Bekendmaking
Beschikking artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 tot en met 18 en 72 van de ze wet
Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht te Veenendaal een zestal ontheffingen op grond van artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet verleend. De ontheffingen zijn verleend voor het grondgebied van de provincie Utrecht.
Het betreft ontheffingen voor:
  • het doden van meerkoeten met het geweer ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen (nr. 810AFB57);
  • het doden van Smienten met het geweer ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen (nr. 810AFB59);
  • het doden van Damherten met het geweer, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen en in het belang van de verkeersveiligheid (nr. 810AFD49);
  • het doden van Vossen met behulp van geweer en kunstlicht ter voorkoming van schade aan de fauna (nr. 810B8C27);
  • het doden van Vossen met behulp van geweer en kunstlicht ter voorkoming van belangrijke schade aan biologische- en Freilandkippen (nr. 810B894F) en
  • het vangen met behulp van vangkooien en doden van Zwarte kraaien en Kauwen, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen (nr. 810B8E4D).
De ontheffingen zijn verleend zijn op basis van het Faunabeheerplan Utrecht 2014-2019 voor de periode van 1 oktober 2014 tot 1 september 2019. Aan de ontheffingen zijn voorschriften verbonden.
Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?
U kunt de beschikking en de daarbij behorende stukken inzien tot en met dinsdag 11 november 2014 bij:
Het Provinciehuis, Afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Team Vergunningverlening Natuur en Landschap, Archimedeslaan 6 te Utrecht, elke werkdag van 9:00-16:00 uur; na telefonische afspraak (030) 258 3311.
Bezwaar
Belanghebbenden kunnen tot en met dinsdag 11 november 2014 tegen de beschikking bezwaar maken. Het bezwaarschrift richt u aan Gedeputeerde Staten van Utrecht, t.a.v. de secretaris van de Awb-adviescommissie, Postbus 80300, 3508 TH Utrecht.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken. Deze termijn begint te lopen op de dag na bekendmaking door uitreiking of verzending aan de aanvrager (en indien van toepassing adviseur).
Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten:
  • -
    de naam en het adres van de indiener;
  • -
    de dagtekening;
  • -
    een omschrijving van (het gedeelte van) de beschikking waartegen bezwaar wordt gemaakt;
  • -
    de gronden van het bezwaar (de motivering).
Aan de behandeling van het bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden.
Voorlopige voorziening/schorsing
De beschikking treedt in werking op de dag na bekendmaking door uitreiking of verzending aan de aanvrager (en indien van toepassing adviseur). Het indienen van bezwaar schorst de werking van de beschikking niet. Indien bezwaar is gemaakt kan daarom ook om een voorlopige voorziening worden gevraagd, als er tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de beslissing op het bezwaarschrift kan worden gewacht. Het verzoek moet worden gedaan bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Daarbij is een griffierecht verschuldigd.
Informatie
Als u vragen heeft over de inhoud van deze publicatie kunt u contact opnemen met de Afdeling Vergunningverlening en Handhaving, bereikbaar op telefoonnummer 030-258 2678.
Naar boven