Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 11-3-2014), nr. 80F4F363, tot wijziging van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

Gelet op de artikelen 105, eerste lid, 145 en 152 van de Provinciewet en 12.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht;

Overwegende

  • -dat Provinciale Staten bij besluit van 20 april 2009, kenmerk 2009INT238096, aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid hebben toegekend deze verordening te wijzigen na overleg met de minister en de overige provinciebesturen;

  • -dat het wenselijk is de werkwijze voor subsidiëring aan te passen;

  • -dat daarvoor een wijziging van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer nodig is;

Besluiten:

Artikel I

De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 3.1.7 wordt een vierde lid toegevoegd, dat als volgt komt te luiden

4.Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening aan een gecertificeerde begunstigde afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Aldus vastgesteld in de (openbare) vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 11-3-2014.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

Toelichting

De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht schrijft voor, dat beheersubsidies in vijf jaarlijkse tranches na afloop van een beheerjaar worden betaald en met een eindbetaling na afloop van het zesde beheerjaar. Voor de meeste beheerders vormt dit geen probleem; de beheerkosten van het lopende jaar worden gedekt uit de subsidie over het voorgaande jaar.

Als gevolg van de decentralisatie van het natuurbeleid, wordt het door Staatsbosbeheer gevoerde natuurbeheer met ingang van 2014 gesubsidieerd vanuit de provinciale subsidieregeling. Dit betekent dat de betaling over 2014 begin 2015 zou plaatsvinden.

In tegenstelling tot de al langer gesubsidieerde beheerders werd Staatsbosbeheer vanuit de Rijksbegroting gefinancierd voor het lopende beheerjaar. Deze financiering eindigde eind 2013. Door dit verschil in financieringsregimes zou Staatsbosbeheer zijn werkzaamheden een jaar lang uit eigen middelen moeten voorfinancieren. Hiertoe is de organisatie niet in staat. Daarom is deze wijziging van de verordening nodig. De wijziging is landelijk in de werkgroep Natuurbeheer besproken. In deze werkgroep zitten vertegenwoordigers van Rijk en alle provincies. Alle provincies zullen eenzelfde wijziging in hun verordening aanbrengen.

De inwerkingtreding krijgt terugwerkende kracht. Terugwerkende kracht kan alleen wanneer de betrokkenen geen nadeel van de wijziging ondervinden. Dat is hier het geval. De mogelijkheden voor Staatsbosbeheer worden hiermee juist verruimd.

Naar boven