Besluit van het algemeen bestuur van RUD Utrecht houdende vaststelling Bijdrageverordening voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht

Het algemeen bestuur van RUD Utrecht;

Gelet op

Artikel 30 en 31 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht;

Besluit

vast te stellen de navolgende Bijdrageverordening RUD Utrecht

Artikel 1: Begrippen

Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:

  • a.algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling:de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling conform de prijscompensatie van materiële kosten op basis van de methodiek van het Gemeentefonds;

  • b.begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor een begroting van RUD Utrecht geldt

  • c.bijdrage: jaarlijkse bijdrage die verschuldigd is voor de basis- en/of plustaken

  • d.additionele bijdrage: bijdrage die verschuldigd is voor incidentele taakuitvoering

  • e.takenpakket: Het geheel aan uit te voeren basis – en eventuele plustaken welke in een dienstverleningsovereenkomst nader worden gespecificeerd;

  • f.directeur: de directeur van RUD Utrecht, bedoeld in artikel 27, van de regeling.

Artikel 2: Grondslag bijdrage

2. Een deelnemer die incidentele taakuitvoering als bedoeld in artikel 19 jo artikel 18, tweede lid, onder b tot en met f, van de regeling, opdraagt aan RUD Utrecht betaalt daarvoor een additionele bijdrage

3. Een deelnemer komt met de RUD Utrecht een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de regeling, overeen.

4. Indien er geen DVO wordt afgesproken voor het daaropvolgend jaar, dan gelden de afspraken voor het voorgaande jaar, rekening houdend met de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling.

Artikel 3: Vaststelling van de bijdrage

1. Het algemeen bestuur stelt voor elk begrotingsjaar in de begroting van RUD Utrecht de voorlopige bijdrage voor de deelnemers vast.

2. De voorlopige bijdrage is bepaald op basis van het bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 d.d. 16 oktober 2013, en indien de eigenaar daartoe besluit, een correctie voor algemene loonontwikkelingen en prijsontwikkelingen.

3. De definitieve bijdrage voor de uitvoering van het takenpakket is totdat een nieuwe bijdrage verordening is opgesteld, gelijk aan de voorlopige bijdrage van de deelnemer, tenzij:

  • a.gedurende het jaar incidentele taakuitvoering bij de RUD zijn ondergebracht waarvoor afzonderlijke afspraken zijn vastgelegd.

  • b.nadere afspraken, als bedoeld in artikel 19 jo artikel 18, tweede lid, onder b tot en met f, van de regeling zijn gemaakt.

  • c.sprake is van een nadelig exploitatieresultaat conform artikel 6 lid 2.

Artikel 4: Vaststelling van de bijdrage voor de incidentele taakuitvoering

De bijdrage die de deelnemer voor de incidentele taakuitvoering verschuldigd is, wordt berekend op basis van de daadwerkelijk hoeveelheid bestede uren, vermenigvuldigd met het uurtarief wat in de begroting van RUD Utrecht van dat jaar staat opgenomen.

Artikel 5: Verdeelsleutel bij een batig exploitatiesaldo

Artikel 6: Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo

Artikel 7: Betaling van de bijdrage

Artikel 8: Bijdrage bij de start van RUD Utrecht

Artikel 9: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op bekendmaking.

Artikel 10: Duur

Deze verordening is geldig tot 1 januari 2017.

Artikel 11: Citeerwijze

Deze verordening wordt aangehaald als Bijdrageverordening RUD Utrecht.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van RUD Utrecht 13 maart 2014.

De voorzitter,

De secretaris,

TOELICHTING OP BIJDRAGEVERORDENING

A. Algemeen deel

In de bijdrageverordening staan de uitgangspunten voor de kostenverdeling over de verschillende deelnemers, alsmede de sleutel voor de verdeling van overschotten en het aanvullen van tekorten. De bijdrage die de deelnemers betalen op basis van de bijdrageverordening financiert de uitvoering van takenpakket van de RUD Utrecht.

De systematiek die is vastgelegd in de bijdrageverordening sluit aan op de afspraken die deelnemers hebben gemaakt ten aanzien van het terugverdienen van de projectkosten. De looptijd van deze verordening is dan ook gelijk aan de periode dat de projectkosten worden terugverdiend, namelijk 2,5 jaar.

Per 1 januari 2017 gaat de RUD Utrecht werken met een nieuwe financieringssystematiek, gebaseerd op een producten- en dienstencatalogus. De bijdrageverordening moet daarvoor worden aangepast.

In het vervolg van de toelichting worden een aantal artikelen specifiek toegelicht.

B. Specifieke toelichting

Artikel 3: Vaststelling van de bijdrage

In artikel 3 lid 1 en 2 staat dat de bijdrage voor elke deelnemer wordt bepaald op basis van de inbreng door de deelnemer bij aanvang van de RUD. In het Bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 is per deelnemer een berekening van de bijdrage opgenomen. Per 1 januari 2014 is het bevoegd gezag gedeeltelijk overgegaan van de provincie naar de gemeenten. Dit heeft als consequentie dat bij de begroting 2014-2015 een mutatie plaatsvindt. In deze begroting wordt daarvoor een percentage per deelnemer vastgesteld. Dat is vervolgens het uitgangspunt voor de berekening van de voorlopige bijdrage voor het jaar 2016.

Verder staat in het artikel dat in beginsel de voorlopige bijdrage van de RUD Utrecht in de overgangsperiode tot 2017 gelijk is aan de definitieve bijdrage. Er kan voor een deelnemers een verschil ontstaan tussen de voorlopige en de definitieve bijdrage omdat er tussentijds meer structurele taken in de RUD zijn ingebracht en/of incidentele taakuitvoering heeft plaatsgevonden. Het kan ook zijn dat alle deelnemers een hogere definitieve bijdrage moeten betalen dan de voorlopige bijdrage. Bijvoorbeeld als er sprake is van een nadelig exploitatieresultaat dat niet met het weerstandsvermogen kan worden opgevangen.

Artikel 5 en 6: Verdeelsleutel

In deze twee artikelen staat het proces en de afspraken beschreven die gelden bij een positief en een negatief exploitatieresultaat van de RUD Utrecht. Doelstelling van de eigenaren is om in eerste instantie zo spoedig mogelijk de projectkosten van de vorming van de RUD af te lossen. De provincie heeft dat bedrag voor een periode van 2,5 jaar voorgeschoten. Conform de afspraken in het bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 mag dat echter niet concurreren met de opbouw van de algemene reserve. Dat betekent dat eventuele overschotten in de exploitatie toegevoegd worden aan de algemene reserve voor opbouw van het weerstandsvermogen.

Als er een negatief saldo bij de jaarrekening is, zal dat in eerste instantie door de RUD Utrecht zelf worden opgevangen. Daarbij moet worden aangetekend dat de RUD de eerste jaren niet of over een beperkt weerstandsvermogen beschikt. Mocht er een positief saldo zijn, nà terug betaling van de projectkosten, dan wordt dat ingezet voor het opbouwen van het weerstandsvermogen.

Artikel 10: Duur

De bijdrageverordening is bedoeld voor een periode van 2,5 jaar. Uiterlijk 1 januari 2017 dient een aangepaste bijdrageverordening te zijn vastgesteld door de eigenaren van de RUD. Indien dat niet zo is, bijvoorbeeld omdat onverhoopt de terugverdientijd van de projectkosten langer blijkt te zijn, dan wordt daartoe na de evaluatie bij de jaarrekening 2015 een apart besluit genomen door het algemeen bestuur.

In de praktijk betekent dit dat de aangepaste bijdrageverordening rondom de vaststelling van de begroting 2017 (conform gemeenschappelijke regeling vòòr 1 juli), te zijn vastgesteld.

Naar boven