Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D31162 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D31162 |
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over de Militaire inlichtingen en veiligheid (MIVD).
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
|
I |
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower |
|
|
II |
Antwoord/Reactie van de Minister |
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de agenda en de onderliggende stukken voor het schriftelijk overleg over de MIVD. Deze leden onderstrepen het belang van een sterke, wendbare en toekomstbestendige MIVD in een gespannen internationale veiligheidssituatie. Tegelijkertijd benadrukken deze leden dat operationele slagkracht altijd hand in hand moet gaan met rechtsstatelijke waarborgen, onafhankelijke toetsing en toezicht, zorgvuldige parlementaire controle en een veilige werkomgeving voor medewerkers en agenten. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de CTIVD het monitoringstraject inzake de zorgplicht voor het mentale welzijn van agenten heeft beëindigd, omdat de MIVD voldoet aan de door de CTIVD opgestelde toetsingscriteria. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de Minister in de geannoteerde brief schrijft dat enkele verbetermaatregelen nog moesten worden afgerond, waaronder interne opleidingen, trainingen en beleidsdocumenten.
Kan de Minister aangeven welke verbetermaatregelen inmiddels volledig zijn afgerond, welke maatregelen nog lopen en wanneer de Minister verwacht dat eventuele openstaande verbetermaatregelen worden voltooid? Hoe wordt de structurele borging van deze verbeteringen binnen de MIVD gecontroleerd, ook nu het CTIVD-monitoringstraject is beëindigd? Welke rol speelt het Compliance & Risk Office daarbij, en beschikt deze over voldoende mandaat en onafhankelijkheid om kritisch te rapporteren?
De leden van de D66-fractie onderstrepen het belang van een weerbare defensieorganisatie. Polarisatie en radicalisering kunnen immers ook risico’s opleveren voor de veiligheid en integriteit van de krijgsmacht. Welke trends ziet de Minister ten aanzien van rechts-extremisme, jihadistisch extremisme en anti-institutioneel extremisme binnen of gericht tegen Defensie? In hoeverre spelen online gemeenschappen en sociale media daarbij een rol?
Welke maatregelen worden genomen om de weerbaarheid binnen Defensie te versterken en is daarbij voldoende aandacht voor preventie, bewustwording en een veilige meldcultuur?
De leden van de D66-fractie constateren dat de CTIVD in dit geval gebruik heeft gemaakt van een monitoringstraject en een toezichtbrief, terwijl de Wiv 2017 formeel vooral het toezichtsrapport kent. Deze leden begrijpen de behoefte aan flexibelere toezichtvormen, maar benadrukken dat dit niet mag leiden tot minder transparantie of minder parlementaire controle. Welke lessen trekt de Minister uit dit monitoringstraject voor de herziening van de Wiv 2017? Welke nieuwe of aanvullende toezichtproducten zou de CTIVD volgens de Minister moeten kunnen gebruiken? Hoe wordt daarbij geborgd dat de Kamer voldoende openbaar of vertrouwelijk wordt geïnformeerd over afgeronde toezichttrajecten? Kan de Minister daarnaast toelichten hoe bij de Wiv-herziening de balans wordt bewaakt tussen operationele wendbaarheid, proportionaliteit, subsidiariteit, onafhankelijke toetsing en effectieve rechtsbescherming?
Verder vragen de leden van de D66-fractie hoe de herziene Wiv invulling geeft aan de politieke opdracht om een dreigingsgerichte wet te creëren in overeenstemming met het coalitieakkoord. Op welke punten verschilt de nieuwe dreigingsgerichte Wiv wezenlijk van de huidige Wiv 2017 en hoe wordt de balans tussen slagkracht en toezicht geborgd? Hoe voorziet de nieuwe Wiv in een juiste balans tussen de inzet van bijzondere bevoegdheden, enerzijds, en toetsing/toezicht, anderzijds? En voorziet de nieuwe Wiv in de wettelijke kaders die nodig zijn in geval van een grootschalig conflict? Ook vragen deze leden zich af of in de nieuwe Wiv wordt voorzien in andersoortige samenwerking met (inter)nationale instanties gezien de hedendaagse dreigingen. Welke waarborgen zijn daarvoor passend?
De leden van de D66-fractie lezen dat de MIVD te maken heeft met een breed en ernstig dreigingsbeeld, waaronder Rusland, China, cyberdreigingen, economische veiligheid, extremisme, contraproliferatie en instabiliteit in verschillende regio’s. Ook weegt de focus op Hoofdtaak 1 zwaar mee in de prioriteiten van de dienst. Deze leden begrijpen dat scherpe keuzes nodig zijn, maar vragen hoe de Minister voorkomt dat de taakdruk sneller groeit dan de beschikbare capaciteit, juridische kaders en toezichtstructuren.
Kan de Minister toelichten op basis van welke criteria de MIVD prioriteiten stelt wanneer de vraag naar inlichtingen groter is dan de beschikbare capaciteit? Welke taken of onderzoeksdoelstellingen komen onder druk te staan door de intensivering van het onderzoek naar Rusland en de focus op Hoofdtaak 1? Hoe wordt bij nauwere samenwerking tussen de MIVD, het Netherlands Joint Forces Command en defensieonderdelen geborgd dat rollen, mandaten en verantwoordelijkheden helder blijven, met name bij optreden in het informatiedomein? Kan de Minister daarnaast aangeven waar de grootste personele knelpunten bij de MIVD liggen en in welke mate de dienst in 2026 afhankelijk is van externe inhuur?
De leden van de D66-fractie constateren dat de MIVD in toenemende mate moet inspelen op acute crises en een breed scala aan dreigingen. Tegelijkertijd achten deze leden het van belang dat voldoende ruimte blijft bestaan voor strategische analyses en vroegtijdige waarschuwingen, juist om verrassingen te voorkomen en tijdig te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.
Hoe wordt gewaarborgd dat de capaciteit voor strategische early warning en langetermijnanalyse voldoende behouden blijft wanneer de druk van actuele crises en operationele ondersteuning verder toeneemt? Is de Minister van oordeel dat de huidige balans tussen acute inzet en strategisch inlichtingenonderzoek toereikend is?
De leden van de D66-fractie steunen de inzet om cyberdreigingen en technische werkwijzen vaker openbaar te maken wanneer dit bijdraagt aan bewustwording en weerbaarheid. Tegelijkertijd is openbaarmaking alleen effectief als organisaties waarschuwingen ook daadwerkelijk opvolgen. De brief over NCSC-adviezen vermeldt dat essentiële en belangrijke entiteiten onder het concept-Cyberbeveiligingsbesluit schriftelijk moeten vastleggen wat zij doen met attenderingen op kwetsbaarheden of cyberdreigingen.
Kan de Minister toelichten hoe in de praktijk wordt gecontroleerd of organisaties voldoende opvolging geven aan adviezen of waarschuwingen van het NCSC, een CSIRT, de MIVD, de AIVD of andere overheidsinstanties? Welke toezichthouder beoordeelt dit, en welke interventies zijn mogelijk wanneer opvolging onvoldoende is? Hoe wordt voorkomen dat de vastleggingsplicht vooral een administratieve verplichting wordt, zonder aantoonbare risicoreductie? Wordt informatie over onvoldoende opvolging gebruikt om toekomstige cyberadviezen concreter en beter uitvoerbaar te maken?
Daarnaast onderstrepen de leden van de D66-fractie het belang van economische veiligheid en de bescherming van strategische kennis. Hoe werkt de MIVD samen met kennisinstellingen, bedrijven en Europese partners om ongewenste kennisoverdracht tegen te gaan?
De leden van de D66-fractie constateren dat Rusland zich in toenemende mate bedient van hybride middelen en cyberoperaties, bijvoorbeeld Signal en WhatsApp. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke informatiepositie en digitale weerbaarheid. Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelen binnen de Rijksoverheid en Defensie zijn genomen om accountovername via verificatiecodes, gekoppelde apparaten en impersonatie van supportkanalen tegen te gaan? Bestaat er een Rijksbreed protocol voor het melden, onderzoeken en beperken van schade wanneer een account van een overheidsmedewerker vermoedelijk is gecompromitteerd? Is de Minister van oordeel dat de MIVD en de betrokken ketenpartners over voldoende capaciteit beschikken om Nederland weerbaar te houden tegen de snel toenemende cyberdreiging vanuit statelijke actoren?
De leden van de D66-fractie constateren dat kunstmatige intelligentie het inlichtingenwerk ingrijpend verandert en dat ook tegenstanders steeds vaker gebruikmaken van nieuwe technologieën. Deze leden achten het van belang dat de MIVD technologisch voorop blijft lopen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van analyses en menselijke oordeelsvorming.
Hoe bereidt de MIVD zich voor op de gevolgen van kunstmatige intelligentie voor het inlichtingenwerk? Worden AI-toepassingen reeds ingezet en hoe wordt daarbij menselijke controle geborgd? Beschikt de MIVD over voldoende specialistische kennis om gelijke tred te houden met deze ontwikkelingen?
De leden van de D66-fractie zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Openbaar Jaarverslag MIVD 2025 en het Jaarplan MIVD 2026. Naar aanleiding hiervan hebben zij nog enkele vragen.
Interne weerbaarheid
De MIVD waarschuwt terecht voor dreigingen van buitenaf, zoals Rusland, China, cyberaanvallen en sabotage. Tegelijkertijd geven de politieke en militaire leiders van onze belangrijkste NAVO-bondgenoot een opvallende waarschuwing af. Tijdens de Munich Security Conference stelde Vice-President J.D. Vance dat de grootste bedreiging voor Europa niet Rusland, China of een andere externe actor is, maar een dreiging van binnenuit. Ook de Amerikaanse Minister van Oorlog Pete Hegseth waarschuwde tijdens de D-Day-herdenking voor een vorm van «invasie» van Europa via massamigratie en open grenzen. Volgens hem wordt Europa niet alleen geconfronteerd met externe tegenstanders, maar ook met ideologieën die zich verzetten tegen de westerse waarden van vrijheid, gelijkwaardigheid, democratie en nationale soevereiniteit.
De leden van de PVV-fractie constateren dat deze waarschuwingen afkomstig zijn van de Vice-President en de Minister van Oorlog van de Verenigde Staten, één van onze belangrijkste bondgenoten binnen de NAVO. Hoe beoordeelt de Minister deze waarschuwingen in het kader van hybride oorlogsvoering en nationale weerbaarheid?
Welke betekenis kent de Minister toe aan deze analyse van de Amerikaanse politieke en militaire leiding? Hoe beoordeelt zij de door Minister Hegseth gebruikte kwalificatie van een vorm van «invasie»? Ziet zij hierin aspecten die relevant zijn voor de taakuitoefening van de MIVD, mede gelet op het feit dat hybride oorlogsvoering zich niet uitsluitend richt op militaire doelen, maar ook op het verzwakken van de weerbaarheid, cohesie en stabiliteit van samenlevingen? Welke maatregelen neemt Nederland momenteel om zich te beschermen tegen dergelijke vormen van hybride oorlogsvoering en welke rol vervullen de MIVD en Defensie daarbij?
Rusland
De MIVD concludeert dat de Russische krijgsmacht ondanks de enorme verliezen in Oekraïne groter en effectiever is geworden dan voor de oorlog. Tegelijkertijd heeft Rusland na jaren oorlog zijn oorspronkelijke doelstellingen in Oekraïne nog altijd niet bereikt en volgens de MIVD circa 1,2 miljoen permanente verliezen geleden, waaronder meer dan een half miljoen doden.
Tegen deze achtergrond schrijft de MIVD dat Rusland onder gunstige omstandigheden binnen één jaar na beëindiging van de gevechtshandelingen in Oekraïne voldoende gevechtskracht kan opbouwen om een regionaal conflict met de NAVO te initiëren. Hoe verhouden deze factoren zich volgens de Minister tot de inschatting dat Rusland ondanks de omvangrijke verliezen binnen relatief korte tijd opnieuw voldoende gevechtskracht kan opbouwen voor een regionaal conflict met de NAVO?
Welke gevolgen verbindt de Minister aan deze analyse voor de Nederlandse defensieplanning en voor de omvang, gereedheid en uitrusting van de Nederlandse krijgsmacht? Kan de Minister toelichten welke aannames aan deze analyse ten grondslag liggen? Waarom acht de MIVD juist een termijn van één jaar realistisch en wat verstaat zij precies onder de in het jaarverslag genoemde «gunstige omstandigheden»?
In hoeverre spelen factoren als het verlies van ervaren militairen, de mogelijkheden om nieuwe militairen te werven, demografische ontwikkelingen en het maatschappelijke en politieke draagvlak voor verdere oorlogsvoering daarbij een rol? Hoe weegt de Minister deze factoren af bij de inschatting dat Rusland ondanks de omvangrijke verliezen binnen relatief korte tijd opnieuw voldoende gevechtskracht kan opbouwen voor een regionaal conflict met de NAVO, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
China
De leden van de PVV-fractie lezen dat de MIVD waarschuwt voor Chinese spionage, kennisverwerving en beïnvloeding. China probeert hoogwaardige technologie en kennis in handen te krijgen en richt zich daarbij ook op kennisinstellingen en bedrijven in Nederland. Hoe groot acht de Minister deze dreiging? Zijn universiteiten, onderzoeksinstellingen en defensiegerelateerde bedrijven voldoende beschermd? Hoeveel onderzoeken lopen er momenteel naar Chinese beïnvloedings- en spionageactiviteiten?
Zijn er aanwijzingen dat Chinese actoren proberen toegang te verkrijgen tot Nederlandse defensieprojecten, militaire technologie of defensietoeleveranciers? Zo ja, hoe wordt hiertegen opgetreden?
Welke risico’s ziet de Minister voor de Nederlandse defensie-industrie als doelwit van spionage, sabotage of cyberaanvallen door statelijke actoren? Zijn er sectoren of bedrijven die volgens de MIVD bijzondere aandacht verdienen? Hoe beoordeelt de Minister bestuurlijke samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse overheden en Chinese overheden in het licht van de waarschuwingen van de MIVD over Chinese beïnvloeding en spionage?
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat de provincie Noord-Brabant recent de banden met haar Chinese zusterprovincie Jiangsu verder heeft aangehaald en een nieuwe vriendschapsverklaring heeft ondertekend. Ziet de Minister risico’s dat dergelijke contacten kunnen worden gebruikt voor politieke beïnvloeding, kennisverwerving of het creëren van strategische afhankelijkheden? Heeft de MIVD zicht op dergelijke risico’s en worden decentrale overheden hierover actief geïnformeerd?
Islamitisch extremisme
De leden van de PVV-fractie lezen dat de MIVD jihadistisch terrorisme expliciet noemt als een van de grootste dreigingen voor de nationale veiligheid. Tegelijkertijd bevat het openbare jaarverslag relatief weinig informatie over de aard en omvang van deze dreiging. Kan de Minister nader toelichten waarom jihadistisch terrorisme door de MIVD nog steeds wordt aangemerkt als een van de grootste dreigingen voor de nationale veiligheid? Op welke wijze manifesteert deze dreiging zich momenteel richting Defensie en Nederlandse militaire belangen?
De MIVD verricht onderzoek naar extremisme en (jihadistisch) terrorisme in relatie tot de Nederlandse krijgsmacht, met als doel de verspreiding van extremistisch gedachtegoed en gedrag vroegtijdig te signaleren. Kan de Minister aangeven hoe groot de dreiging van islam op dit moment is voor Defensie? Is er sprake van een toe- of afname van signalen van jihadistisch gedachtegoed of jihadistisch extremisme binnen de defensieorganisatie? Hoeveel onderzoeken lopen er momenteel en welke ontwikkelingen ziet de MIVD op dit terrein?
Welke jihadistische organisaties vormen momenteel volgens de Minister en de MIVD de grootste dreiging voor Nederland, de Nederlandse krijgsmacht en Nederlandse belangen in het buitenland? Zijn er aanwijzingen dat statelijke actoren direct of indirect steun verlenen aan dergelijke organisaties? Zo ja, om welke landen gaat het en in hoeverre wordt deze steun beschouwd als onderdeel van hybride dreigingen gericht tegen westerse belangen, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
Sabotage en hybride dreigingen
Deze leden lezen dat de MIVD waarschuwt voor sabotage en hybride dreigingen. Welke delen van de Nederlandse vitale en militaire infrastructuur lopen volgens de Minister momenteel het grootste risico op sabotage en hybride activiteiten van statelijke actoren? Zijn havens, energievoorzieningen, datakabels en militaire objecten voldoende beschermd? Kan de Minister aangeven of militaire complexen, kazernes, munitieopslagplaatsen en andere defensielocaties voldoende zijn beveiligd tegen sabotage, spionage en andere hybride dreigingen?
De MIVD noemt daarnaast een toenemend aantal meldingen van drones boven vitale infrastructuur en militaire locaties. Hoe vaak komt dit voor? Welke landen worden hierbij als mogelijke dreiging gezien? Beschikken commandanten over voldoende bevoegdheden en middelen om hiertegen op te treden?
De Noordzee wordt steeds belangrijker voor de Nederlandse energievoorziening, datacommunicatie, economie en nationale veiligheid. Tegelijkertijd waarschuwen de MIVD en bondgenoten voor toenemende dreigingen tegen vitale infrastructuur op zee, waaronder onderzeese datakabels, pijpleidingen, windparken en havenfaciliteiten. Hoe beoordeelt de Minister de huidige dreiging voor de Nederlandse belangen op de Noordzee? Beschikt Nederland over voldoende maritieme, militaire en inlichtingenmiddelen om vitale infrastructuur op de Noordzee te bewaken en te beschermen? Welke rol vervullen de MIVD, de Koninklijke Marine en internationale partners hierbij? Heeft Nederland voldoende zicht op activiteiten van Russische schepen en de Russische schaduwvloot in de Noordzee? Kan de Minister daarnaast aangeven in hoeverre de snelle uitbreiding van windparken op de Noordzee gevolgen heeft voor toezicht, detectiecapaciteit en militaire operaties op zee? Zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om sabotage, spionage en andere vormen van hybride oorlogsvoering op de Noordzee tegen te gaan?
Cyberdreigingen
De leden van de PVV-fractie constateren dat de MIVD en AIVD recent hebben gewaarschuwd voor Russische pogingen om Signal- en WhatsApp-accounts van militairen, ambtenaren en hoogwaardigheidsbekleders over te nemen. Hoeveel Nederlandse overheidsmedewerkers zijn hiervan daadwerkelijk slachtoffer geworden? Is daarbij gevoelige informatie buitgemaakt?
Hoe groot acht de Minister de dreiging van geavanceerde spyware, zoals Pegasus en vergelijkbare systemen, voor Nederlandse militairen, commandanten en defensiemedewerkers? Kan de Minister bevestigen dat de MIVD actief onderzoek doet naar de mogelijke inzet van dergelijke software tegen Nederlandse militairen en defensiebelangen? Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat operationele informatie, locatiegegevens, communicatie of persoonsgegevens van militairen via dergelijke systemen in handen komen van buitenlandse statelijke actoren?
Personele veiligheid
Ziet de Minister een toename van pogingen van buitenlandse actoren om defensiepersoneel te benaderen, te beïnvloeden of onder druk te zetten? Beschikt de MIVD over voldoende mogelijkheden om dergelijke risico’s tijdig te signaleren en tegen te gaan, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
Ruimtedomein
De MIVD noemt het ruimtedomein als een steeds belangrijker operationeel domein. Hoe beoordeelt de Minister de kwetsbaarheid van Nederlandse en bondgenootschappelijke satellietcapaciteiten voor verstoring, sabotage, spionage of andere vijandelijke activiteiten? Beschikt Nederland over voldoende kennis, middelen en internationale samenwerking om dergelijke dreigingen het hoofd te bieden? Welke rol vervullen de MIVD en Defensie hierbij?
Capaciteit MIVD
Uit de stukken blijkt dat de MIVD steeds meer taken krijgt. Rusland, China, terrorisme, extremisme, cyberdreigingen, sabotage, proliferatie en het ruimtedomein vragen allemaal aandacht. Beschikt de MIVD over voldoende mensen, middelen en bevoegdheden om al deze dreigingen het hoofd te bieden? Welke onderzoeken of taken blijven momenteel liggen vanwege capaciteitsgebrek? Welke maatregelen neemt de Minister om ervoor te zorgen dat de MIVD ook de komende jaren effectief kan blijven opereren, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het MIVD Jaarplan 2026 en het openbaar jaarverslag 2025 van de MIVD. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen over het dreigingsbeeld vanuit Rusland, de knelpunten en kansen in de uitvoering van het werk van de MIVD, internationale samenwerking, het Caribisch deel van het Koninkrijk en cyberweerbaarheid.
Dreiging Rusland
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD beoordeelt dat Rusland onder gunstige omstandigheden binnen een jaar na beëindiging van de gevechtshandelingen in Oekraïne voldoende gevechtskracht kan genereren voor een regionaal conflict tegen de NAVO. De MIVD heeft als doelstelling voor 2024–2030 «gereed voor een grootschalig gewapend conflict». Waar staat de MIVD ten opzichte van haar eigen doelstelling? Is de MIVD inmiddels «gereed voor een grootschalig gewapend conflict»? Zo niet, wat heeft de MIVD hier nog voor nodig?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat Rusland zijn hybride dreiging steeds vaker vormgeeft via gelaagde netwerken van lokaal gerekruteerde agenten. Tegelijkertijd neemt het aantal dronemeldingen boven vitale en militaire objecten toe, terwijl de herkomst van deze drones vaak niet kan worden herleid. Acht de Minister de bevoegdheden van de MIVD toereikend om deze dreiging te onderkennen en tegen te gaan, ook in crisis- of oorlogstijd, en hoe wordt dit in de herziening van de Wiv 2017 geborgd? Is daarnaast het handelingsmandaat toereikend om bij dronewaarnemingen daadwerkelijk te kunnen optreden?
Knelpunten en kansen uitvoering
De leden van de CDA-fractie steunen de groei van de MIVD en de intensivering van de samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Deze leden constateren dat de voorgenomen groei van Defensie en de samenwerking met de defensie-industrie leiden tot een sterk toenemende vraag naar veiligheidsonderzoeken. Verwacht de Minister knelpunten in de capaciteit van de Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), en blijven de doorlooptijden (in 2025 nog 92,6% binnen acht weken) bij deze groei houdbaar? Volstaat de gewijzigde Wet veiligheidsonderzoeken, die gefaseerd in 2026 in werking treedt, ook wanneer de veiligheidssituatie in Europa verandert?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het streven is om de brede herziening van de Wiv 2017 in de eerste helft van 2026 in consultatie te brengen. Ligt dit traject op schema? Daarnaast lezen deze leden dat wordt ingezet op een werkbare wet die operationele slagkracht en wendbaarheid biedt zonder afbreuk te doen aan fundamentele waarborgen, waarbij geldt: hoe groter de inbreuk, hoe zwaarder de waarborgen. Deze leden onderschrijven dit uitgangspunt. Zij vragen de Minister wel hoe deze balans, gezien de toegenomen en snel veranderende dreiging vanuit Rusland, zo wordt vormgegeven dat de diensten ook bij de meest ingrijpende bevoegdheden tijdig en slagvaardig kunnen blijven optreden.
De MIVD streeft samen met de AIVD naar technologisch koploperschap, onder meer op het gebied van kwantumtechnologie en kunstmatige intelligentie. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Minister de voortgang hiervan beoordeelt, en hoe wordt voorkomen dat de toenemende samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen zelf een kwetsbaarheid wordt voor de kennisveiligheid. Daarnaast vragen deze leden zich af welke kansen de MIVD ziet in de oprichting van de Defensie Innovatie- en Opschalingsautoriteit.
Internationale samenwerking
Het is voor de leden van de CDA-fractie vanzelfsprekend dat Europa nadrukkelijker zelf verantwoordelijkheid moet nemen voor de eigen veiligheid. Zij vragen welke stappen de MIVD zet om de samenwerking met Europese inlichtingenpartners te verdiepen, binnen zowel EU- als NAVO-verband, en welke rol initiatieven als het Intelligence College Europe daarin vervullen.
Caribisch deel van het Koninkrijk/Venezuela
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD en de AIVD gezamenlijk onderzoek doen naar de ontwikkelingen in Venezuela en de mogelijke uitstralingseffecten richting het Koninkrijk. Deze leden constateren dat de situatie sinds de beschreven periode is veranderd. Zij vragen de Minister om een actuele duiding van de dreiging tegen het Caribisch deel van het Koninkrijk, en hoe wordt geborgd dat de eilandbesturen en hun bevolking tijdig en adequaat over eventuele dreigingen worden geïnformeerd.
Cyberweerbaarheid
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD zich in 2026 nadrukkelijk richt op het verstoren en openbaar maken van cyberoperaties van statelijke en niet-statelijke actoren, en op het in kennis stellen van slachtoffers en het treffen van weerbaarheidsverhogende maatregelen. Zij vragen hoe deze inzet zich verhoudt tot de constatering dat de cybersecuritymaatregelen bij veel organisaties binnen de Rijksoverheid ontoereikend zijn, en hoe wordt geborgd dat attributies en adviezen, van zowel de MIVD als het NCSC, daadwerkelijk leiden tot een hogere weerbaarheid bij getroffen organisaties. Welke structurele maatregelen worden daarnaast genomen naar aanleiding van de bekendmaking dat Russische actoren chataccounts van overheidsmedewerkers compromitteren en zelfs kunnen overnemen?
De leden van de CDA-fractie lezen dat actoren hun cyberaanvallen met behulp van kunstmatige intelligentie automatiseren en daarmee sneller en geavanceerder maken. Welke stappen zet de MIVD om zich ook in de toekomst te blijven wapenen tegen dergelijke, door kunstmatige intelligentie versnelde en steeds geavanceerdere, cyberaanvallen? Daarnaast vragen de leden welke impact deze toenemende cyberdreiging op de samenleving heeft, bijvoorbeeld voor de economische veiligheid, vitale diensten en het vertrouwen van burgers in de overheid.
De leden van de CDA-fractie wijzen op de kwetsbaarheid van vitale onderzeese infrastructuur, zoals internet- en stroomkabels, die steeds vaker doelwit kan zijn van sabotage. Beschikt de MIVD over voldoende capaciteit en middelen om dreigingen tegen deze infrastructuur tijdig te signaleren, en hoe wordt daarbij samengewerkt met de krijgsmacht en internationale partners, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het MIVD-Jaarplan 2026 en Jaarverslag 2025. Met betrekking tot het jaarplan vragen deze leden hoe de behoefte aan nieuw en gekwalificeerd personeel zich verhoudt tot de brede defensieorganisatie, in termen van tekorten op korte en lange termijn. Verder vernemen deze leden graag voor welk type inlichtingenbehoefte inhuur plaatsvindt, onder welke voorwaarden en wat de verhouding is van inhuur ten opzichte van het vaste personeelsbestand. Daarnaast vragen zij zich af in hoeverre de Iraanse dreigingsperceptie sinds het opstellen van het jaarplan is toegenomen, gelet op de aanslagen in Amsterdam en Rotterdam die werden opgeëist door Harakat Ashab Al Yamin Al Islamiyyah, waarvan het logo sterke overeenkomsten vertoont met dat van Hezbollah en de IRGC en waarvan beelden werden verspreid via een pro-Iraans propagandakanaal.
Deze aanslagen volgden op oproepen vanuit het Iraanse regime om aanslagen te plegen in het Westen en tegen Joodse doelen. Kan de Minister ten slotte aangeven of inmiddels meer duidelijkheid bestaat over een mogelijke relatie tussen de verijdelde aanslag op een synagoge in Heemstede en de eerdere aanslagen?
De leden van de SGP-fractie lezen in het jaarverslag dat Turkije een van de routes is die door Rusland en Iran benut worden om strategische goederen in Nederland te verwerven. Welke inspanningen levert Nederland in Europees, NAVO- en bilateraal verband om deze sanctieontwijking tegen te gaan? Erkent de Turkse regering dit probleem?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben met interesse kennisgenomen van de stukken en hebben geen verdere vragen of opmerkingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D31162.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.