Artikel
I
De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
In de aanhef wordt “Gelet op artikel 145 van de Provinciewet en artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied;” vervangen door “Gelet op artikel 145 van de Provinciewet”
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
Onderdeel s. wordt vervangen door:
“s. monitoringsprogramma: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld meerjarig programma waarin GS beschrijft hoe in de informatievoorziening voor het natuurdomein wordt voorzien.”
Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 3.2.3 wordt als volgt gewijzigd:
In het derde lid wordt “als bedoeld in artikel 3.1.3, vierde lid, wordt de subsidie verleend” vervangen door “als bedoeld in artikel 3.1.3, vierde lid, kan de subsidie worden verleend”, en wordt “een termijn van één maand” vervangen door “een termijn van drie maanden”.
Na artikel 7.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 7.5a (toetreding tot samenwerkingsverband)
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, tot vergroting van het areaal waarvoor een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt, welke wordt ingediend door een aanvrager als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b, én vergezeld gaat van een verzoek van een ontvanger van één of meer in de aanhef bedoelde subsidies tot intrekking van de aan hem verleende subsidies voor de terreinen waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien:
-
a.
die aanvraag en het verzoek tot intrekking niet alle natuurterreinen en landschapselementen omvat waarvoor aan de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger subsidie werd verstrekt;
-
b.
die aanvraag ertoe zou leiden dat in totaal minder dan 6 aaneengesloten jaren subsidie voor het desbetreffende terrein onderscheidenlijk landschapselement kan worden verleend;
-
c.
de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger een gecertificeerde begunstigde is en de in de aanhef bedoelde aanvrager dit niet is.
2. Ingeval van intrekking uit hoofde van het eerste lid worden alle subsidies naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het verstreken gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.1.2. respectievelijk artikel 5.1.1.2, waarvoor de betreffende subsidies zijn verstrekt.
3. Onverminderd het eerste lid honoreren Gedeputeerde Staten een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet met betrekking tot het gedeelte van een of meer subsidies natuurbeheer dat ziet op de toeslag, bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid, onderdeel b, voor zover het samenwerkingsverband niet in staat is de aan die toeslag verbonden verplichtingen na te leven, maar stellen zij ambtshalve het betreffende deel van respectievelijke subsidies naar evenredigheid vast voor het verstreken gedeelte van het tijdvak.
4. Een wijziging van een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in het eerste lid treedt in werking met ingang van het kalenderjaar waarin het samenwerkingsverband op de peildatum als begunstigde aangemerkt kan worden.
Artikel 12.7a wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 12.7a, zevende lid, worden drie leden toegevoegd, luidende:
-
8.
Op aanvragen voor het uitvoeren van het agrarisch beheerpakket met de aanduiding A01.01.03 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
-
9.
Op aanvragen voor het uitvoeren van de agrarische beheerpakketten met de aanduiding A01.02.01 en A01.02.02 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
-
10.
Op aanvragen voor het uitvoeren van het landschapspakket L01.04 die zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die datum luidde.
Bijlage 3, onderdeel B1, wordt als volgt gewijzigd:
Agrarisch beheerpakket “A01.01.03 Plas-dras” wordt vervangen door “A01.01.03 Plas-dras en Greppel plas-dras”.
Bijlage 7, onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:
Na subonderdeel 4 wordt een nieuw subonderdeel toegevoegd:
Subonderdeel 5 (Toeslag hoog waterpeil)
-
1.
Op de beheereenheid wordt een agrarisch beheerpakket uitgevoerd dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02, A01.01.05 of A01.01.06.
-
2.
De beheereenheid bestaat uit grasland.
-
3.
De beheereenheid is ten minste 0,5 ha groot.
-
4.
Onder hoog waterpeil wordt verstaan het slootpeil ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte, waarbij. het vastgelegde peilniveau in de vergunning/ontheffing van een waterschap leidend is.
-
5.
De toeslag is van toepassing indien:
-
a.
op de beheereenheid in de periode 1 februari tot 15 juni een hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 40 cm onder het gemiddelde maaiveld, doch niet hoger dan 20 cm onder het gemiddelde maaiveld ligt, of
-
b.
op de beheereenheid in de periode 1 februari tot minimaal 15 juni een hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 20 cm onder het gemiddelde maaiveld ligt.
Bijlage 9, de Index Natuur en landschap, wordt gewijzigd:
Zie integrale tekst Index Natuur en Landschap