2026D49730 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.

De voorzitter van de commissie,

Hamstra

Adjunct-griffier van de commissie,

Bosnjakovic

Nr

Vraag

1

Wat is de stand van zaken rondom de uitvoering van de gewijzigde motie van het lid Ceder over meer meesters behouden voor het onderwijs1? Zijn er afspraken gemaakt met het werkveld?

2

Hoeveel leerlingen worden in 2027 bereikt met het Programma Schoolmaaltijden en wat bedragen de gemiddelde kosten per deelnemende leerling en per verstrekte maaltijd?

3

Welk deel van de € 153 miljoen die in 2027 voor schoolmaaltijden in het primair en voortgezet onderwijs beschikbaar is, wordt daadwerkelijk besteed aan voedsel en welk deel aan organisatie, personeel, administratie, logistiek en overige uitvoeringskosten?

4

Hoeveel wordt in 2027 in totaal uitgegeven aan basisvaardigheden, uitgesplitst naar directe bekostiging van scholen, subsidies, kennisinstellingen, programma’s, onderzoek en uitvoeringskosten?

5

Kan de regering per provincie aangeven hoeveel basisscholen de afgelopen vijf jaar zijn gesloten en hoeveel scholen volgens de huidige leerlingprognoses tot en met 2031 onder een opheffingsnorm dreigen te komen?

6

Waarom stijgen de uitgaven op artikel 25 Emancipatie van € 23,4 miljoen in 2026 naar € 46,5 miljoen in 2027?

7

Kan de regering de stijging van de uitgaven op artikel 25 Emancipatie van circa € 23 miljoen volledig uitsplitsen naar beleidsmaatregel, organisatie, subsidie, opdracht en bijdrage aan medeoverheden?

8

Kan per museale instelling worden aangegeven hoeveel rijksbijdrage zij in 2027 ontvangt, hoeveel bezoekers zij in 2025 heeft ontvangen en hoeveel eigen inkomsten zij in 2025 heeft gegenereerd?

9

Hoe is de € 295,224 miljoen aan museale bekostiging geografisch over Nederland verdeeld, uitgesplitst naar provincie?

10

Welk percentage van de totale rijksbekostiging voor museale instellingen komt terecht bij instellingen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en welk percentage bij instellingen buiten deze vier steden?

11

Hoe beoordeelt de regering de geografische spreiding van museale instellingen met een wettelijke taak over Nederland en welke criteria hanteert zij daarbij?

12

Welke mogelijkheden bestaan er binnen de huidige Erfgoedwet om nieuwe museale instellingen met een wettelijke taak te belasten en daarmee voor structurele rijksbekostiging in aanmerking te laten komen?

13

Welke criteria moet een museum concreet vervullen om te worden belast met een wettelijke taak op grond van de Erfgoedwet en wie kan het initiatief nemen tot een dergelijke aanwijzing?

14

Is bij de regering een verzoek of initiatief bekend om het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk te belasten met een wettelijke taak dan wel anderszins structureel vanuit het Rijk te bekostigen? Zo ja, wat is de stand van zaken?

15

Aan welke voorwaarden voldoet het Watersnoodmuseum momenteel wel en niet om in aanmerking te komen voor een wettelijke taak op grond van de Erfgoedwet?

16

Kan de regering aangeven hoeveel structurele rijksmiddelen voor musea in 2027 per provincie beschikbaar zijn, zowel via de Erfgoedwet als via de culturele basisinfrastructuur en de Rijkscultuurfondsen?

17

Hoe heeft het aantal mbo-studenten zich sinds 2015 ontwikkeld en hoe wordt het aantal studenten tot en met 2031 geraamd? Kan de regering dit uitsplitsen naar bol2 en bbl3?

18

Hoe heeft het bedrag dat de overheid per mbo-student uitgeeft zich sinds 2015 ontwikkeld?

19

Hoeveel middelen zijn in 2027 beschikbaar voor de (aanvullende) begeleiding van mbo-studenten op leesvaardigheid en rekenen?

20

Hoe heeft het aantal hbo-studenten zich sinds 2015 ontwikkeld en hoe wordt het aantal studenten tot en met 2031 geraamd? Hoeveel van deze studenten volgen een duale hbo-studie?

21

Hoe heeft de overheidsbijdrage per student in het hbo en wo zich sinds 2015 ontwikkeld? Kan de regering hierbij onderscheid maken tussen de onderwijs- en onderzoeksbekostiging?

22

De begroting vermeldt dat de precieze verdeling van de middelen van de LLO4-katalysator over mbo, hbo en wo nog moet worden uitgewerkt; wanneer wordt deze verdeling vastgesteld en welke verdeelsleutel wordt daarbij gehanteerd?

23

Voor het LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden is voor 2025–2027 € 42,9 miljoen toegekend aan 21 regio’s; hoeveel deelnemers hebben tot nu toe gebruikgemaakt van het scholingsaanbod en hoeveel deelnemers worden in 2027 verwacht?

24

Hoeveel studenten en werkenden volgen momenteel een opleiding of scholingstraject dat valt onder leven lang ontwikkelen, uitgesplitst naar mbo, hbo en wo en naar voltijd, deeltijd en overige flexibele onderwijsvormen?

25

Kan de regering aangeven wat de kosten zouden zijn om alle leerlingen van alle middelbare scholen een EHBO-cursus te geven?

26

Welk percentage van het bbp5 besteedde de overheid in de afgelopen vijf jaar in onderzoek en wetenschap? Welk percentage is dat voor de komende jaren?

27

Wat is de stand van zaken rond de uitvoering van de motie van de leden Ceder en Flach over succesvolle initiatieven stimuleren waarbij vrijwilligersorganisaties financiële educatie op scholen verzorgen6?

28

Wat is de stand van zaken rond de uitvoering van de motie van de leden Ceder en Rooderkerk over borgen dat veiligheidsvoorzieningen op scholen aantoonbaar toegankelijk zijn voor alle leerlingen van de school7?

29

Wat is de stand van zaken rond de uitvoering van de motie van het lid Ceder over de normen van de WCAG8 en inclusief digitaal ontwerpen opnemen in de inkoopvoorwaarden voor digitale leermiddelen, leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps9?

30

Kan de regering inzicht geven in de gevolgen voor de OCW-begroting in de jaren 2027–2031 indien de in de media genoemde korting op de prijsbijstelling10 daadwerkelijk wordt doorgevoerd?

31

Welke overwegingen liggen eraan ten grondslag dat eventueel middelen die bestemd waren voor prijsbijstelling van de OCW-begroting worden ingezet als dekking voor financiële tegenvallers op andere beleidsterreinen?

32

Welke concrete stappen kan de regering nog zetten om te voorkómen dat de prijsbijstelling op de OCW-begroting bij de Voorjaarsnota 2027 of in daaropvolgende begrotingsrondes wordt ingezet als dekking voor tegenvallende besparingen elders op de Rijksbegroting?

33

Welk deel van de intensiveringen betreft het terugdraaien van bezuinigingen, welk deel het structureel maken van tijdelijke middelen en welk deel is nieuw beleid?

34

Hoe verlopen de gesprekken over het afschaffen van het BSA11? Wordt daarbij, vanuit het oogpunt van studentenwelzijn, specifiek gekeken naar de studenten die het meest getroffen zijn: die het BSA dreigen niet te halen?

35

Heeft OCW al een idee van hoe bezuinigingen, als die er komen,

verspreid zullen worden binnen het ministerie?

36

Welke regelingen op de OCW-begroting worden verdeeld op basis van statistische indicatoren, zoals de GOAB12? Hoe wordt, bijvoorbeeld met tijdige impactanalyses en overgangsperiodes, geborgd dat wijzigingen in de berekening niet leiden tot plotselinge wijzigingen in budget voor de ontvangers van de middelen, zoals gemeenten?

37

Hoeveel middelen van de OCW-begroting gaan gericht richting suïcidepreventie?

38

Welke beleidsopties ziet de regering om te borgen dat de beschikbare middelen zo effectief mogelijk worden ingezet voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en daarmee de basisvaardigheden?

39

Is bekend hoeveel kinderen speciaal onderwijs volgen?

40

Is bekend hoeveel kinderen van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs zijn gegaan (dus inclusief onderwijs)?

41

Kan de regering uiteen zetten hoe de leerlingenaantallen in het po13 en vo14 zich ontwikkelen tot 2030?

42

Hoeveel geld ontvangen alle po-scholen structureel om

te werken aan de verbetering van de basisvaardigheden?

43

Hoeveel geld ontvangen alle vo-scholen structureel om te werken aan de verbetering van de basisvaardigheden?

44

In hoeverre waarborgt u dat scholen binnen hun lumpsum ruimte houden voor kunst- en cultuureducatie?

45

Blijven kunst- en cultuureducatie nog steeds afhankelijk van projectsubsidies, terwijl van scholen wordt gevraagd steeds meer te doen op het gebied van brede talentontwikkeling, of is de regering bereid kunst en cultuur een structurele plek te geven binnen de bekostiging van scholen en daarbij juist vakoverstijgend werken te stimuleren?

46

Welke maatregelen uit het coalitieakkoord vereisen nog wet- of regelgeving voordat de daarvoor gereserveerde middelen volledig kunnen worden besteed?

47

Kan de regering toelichten wat de verbeteringen zijn waar het kabinet aan werkt met betrekking tot het studiefinancieringsstelsel en de financiële positie van studenten op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba?

48

Hoe staat het met de uitvoering motie van de leden Moorman en Beckerman over afspraken om commerciële inhuur af te bouwen15?

49

Kan de regering, uitgesplitst naar primair en voortgezet onderwijs, weergeven welke onderwijsregio’s inmiddels een publieke invalpools hebben?

50

Welke mogelijkheden bestaan er om het voor leraren aantrekkelijker te maken om carrière te maken in de klas?

51

Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Westerveld c.s. over verkennen hoe het verdienmodel van detacheringsbureaus valt aan te pakken door bijvoorbeeld boetes of overnamekosten in het onderwijs onmogelijk te maken16?

52

Kan de regering uiteenzetten hoeveel geld sinds de oprichting van de onderwijsregio’s jaarlijks wordt uitgegeven aan overhead en dergelijke van de onderwijsregio’s?

53

Klopt het dat er geen extra middelen zijn gereserveerd voor de transitie van passend naar inclusief onderwijs?

54

Kan de regering uiteenzetten met welke wetsvoorstellen ze komt in verband met veiligheid op school?

55

Welke andere studentenorganisaties, waaronder moslimstudentenorganisaties, worden tevens structureel betrokken en met welke studentenorganisaties voert OCW momenteel structureel overleg over sociale veiligheid?

56

Welk totaalbedrag is in 2027 beschikbaar voor de uitvoering van de Nationale Talentstrategie?

57

Op welke termijn wordt meer bekend over de concrete invulling van de Talentstrategie?

58

In welke hoedanigheid worden studentorganisaties meegenomen in de invulling van de Talentstrategie?

59

Welke afspraken worden met studentenorganisaties gemaakt over de uitvoering van de Talentstrategie?

60

Wanneer ontvangt de Kamer de voortgangsrapportage over de Talentstrategie en welke (financiële) informatie wordt daarin opgenomen?

61

Hoeveel aanvragen zijn er tijdens de subsidieperiode 2026 geweest voor de Maatschappelijke Diensttijd?

62

Hoeveel subsidies zijn er toekend aan projecten betreffende de Maatschappelijke Diensttijd?

63

Hoe toetst de regering de kwaliteit van de projecten Maatschappelijke Diensttijd?

64

Is onderdeel van het beleid voor internationaal talent ook het vormgeven van een standaardplan voor studenten uit oorlogsgebieden?

65

Wat zijn de procedures om de internationale studenten die door onderwijsinstellingen worden aangetrokken van huisvesting te voorzien? Zijn hierover interministeriële plannen in ontwikkeling? Bij wie ligt hiervoor de verantwoordelijkheid?

66

Welke bijdrage leveren onderwijsinstellingen in 2027 aan het realiseren van studentenhuisvesting en welke financiële middelen zijn daarvoor beschikbaar?

67

Welke bestuurlijke afspraken worden in 2027 met universiteiten en hogescholen gemaakt over de huisvesting van (internationale) studenten?

68

Hoeveel procent van de rijksmonumenten verkeert momenteel in goede of redelijke staat?

69

Voorzien de subsidies voor het programma School & Omgeving en schoolmaaltijden ook in extra personeel om deze regelingen en voorzieningen uit te voeren òf levert dit extra werkzaamheden op voor de onderwijsprofessionals die al werkzaam zijn op de betreffende onderwijsinstelling?

70

Op welke manieren gaat de regering de verspreiding van desinformatie en nepnieuws, die via sociale media plaatsvindt, tegen en welke instrumenten daartoe is het kabinet nog aan het ontwikkelen?

71

Wat betekent de bezuiniging op de «loon- en prijsbijstelling funderend onderwijs» in tabel 1?

72

Wat is het effect van het inhouden op deze loon- en prijsbijstelling funderend onderwijs voor de subsidie zij-instroom en professionalisering onderwijspersoneel op teamniveau?

73

Welke wettelijke verplichtingen gelden in het onderwijs met betrekking tot de loon- en prijsbijstelling?

74

Hoe ontwikkelen de onderwijsuitgaven per leerling in het basis- en voortgezet onderwijs zich tussen 2022 en 2027, gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkeling?

75

Hoe ontwikkelen de onderwijsuitgaven per student in het mbo zich tussen 2022 en 2027, gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkeling?

76

Hoe ontwikkelen de onderwijsuitgaven per student in het hoger en wetenschappelijk onderwijs zich tussen 2022 en 2027, gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkeling?

77

Kan de regering uitleggen waarom er in 2027 – € 19 064 000 genoteerd staat bij brugfunctionarissen en wat dit betekent?

78

Bestaat er samenhang tussen de + € 19 064 000 voor schoolmaaltijden en de – € 19 064 000 voor brugfunctionarissen?

79

Hoe wordt concreet de efficiencytaakstelling (maatregel 61) ingevuld?

80

Hoe wordt concreet 4. Aanvullende taakstelling Rijk ingevuld?

81

Hoe wordt concreet 5. Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid ingevuld?

82

Op welke subsidies wordt bezuinigd onder 63. Subsidietaakstelling?

83

Wat ligt ten grondslag aan de extensivering van de praktijkgerichte havo?

84

Wat zijn de concrete gevolgen van het vanaf 2028 niet uitkeren van een deel van de prijsbijstelling?

85

Heeft de korting op de prijsbijstelling effect (tabel 1) op de gehele OCW-begroting of alleen op het deel van de intensiveringen van de extra coalitieakkoord-middelen?

86

Kan de regering een overzicht geven, per intensivering coalitieakkoord-middelen onderwijs & wetenschap? Wat zijn de gevolgen van het niet uitkeren van de prijsbijstelling vanaf 2028 en de volgende jaren?

87

Kan de regering per intensivering in percentages en in gehele bedragen coalitieakkoord-middelen specificeren welk deel van de prijsbijstelling wel wordt uitgekeerd per 2028, 2029, 2030 en 2031?

88

Op welke inhoudelijke en demografische aannames is het normbedrag van € 206 per leerling voor de basisvaardigheden gebaseerd? Waarom is gekozen voor een generiek bedrag per leerling in plaats van een gedifferentieerd bedrag op basis van de achterstandsscore van de school?

89

Welk deel van deze middelen voor basisvaardigheden zal niet aan het primaire onderwijsproces worden besteed?

90

Kan de regering voor het hbo en wo aangeven welk deel van de intensiveringen in 2027 toe te rekenen zijn aan de Talentstrategie?

91

Wat zijn de concrete gevolgen van het in 2026 moeten korten op professionalisering van onderwijspersoneel vanwege het hoger beroep van de rechtszaak bekostiging primair onderwijs?

92

In hoeverre kan de Minister de nabetaling aan de 222 schoolbesturen vanwege de rechtszaak bekostiging primair onderwijs nog oormerken of in ieder geval borgen dat deze wordt ingezet voor professionalisering van het onderwijspersoneel?

93

Gaat de Minister bij de ontwikkeling van een publieke AI-voorziening ook de beroepsgroep intensief betrekken?

94

Wat wordt met de € 10,7 miljoen voor een publieke AI-voorziening in 2027 concreet ontwikkeld, welke onderdelen worden aanbesteed en welke onderdelen worden publiek ontwikkeld?

95

Hoeveel extra mensen kunnen door de extra investering in de zij-instroom gebruik maken van de zij-instroomsubsidie?

96

Vormt het betalen van het loon voor de studietijd en het bovenformatief aannemen tevens een onderdeel van de extra investering in de zij-instroom?

97

Bestaan er op dit moment onvoldoende plekken voor zij-instromers en in welke regio’s zijn er dan onvoldoende plekken voor zij-instromers?

98

Welk aandeel van de zij-instromers rondt momenteel het traject succesvol af en welk aandeel werkt één, drie en vijf jaar na instroom nog in het onderwijs?

99

Welk deel van de herstelde € 121,4 miljoen voor «School en Omgeving» betreft reeds aangegane meerjarige contracten tussen scholen, gemeenten en partners zoals sportclubs, muziekscholen en wijkcentra die in 2026/2027 stil zijn gelegd of aangepast? Met welke administratieve en juridische transitiekosten voor schoolbesturen is rekening gehouden bij het opnieuw opstarten van deze programma’s?

100

Welk percentage onderuitputting op deze post wordt door de regering ingeschat voor het eerste kwartaal van 2027 als gevolg van het opgang komen van scholen, gemeenten en partners zoals sportclubs, muziekscholen en wijkcentra?

101

Kunt u aangeven welk percentage brugklasleerlingen in een brede brugklas zit voor de afgelopen tien jaar per jaar?

102

Kunt u aangeven welk percentage scholen een brede brugklas aanbood de afgelopen tien jaar per jaar?

103

Kunt u aangeven hoe de verschillende combinaties van brede brugklassen (bijv. havo-vwo, vmbo-bb/kb/tl) percentueel verdeeld zijn over de afgelopen tien jaar?

104

Hoeveel scholen kunnen met de nieuwe middelen voor brede brugklassen aanspraak maken op subsidie? Wat is dan het bedrag per school?

105

Hoeveel scholen hebben bij de laatste aanvraagronde middelen voor School en Omgeving aangevraagd, hoeveel aanvragen konden worden gehonoreerd en hoeveel niet?

106

Hoeveel scholen en leerlingen nemen de afgelopen vijf jaar deel aan School en Omgeving, uitgesplitst naar po en vo?

107

Hoeveel scholen en leerlingen kunnen vanaf 2027 toetreden aan School en Omgeving, uitgesplitst naar po en vo, en hoe verhoudt dit zich tot het aantal scholen en leerlingen dat volgens de gehanteerde criteria tot de doelgroep behoort?

108

Kan de regering de middelen voor School en Omgeving uitsplitsen naar de verschillende typen activiteiten, zoals sport, cultuur, huiswerkbegeleiding, extra leesbegeleiding en overige leer- en ontwikkelactiviteiten?

109

Op hoeveel scholen wordt de wetenschappelijk bewezen interventie High Dosage Tutoring ingezet en op welke wijze kan dit verder worden gestimuleerd?

110

Hoeveel extra fte krijgt de Inspectie van het Onderwijs jaarlijks door de intensivering voor beter en regelmatiger toezicht, hoeveel extra schoolbezoeken maakt dit mogelijk voor elk jaar de komende 5 jaar, uitgesplitst naar type schoolbezoeken- en onderzoek?

111

Gaat de Inspectie van het Onderwijs ook in het voortgezet onderwijs alle locaties van een onderwijsinstelling als één geheel beoordelen, zodat hoofdvestigingen, erkende nevenvestigingen en zelfstandige dislocaties onder hetzelfde toezichtsobject vallen en de instelling daardoor nog maar één rapport en één oordeel ontvangt, zoals dit sinds 1 augustus 2026 in het primair onderwijs gebeurt?

112

Kan de regering aangeven welke typen onderwijsaanbieders precies onder deze intensivering van het toezicht vallen?

113

Vallen aanbieders van informeel onderwijs onder de op pagina 26 beschreven intensivering van het inspectietoezicht? Zo ja, kan de regering uitleggen welke voorwaarden daarvoor gelden en welke factoren spelen bij dat toezicht? Zo nee, onder welk toezichtregime vallen die aanbieders dan?

114

Op welke manier worden de structurele praktijkgerichte onderzoeksmiddelen voor het MBO gekoppeld aan de Talentstrategie?

115

Zijn er plannen om het percentage van de eerste geldstroom dat naar matchingprojecten gaat in kaart te brengen?

116

Hoeveel wordt er in totaal geïnvesteerd in de vier domeinen van de Talentstrategie en sectorplannen en welk aandeel van de totale overheidsuitgaven aan onderzoek vormt dit?

117

Is met de investering van € 50 miljoen op de reguliere bekostiging van het NWO17 de volledige eerdere taakstelling op het NWO geschrapt of resteert nog een deel van de taakstelling?

118

Wordt er een bedrag van de intensiveringen uit het coalitieakkoord in 2027 besteed aan departementale capaciteit? Hoeveel van de totale intensiveringen is dat?

119

Op welke subsidieregelingen is de structurele subsidietaakstelling van € 18,9 miljoen ingevuld?

120

Wat zijn de meest recente cijfers van de omvang van het kwantitatief en kwalitatief lerarentekort in basis-, voortgezet en speciaal onderwijs, binnen en buiten de G5, waarover de regering beschikt?

121

Hoe ontwikkelen de kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekorten in basis-, voortgezet en speciaal onderwijs, binnen en buiten de G5, zich in meerjarenperspectief?

122

Hoeveel bevoegde leraren zijn er op dit moment niet werkzaam in het onderwijs?

123

Is er in het jaar 2027 ook budget beschikbaar gesteld voor de arbeidsmarkttoelage po?

124

Hoeveel scholen ontvangen naast de structurele middelen ook aanvullende subsidie vanuit School en Omgeving en GOAB, welke criteria worden daarvoor gehanteerd en hoeveel scholen komen daarvoor potentieel in aanmerking?

125

Kan de regering een overzicht delen van de definitieve GOAB-bedragen voor 2026 en de voorlopige bedragen voor 2027 voor gemeenten, inclusief de absolute en procentuele toe- of afname per gemeente? Kan de regering daarbij aangeven hoeveel gemeenten meer dan 10%, 20%, 30%, 40% en 50% van hun budget verliezen?

126

Wanneer was bij het ministerie voor het eerst bekend dat de herijking van de risico-indicator van de GOAB tot grote herverdeeleffecten tussen gemeenten kon leiden? Klopt het dat vóór de zomer richting gemeenten is aangegeven dat geen grote verschuivingen werden verwacht? Zo ja, wat is de verklaring voor het feit dat gemeenten nu worden geconfronteerd met hoge kortingen?

127

Wat is het standpunt van het kabinet over het gegeven dat gemeenten pas enkele maanden vóór de start van 2027 duidelijkheid krijgen over grote structurele budgetdalingen via GOAB, terwijl gemeenten langlopende subsidierelaties en afspraken hebben met kinderopvangorganisaties, scholen en andere uitvoerende partners en deze niet van de ene op de andere dag kunnen beëindigen? Biedt het kabinet gemeenten hiervoor in 2027 overgangsruimte of compensatie?

128

Krijgen gemeenten inzicht in de onderliggende indicatoren en scores om hun nieuwe budget van de GOAB te kunnen verklaren en controleren? Zo nee, waarom niet? Hoe kunnen gemeenten dan beoordelen of een grote procentuele daling daadwerkelijk aansluit bij de ontwikkeling van onderwijsachterstanden in hun gemeente?

129

Uit de toelichting blijkt dat € 554,8 miljoen is gekoppeld aan specifieke kenmerken van leerlingen in het onderwijsachterstandenbeleid binnen de bekostiging van het primair onderwijs; klopt het dat daaruit niet blijkt welke achterstandsscores daar precies achter zitten? Kan de regering uitleggen welke achterstandsscores daarachter zitten?

130

Is bekend hoeveel scholen nu deel kunnen nemen aan School en omgeving en hoeveel scholen dat er in 2026 waren?

131

Hoe wordt bij School en Omgeving de kwaliteit van de projecten getoetst?

132

Wat betekent het dat de middelen voor brugfunctionarissen in 2029 omgezet worden van een regeling naar bekostiging?

133

Kan de regering uitleggen wat er wordt verstaan onder buitenschools aanbod? Kunnen bijvoorbeeld ook weekendscholen onderdeel zijn van dit buitenschoolse aanbod? Zo ja, onder welke voorwaarden?

134

Hoeveel scholen en leerlingen worden in 2027 bereikt met het programma Schoolmaaltijden?

135

Welke regelgeving en welke praktische bezwaren staan op dit moment in de weg dat kinderopvang en onderwijs vallen onder dezelfde cao Primair onderwijs en worden ondergebracht bij hetzelfde ministerie, namelijk het Ministerie van OCW en in hoeverre worden de betreffende regelgeving en praktische bezwaren weggenomen binnen het tijdelijk besluit peuter en kleutergroepen18?

136

Is bekend hoeveel kinderen deelnemen aan de vve19 om onderwijskansen te vergroten?

137

Is bekend hoeveel kinderen behoefte hebben aan voor- of vroegschoolse educatie?

138

Kan de regering uitleggen welke achterstandsscores of omgevingskenmerken worden gebruikt bij de verdeling van dit GOAB-budget?

139

Welk bedrag gaat er naar de GOAB-middelen voor gemeenten in Caribisch Nederland?

140

Hoeveel geld moeten lokale mkb-bedrijven en de regio (zoals gemeenten) precies zelf inleggen om aanspraak te maken op het jaarlijkse samenwerkingsbudget van € 28,2 miljoen? Wat gebeurt er met de gereserveerde middelen wanneer de private cofinanciering in krimpregio’s achterblijft?

141

Welke concrete selectiecriteria en ondergrens voor wat betreft de verdeling van de dekking tussen onderwijs-bedrijfsleven gebruikt de regering om te voorkomen dat deze middelen gefragmenteerd raken over kleine incidentele projecten?

142

Welke streefwaarden gelden er voor de verbetering van de basisvaardigheden in 2027?

143

Welke concrete indicatoren en meetmomenten worden gebruikt om vast te stellen of de structurele middelen voor basisvaardigheden leiden tot betere beheersing van taal en rekenen, en wanneer zijn hierover de eerste resultaten beschikbaar?

144

In hoeverre vindt er bij de curriculumherziening voor het vak Nederlands ook een afstemming plaats tussen de eindtermen van mbo niveau 4 en van havo 5, die immers qua werk- en denkniveau gelijk moeten staan?

145

Welke extra mbo-middelen worden ingezet voor volwasseneneducatie en onder welk programma en bekostiging van welk(e) ministerie(s) valt dit?

146

Welke docenteisen zijn dit en onder welk programma en bekostiging van welk(e) ministerie(s) valt dit?

147

Onder welke bekostiging en via welke ministerie(s) valt het Leer- en Groeiplan voor volwassenen?

148

Waar is de extra structurele bekostiging van € 8,8 miljoen op gebaseerd?

149

Onder welk programma, bekostiging en ministerie(s) valt de extra bekostiging van € 8,8 miljoen?

150

Is het doel van de € 142,2 miljoen voor carrièreperspectief om meer docenten in een LC-schaal te krijgen en in hoeverre ligt besluitvorming van deze middelen bij het onderwijspersoneel?

151

Kan de regering per mbo-instelling specificeren hoe de verdeling tussen LB-, LC- en LD-schalen is?

152

Welke mbo-instellingen hebben 60% van de docenten in een LC-schaal zitten?

153

Hoeveel middelen zijn er in 2027 beschikbaar voor de Werkagenda mbo en het Stagepact?

154

Welk bedrag is in 2027 beschikbaar voor het verbeteren van studentenwelzijn op het mbo?

155

Welk deel van het structurele regionale samenwerkingsbudget van € 200 miljoen (uit het nieuwe bekostigingsmodel voor het mbo) is gekoppeld aan de Talentstrategie?

156

Welk totaalbedrag is in 2027 binnen de OCW-begroting direct of indirect beschikbaar voor studentenwelzijn in mbo, hbo en wo?

157

Hoeveel middelen zijn in 2027 beschikbaar voor de mentale gezondheid van studenten?

158

Welke middelen krijgen onderwijsinstellingen in 2027 waarmee zij activiteiten en maatregelen voor studentenwelzijn kunnen financieren?

159

Welke gevolgen heeft de gedeeltelijke inhouding van de prijsbijstelling voor het mbo en hoger onderwijs voor de financiële ruimte van instellingen en daarmee voor de beschikbaarheid en kwaliteit van leermiddelen?

160

Kan de regering specificeren hoe het bedrag van € 88,1 miljoen structureel per jaar voor het stimuleren van zij-instroom is opgebouwd? Welke aannames liggen hieraan ten grondslag wat betreft het beoogde aantal zij-instromers per sector (po, vo en mbo); de gemiddelde kosten en subsidiehoogte per zij-instroomtraject; de verdeling van de middelen tussen vergoeding voor opleiding/studiekosten; begeleiding op de werkvloer en loonkosten/vrijroostering van de kandidaat?

161

Hoeveel is er in de afgelopen drie begrotingsjaren (2024, 2025 en 2026) uitgekeerd via de bestaande Subsidieregeling Zij-instroom? Is er in deze jaren sprake geweest van onderuitputting of juist een overtekening op deze middelen? Zo ja, hoe verhoudt het gereserveerde bedrag van € 88,1 miljoen voor 2027 zich tot de feitelijke benutting in voorgaande jaren?

162

Is het maximale subsidiebedrag per bbl-student binnen de Subsidieregeling praktijkleren sinds de invoering van de regeling ongewijzigd gebleven? Zo ja, wat is de reden dat dit bedrag niet is geïndexeerd?

163

Wat zijn de geraamde jaarlijkse meerkosten van een verhoging van het maximale subsidiebedrag per bbl-student met respectievelijk € 250, € 500, € 750 en € 1.000, uitgaande van het huidige aantal subsidieontvangers?

164

Hoe vaak is sinds de invoering van de Subsidieregeling praktijkleren het maximale subsidiebedrag per bbl-student daadwerkelijk aan een leerbedrijf uitgekeerd? Kan de regering dit uitsplitsen naar jaar en daarbij zowel het aantal als het percentage van de subsidieontvangers vermelden?

165

Wat was het gemiddelde subsidiebedrag per bbl-student dat aan leerbedrijven is uitgekeerd in elk van de afgelopen vijf jaren? Kan de regering deze bedragen per jaar specificeren?

166

Wat is de reden dat het maximale subsidiebedrag van circa € 2.700 per bbl-student niet in alle gevallen volledig aan leerbedrijven wordt uitgekeerd? In hoeverre hangt dit samen met het beschikbare subsidiebudget, het aantal aanvragen en de totale omvang van de aangevraagde subsidies?

167

In welke mate worden vooraf ethische kaders vastgesteld voor investeringen in onderzoek op hogeronderwijsinstellingen vanuit de tweede en derde geldstroom? Welke procedures gelden hiervoor en door wie wordt beoordeeld of onderzoek aan deze ethische kaders voldoet? Zijn deze procedures en bijbehorende kaders openbaar en kunnen deze worden ingezien?

168

Wordt bij samenwerkingsprojecten tussen politieke en commerciële partijen enerzijds en universiteiten en andere kennisinstellingen anderzijds expliciet rekening gehouden met de risico’s van financiële afhankelijkheid en inhoudelijke sturing voor de onafhankelijkheid van onderzoek? Welke waarborgen zijn hiervoor ingesteld en zijn de procedures en afspraken hierover openbaar?

169

Welke vormen van politieke en commerciële betrokkenheid bij hogeronderwijsinstellingen worden momenteel als onwenselijk beschouwd? Welke afwegingen worden gemaakt om in te grijpen en wie beslist daarover?

170

Welke ontwikkelingen zijn er te verwachten op het gebied van betrokkenheid van derden bij hogeronderwijsinstellingen?

171

Kan de regering inzichtelijk maken welke aannames en prognoses zijn gebruikt voor rente en inflatie voor het berekenen van de uitgaven op Artikel 11 (Studiefinanciering) voor het begrotingsjaar 2027? Hoe verandert het benodigde begrotingsbedrag als de rekenrente afwijkt met respectievelijk + 0,5% en + 1,0%?

172

Hoeveel middelen worden in 2027 beschikbaar gesteld aan studentenorganisaties voor studentenwelzijn en/of sociale veiligheid?

173

Hoeveel middelen zijn in 2027 beschikbaar voor het verminderen van belemmeringen voor studenten met een beperking?

174

Welk deel van subsidies gaat naar Npuls in 2027 (en de jaren daarna?)

175

Welke opvolging geeft het kabinet aan het advies van het Capaciteitsorgaan om het aantal opleidingsplaatsen voor geneeskunde komende jaren structureel met 315 extra plekken te verhogen?

176

Hoe verhoudt de bijdrage voor het aantal ingeschrevenen en het aantal verleende graden zich tot de 315 extra basisopleidingsplaatsen geneeskunde die het Capaciteitsorgaan adviseert?

177

Hoe draagt de rijksbijdrage bij aan de beweging die het kabinet wil maken van zorg naar meer gezondheid? Deze transitie veronderstelt een goede beschikbaarheid van artsen buiten het ziekenhuis; hoeveel van de studenten geneeskunde die met de rijksbijdrage uit artikel 7 worden opgeleid, gaan na hun opleiding buiten het ziekenhuis werken? Correspondeert dat met wat het Capaciteitsorgaan adviseert? Welke gegevens heeft de Minister daarover?

178

Klopt het dat de rijksbijdrage als lumpsum aan de universiteiten wordt uitgekeerd? Welke mogelijkheden heeft de Minister om te sturen op hoe de rijksbijdrage wordt besteed aan de basisopleiding geneeskunde, zodat die voldoende voorsorteert op de vervolgopleidingen tot gespecialiseerde arts buiten het ziekenhuis?

179

Kan de regering een gedetailleerd overzicht geven van het actuele aantal internationale studenten (opgesplitst naar EER20- en niet-EER-herkomst), zowel in absolute aantallen als in percentages van de totale studentenpopulatie, gespecificeerd per onderwijsinstelling én per afzonderlijke opleiding (bachelor en master) in het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs?

180

Hoe rijmt de regering de ambitie bij «versterking samenwerking binnen Europa» om ICB21 als «soft power» om de «harde power» te ondersteunen, met de afname van middelen voor ICB van het vorige kabinet, zonder daar nu eventueel samen met de Minister van Buitenlandse Zaken, middelen voor beschikbaar te stellen?

181

Op welke wijze wordt er concreet in deze begroting omgegaan met de € 310 miljoen aan nabetaling, dat de schoolbesturen in het po te weinig bekostiging hadden ontvangen?

182

Gaat de nabetaling van € 310 miljoen ten koste van het gereserveerde bedrag in deze begroting voor professionalisering van schoolteams?

183

Hoeveel studenten ontvingen in 2025 een basisbeurs, uitgesplitst naar mbo, hbo en wo en naar thuiswonend en uitwonend? Wat waren de totale uitgaven aan de basisbeurs voor elk van deze zes groepen?

184

Hoeveel studenten ontvingen in 2025 een aanvullende beurs, uitgesplitst naar mbo, hbo en wo?

185

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe rentestand voor studieleningen, wat is het gemiddelde leenbedrag, welke budgettaire effecten hebben de toekomstige fluctuaties van de studierente op de OCW-begrotingen, welke effecten heeft de huidige renteverhoging op de kosten van het voorgenomen renteplafond en hoeveel budget is momenteel gereserveerd voor het renteplafond?

186

Welk deel van de gereserveerde € 364,4 miljoen voor de wetenschappelijke infrastructuur is bedoeld voor de aankoop of bouw van onderzoeksapparatuur en welk deel gereserveerd is voor de structurele kosten voor exploitatie, beheer- en energie gedurende de levensduur van deze voorzieningen?

187

In hoeverre wordt van universiteiten en NWO-instituten een eigen bijdrage in de exploitatiekosten verwacht, en zo ja, kunnen zij dit opbrengen?

188

In hoeverre heeft de Minister politieke invloed op benoemingen bij de Raad voor Cultuur, de cultuurfondsen en andere cultuurbenoemingen en in hoeverre verlopen zulke benoemingen via een of andere onafhankelijke commissie die één of meer kandidaten voorleggen met een bindende voordracht?

189

Hoe zorgt de Minister ervoor dat ook kunst- en cultuureducatie in beeld blijven waar de Minister scholen meer zekerheid wil geven door middelen structureel beschikbaar te stellen en tegelijkertijd meer samenhang in het onderwijs wil stimuleren?

190

Hoe kan de Minister de cultuursector versterken, gezien het feit dat de middelen voor de culturele en creatieve sector in de begroting «verdampen» doordat na correctie voor inflatie het budget krimpt met ongeveer 0,9%?

191

Kan de regering de aangekondigde extensivering bij het budget voor de stelseltaken van openbare bibliotheekvoorzieningen vanaf 2028 uitsplitsen per jaar en specificeren wat hiervan de impact is op de KB22, nationale bibliotheek en haar taken in het veld van de openbare bibliotheken?

192

Waarom wordt de structurele bijdrage van OCW aan het Nationaal Archief tussen 2025 en 2031 met ongeveer € 20,5 miljoen verlaagd, terwijl het Nationaal Archief tegelijkertijd extra wettelijke taken krijgt door de nieuwe Archiefwet?

193

Kunnen scholen binnen hun structurele bekostiging, ook ruimte krijgen voor vakoverstijgende kunst- en cultuureducatie (bijvoorbeeld in verbinding met taal, burgerschap en digitale geletterdheid/mediawijsheid)?

194

Hoe verhouden de toename op de begroting van middelen voor cultuurbeoefening en de afname van middelen in het gemeente- en provinciefonds zich tot het voornemen van de Minister om de samenwerking met medeoverheden in cultuurbeoefening ten behoeve van versterking van de culturele en creatieve sector te intensiveren?

195

Hoe verklaart de regering dat in de Voorjaarsnota nog een extensivering viel te lezen op het budget voor de (digitale) stelseltaken van de KB, maar nu in de begroting voor 2027 van OCW opvalt dat het budget voor de stelseltaken van openbare bibliotheekvoorzieningen vanaf 2028 omhoog schiet, maar in de jaren erna weer afneemt?

196

Is het kabinet bereid om kunst, cultuur, erfgoed en creativiteit in te zetten als basisvaardigheid, zoals Maak meer ruimte voor creativiteit en Meer Muziek in de Klas c.s. voorstellen, nu onderzoek uitwijst dat ook de vaardigheden lezen en rekenen kunnen worden gestimuleerd met investeringen in kunst en cultuur?

197

Kan een overzicht gegeven worden van het juridisch verplichte deel en het beleidsmatig gereserveerde deel waar nog geen verplichting voor is aangegaan voor zowel het kopje «Opdrachten» als «Bijdrage aan medeoverheden» inclusief bedragen?

198

Welke perspectieven ziet de Minister voor een Gelders Museum met een centrale tentoonstelling over de Gelderse historie, nu de afgelopen jaren al € 5 miljoen werd opzijgezet door de Gelderse politiek, maar er nóg eens € 2,6 miljoen euro nodig is om het museum klaar te maken voor publiek en er daarnaast is jaarlijks 268.000 euro aan subsidie nodig is om het museum in de benen te kunnen houden?

199

In hoeverre bestaat er in Nederland een samenhangende keten voor culturele talentontwikkeling vanuit het onderwijs naar centra voor de kunsten met het ook op de kunstvakdisciplines?

200

Waarom is versterking van culturele en creatieve sector niet opgenomen in de nationale talentontwikkeling van het kabinet23?

201

Waarom is versterking van culturele en creatieve sector niet opgenomen in de OCW-brief over talentontwikkeling24?

202

Wat is de actuele stand van zaken bij de meerjarenplannen informatiehuishouding als onderdeel van de bedrijfsvoering van alle departementen zoals de Wet open overheid deze voorschrijft?

203

Welke resultaten boekt het kabinet zoal bij duurzame samenwerking tussen scholen en culturele instellingen, opdat kinderen op school kunnen kennismaken met kunst, cultuur en erfgoed?

204

In hoeverre blijken meerjarige (financiële) afspraken tussen culturele instellingen, scholen, ondersteunende organisaties en de gemeente een voorwaarde te vormen voor een sterke en toegankelijke infrastructuur voor cultuureducatie in een gemeente?

205

Waarom wordt voor alleen het jaar 2027 het bedrag voor cultuureducatie vanuit de cultuurbegroting overgeboekt naar de onderwijsbegroting? Hoe was de inzet voor cultuureducatie de afgelopen jaren geregeld?

206

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de nieuwe regeling cultuureducatie per 2029 en de vraag of dit via scholen of via culturele instellingen gefinancierd wordt?

207

Wordt bij de subsidie «Verbreden inzet cultuur» ook cultuur als middel binnen het sociaal domein binnen meegenomen en zo ja, hoe?

208

Hoe zorgt de Minister ervoor dat de stijgende kosten voor de instandhouding van monumenten en de financiële ondersteuning vanuit het Rijk niet te ver uit elkaar gaan lopen voor eigenaren van monumenten?

209

Kan de Minister in één overzicht aangeven hoeveel geld in 2027 en structureel vanuit zowel de onderwijsbegroting als de cultuurbegroting beschikbaar is voor samenwerking tussen scholen en bibliotheken en schoolbibliotheken, hoeveel scholen hiermee kunnen worden bereikt, hoeveel scholen nog niet worden bereikt en hoeveel geld hiervoor nodig is?

210

In hoeverre bestaat er regelgeving die makers in de culturele sector beschermt tegen uitholling van hun auteursrechten, intellectueel eigendom en rechtspositie door generatieve artificial intelligence en in hoeverre komt er regelgeving aan die hen zulke bescherming gaat bieden?

211

Welke aanpassingen zijn er gelet op de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed in de Erfgoedwet nog nodig om internetbronnen en games voldoende te beschermen, ook voor digitaal cultureel erfgoed in particulier bezit, zodat dit in Nederland toegankelijk blijft voor komende generaties?

212

Hoeveel geld gaat er vanuit de regeling specifiek cultuurbeleid en de subsidies en opdrachten aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed naar archeologische projecten?

213

Hoe waarborgt u dat de investeringen in CIIIC25/immersieve technologie bijdragen aan de ontwikkeling van de culturele en creatieve sector (en niet leiden tot een verdere verschuiving van middelen weg van de bestaande culturele infrastructuur)?

214

Welke publieke belangen en voorwaarden worden gehanteerd bij de investeringen in CIIIC/immersieve technologie ten aanzien van auteursrecht, eerlijke beloning, toegankelijkheid en zeggenschap van makers?

215

Hoe zorgt de regering ervoor dat de implementatie van het Faro-verdrag ook daadwerkelijk gaat plaats vinden vanaf 2027 en verder?

216

Hoeveel procent van het personeel van de landelijke publieke omroepen werkt in vaste dienst en hoeveel procent wordt flexibel ingehuurd of ingehuurd van buitenproducenten?

217

In hoeverre kunnen de bezuinigingen op de Landelijke Publieke Omroep (ook van het kabinet-Schoof) nog leiden tot verdere bezuinigingen op de cultuurprogrammering en hoeverre is de omvang van het cultuuraanbod bij de publieke omroepen gewaarborgd met de bepalingen in de Mediawet?

218

Hoeveel archiefmateriaal van Beeld en Geluid valt er rechtenvrij beschikbaar te stellen met de € 1,2 miljoen voor het project Schatkamer?

219

Op basis van welke onderzoeken of evaluaties is besloten om vanaf 2027 precies € 18,9 miljoen te bezuinigen op subsidies? Kan de regering een concreet overzicht geven van de stichtingen, adviesbureaus of organisatiepartners waarvan de subsidie vanaf 2027 deels of helemaal wordt stopgezet?

220

Op welke manier verwacht de regering op korte termijn aan de Lissabon-norm, die voorschrijft dat 3% van het bbp naar onderzoek gaat, te voldoen en welk aandeel hiervan komt vanuit overheidsinvesteringen?

221

Welk aandeel van publieke investeringen in onderzoek gaat naar verwachting naar onderzoek op het gebied van defensie vanaf 2027?

222

Hoe denkt de regering de bezuiniging van € 25,4 miljoen op het eigen personeel en de uitvoerders op te vangen, terwijl organisaties zoals DUO26 en de Inspectie van het Onderwijs naast hun normale werk extra taken krijgen voor het controleren van de basisvaardigheden en de nieuwe kerndoelen? Bestaat er een risico op overbelasting en fouten bij de uitvoering?

223

Welk deel van de extra middelen voor Wetenschap en onderzoek in 2027 wordt ingezet binnen de vier belangrijkste domeinen genoemd in de Nationale Talentstrategie?

224

Wordt er met de term «talentontwikkeling» hetzelfde bedoeld als met de term «talentstrategie»?

225

Op basis waarvan komt de begroting op € 165.885 in 2027, 2028 en 2029?

226

Op basis waarvan komt de begroting op € 157.765 in 2030 en 2031?

227

Kan de regering een specifiek en expliciet overzicht bieden waaraan de € 828,2 miljoen algemene middelen besteed wordt vanaf 2025 tot en met 2031?

228

Hoe verhoudt de bekostiging vanuit de eerste geldstroom zich tot de bekostiging voor onderzoek dat via de competities van het NWO plaats vindt en welke verhouding acht de regering wenselijk?

229

Kan nader worden toegelicht hoe de middelen voor het gemeentefonds gender- en lhbtiq+-gelijkheid worden uitgegeven?

230

Wat is de reden voor het gereserveerde bedrag voor subsidies, ondanks dat er een laag percentage juridisch is verplicht? Welke voornemens zijn er?

231

Wat is de reden voor het gereserveerde bedrag voor opdrachten, ondanks dat er een zeer laag percentage juridisch is verplicht? Welke voornemens zijn er?

232

In hoeverre zijn digitale vervangingen van analoge archiefstukken en conversies van oude bestandsformaten, qua rechtsgeldigheid boven twijfel verheven?

233

In hoeverre zouden een gezamenlijke digitale hardware infrastructuur van het Nationaal Archief, de KB en hun digitale depots de regie op de informatieveiligheid en digitale soevereiniteit van ons nationale digitale erfgoed ten goede komen en zou integratie kansen bieden voor kostenbesparing en kwaliteitsverbetering?

234

Kan de regering een nadere cijfermatige en methodologische onderbouwing geven om aan te tonen dat het Nationaal Archief zich absoluut moet focussen op het toegankelijk maken van overgebrachte archieven van verantwoordelijke overheidsorganen ten koste van een vermindering van de toegankelijkheid van ons nationale erfgoed?

235

Voor welke subsidieregelingen zijn er afgelopen jaar meer aanvragen gedaan dan dat er middelen beschikbaar waren?

236

Voor welke subsidieregelingen zijn er afgelopen jaar minder aanvragen gedaan dan dat er middelen beschikbaar waren?

237

Op welke subsidieregelingen wordt er in 2027 onderuitputting verwacht?

238

Op welke wijze wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen moties over een governancestructuur waarin het Nationaal Onderwijsmuseum vanuit de sector kan worden voortgezet en de Kamer de vastgestelde structurele subsidie te bevestigen27?

239

In hoeverre heeft de investering in digitale transitie betrekking op regulering en financieringsstromen (contentheffing) ter bescherming van de culturele en creatieve sector (als gevolg van snelle ontwikkelingen van kunstmatige intelligentie)?

240

Welke gevolgen heeft de beschikbare ruimte voor teamprofessionalisering in 2027 voor de inzet van scholen op basisvaardigheden en de implementatie van het vernieuwde curriculum?

241

Hoeveel leerlingen hebben de afgelopen 10 jaar pro/vmbo-bb advies gekregen terwijl zij bij een mogelijkheid tot enkelvoudig pro-advies dat advies hadden gekregen, welk percentage daarvan gaat alsnog naar vmbo-bb en welk percentage daarvan stroomt later alsnog door naar het praktijkonderwijs?

242

Hoe wordt bij een eventuele uitbreiding van de Wet Gratis Schoolboeken met devices inzichtelijk gemaakt wat dit betekent voor de financiële ruimte van scholen voor leermiddelen en andere onderwijsuitgaven?

243

Hoe zorgt de Minister ervoor dat één helder en transparant kwaliteitskader voor leermiddelen op dezelfde wijze toepasbaar is op publieke en private aanbieders?

244

Hoe wordt inzichtelijk gemaakt hoe middelen die bestemd zijn voor de ontwikkeling en kwaliteit van leermiddelen daadwerkelijk worden ingezet?

245

Hoe wordt bij de inrichting en toepassing van het kwaliteitskader geborgd dat scholen verschillende typen leermiddelen op dezelfde kwaliteitscriteria kunnen beoordelen?

246

Wordt overwogen academische vrijheid juridisch te verankeren en welke overwegingen spelen daarbij een rol?

247

Gaat het Landelijk beeld volwasseneneducatie – behalve op landelijk niveau zicht te leveren in de effecten van de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs op de aanpak van laaggeletterdheid – ook mogelijke ontwikkelingen in de aantallen laaggeletterden in Nederland in beeld brengen, of komt daar op enige andere wijze een actueler beeld van?

248

Op welke manier wordt de positie en het welzijn van de groep studenten met een migratieachtergrond vastgesteld?

249

Kan de regering aangeven welke formele en informele belemmeringen voor studenten met een migratieachtergrond momenteel bij OCW bekend zijn?

250

Wat zet het kabinet in om het tekort aan mbo-stageplaatsen in de zorg te verkleinen, en te zorgen dat er voldoende doktersassistenten worden opgeleid en de daarvoor benodigde praktijkervaring kunnen opdoen?

251

Wat zet het kabinet in om te bevorderen dat geneeskundestudenten tijdens de basisopleiding goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden om zich te specialiseren als huisarts, arts ouderengeneeskunde en/of andere artsen die extramuraal werken?

252

Wat zet het kabinet in om te bevorderen dat meer geneeskundestudenten kiezen voor een extramurale specialisatie waarin sprake is van tekorten zoals huisartsengeneeskunde of ouderengeneeskunde?

253

Wat zet het kabinet in om te bevorderen dat meer geneeskundestudenten worden opgeleid in regio’s waar sprake is van een tekort aan huisartsen en artsen ouderengeneeskunde?

254

Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de kwaliteit van de leefomgeving wordt meegenomen bij ruimtelijke opgaven zodat er geen achterstandswijken van de toekomst worden gebouwd, bijvoorbeeld door zorg voor voldoende culturele voorzieningen en aandacht voor identiteit en erfgoed?

255

Welke gevolgen hebben de fiscale en arbeidsmarktontwikkelingen voor zelfstandigen, voor de betaalbaarheid van fair pay binnen de culturele en creatieve sector?

256

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de verhouding tussen de investeringen in fair pay en de afbouw van de aftrek voor zelfstandigen zonder personeel – en daarmee stijgende kosten – daadwerkelijk leiden tot duurzame verbetering van de inkomenspositie van makers en andere werkenden in de sector?

257

Gaat het onderzoek naar de toegankelijkheid van de AV-sector voor mensen met een beperking tevens adviezen opleveren voor de toegankelijkheid van de publieke programmering van de media voor mensen met een (audiovisuele) beperking, of zet het kabinet wellicht anderszins op dit vlak ontwikkelingen in gang?

258

Kan nader worden toegelicht wat de stand van zaken is met betrekking tot het voeren van het onderzoek naar anti-emancipatoire invloeden en waarom het onderzoek tot op heden nog niet is gestart?

X Noot
1

Kamerstuk 31 293, nr. 853

X Noot
2

bol: beroepsopleidende leerweg

X Noot
3

bbl: beroepsbegeleidende leerweg

X Noot
4

LLO: Leven Lang Ontwikkelen

X Noot
5

bbp: bruto binnenlands product

X Noot
6

Kamerstuk 24 515, nr. 834

X Noot
7

Kamerstuk 36 777, nr. 39

X Noot
8

WCAG: Web Content Accessibility Guidelines

X Noot
9

Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 120

X Noot
10

Zie bijvoorbeeld: NOS, d.d. 29 september 2026, Coalitie denkt aan bezuinigen op onderwijs als sociale zekerheid niets oplevert, https://nos.nl/artikel/2633057-coalitie-denkt-aan-bezuinigen-op-onderwijs-als-sociale-zekerheid-niets-oplevert

X Noot
11

BSA: Bindend Studie Advies

X Noot
12

GOAB: Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid

X Noot
13

po: primair onderwijs

X Noot
14

vo: voortgezet onderwijs

X Noot
15

Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 144

X Noot
16

Kamerstuk 27 923, nr. 504

X Noot
17

NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

X Noot
18

Kamerstuk 31 322, nr. 590

X Noot
19

vve: voor- en vroegschoolse educatie

X Noot
20

EER: Europese Economische Ruimte

X Noot
21

ICB: internationaal cultuurbeleid

X Noot
22

KB: Koninklijke Bibliotheek

X Noot
24

Kamerstuk 36 630, nr. 4

X Noot
25

CIIIC: Creative Industries Immersive Impact Coalition

X Noot
26

DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs

X Noot
27

Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 183

Naar boven