2026D43984 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Binnen de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de Wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van toezicht op het stelsel van certificering voor het registreren van de energieprestatie van woningen en gebouwen (Kamerstuk 28 325, nr. 321).

De voorzitter van de commissie,

Bromet

Adjunct-griffier van de commissie,

Beekmans

I

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie

II

Antwoord/reactie van de Minister

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van toezicht op het stelsel van certificering voor het registreren van de energieprestatie van woningen en gebouwen. Deze leden hebben daartoe nog enkele vragen.

De leden van de VVD-fractie zijn positief over de introductie van toezicht op het stelsel van het energielabel. Het energielabel speelt een steeds grotere rol bij de leenruimte van kopers, het aantal punten in het woningwaarderingsstelsel en beslissingen over verduurzaming. Deze leden hechten er daarom aan dat woningeigenaren, huurders en verhuurders op de juistheid van het label kunnen vertrouwen.

De leden van de VVD-fractie hechten er daarbij aan dat het toezicht in verhouding staat tot de administratieve lasten voor certificerende instellingen, certificaathouders en energieadviseurs. Deze leden vragen wat de verwachte regeldruk en kosten zijn, en in hoeverre deze kosten worden doorberekend in de prijs van een energielabel voor woningeigenaren en verhuurders. Tot slot vragen zij wat de Minister doet om te voorkomen dat er een stapeling van toezicht ontstaat.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van toezicht op het stelsel van certificering voor het registreren van de energieprestatie van woningen en gebouwen, en hebben nog een aantal vragen voor de Minister.

Op bladzijde 26 van het Ontwerpbesluit staat dat bij ministeriële regeling een bewaartermijn wordt vastgesteld voor de gegevens in het openbaar register, waarvoor geldt dat na afloop ervan de persoonsgegevens vernietigd worden. Deze leden zouden aan de Minister willen vragen aan welke termijn wordt gedacht.

Op bladzijde 32 van het Ontwerpbesluit valt te lezen dat welk handhavingsmiddel de toezichthouder inzet, afhangt van allerlei factoren. De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) zal dit verder uitwerken in een handhavingskader.

Deze leden willen aan de Minister vragen wanneer dit handhavingskader verwacht kan worden, alsmede hoe flexibel dit kader zal zijn (onder andere gehanteerde kaders) en in hoeverre er wordt gekeken naar eventuele «best practices».

Op bladzijde 35 van het Ontwerpbesluit staat dat het verboden is een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een geldig energielabel met een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh/m2.jr, bepaald volgens NTA 8800, of met een in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestatie van C of beter. De leden van de PVV-fractie zouden een schatting van de Minister willen hebben van het aantal kantoorgebouwen (inclusief vloeroppervlakte) dat in Nederland momenteel niet voldoet aan de energielabeleis, maar wel beschikbaar is.

Op bladzijde 44 van het Ontwerpbesluit valt te lezen dat in de aanpassingen van het certificatieschema aanvullende eisen worden opgenomen om de onafhankelijkheid van certificatie-instellingen (CI’s), alsmede certificaathouders en energieadviseurs beter te waarborgen. Dit gebeurt echter niet met onderhavig besluit maar zal met een wijziging van de beoordelingsrichtlijn (BRL) plaatsvinden. Deze leden willen aan de Minister vragen of er een tijdsindicatie gegeven kan worden wanneer deze wijziging wordt doorgevoerd en aan welke aanvullende eisen moet worden gedacht.

Op bladzijde 56 van het Ontwerpbesluit staat dat op dit moment wordt gekeken naar de rolverdeling met betrekking tot communicatie en informatievoorziening naar burgers en andere belanghebbenden in de sector. De TloKB zou worden uitgenodigd om hierover mee te denken.

De leden van de PVV-fractie zouden aan de Minister willen vragen wat de stand van zaken is.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van publiekrechtelijk toezicht op het stelsel van certificering voor het registreren van de energieprestatie van woningen en gebouwen. Deze leden onderschrijven het belang van betrouwbare energielabels en een adequate borging van de kwaliteit daarvan. Zij hebben op dit moment geen verdere vragen over het voorliggende Ontwerpbesluit.

Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van toezicht op het stelsel van certificering voor het registreren van de energieprestatie van woningen en gebouwen. Deze leden onderschrijven het belang van betrouwbare energielabels. Zij vragen wel of dit niet alleen toekomstige onjuiste certificering voorkomt, maar ook een oplossing biedt voor bestaande situaties waarin bewoners mogelijk al jarenlang worden geconfronteerd met een onjuist energielabel. Kan de Minister uiteenzetten welke mogelijkheden er zijn voor de nieuwe toezichthouder om reeds afgegeven energielabels te onderzoeken en, indien nodig, te corrigeren? Hoe worden huurders geholpen die nu wonen in een woning waarvan het energielabel mogelijk geen juiste weergave geeft van de feitelijke energieprestatie?

II Antwoord/reactie van de Minister

Naar boven