Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D30825 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D30825 |
Binnen de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brieven Subsidieregeling isolatie en ventilatie provincie Groningen en gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo (Kamerstuk 33 529, nr. 1302) en Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk 30 196, nr. 859).
De voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie
Beekmans
|
I |
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie |
|
|
II |
Antwoord/reactie van de Minister |
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brieven over de voortgang van de isolatieaanpak in Groningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk 30 196, nr. 859) en over de subsidieregeling voor isolatie en ventilatie (Kamerstuk 33 529, nr. 1302). Deze leden onderschrijven het belang van maatregel 29 uit Nij Begun: een goed geïsoleerd huis betekent meer comfort, lagere lasten en een stap richting aardgasvrij, en draagt bij aan het herstel van vertrouwen in de regio. Tegelijk vinden zij het van belang dat de aanpak voor bewoners snel, eerlijk en merkbaar verloopt. Zij hebben daarover enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de doorlooptijd bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) voor sommige aanvragen met terugwerkende kracht langer was dan de wettelijke termijn van 13 weken, en dat de capaciteit inmiddels is vergroot. Deze leden vragen de Minister of die termijn nu structureel wordt gehaald. Op het nieuwe spoor is tot nu toe ongeveer een kwart van de aanvragen toegekend, mede doordat veel capaciteit naar de terugwerkende kracht ging; zij vragen hoe de toekenning zich sindsdien ontwikkelt. De leden van de D66-fractie lezen voorts dat er rond de zomer van 2026 voldoende isolatieadviseurs moeten zijn en dat de wachttijd voor een afspraak naar ten hoogste zes weken zou moeten dalen. Acht de Minister deze doelstellingen nog haalbaar, en is zij bereid de Kamer over de feitelijke wachttijden te informeren? Ook vragen deze leden vanaf welk moment eigenaren van een monument daadwerkelijk een isolatieplan kunnen laten opstellen.
De leden van de D66-fractie lezen dat het aanvraagproces niet altijd soepel verliep en dat bewoners aanvankelijk een afwijzing ontvingen wanneer facturen of betaalbewijzen ontbraken, zoals op 24 november 2025 aan de Kamer toegelicht. In lijn met de motie Beckerman/Bushoff (Kamerstuk 33 529, nr. 1295) over het uitgaan van vertrouwen richting woningeigenaren vragen deze leden welke ruimte bewoners sindsdien krijgen om een onvolledige aanvraag eenvoudig aan te vullen voordat tot afwijzing wordt overgegaan. De Minister presenteert de doorgevoerde vereenvoudigingen als invulling van de moties over het verminderen van bureaucratie; deze leden vragen of de Minister de uitkomsten van de klankbordgroepen met de Kamer kan delen en of de ervaren bureaucratie aantoonbaar is afgenomen.
Tot slot hechten de leden van de D66-fractie eraan dat de regeling álle bewoners bereikt, ook degenen die niet uit zichzelf de weg naar het loket vinden. Deze leden lezen dat circa 12.000 woningeigenaren ondersteuning hebben aangevraagd en dat met twee derde van hen contact is opgenomen. Zij vragen hoe de Minister ervoor zorgt dat ook het resterende deel actief wordt benaderd. De brieven stellen dat gemeenten de ontzorging gericht inzetten bij de huishoudens die deze het hardst nodig hebben; de leden van de D66-fractie vragen hoeveel van die huishoudens inmiddels daadwerkelijk zijn bereikt. De evaluatie van de regeling zou na één jaar plaatsvinden, met concrete cijfers over huurwoningen (Kamerstuk 33 529, nrs. 1298 en 1299); deze leden vragen of die cijfers inmiddels beschikbaar zijn, wat zij laten zien, en hoe wordt voorkomen dat huurders achterblijven bij eigenaar-bewoners.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voorgenomen subsidieregeling voor isolatie en ventilatie in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo. Deze leden hebben daartoe nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie vragen zich af wanneer de tool voor de opname van woningen gereed is. Daarnaast lezen deze leden dat slechts een kwart van de aanvragen tot nu toegekend is. Zij vragen hoe het kan dat er een langere behandeltermijn was, en in hoeverre wordt verwacht dat de resterende aanvragen worden behandeld. De leden van de VVD-fractie erkennen dat bureaucratie in dit soort gevallen zoveel mogelijk moet worden voorkomen, maar dit niet gepaard moet gaan met ongecontroleerde verstrekking van subsidies. Deze leden vragen hoe dit wordt voorkomen. Daarnaast vragen zij op basis waarvan is gekozen voor een subsidiesom van 10.000 euro. De leden van de VVD-fractie vragen tevens welke voorwaarden hieraan verbonden zijn, met name in het kader van een isolatieplan gezien het voornemen om burgers te stimuleren een isolatieplan op te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de regeling en de voortgangsbrief. Deze leden hadden liever een betere regeling gezien met meer vertrouwen en minder bureaucratie. De ongelijkheid die dreigt te ontstaan in de aanpak blijft een zorg voor deze leden. Zij vragen de Minister in te gaan op hoe deze ongelijkheid wordt voorkomen. Ook hebben de leden van de PRO-fractie zorgen over de uitvoering. Deze leden herkennen bijvoorbeeld dat isolatieplannen nog te vaak niet in één keer goed opgeleverd worden. Zij vragen de Minister op welke termijn zij nader worden geïnformeerd door de Minister over hoe de uitvoering en dit punt in het bijzonder worden verbeterd.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Subsidieregeling voor isolatie en ventilatie in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo en hebben over een aantal onderwerpen nog vragen voor de Minister.
Op blz. 2 van de brief inzake de genoemde subsidieregeling valt te lezen dat het Rijk de komende periode met bewoners, bedrijven, gedragsexperts en de Hanzehogeschool in gesprek gaat om onder andere de leesbaarheid van het isolatieplan te verbeteren waar nodig.
Deze leden zouden de Minister willen vragen in hoeverre een vergelijkbare werkwijze binnen het Ministerie van BZK wordt toegepast om de leesbaarheid van beleidsstukken te verbeteren.
Op blz. 3 van de brief inzake de genoemde subsidieregeling staat opgetekend dat woningeigenaren tot 10.000 euro zonder isolatieplan aan de slag kunnen met losse maatregelen, indien woningen gebouwd zijn tussen 1965 en 1991 en welke geen monument zijn. De leden van de PVV-fractie zouden van de Minister gedetailleerd willen weten waarom de periode tussen 1965 en 1991 is gehanteerd en niet is gekozen voor een langere periode die verder terugloopt in de tijd en/of verder in de toekomst.
Op blz. 1 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe valt te lezen dat bewoners die na 25 april 2023 al kosten hadden gemaakt voor de noodzakelijke isolatie en ventilatie van hun woning vanaf dat moment direct een aanvraag voor subsidie met terugwerkende kracht konden indienen. Deze leden zouden graag willen vragen waarom is gekozen voor de grens van 25 april 2023, alsmede waarom niet is gekozen voor een verder terug in de tijd liggende grens en in hoeverre de Minister zicht heeft hoeveel huishoudens door de gehanteerde grens buiten de boot vallen.
Op blz. 2 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe staat dat woningeigenaren die de isolatie- en/of ventilatiemaatregelen willen laten uitvoeren door een bedrijf, een aangesloten bedrijf uit het bedrijvennetwerk moeten kiezen en dat deze bedrijven zich hebben gecommitteerd aan de werkwijze en aan de maximumprijzen uit de maatregelencatalogus. De leden van de PVV-fractie zouden van de Minister willen weten of inzake de gehanteerde werkwijze duurzaamheidseisen zijn opgenomen en zo ja, welke. En mochten er duurzaamheidseisen zijn opgenomen in de werkwijze, heeft de Minister dan zicht wat eventuele negatieve effecten van deze eisen zijn voor de te behalen doelstellingen en de betreffende bedrijfstak?
Op blz. 2 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe valt te lezen dat van de 3.374 ingediende aanvragen er nog maar 991 zijn toegekend, ofwel slechts een kwart. Daarnaast valt te lezen dat SNN haar capaciteit heeft vergroot, waardoor de behandeltermijn korter wordt. Deze leden zouden de Minister willen vragen welke lessen zijn geleerd om in de toekomst eventuele capaciteitsproblemen bij uitvoerende instanties beter in te schatten.
Op blz. 3 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe staat dat inmiddels met twee derde van de woningeigenaren die via het online portaal ondersteuning hebben aangevraagd contact is opgenomen door een ondersteuner en dat gemeenten in de regio ook mogelijkheden hebben om specifieke doelgroepen te ondersteunen. De leden van de PVV-fractie willen de Minister vragen wanneer de deadline is om ook de resterende groep van een derde te benaderen, alsmede wat exact wordt bedoeld met mogelijkheden om specifieke doelgroepen te ondersteunen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie constateren dat bij aanvragen met terugwerkende kracht soms facturen of betaalbewijzen ontbraken, waardoor bewoners aanvankelijk een afwijzing ontvingen. Kan de Minister aangeven hoeveel aanvragen hierdoor zijn afgewezen, hoeveel daarvan alsnog zijn hersteld, en hoe wordt voorkomen dat goedwillende bewoners door administratieve fouten buiten de regeling vallen.
Deze leden constateren dat bewoners alleen mogen werken met bedrijven uit het aangesloten bedrijvennetwerk, die zich committeren aan maximumprijzen. Hoe waarborgt de Minister dat dit niet leidt tot beperking van concurrentie, hogere uitvoeringskosten of minder keuzevrijheid voor bewoners?
Zij lezen tevens dat circa 12.000 woningeigenaren ondersteuning hebben aangevraagd en dat met twee derde contact is opgenomen. Wat gebeurt er met het resterende derde deel, wat is de gemiddelde wachttijd voor ondersteuning, en hoeveel bewoners hebben uiteindelijk daadwerkelijk maatregelen laten uitvoeren na ondersteuning?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de regeling mede wordt gepresenteerd als stap richting aardgasvrij. Kan de Minister bevestigen dat woningeigenaren niet via deze isolatieregeling direct of indirect worden gedwongen om van het gas af te gaan?
Deze leden vragen of de Minister bereid is de Kamer bij de volgende voortgangsrapportage concreet te informeren over: het aantal aanvragen, toekenningen, afwijzingen, gemiddelde doorlooptijden, wachttijden voor adviseurs, uitvoeringskosten, daadwerkelijk uitgevoerde maatregelen en het aantal bewoners dat nog in de wacht staat.
Zij vragen hoe de Minister controleert op mogelijk misbruik of fraude binnen deze subsidieregeling. Welke waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat onjuiste facturen, opgehoogde prijzen, niet uitgevoerde maatregelen of oneigenlijk gebruik van subsidie worden goedgekeurd, en hoeveel signalen van mogelijk misbruik zijn tot nu toe onderzocht?
De leden van de JA21-fractie lezen dat isolatie en lichte versterking in Groningen in bepaalde gevallen gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd. Kan de Minister aangeven in hoeverre deze koppeling leidt tot vertraging binnen de versterkingsoperatie, hoeveel woningen hierdoor later worden versterkt dan oorspronkelijk gepland, en hoe wordt voorkomen dat bewoners die wachten op versterking extra vertraging oplopen door de toevoeging van isolatie en ventilatiemaatregelen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de subsidieregeling. Deze leden onderschrijven het belang van het isoleren van woningen, zeker in Noord-Nederland, maar hebben enkele kritische vragen.
De regeling stelt dat woningen na uitvoering voldoen aan de standaard en daardoor niet opnieuw geïsoleerd hoeven te worden om voorbereid te zijn op aardgasvrij verwarmen. Bij aardgasvrij verwarmen wordt echter veelal gekozen voor lage-temperatuurverwarming, waarbij op de begane grond vaak vloerverwarming wordt toegepast. Milieu Centraal adviseert bij vloeren met vloerverwarming een minimale isolatiewaarde van Rd 5 m2K/W, terwijl de regeling vloerisolatie tot Rc 3,5 m2K/W stimuleert. Hoe verhoudt de keuze voor Rc 3,5 m2K/W zich tot de belofte dat woningen toekomstvast worden geïsoleerd? Erkent de Minister dat woningen met vloerverwarming bij Rc 3,5 m2K/W niet voldoen aan het door Milieu Centraal geadviseerde niveau? Erkent de Minister dat bewoners die later overstappen op vloerverwarming hierdoor alsnog aanvullende vloerisolatie nodig kunnen hebben, en dus opnieuw moeten investeren? Hoe verhoudt dat zich tot de wijze waarop de regeling de toekomstvastheid presenteert? Is onderzocht welke gevolgen de keuze voor Rc 3,5 m2K/W, in plaats van het geadviseerde Rd 5 m2K/W, heeft voor het elektriciteitsverbruik van toekomstige warmtepompen, voor de winterse piekbelasting van het elektriciteitsnet en voor het risico op netcongestie in Noord-Nederland? Indien dit niet is onderzocht, is de Minister bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Het opvolgen van het advies van Milieu Centraal legt geen extra beslag op het subsidiebudget. De subsidie voor vloerisolatie is gelijk, ongeacht of wordt gekozen voor Rc 3,5 m2K/W of Rc 5,0 m2K/W. Eventuele meerkosten van een hogere isolatiewaarde komen voor rekening van de woningeigenaar. Waarom worden subsidieadviseurs en woningeigenaren dan niet actief gewezen op het advies van Milieu Centraal om bij vloerverwarming minimaal Rd 5 m2K/W toe te passen? Is de Minister bereid de regeling en de voorlichting zo aan te passen dat bewoners hierover standaard worden geïnformeerd, zodat zij zelf een afgewogen en toekomstbestendige keuze kunnen maken? Zo nee, waarom niet?
In de voortgangsbrief van 21 april 2026 stelt de Minister invulling te geven aan de motie Beckerman/Bushoff (Kamerstuk 33 529, nr. 1295) over het verminderen van bureaucratie. De leden van de SP-fractie constateren dat de Minister hiermee vooral procesverbeteringen aankondigt, maar dat de toegezegde inhoudelijke evaluatie van de ervaren bureaucratie en de betrokkenheid van de klankbordgroepen in deze brief niet terugkomen. Kan de Minister toelichten in hoeverre de aangekondigde verbeteringen voortvloeien uit de eerder toegezegde gesprekken met de klankbordgroepen van bewoners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen, en wat daaruit naar voren is gekomen. Wordt de ervaren bureaucratie, zoals de motie beoogt, ook daadwerkelijk gemeten, en zo ja, op welke wijze en met welke uitkomsten tot nu toe? Beschouwt de Minister de motie Beckerman/Bushoff hiermee als afgedaan, of blijft zij de ervaren bureaucratie en de wachttijden actief monitoren en hierover aan de Kamer rapporteren?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D30825.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.