuishouding optimaal aan te passen aan de weidevogeldoelstelling. Ook de meer zeldzame broedvogels als Zomertaling, Slobeend, Watersnip en Kemphaan kunnen hiervan profiteren. In het agrarisch gebied komen deze soorten op dit moment vrijwel niet meer voor. Weidevogels kunnen profijt hebben van hogere waterpeilen. Het instellen van hogere waterpeilen voor weidevogels is echter alleen effectief indien er ook daadwerkelijk sprake is van weidevogelbeheer. Wanneer men in deze gebieden uitvoering geeft aan weidevogelbeheer (op gebiedsniveau) dan kan, indien men daartoe bereid is, een hoger slootpeil met drassige situatie een meerwaarde hebben voor weidevogels.
Op p. 20 van het op 18 juli 2006 door Gedeputeerde Staten vastgestelde Werkplan Weidevogels is bepaald dat er jaarlijks €50.000 beschikbaar wordt gesteld voor waterhuishuiding. Vanaf 2008 worden er op basis van de Algemene subsidieverordening incidentele subsidies voor waterhuishouding afgegeven, die corresponderen met de in deze regeling geregeld beheerpakket greppel plas-dras respectievelijk de toeslag hoogwaterpeil. In 2008 is met rijksmiddelen het driejarige project Skriezekriten gestart. Dit project liep naast de investeringsplannen in diverse provincies. Het project was een voorloper van het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer en had als doel ervaringen op te doen met het verbeteren van de weidevogelbiotoop door middel van beheer en de inrichting. In kader van dit project zijn onder andere extra plas-drassen aangelegd en beheerd, alsmede een aantal locaties met hoogwaterpeil. Op 18 juni 2014 hebben Provinciale Staten de nieuwe Nota Weidevogels vastgesteld. Ook in deze Nota worden middelen beschikbaar gesteld voor waterhuishoudingsmaatregelen in het kader van weidevogelbeheer.
Met de voorliggende regeling wordt een rechtmatige basis te creëren voor het subsidiëren van deze waterhuishoudingsprojecten. Het voordeel daarvan is ook dat met deze regeling de voorwaarden voor het indienen en uitvoeren van waterhuishoudingsprojecten vast zijn gelegd.
Momenteel wordt gewerkt aan aanpassing van de SNL, waarmee de pakketten en de toeslag zoals in deze regeling geregeld, binnen de SNL mogelijk wordt gemaakt. Vooruitlopend op deze aanpassing van de SNL zijn door de provincie als gezegd al subsidies verstrekt, en zullen in de loop van 2014 nog meer subsidies worden verstrekt. Dit is gebeurd conform de Nota Weidevogels, maar vooralsnog zonder een goede wettelijke grondslag. Deze wettelijke grondslag wordt met de voorliggende regeling gevestigd. De regeling kan komen te vervallen zodra de bedoelde pakketten en de toeslag hoog waterpeil in de SNL zullen worden opgenomen en daar hun grondslag zullen krijgen. Dat is naar verwachting het geval per 1 januari 2015. Vandaar dat deze subsidie in een tijdelijke regeling wordt geregeld. Tekstueel sluit de regeling nauw aan op de tekst van de SNL.
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014. Dat is ook het moment dat de Algemene Subsidieverordening Fryslân 2013 in werking zal treden en Gedeputeerde Staten bevoegd zijn geworden om subsidieregelingen als deze in te stellen. In de periode tussen 1 juli 2013 en 1 juli 2014 zijn reeds subsidies zoals bedoeld in deze regeling verstrekt. Deze subsidies mochten op grond van art. 4:23, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze regeling rechtmatig worden verstrekt. Het gaat dan in ieder geval (niet-limitatief) om de subsidies met de volgende kenmerknummers die zijn verstrekt tussen 1 juli 2013 en 1 mei 2014:
Plas-dras:
Nrs. 1062042/1060367, 1092115, 1084317/1107294, 1039907/1066008, 1033244/1108555, 1052886/1106625, 1102622/1103232, 1102095, 1103952, 1068240, 1068026, 1068303, 1068310, 1068242, 1068249, 1068317, 1094617, 1108663, 1109435, 1110697, 1111421 en 1114429.
Hoogwaterpeil:
Nrs. 1068333, 1104517, 1104257 en 1105536, 1063594, 1076189, 1066905, 1110568, 1110580, 1110582, 1110586, 1108787, 1110582, 1110927, 1110933, 1114663, 1114709, 1114987, 1114983 en 1115000.
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Deze regeling vormt een tijdelijke aanvulling op de SNL en maakt subsidiëring van aanvullende weidevogelpakketten en een –toeslag mogelijk. De terminologie sluit daarom aan bij de SNL. Alleen voor de termen ‘beheerpakket’ en ‘toeslag’ is een afwijkende definitie opgenomen, omdat in deze regeling juist niet binnen de SNL geregelde pakketten en toeslag willen subsidiëren maar juist enkele die niet in de SNL zijn geregeld.
Artikel 1.2 Openstelling
Met deze bepaling is gegarandeerd dat er geen subsidies kunnen worden verstrekt zonder dat Gedeputeerde Staten door middel van een openstellingsbesluit met een subsidieplafond of subsidieplafonds hebben besloten om budget beschikbaar te stellen voor deze subsidie.
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten
In deze bepaling is geregeld dat er subsidie kan worden verstrekt voor de genoemde beheerpakketten of voor de toeslag. Het betreft een discretionaire bevoegdheid van GS. De subsidies kunnen alleen worden verstrekt aan aanvragers die ook een subsidie voor agrarisch natuurbeheer ontvangen onder de SNL, en dus al binnen het SNL-stelsel opereren.
Artikel 2.2 Duur subsidie
De subsidieverstrekking heeft een looptijd van zes jaren, conform de SNL. 2.
Daarbij is in het tweede lid opgenomen dat Gedeputeerde Staten de subsidie kunnen beëindigen of verlagen als de aanvrager niet meer, dan wel niet meer geheel, voldoet aan de bij of krachtens deze subsidieregeling gestelde voorwaarden of verplichtingen.
Verder is middels het derde lid geregeld dat de subsidie beheer kan worden ingetrokken zodra het plas-dras pakket of de toeslag zijn opgenomen in het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer. Naar verwachting is dat het geval per 1 januari 2015. GS kunnen dan de verleende subsidies beëindigen, waarbij voor de subsidieontvangers de mogelijkheid bestaat om het beheerpakket of de toeslag aan te vragen in het kader van de SNL. Daarbij bestaat beoordelingsvrijheid voor GS om te bepalen of het gaat om hetzelfde of vergelijkbaar pakket of toeslag gaat, zodat wijziging van het beheerpakket of van de toeslag niet in de weg staat aan beëindiging van de subsidie.
Artikel 2.3 Doelgroep
Net als in de SNL kan de subsidie alleen worden aangevraagd door landbouwers, zoals gedefinieerd in art. 1.1, aanhef en onder n, SNL, die een juridisch voldoende titel bezitten om het beheer over de gronden te kunnen voeren.
Artikel 2.4 Aanvraagvereisten
Om de aanvraag te kunnen beoordelen op conformiteit met het natuurbeheerplan en de omvang van de subsidieaanspraak te kunnen berekenen, is het nodig dat de aanvrager een kaart aanlevert waarop precies is aangegeven om welke beheereenheden de aanvraag betrekking heeft. Deze kaart moet in ieder geval ook digitaal worden aangeleverd.
Artikel 2.5 Voorwaarden voor deelname
Een belangrijke voorwaarde voor de subsidie is dat het beheerpakket dan wel de toeslag wordt aangevraagd voor areaal dat is gelegen in Weidevogelkansgebieden zoals bedoeld in de Nota Weidevogels zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 18 juni 2014. Daarnaast moet worden voldaan aan de eisen van het pakket, zoals de instapeisen. Aanvragers die in het voorafgaande jaar een onjuiste aanvraag hebben gedaan of de subsidievoorwaarden hebben geschonden, zijn van subsidiëring uitgesloten. Indien er nog andere regelingen op de grond van toepassing zijn, dan zijn de mogelijkheden van subsidiëring beperkt.
Artikel 2.6 Rangschikking
Verdeling van de subsidie vindt plaats op grond van het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’, met dien verstande dat als dag van binnenkomst geldt de dag dat de aanvraag volledig is en dat bij overschrijding van het plafond rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaatsvindt door middel van loting.
Artikel 2.7 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger dient zich aan verplichtingen te houden die vergelijkbaar zijn als die onder hoofdstuk 4 van de SNL.
Artikel 2.8 Hoogte subsidie
De hoogte van de subsidie wordt op dezelfde wijze berekend als onder de SNL, met dien verstande dat de maximale jaarvergoeding op grond van deze regeling niet meer kan bedragen dan € 10.000,-. Dit laatste bedrag gekozen om conflicten met het Europese en het nationale staatssteunrecht zoveel mogelijk te vermijden. Het is echter aan de landbouwer zelf om te beoordelen of hij of zij - bijvoorbeeld door cumulatie met andere regelingen - niet teveel steun ontvangt.
Artikel 2.9 hoogte tarief per beheerjaar
GS stellen de tarieven per beheerpakket of toeslag per hectare jaarlijks vast. Dit betekent dat de jaarvergoedingen voor de landbouwer ieder jaar worden aangepast (indexering). Deze tarieven worden gewoonlijk tegelijk met de SNL-tarieven vastgesteld.
Artikel 2.10 Beschikking tot subsidieverlening
In deze bepaling staan enkele onderwerpen vermeld die in ieder geval in de beschikking tot subsidieverlening moeten worden vermeld.
Artikel 2.11 Bewaarplicht
Omdat onder de Algemene Subsidieverordening 2013 - anders dan onder de SNL - de meeste subsidies bij verlening tevens direct worden vastgesteld, geldt een van de SNL afwijkende regeling voor de bewaarplicht. Een ontvanger van een subsidie moet alle documenten die betrekking hebben op de subsidie bewaren totdat vijf jaren zijn verstreken nadat het tijdvak van zes kalenderjaren waarop de betreffende subsidie van toepassing is, is verstreken.
Artikel 2.12 Toepasselijkheid Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer
Een aantal bepalingen uit de SNL zijn van overeenkomstige toepassing verklaard. Zo is gegarandeerd dat de manier waarop deze regeling wordt uitgevoerd niet afwijkt van de SNL. Dit is onder meer van belang omdat deze pakketten naar verwachting in 2015 in de SNL worden opgenomen waarna deze regeling kan vervallen.
Voor de subsidie geldt dat deze alleen kan worden verstrekt als een openstellingsbesluit met subsidieplafond is genomen (art. 1.3 SNL), worden aanvragen op volgorde van binnenkomst gerangschikt (art. 1.4), schrijven GS voor de aanvraag een formulier voor (art. 1.5), geldt een beslistermijn van tien weken welke eenmaal met tien weken kan worden verdaagd (art. 1.6), wordt geen subsidie verstrekt als de voorschotbetaling voor het eerste jaar lager dan € 200,- zou zijn (art. 1.8), en gelden de uitsluitingsregeling van art. 1.9 SNL en de anticumulatieregeling van art. 1.10 SNL.
Verder zijn ook de regelingen uit de SNL voor overmachtsituaties (art. 7.1), voor het overlijden van de subsidieontvanger (art. 7.2) en voor situaties waarin wordt overgedragen aan andere beheerders (art. 7.3, 7.3a en 7.4) van overeenkomstige toepassing op de onderhavige subsidie. Dit geldt ook voor aanpassingen in de subsidie wegens vergroting of verkleining van het areaal (art. 7.5 en 7.6), voor wijzigingen in de subsidie vanwege wijziging van het natuurbeheertype (7.7) of voor wijzigingen van de baseline als bedoeld in Europese Verordening 1974/2006 (art. 7.8).
Verder zijn van overeenkomstige toepassing verklaard de art. 10.1 tot en met 10.4, waarin de SNL-regeling in geval van niet-naleving is opgenomen. Op grond van de overeenkomstige toepassing van art. 11 SNL tenslotte, zijn de boa’s die toezien op naleving van de SNL tevens bevoegd om toe te zien op naleving van deze subsidieregeling.
Artikel 3.1 Investeringssubsidie
Deze bepaling geeft de grondslag voor een subsidie voor inrichting van natte weidevogelgebieden. Anders dan bij de beheersubsidie van art. 2.1 die het jaarlijkse beheer betreft, gaat het hier om een éénmalig bedrag waarmee de inrichting van het gebied wordt gesubsidieerd, zodat op dat terrein vervolgens ook het betreffende beheertype kan worden gevoerd. De investeringssubsidie is alleen bedoeld voor inrichtingsmaatregelen die de in de bijlage genoemde beheerpakketten of de daar genoemde bijlage mogelijk maken.
Artikel 3.2 Subsidievoorwaarden
In deze bepaling worden de belangrijkste voorwaarden om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen geformuleerd. Belangrijk is dat GS toetsen of het natuurbeheerplan ter plaatse het bedoelde beheerpakket of toelage wel mogelijk maakt, maar ook of de maatregelen goed beschreven en efficiënt en effectief zijn. Verder is van belang dat de aanvrager nog niet met de uitvoering van de maatregelen is begonnen.
Van de aanvrager wordt gevraagd om schriftelijk te verklaren dat hij het beheer conform het betreffende beheerpakket of de betreffende toelage gedurende minimaal zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen blijft voeren. Wel kan het beheer worden omgezet naar een regulier SNL-pakket, maar daarvoor is een expliciete instemming door Gedeputeerde Staten vereist welke door de subsidie-ontvanger moet worden aangevraagd.
Mochten de inrichtingsmaatregelen binnen een periode van zes jaren na verlening ongedaan worden gemaakt, dan mogen Gedeputeerde Staten de verlening van de investeringssubsidie intrekken en eventueel reeds verstrekte subsidiebedragen terugvorderen.
Artikel 3.3 Rangschikking
Verdeling van de subsidie vindt plaats op grond van het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’, met dien verstande dat als dag van binnenkomst geldt de dag dat de aanvraag volledig is en dat bij overschrijding van het plafond rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaatsvindt door middel van loting.
Artikel 3.4 Bewaarplicht
Omdat onder de Algemene Subsidieverordening 2013 - anders dan onder de SKNL - de meeste subsidies bij verlening tevens direct worden vastgesteld, geldt een van de SKNL afwijkende regeling voor de bewaarplicht. Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van artikel 3.1 verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste twaalf jaren nadat de betreffende subsidie is verleend.
Artikel 3.5 Overeenkomstige toepassing
Een aantal bepalingen uit de SKNL zijn van overeenkomstige toepassing verklaard. Zo is ge-garandeerd dat de manier waarop de regeling voor investeringssubsidies wordt uitgevoerd niet afwijkt van de SKNL. Dit is onder meer van belang omdat deze pakketten naar verwachting in 2015 in de SNL worden opgenomen, waarna voor de investeringssubsidies de SKNL van toepassing wordt en deze regeling kan vervallen.
Voor een investeringssubsidie geldt dat GS subsidieplafonds mogen instellen (art. 2 SKNL), en dat er wordt gerangschikt op volgorde van binnenkomst (art. 3). Een gemachtigde moet een machtiging overleggen (art. 4). Er geldt een beslistermijn van tien weken, en in complexe gevallen van 26 weken, welke termijn éénmalig met tien resp. 26 weken kan worden verlengd (art. 4a) en er gelden dezelfde uitsluitingen en anti-cumulatiebedingen als onder de SKNL (art. 5 en 6). Daarnaast zijn de Communautaire richtlijnen voor staatssteun van toepassing (art. 6a). GS kunnen binnen het natuurbeheerplan de beheertypen en de toelagen op de ambitiekaart markeren (art. 7). De landbouwer moet het land krachtens een persoonlijk of een zakelijk recht beheren (art. 9 lid 2) dat niet met een ander recht is belast dat aan het beheer conform deze regeling in de weg zou kunnen staan (art. 9 lid 7). Verder geldt de uitsluiting van art. 9a lid 3 SKNL en is het GS toegestaan om te bepalen dat een aanvraag van een prétoets door DLG vergezeld wordt (art. 9b lid 1).
Voor de vereisten waaraan de aanvraag moet voldoen, is art. 10, leden 1 t/m 3, SKNL van overeenkomstige toepassing verklaard. De subsidievoorwaarden genoemd in art. 12, leden 1 en 2 SKNL zijn van toepassing, waarbij onder meer geldt dat bij investeringen gericht op meerdere SKNL-doelen een uitvoeringsovereenkomst moet worden gesloten. Verder geldt dezelfde regeling voor subsidiabele en niet-subsidiabele kosten (art. 13), is maximaal 95% van de werkelijke kosten subsidiabel (art. 14), moeten in de beschikking een aantal onderwerpen zijn geregeld zoals een tijdsplanning (art. 14a), en geldt de regeling van de bevoorschotting (art. 14b) voor overdracht aan een derde (art. 14d).
Art. 14c SKNL is uitdrukkelijk niet van overeenkomstige toepassing verklaard, omdat de Algemene Subsidieverordening waar deze regeling onder hangt, zelf een regeling kent voor de vaststelling van de subsidie.
Artikel 4.1 Goedkeuring Europese Commissie
Voor iedere subsidieverlening op grond van deze regeling geldt het voorbehoud van goedkeuring door de Europese commissie. Op deze wijze is zeker gesteld dat iedere verstrekking die in strijd komt met het Europese recht, kan worden teruggevorderd.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking zodra ook de Algemene Subsidieverordening 2013 in werking treedt, namelijk per 1 juli 2014. Op grond van art. 4:23, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, is deze regeling ook van toepassing op subsidies die tussen 1 juli 2013 en 1 juli 2014 zijn verleend.
De subsidieregeling wordt ingetrokken op een tijdstip dat nog door GS moet worden vastgesteld. Dit betekent dat daarna geen subsidies op grond van deze regeling meer kunnen worden verleend. De verwachting is dat de beheerpakketten en de toelage waarop deze regeling ziet, op 1 januari 2015 of 2016 binnen het kader van de SNL (en de SKNL) zullen zijn geregeld. Zodra dat het geval is, zullen GS deze regeling intrekken.
Wel geldt dat vóór de datum van intrekking verleende subsidies gedurende hun looptijd onder de regeling blijven vallen. De subsidies voor beheerkunnen echter wel door GS worden beëindigd op grond van artikel 2.2 lid 3.
Artikel 4.3 Citeertitel
Deze subsidieregeling krijgt de naam ‘Tijdelijke subsidieregeling weidevogelbeheer’.