2026D44984 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft vragen voorgelegd aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (Kamerstuk 37 035 XXII, nrs. 1 en 2).

De voorzitter van de commissie,

Bromet

Adjunct-griffier van de commissie,

Beekmans

Nr

Vraag

1

Hoe wordt omgegaan met middelen die een gemeente uiteindelijk niet of niet volledig kan besteden, in het geval van middelen voor Woningbouw Op Korte Termijn (WOKT) die aan gemeenten worden toegekend voor specifieke projecten?

2

Indien een gemeente toegekende WOKT-middelen niet of niet volledig besteedt, moet het niet-bestede bedrag dan worden terugbetaald aan het Rijk? Zo ja, welke regels en termijnen gelden daarvoor?

3

Indien eerder toegekende WOKT-middelen door een gemeente worden terugbetaald of anderszins vrijvallen, op welke wijze worden deze middelen vervolgens opnieuw verdeeld?

4

Indien WOKT-middelen na een eerdere toekenning vrijvallen, worden deze middelen dan opnieuw verdeeld onder gemeenten die in dezelfde ronde al WOKT-middelen toegekend hebben gekregen? Zo ja, op basis van welke regels of criteria gebeurt dat?

5

Indien WOKT-middelen na een eerdere toekenning vrijvallen, kunnen deze middelen ook worden toegekend aan gemeenten waarvan een aanvraag in dezelfde ronde wel aan de voorwaarden voldeed, maar vanwege het beschikbare budget niet is gehonoreerd? Zo nee, waarom niet?

6

Kunt u het bedrag van 19,9 miljoen euro dat wordt teruggevorderd uitsplitsen en daarbij aangeven welk deel het gevolg is van het niet voldoen aan de voorwaarden en welk deel van het niet volledig benutten van het voorgeschoten bedrag?

7

Hoeveel gemeenten moeten middelen van de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) terugbetalen en aan welke voorwaarden van de regeling hebben zij niet voldaan? Betreft het incidentele of structurele knelpunten in de opzet van de regeling?

8

Hoeveel woningen voor aandachtsgroepen hadden met de teruggevorderde middelen gerealiseerd moeten worden en hoeveel zijn als gevolg daarvan niet of later gerealiseerd?

9

Hoe groot is het risico dat door de desaldering RHA-budget uiteindelijk niet tot besteding komt en «verloren» gaat?

10

Hoe groot is het risico dat door de desaldering Woningbouwimpuls-budget uiteindelijk niet tot besteding komt en «verloren» gaat?

11

Wat zijn de gevolgen van de Wet betaalbare huur voor de werklast van de medewerkers van de Huurcommissie, gelet op het feit dat dat bij de Dienst van de Huurcommissie een surplus van 7,1 miljoen euro is ontstaan, dat wordt overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) terwijl er bij de Huurcommissie mogelijk een hogere werkdruk wordt verwacht als gevolg van de Wet betaalbare huur?

12

Kunt u in grote lijnen aangeven aan welke voorwaarden van de RHA betreffende gemeenten niet voldeden, alsmede om welke aandachtgroepen het ging?

13

Kunt u in grote lijnen aangeven aan welke voorwaarden van de regeling Woningbouwimpuls betreffende gemeenten niet voldeden en of er mogelijk hindernissen voor betreffende gemeenten waren die eventueel kunnen worden opgelost door het Rijk?

14

Wordt elke euro van de 7,1 miljoen euro gebruikt voor de dekking van een deel van de kosten voor het EU-voorzitterschap in 2029 of is er nog een bedrag beschikbaar om vrij te besteden? Kunt u aangeven wat de toegevoegde waarde voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in Nederland is om het bedrag van 7,1 miljoen euro uit te trekken ter dekking van een deel van de kosten voor het EU-voorzitterschap in 2029?

Naar boven