Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026D49080 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026D49080 |
De vaste commissie voor Financiën heeft op 6 oktober 2026 vragen en opmerkingen aan de Minister van Financiën voorgelegd over de brief van 29 september 2026, waarmee de Minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad 8 en 9 oktober 2026 heeft aangeboden, alsmede over de brief van 5 oktober 2026, waarin de Minister verslag heeft gedaan van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad van 18 en 19 september 2026.
De voorzitter van de commissie,
C. Jansen
De griffier van de commissie,
Weeber
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voor het schriftelijk overleg geagendeerde stukken. Deze leden hebben enkele vragen.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister wat de tien grootste beurzen zijn die gevestigd zijn in de Europese Unie. Welke van deze beurzen zouden in het voorstel van de E6 met betrekking tot het Kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket zoals verschenen in de media1 niet onder het centrale toezicht van de ESMA vallen?
De leden van de D66-fractie merken op dat het strijdig is met de ambitie om de Europese kapitaalmarkten te integreren als de grootste beurzen op het continent vanwege nationale en regionale belangen niet meegenomen worden in het versimpelde, eenduidige toezicht van de ESMA. Op welke objectieve criteria zijn de voorwaarden in het voorstel van de E6 gebaseerd en hoe worden deze gewogen door het voorzitterschap?
De leden van de D66-fractie roepen de Minister op zijn steun voor een voorstel dat zou resulteren in een uitzonderingspositie voor de grootste beurzen van de Europese Unie in te trekken, en om in plaats daarvan te pleiten voor een geïntegreerde, eenduidige kapitaalmarktunie. Is hij daartoe bereid?
De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe hij bij Ecofinraad uitvoering verwacht te geven aan de motie Klaver/Paternotte2 over actief in Europa pleiten voor een aanpak van eventuele overwinsten bij energiebedrijven. Is de Minister van plan zich alsnog aan te sluiten bij de Europese kopgroep op dit vlak, zoals de motie vraagt? Zo nee, waarom kiest hij ervoor deze motie niet uit te voeren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van 8 en 9 oktober 2026 en het verslag van de Eurogroep en de informele Ecofinraad van 18 en 19 september 2026. Zij hebben hierbij een aantal vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat Europa economisch voor een dringende opdracht staat: we moeten concurrerender worden. Meer groei, meer innovatie en meer investeringen door ervoor te zorgen dat het enorme private kapitaal dat Europa al heeft beter zijn weg vindt naar Europese ondernemers. Daarom is de VVD positief over verdere stappen binnen de Spaar- en Investeringsunie. De Europese kapitaalmarkt is nog altijd te versnipperd. Geld, bedrijven en investeerders lopen tegen nationale grenzen en verschillende regels aan.
De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vragen: zijn de plannen ambitieus genoeg om die barrières daadwerkelijk weg te nemen? En waar had het kabinet verder willen gaan?
Europa vraagt de komende jaren veel van zijn lidstaten: defensie, veiligheid, innovatie en de energietransitie. De leden van de VVD-fractie vinden juist daarom gezonde overheidsfinanciën belangrijk. Zij vinden dat begrotingsregels alleen betekenis hebben als ze ook worden nageleefd. Meer ruimte voor defensie is begrijpelijk gezien de geopolitieke situatie, maar een uitzondering mag voor landen, zoals Griekenland, geen route worden om noodzakelijke keuzes op andere terreinen vooruit te schuiven. De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vraag: hoe voorkomt de Minister dat de flexibiliteit voor defensie uiteindelijk leidt tot structureel ruimere begrotingsregels?
De leden van de VVD-fractie merken op dat het Herstel- en Veerkrachtfonds een tijdelijk instrument was voor een uitzonderlijke crisis. Zij zien dat we nu het einde daarvan naderen. Kan de Minister bevestigen dat Nederland eraan vasthoudt dat niet-behaalde mijlpalen niet alsnog via politieke druk worden afgezwakt om geld voor het einde van 2026 uit te kunnen betalen?
De leden van de VVD-fractie vinden dat de steun aan Oekraïne ook een investering in onze eigen Europese veiligheid is. Tegelijk gaat het om zeer grote bedragen en dus moet helder blijven welke risico’s Nederland loopt en welke bijdrage anderen leveren. Nederland staat daarbij voor een aanzienlijk bedrag garant. Kan de Minister aangeven hoe het Nederlandse financiële risico zich ontwikkelt en of andere internationale partners voldoende bijdragen aan het resterende financieringstekort?
De leden va de VVD-fractie steunen een realistische aanpak van het klimaatbeleid waarbij internationale afspraken worden nagekomen, maar economische groei, concurrentiekracht en energie-onafhankelijkheid mogen niet in gevaar mogen komen. Om de boel te financieren, moet financiering uit álle bronnen moet worden aangetrokken, niet alleen uit publieke bron. Dit betekent ook het mobiliseren van privaat kapitaal. De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vraag: in hoeverre voldoen de Raadsconclusies aan het uitgangspunt dat ook privaat kapitaal gemobiliseerd moet worden?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie de maatregelen uit 2022 voor Hongarije wil opheffen. Zij vinden dat Europese afspraken ook hier consequent moeten worden toegepast. Welke problemen die aanleiding waren voor de maatregelen zijn inmiddels aantoonbaar opgelost? En is de Minister ervan overtuigd dat de financiële belangen van de EU voldoende zijn beschermd voordat Nederland met opheffing kan instemmen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de geannoteerde agenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 8 en 9 oktober 2026. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de PRO-fractie constateren dat een groep van zes lidstaten aandringt op een overwinstbelasting voor energiebedrijven als gevolg van de energiecrisis. Kan de Minister toelichten waarom bijvoorbeeld Duitsland wel heeft aangedrongen op deze overwinstbelasting en Nederland niet? Waarop verschilt de Minister van mening van zijn Duitse collega Lars Klingbeil? Is de Minister bereid het voortouw te nemen om in Europa nog een bredere coalitie te smeden voor een overwinstbelasting?
De leden van de PRO-fractie constateren dat de ECB de repofaciliteit (EUREP) heeft uitgebreid. Hoe beoordeelt de Minister deze uitbreiding? Verwacht de Minister dat dit de internationale positie van de euro versterkt? Wat betekent deze uitbreiding voor Nederland? En dan in het bijzonder de rente op Nederlandse staatsobligaties?
Met betrekking tot het fiche hebben de leden van de PRO-fractie ook enkele vragen. Kan de Minister toelichten wat er wordt bedoeld met «disproportionele verwatering»? En kan de Minister ook nader toelichten hoe hij naar de versoepeling van de Europese bonusregels aankijkt?
De leden van de PRO-fractie constateren dat de Ministers van Financiën in hun vergadering het standpunt over het toezicht op financiële markten zullen bespreken. Deze leden begrijpen dat Duitsland daarbij instemt met een slagvaardiger ESMA, onder de voorwaarde dat Duitsland en Spanje worden uitgesloten van Europees toezicht. Kan de Minister bevestigen dat hij hiermee instemt? De leden van de PRO-fractie zijn van mening dat deze uitzondering niet gemaakt moet worden. Deelt de Minister deze mening? Zo ja, is de Minister bereid deze mening in de vergaderingen van 8 en 9 oktober uit te dragen? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken. Zij hebben over enkele onderwerpen een aantal vragen.
Energieprijzen en de impact daarvan op de economie van de eurozone
Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat de Eurogroep zal spreken over hoge energieprijzen en de impact daarvan op de economie van de eurozone. De leden van de PVV-fractie ontvangen graag een overzicht van de gemiddelde energierekening per lidstaat. Hoe hoog is de gemiddelde energierekening in Nederland ten opzichte van de andere lidstaten en hoe is dit te verklaren?
De leden van de PVV-fractie vragen tevens naar een overzicht van de maatregelen die andere lidstaten hebben genomen om de energierekening niet verder te laten stijgen, dan wel te verlagen.
Kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
Ten aanzien het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket willen de leden van de PVV-fractie weten welke nationale bevoegdheden precies overgedragen worden naar ESMA en in hoeverre dit wenselijk is. Welke andere nieuwe bevoegdheden zal ESMA krijgen en wat zijn de gevolgen hiervan?
Ook willen de leden van de PVV-fractie weten welke andere lidstaten pleiten voor een grotere rol voor de nationale toezichthouders en welke redenen zij hiervoor hanteren.
Voorts vragen de leden van de PVV-fractie welke eventuele negatieve gevolgen de overdracht van nationale bevoegdheden naar ESMA met zich mee kunnen brengen, inclusief de (toezichts-)kosten. Kan de Minister een inschatting en analyse maken van de financiële gevolgen die dit zal meebrengen voor Nederland en de onder toezicht staande instellingen?
Vervolgens willen de leden van de PVV-fractie weten waarom het kabinet er actief voor pleit om het directe toezicht op financiële instellingen over te dragen van nationale toezichthouders naar ESMA. Kan de Minister dit nader motiveren? Waarom wil Nederland hiermee tot de meest ambitieuze landen behoren?
Raadsaanbeveling uitbreiding nationale ontsnappingsclausule Griekenland
De leden van de PVV-fractie lezen voorts dat inmiddels achttien lidstaten de ontsnappingsclausule hebben geactiveerd. Nederland heeft de clausule echter niet geactiveerd. Deze leden lezen ook dat Griekenland heeft verzocht op de reeds geactiveerde NEC voor defensie uit te breiden naar energiezekerheidsmaatregelen, wat als positief is beoordeeld door de Europese Commissie. Kan de Minister u nader toelichten wat deze energiezekerheidsmaatregelen precies zijn en wat het budgettair belang is? Zijn er andere lidstaten die een verzoek hebben ingediend om de NEC uit te breiden naar energiezekerheidsmaatregelen? Graag een toelichting.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van geagendeerde stukken. Zij hebben over enkele onderwerpen een aantal vragen.
Begrotingsregels en European Fiscal Board
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het recente rapport van de European Fiscal Board (EFB)3 over de implementatie van de nieuwe Europese begrotingsregels. Deze leden constateren dat het EFB waarschuwt voor een bredere trend van toenemende discretie en gedogen bij de toepassing en handhaving van de begrotingsregels. Ook is het EFB kritisch op de wijze waarop hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan langere aanpassingstrajecten worden beoordeeld.
De leden van de CDA-fractie vragen welke conclusies de Minister uit deze bevindingen trekt. Deelt de Minister de zorg dat een opeenstapeling van uitzonderingen en discretionaire toepassing de geloofwaardigheid en voorspelbaarheid van het nieuwe begrotingsraamwerk kan ondermijnen? Zo ja, welke inzet kiest Nederland om een consistente en gelijkwaardige toepassing van de begrotingsregels te bevorderen?
De leden van de CDA-fractie constateren daarnaast dat het EFB waarschuwt dat de toepassing van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven, en een mogelijke verdere verbreding daarvan naar energiemaatregelen, kan leiden tot een «ad-hoc golden rule». Deze leden vinden het onwenselijk wanneer voor iedere nieuwe politieke prioriteit opnieuw een uitzondering op de Europese begrotingsregels wordt gecreëerd.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Minister over deze waarschuwing van de EFB oordeelt. Welke grenzen stelt Nederland aan een verdere uitbreiding van de nationale ontsnappingsclausule? Hoe wordt voorkomen dat voor steeds nieuwe politieke prioriteiten een beroep wordt gedaan op uitzonderingen op de begrotingsregels?
De leden van de CDA-fractie wijzen er bovendien op dat hogere defensie-uitgaven na afloop van de huidige ontsnappingsclausule in 2028 niet verdwijnen. Deelt de Minister de opvatting dat lidstaten daarom nu al inzichtelijk moeten maken hoe zij structureel hogere defensie-uitgaven na 2028 binnen hun reguliere begroting en uitgavenpad zullen inpassen? Is Minister bereid dit in Europees verband te bepleiten?
Kwaliteit en samenstelling van overheidsuitgaven
De leden van de CDA-fractie constateren tegelijkertijd dat Europa de komende jaren voor een lastige combinatie staat: de financiële ruimte wordt kleiner, terwijl grote investeringen nodig zijn in onder meer defensie, energie, infrastructuur, digitalisering en innovatie. Naar het oordeel van deze leden maakt dit het steeds belangrijker om niet alleen te kijken naar de omvang van de overheidsuitgaven, maar ook naar de samenstelling ervan.
De Eurogroep benadrukt eveneens het belang van de kwaliteit en samenstelling van de overheidsfinanciën en van het beschermen van groeibevorderende publieke investeringen. Hoe wordt deze doelstelling momenteel concreet betrokken bij de beoordeling van de meerjarige begrotingsplannen van lidstaten?
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister bereid is in de Ecofinraad te bepleiten dat lidstaten in hun meerjarige begrotingsplannen explicieter inzichtelijk maken welke uitgaven bijdragen aan hun toekomstige verdienvermogen en hoe zij deze groeibevorderende investeringen beschermen wanneer de beschikbare financiële ruimte afneemt. Deelt de Minister de opvatting dat dit nadrukkelijk niet moet leiden tot een nieuwe uitzondering op de begrotingsregels of extra ruimte voor schuld, maar juist tot een sterkere prikkel om binnen de beschikbare begrotingsruimte te verschuiven van consumptieve naar groeibevorderende uitgaven?
Welke mogelijkheden ziet de Minister om dit uitgangspunt sterker te verankeren in de Europese begrotingssystematiek?
Meerjarig Financieel Kader
De leden van de CDA-fractie steunen de gezamenlijke inzet om het volgende Meerjarig Financieel Kader sterker te richten op nieuwe prioriteiten, waaronder veiligheid, defensie en concurrentievermogen. Nieuwe prioriteiten vereisen naar het oordeel van deze leden echter ook herprioritering binnen de Europese begroting.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Raad van 15 oktober 2026 de onderhandelingen over het nieuwe MFK een belangrijke stap verder moet brengen, met als doel om voor het einde van het jaar tot een politiek akkoord te komen. Acht de Minister dit tijdpad nog haalbaar? Welke concrete voortgang wil het kabinet op 15 oktober boeken? En hoe zet Nederland zich ervoor in dat daarbij niet alleen over de omvang van het MFK wordt gesproken, maar ook daadwerkelijk keuzes worden gemaakt over de herprioritering van middelen richting veiligheid, defensie en concurrentievermogen?
Internationale rol van de euro
De leden van de CDA-fractie onderschrijven dat een sterke interne markt, geïntegreerde Europese kapitaalmarkten en gezonde overheidsfinanciën belangrijke voorwaarden zijn voor een sterkere internationale rol van de euro. Zij vragen echter of Europa daarnaast niet actiever kan sturen op het internationale gebruik van de eigen munt.
Deze leden wijzen in dit verband op recente voorstellen4 om het gebruik van de euro in de internationale handel actiever te bevorderen, onder meer bij de handel in energie en strategische grondstoffen. Hoe beoordeelt de Minister dergelijke voorstellen? Ziet hij mogelijkheden om Europese handelsakkoorden en strategische partnerschappen nadrukkelijker in te zetten om het gebruik van de euro bij internationale transacties te vergroten? Welke kansen en risico’s ziet de Minister daarbij?
Ook vragen deze leden welke lessen de Minister in dit verband trekt uit de wijze waarop China het internationale gebruik van de renminbi actief bevordert.
Europese beleggingsrekening
De leden van de CDA-fractie vinden het belangrijk dat huishoudens gemakkelijker vermogen en financiële buffers kunnen opbouwen en dat meer Europees spaargeld beschikbaar komt voor langjarige investeringen in de Europese economie. Wanneer verwacht de Minister het aangekondigde onderzoek naar een Europese beleggingsrekening af te ronden? Welke varianten worden daarbij onderzocht en op welke wijze wordt gekeken naar de toegankelijkheid van een dergelijke rekening voor kinderen en jongeren? Worden daarbij ook de ervaringen met bestaande beleggingsrekeningen in andere lidstaten betrokken, in het bijzonder de Zweedse Investeringssparkonto (ISK)?
The implementation of national medium-term fiscal-structural plans: progress to 2025, outlook for 2026 – European Commission
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D49080.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.