Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 30-09-2014, nr. 810A6148, tot wijziging van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht
Gedeputeerde staten van Utrecht;
 
Gelet op artikel 145 van de Provinciewet;
 
Overwegende dat met ingang van 1 januari 2010 de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht van kracht is geworden;
 
Overwegende dat in de genoemde verordening en subsidieregeling jaarlijks wijzigingen worden aangebracht om knelpunten in de uitvoering op te lossen;
 
Besluiten het volgende wijzigingsbesluit vast te stellen:
 
Artikel I
De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
 
Onderdeel A
In de aanhef wordt “Gelet op artikel 145 van de Provinciewet en artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied;” vervangen door “Gelet op artikel 145 van de Provinciewet”
 
Onderdeel B
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
Onderdeel s. wordt vervangen door:
“s. monitoringsprogramma: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld meerjarig programma waarin GS beschrijft hoe in de informatievoorziening voor het natuurdomein wordt voorzien.”
 
Onderdeel C
Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:
“Vervalt”
 
Onderdeel D
Artikel 3.2.3 wordt als volgt gewijzigd:
In het derde lid wordt “als bedoeld in artikel 3.1.3, vierde lid, wordt de subsidie verleend” vervangen door “als bedoeld in artikel 3.1.3, vierde lid, kan de subsidie worden verleend”, en wordt “een termijn van één maand” vervangen door “een termijn van drie maanden”.
 
Onderdeel E
Na artikel 7.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 7.5a (toetreding tot samenwerkingsverband)
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, tot vergroting van het areaal waarvoor een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt, welke wordt ingediend door een aanvrager als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b, én vergezeld gaat van een verzoek van een ontvanger van één of meer in de aanhef bedoelde subsidies tot intrekking van de aan hem verleende subsidies voor de terreinen waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien:
  • a.
    die aanvraag en het verzoek tot intrekking niet alle natuurterreinen en landschapselementen omvat waarvoor aan de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger subsidie werd verstrekt;
  • b.
    die aanvraag ertoe zou leiden dat in totaal minder dan 6 aaneengesloten jaren subsidie voor het desbetreffende terrein onderscheidenlijk landschapselement kan worden verleend;
  • c.
    de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger een gecertificeerde begunstigde is en de in de aanhef bedoelde aanvrager dit niet is.
2. Ingeval van intrekking uit hoofde van het eerste lid worden alle subsidies naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het verstreken gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.1.2. respectievelijk artikel 5.1.1.2, waarvoor de betreffende subsidies zijn verstrekt.
3. Onverminderd het eerste lid honoreren Gedeputeerde Staten een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet met betrekking tot het gedeelte van een of meer subsidies natuurbeheer dat ziet op de toeslag, bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid, onderdeel b, voor zover het samenwerkingsverband niet in staat is de aan die toeslag verbonden verplichtingen na te leven, maar stellen zij ambtshalve het betreffende deel van respectievelijke subsidies naar evenredigheid vast voor het verstreken gedeelte van het tijdvak.
4. Een wijziging van een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in het eerste lid treedt in werking met ingang van het kalenderjaar waarin het samenwerkingsverband op de peildatum als begunstigde aangemerkt kan worden.
 
Onderdeel F
Artikel 12.7a wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 12.7a, zevende lid, worden drie leden toegevoegd, luidende:
  • 8.
    Op aanvragen voor het uitvoeren van het agrarisch beheerpakket met de aanduiding A01.01.03 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
  • 9.
    Op aanvragen voor het uitvoeren van de agrarische beheerpakketten met de aanduiding A01.02.01 en A01.02.02 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
  • 10.
    Op aanvragen voor het uitvoeren van het landschapspakket L01.04 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
 
Onderdeel G
Bijlage 3, onderdeel B1, wordt als volgt gewijzigd:
Agrarisch beheerpakket “A01.01.03 Plas-dras” wordt vervangen door “A01.01.03 Plas-dras en Greppel plas-dras”.
 
Onderdeel H
Bijlage 7, onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:
Na subonderdeel 4 wordt een nieuw subonderdeel toegevoegd:
Subonderdeel 5 (Toeslag hoog waterpeil)
  • 1.
    Op de beheereenheid wordt een agrarisch beheerpakket uitgevoerd dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02, A01.01.05 of A01.01.06.
  • 2.
    De beheereenheid bestaat uit grasland.
  • 3.
    De beheereenheid is ten minste 0,5 ha groot.
  • 4.
    Onder hoog waterpeil wordt verstaan het slootpeil ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte, waarbij. het vastgelegde peilniveau in de vergunning/ontheffing van een waterschap leidend is.
  • 5.
    De toeslag is van toepassing indien:
    • a.
      op de beheereenheid in de periode 1 februari tot 15 juni een hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 40 cm onder het gemiddelde maaiveld, doch niet hoger dan 20 cm onder het gemiddelde maaiveld ligt, of
    • b.
      op de beheereenheid in de periode 1 februari tot minimaal 15 juni een hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 20 cm onder het gemiddelde maaiveld ligt.
 
Onderdeel I
Bijlage 9, de Index Natuur en landschap, wordt gewijzigd:
Zie integrale tekst Index Natuur en Landschap
 
Artikel II Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
 
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 30 september 2014.
 
Gedeputeerde Staten van utrecht
 
Voorzitter
 
Secretaris
 
 
Toelichting
 
Toelichting op de wijzigingen van SVNL, Index Agrarisch en Index Landschap, 2015
 
Artikel I Toelichting op wijzigingen SVNL (artikelvolgorde)
  • A.
    Grondslag verordening: De Wet inrichting Landelijk Gebied (Wilg) is veranderd, waardoor de verwijzing naar de WILG vervalt.
  • B.
    Definitie monitoringsprogramma (art. 1.1 onder s.): de vigerende definitie blijkt discussie op te roepen over de doelstelling van de monitoring. De nieuwe definitie dient er toe deze discussie weg te nemen.
  • C.
    Artikel 1.12 vervalt: De bepalingen over de slotenmarge leidt, in combinatie met de technische (on) mogelijkheden van de toolkit tot juridische uitvoeringsproblemen. Derhalve komt de mogelijkheid om in de aanvraag de oppervlakte beheereenheid uit te breiden met sloten, zoals gedefinieerd in dit artikel, te vervallen.
  • D.
    Artikel 3.2.3 (subsidieverplichtingen): de verplichting voor het opstellen van een overeenkomst binnen een maand na de datum van de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening leidt in de praktijk tot uitvoeringsproblemen. Deze wijziging leidt tot het opheffen van deze verplichting en verruimt de termijn van één tot drie maanden.
  • E.
    Het nieuwe artikel 7.5a: In de uitvoeringspraktijk is de wens ontstaan om de overdracht van subsidie mogelijk maken van een individuele beheerder naar een samenwerkingsverband voor de resterende looptijd. Uitgangspunt bij deze constructie is dat een individuele beheerder al zijn lopende subsidies inclusief toeslagen overdraagt.
    • a.
      Lid 1: Het samenwerkingsverband vraagt een vergroting van areaal aan want deze vergroting wordt veroorzaakt door de toevoeging van beheereenheden van een individuele begunstigde. Tegelijkertijd wordt er een verzoek tot intrekking van de subsidies van de individuele begunstigde ingediend. Toeslagen verbonden aan de beheereenheden gaan mee over. Aan de toekenning van deze vergroting en de bijbehorende intrekking zijn de volgende voorwaarden verbonden:
      • i.
        de individuele begunstigde draagt alle subsidies over aan het samenwerkingsverband, met de daarbij behorende toeslagen;
      • ii.
        het mag niet leiden tot een korter durend beheer voor de onderhavige natuurterreinen en landschapselementen dan 6 jaar;
      • iii.
        deze vorm van overdracht is niet mogelijk indien het samenwerkingsverband niet gecertificeerd is terwijl de individuele begunstigde dit wel is.
    • b.
      Lid 2: Bij de intrekking worden ook alle subsidies van de individuele begunstigde vastgesteld voor de tot het moment van overdracht lopende periode.
    • c.
      Lid3: Voor zover het samenwerkingsverband niet in staat is om de verplichtingen van de toeslag Schaapkuddes Natuur na, gaat deze toeslag niet mee over naar het samenwerkingsverband. Deze wordt dan in analogie naar lid 2 vastgesteld.
  • F.
    Overgangsrechtelijke bepalingen artikel 12.7: Hierin wordt geregeld dat de doorgevoerde wijzigingen alleen gelden voor nieuwe aanvragen via de openstelling in 2014. Deze wijzigingen zijn niet van toepassing voor lopende beschikkingen.
  • G.
    Bijlage 3, onderdeel B1: A01.01.03 Plas-dras en Greppel plas-dras: Aan het bestaande beheertype Plas-dras is een specifieke beheervariant toegevoegd: greppel plas-dras. Het greppel plas-dras kan als beheervariant op kleine oppervlaktes gericht worden ingezet in de directe omgeving van sloten en greppels.
  • H.
    Toevoeging nieuwe toeslag in Bijlage 7: Toeslag Hoog waterpeil. Deze toeslag kan in combinatie met een aanvraag collectief agrarisch beheer (A01.01.01, A01.01.02, A01.01.04 t/m A01.01.06) worden aangevraagd, alleen voor beheereenheden bestaande uit grasland. De toeslag is gericht op het in stand houden van een hoog waterpeil gedurende een langere periode tijdens het weidevogelbroedseizoen en kent twee varianten in het waterpeil. De genoemde peilen betreffen het slootpeil ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte. Het vastgelegde peilniveau in de vergunning/ontheffing van een waterschap is hierbij leidend. Een deelnemer dient dit als bewijs bij een controle te kunnen overleggen.
 
Toelichting op de wijzigingen Index Agrarisch
  • a.
    A01.01.03 Plas-dras en Greppel plas-dras: Aan het bestaande beheertype Plas-dras is een specifieke beheervariant toegevoegd: greppel plas-dras. Het greppel plas-dras kan als beheervariant op kleine oppervlaktes gericht worden ingezet in de directe omgeving van sloten en greppels.
  • a.
    A01.02.01 Bouwland met broedende akkervogels en A01.02.02 Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels : Aan de beheereisen van deze pakketten zijn aan het onderdeel mechanische en chemische pleksgewijze behandeling de soorten kweek, melganzevoet en japanse duizendknoop toegevoegd.
 
Toelichting op de wijzigingen Index Landschap
a.L01.04 Bossingel en Bosje: Voor het onderdeel bossingel is de afbakening van de maatvoering gewijzigd van breedte- / lengtematen naar breedtemaat / oppervlaktemaat. Hiermee is de afbakening afgestemd op de vergoedingseenheid (€/ha).
Naar boven