Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 november 2014, nr. 810D3DE3, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Ruimtelijk Actieprogramma, provincie Utrecht, 2014)
Gedeputeerde Staten van Utrecht;
 
Gelet op de artikelen 4, 6 en 38 (Ruimtelijk Actieprogramma) van de Algemene Subsidieverordening provincie Utrecht;
 
Overwegende dat het Ruimtelijk Actieprogramma leidt tot versnelling van de beleidsrealisatie en dat een sterke sturing vooraf gericht op een duurzame leefomgeving, vitale dorpen en steden, en versterking kwaliteit landelijk gebied, de hoofdpijlers van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, leidt tot grotere effectiviteit, is het wenselijk dat vanuit de provinciale rol een financiële bijdrage wordt geleverd aan de concretisering van het ruimtelijk beleid;
 
Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen:
 
Hoofdstuk 1 Algemeen
 
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze uitvoeringsverordening wordt verstaan onder:
  • a.
    Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;
  • b.
    College: College van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht;
  • c.
    PRS: Provinciale ruimtelijke structuurvisie 2013-2028;
  • d.
    RAP: Ruimtelijk Actieprogramma 2 2012 -2015, behorende bij de Provinciale ruimtelijke structuurvisie, zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 2 juli 2012;
  • e.
    Thema’s: operationele vertaling van beleidsdoelen uit de PRS in zestien projecten onderdeel uitmakend van het RAP.
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk Actieprogramma
Artikel 2 Criteria
  • 1.
    Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken ten behoeve van activiteiten in de provincie Utrecht die gericht zijn op het realiseren van de thema's en actieprogramma zoals omschreven in het RAP en passen binnen de daarin gestelde randvoorwaarden.
  • 2.
    De activiteiten leveren een bijdrage aan één of meerdere van de volgende ambities:
    • a.
      duurzame leefomgeving;
    • b.
      vitale dorpen en steden;
    • c.
      versterking kwaliteit landelijk gebied.
  • 3.
    De activiteiten zijn specifiek gericht op de realisatie van een project zoals genoemd in de thema’s van het RAP waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan het:
    • d.
      concretiseren van het ruimtelijk beleid;
    • e.
      versterken van de samenwerking met partijen in het ruimtelijk werkveld;
    • f.
      vernieuwen van het toepassen van het ruimtelijk instrumentarium;
    • g.
      vernieuwen van de aanpak van het ruimtelijk instrumentarium.
Artikel 3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
  • a.
    privaatrechtelijke rechtspersonen;
  • b.
    publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • c.
    maatschappelijke organisaties.
Artikel 4 Vorm
Subsidie kan worden verstrekt in de vorm van:
  • a.
    financiële bijdrage;
  • b.
    garantstelling;
  • c.
    een (renteloze) lening;
  • d.
    inzet van langdurige externe deskundigheid bij gemeenten (gedurende maximaal 12 maanden);
  • e.
    een storting in een door de provincie Utrecht of door derden op te richten fonds.
Artikel 5 Aanvraag
Aanvragen kunnen het gehele kalenderjaar worden ingediend, gedurende de looptijd van het RAP.
Artikel 6 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 10 van de Asv kan subsidie geweigerd worden als de activiteit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende bijdraagt aan de doelen en ambities zoals geformuleerd in RAP.
Artikel 7 Subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt €2,1 miljoen voor de periode van de looptijd van het RAP.
Artikel 8 Subsidieverlening
  • 1.
    Wanneer de subsidie wordt verleend in de vorm van een geldlening of garantstelling, wordt deze verleend onder de voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en het provinciebestuur een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.
  • 2.
    In de subsidiebeschikking en de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt een regime voor betaling van rente en aflossing opgenomen.
Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger
De subsidieontvanger dient:
  • a.
    de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen, binnen de grenzen van het redelijke;
  • b.
    de provincie Utrecht toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten.
Artikel 10 Europese regelgeving
Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU) 1407/2013, PbEU 2013, L 352/1, betreffende de-minimissteun.
Hoofdstuk 3 Projectencompetitie
Artikel 11 Begripsbepalingen
Onverminderd de begripsbepalingen van artikel 1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:
  • a.
    Projectencompetitie: methodiek voor het ontlokken van subsidieaanvragen ter behoud en verdere versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten in de provincie Utrecht, met het doel drie van de ingekomen subsidieaanvragen in te willigen indien deze aan de gestelde criteria en de overige bepalingen van dit hoofdstuk voldoen;
  • b.
    Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen: kwaliteitsgids waarin de kernkwaliteiten in 6 katernen voor de 6 typen landschappen in de provincie Utrecht zijn beschreven (in te zien op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/kwaliteitsgids/).
Artikel 12 Criteria
  • 1.
    Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 38 van de Asv die gericht zijn op behoud en verdere versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten in de provincie Utrecht zoals beschreven in de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen.
  • 2.
    Subsidie kan worden verstrekt voor in totaal drie projecten, volgens de categorieën van artikel 18.
  • 3.
    Een project als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de volgende criteria:
  • a.
    het ligt in een of meer van de 6 landschappen in de provincie Utrecht;
  • b.
    het geeft een ingreep in één of meer landschappelijke structuren, met een fysiek resultaat in het landschap, waarbij de kernkwaliteiten worden behouden respectievelijk ingepast en worden versterkt;
  • c.
    het geeft behoud en versterking van de kernkwaliteiten door vernieuwing.
     
  • 4.
    In aanvulling op het derde lid gelden als criteria:
  • a.
    de mate waarin het project de landschappelijke kernkwaliteiten behoudt of versterkt, zoals omschreven in de betreffende Kwaliteitsgids;
  • b.
    de mate waarin het initiatief ook andere provinciale belangen of doelstellingen uit de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie dient (mate van integraliteit);
  • c.
    de mate waarin het project als voorbeeld kan dienen voor andere projecten
  • d.
    de mate waarin er sprake is van innovatie in resultaat of aanpak.
Artikel 13 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
  • a. privaatrechtelijke rechtspersonen;
  • b. publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • c. maatschappelijke organisaties.
Artikel 14 Vorm 
Subsidie kan worden verstrekt in de vorm van een financiële bijdrage.
Artikel 15 Aanvraag
Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 5 december 2014.
Artikel 16 Adviescommissie
Aanvragen om subsidie worden voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie Projectencompetitie RAP. De Adviescommissie heeft als taak te adviseren welke drie subsidieaanvragen gelet op de bepalingen uit de Uitvoeringsverordening RAP in aanmerking kunnen komen voor het geldbedrag van artikel 18.
Artikel 17 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 10 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:
  • a.
    de activiteit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende bijdraagt aan de (beleids)doelen zoals geformuleerd in artikel 12;
  • b.
    minder dan 5 subsidieaanvragen zijn ingediend, in welk geval van de beoogde competitie geen sprake is.
Artikel 18 Subsidieplafond en hoogte subsidie
  • 1.
    Het subsidieplafond voor de projectencompetitie, bedoeld in dit hoofdstuk, bedraagt €100.000,-.
  • 2.
    Er kan subsidie worden verstrekt:
  • a.
    voor maximaal 1 project voor een bedrag van €50.000,-;
  • b.
    voor maximaal 2 projecten voor een bedrag van €25.000,-.
Artikel 19 Vaststelling
Subsidie wordt ambtshalve vastgesteld.
Artikel 20 Verplichtingen subsidieontvanger
De subsidieontvanger dient:
  • a. de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen, binnen de grenzen van het redelijke;
  • b. de provincie Utrecht toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten.
  • c. te fungeren als “ambassadeurs” van de projectencompetitie, de Utrechtse landschappen en de Kwaliteitsgids door:
  • 1e actief bij te dragen aan de communicatie rond de kernkwaliteiten van de Utrechtse landschappen en de Kwaliteitsgids, bijvoorbeeld door presentaties te geven op de Dag van de Ruimtelijke Kwaliteit of tijdens het Landschapscafé;
  • 2e samen met de provincie een moment van ‘opening’, ‘oplevering’ of ‘ingebruikname’ te organiseren wanneer het project is gerealiseerd. Dit moment wordt benut in de communicatie over de kernkwaliteiten van het landschap en de Kwaliteitsgids in het bijzonder.
Artikel 21 Europese regelgeving
1. Voor zover subsidie wordt verstrekt aan kleine en middelgrote landbouwbedrijven die actief zijn in de primaire landbouwproducten gebeurt dit met inachtneming van de Verordening (EU)1408/2013, PbEU 2013, L 352/9 .
2. Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU) 1407/2013, PbEU 2013, L 352/1, betreffende de-minimissteun.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 22 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 23 Intrekking
Ingetrokken wordt: Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 december 2012, nr. 80D1024B, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Ruimtelijk Actieprogramma, provincie Utrecht).
Artikel 24 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening subsidie Ruimtelijk Actieprogramma provincie Utrecht 2014.
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 november 2014
Voorzitter,
Secretaris,
Toelichting
Algemeen
Met de Provinciale ruimtelijke structuurvisie (PRS) wil de provincie komen tot een meer integrale aanpak van beleidsvorming en beleidsrealisatie. De afgelopen jaren heeft de provincie Utrecht hier via het Ruimtelijk Actie Programma 2008-2011 al ervaring mee opgedaan. De ervaringen met RAP 2008-2011 zijn positief. Daarom is er voor gekozen hier een vervolg aan te geven waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen integrale beleidsontwikkeling (RAP) en integrale gebiedsontwikkeling (IGP). Het RAP operationaliseert het beleid; het IGP investeert in gebiedsontwikkeling. Deze uitvoeringsverordening vormt de juridische basis voor de uitvoering van het RAP 2012-2015.
Artikelgewijs
Artikel 3 Subsidieontvangers
Zowel rijksoverheid als gemeenten en waterschappen kunnen subsidie ontvangen. Daarnaast kunnen ook maatschappelijke organisaties zoals de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Land en Tuinbouworganisatie Nederland, Kamer van Koophandel, Landschap Erfgoed Utrecht subsidie aanvragen.
Artikel 5 Aanvraag
Vanuit het oogpunt van flexibiliteit en maatwerk kunnen aanvragen gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend. Hierdoor kan een bijdrage worden toegekend op het moment dat dit het meest efficiënt is voor het project en het grootste effect wordt bereikt.
Omdat de wijze van ondersteuning bepaald wordt op basis van een dialoog tussen aanvrager en provincie, kunnen schriftelijke aanvragen enkel worden ingediend na een mondelinge intake. Tijdens dit gesprek worden de doelstelling, het tijdspad en de te bereiken resultaten van het project besproken tussen potentiële aanvrager en de provincie Utrecht. Samen wordt bekeken in hoeverre de mogelijke aanvraag voldoet aan de criteria in artikel 2 en welke potentie een mogelijke aanvraag heeft. Na deze mondelinge intake heeft de potentiële aanvrager een helder beeld over de kansrijk¬heid van provinciale ondersteuning van het project, en kan desgewenst een officiële schriftelijke aanvraag indienen. Voor alle vormen van subsidie wordt per aanvraag op basis van maatwerk bekeken wat de maximale hoogte van het bedrag wordt.
Artikel 7 Subsidieplafond
Er is gekozen voor een programmabudget zonder specifieke verdeling over de verschillende ambities. Dit om te beschikken over maximale flexibiliteit om in te kunnen spelen op actuele situaties en om per project maatwerk te kunnen toepassen. Gedeputeerde Staten kunnen op een later tijdstip besluiten het budget, binnen de gestelde ambities van het RAP alsnog te verdelen in aparte deelplafonds voor de verschillende opgaven.
Artikel 15 Aanvraag
De projectencompetitie wordt in beginsel éénmalig uitgevoerd. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend worden niet meegenomen in de beoordeling.
Naar boven