Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D27875 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D27875 |
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 juni 2026 inzake de geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3427), de brief d.d. 16 januari 2026 inzake de Kabinetsreactie AIV-advies loyale samenwerking in de EU (Kamerstuk 36 715-31) en de brief d.d. 18 mei 2026 inzake het Verslag informele Raad Algemene Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3399).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
|
I |
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie |
|
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie |
|
|
II |
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken |
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken. Hierover hebben zij de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet staat tegenover het voorstel van de Europese Commissie om hoofdstuk 2 van de onderhandelingen met Montenegro over toetreding tot de Europese Unie (EU) te sluiten. Wat zijn de exacte aandachtspunten van het kabinet bij de compromisteksten voor de gedeeltelijke algemene oriëntaties (PGA’s) en op welke punten komen zij nog niet overeen met het kabinetsstandpunt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken d.d. 16 juni 2026. Naar aanleiding van deze agenda hebben de leden nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens deze Raad onder andere zal gaan over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Volgens de geannoteerde agenda kan het kabinet zich grotendeels vinden in de inhoud van de gedeeltelijke algemene oriëntatie voor het fonds voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen, het Europees Concurrentievermogenfonds en Europa in de Wereld. Wel heeft het kabinet nog aandachtspunten in de verordeningen, waaronder een verdere versterking van de rechtstaat. Op welke manier is het kabinet van plan om via de betreffende verordeningen meer aandacht voor rechtstatelijke aspecten te creëren? Houdt de inzet van het kabinet in dat bepaalde gelden uit de fondsen niet naar lidstaten mogen vloeien waarbij de rechtstaat niet op orde is, of wordt hiermee een andere vorm van versterking van de rechtstaat bedoeld? Wat zijn de andere aandachtspunten betreffende de verordeningen waar het kabinet naar verwijst in de geannoteerde agenda, en verwacht het kabinet dat er voor het bereiken van deze aandachtspunten een meerderheid te vinden is?
De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat er tijdens de Raad stil zal worden gestaan bij de «Eén Europa, één markt»-routekaart. Deze leden ondersteunen de overkoepelende intentie van deze routekaart om de regeldruk in Europees verband, daar waar mogelijk, tegen te gaan. Welke stappen is het kabinet van plan te zetten om ervoor te zorgen dat deze routekaart zo snel mogelijk tot concrete resultaten zal leiden?
De leden van de VVD-fractie stellen vast dat het tijdens de Raad ook zal gaan over de Artikel 7-procedure die in 2018 tegen Hongarije is gestart. Net als het kabinet menen deze leden dat de verkiezingswinst van Magyar een positieve ontwikkeling is. Wel constateren zij dat het kabinet middels een Benelux-interventie aandacht zal vragen voor de thema’s waarover richting Hongarije nog zorgen bestaan. Over welke thema’s gaat het, en welke verbeteringen hebben er op deze thema’s sinds de installatie van Magyar in Hongarije plaatsgevonden?
De leden van de VVD-fractie hebben tot slot nog enkele vragen over het EU-toetredingsproces van Montenegro. Deze leden constateren dat er op 22 april 2026 een ad hoc werkgroep is opgericht om een toetredingsverdrag met Montenegro op te stellen. Wat zijn tot dusver de resultaten van deze ad hoc werkgroep? Op welke manier is deze werkgroep van plan om invulling te geven aan de ambitie van de Europese Commissie om te werken aan een nieuwe generatie EU-toetredingsverdragen? In hoeverre is dit begrip al concreet ingevuld voor Montenegro, en wat zullen de consequenties hiervan voor Montenegro, de EU, en Nederland zijn?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 16 juni. Over deze agenda hebben deze leden de volgende vragen.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet precies uiteen te zetten welke onderdelen van de voorgestelde gedeeltelijke algemene oriëntaties voor de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP), het Europees Concurrentievermogen en «Europa in de wereld» onomkeerbare politieke of financiële gevolgen kunnen hebben, ondanks de stelling van het kabinet dat er nog geen besluitvorming plaatsvindt over de overkoepelende financiële elementen van het MFK.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet per verordening aan te geven welke bevoegdheden, beleidsruimte of uitvoeringsmacht verschuiven van lidstaten naar de Europese Commissie.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet aan te geven of het Europees Semester, en de landenspecifieke aanbevelingen, volgens het kabinet ook gebruikt mogen worden om Nederland aan te spreken op nationale keuzes rond belastingen, hypotheekrenteaftrek, woningmarkt, pensioenstelsel, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Deze leden verzoeken het kabinet te bevestigen dat landenspecifieke aanbevelingen formeel niet bindend zijn, maar in de praktijk steeds vaker kunnen worden gekoppeld aan EU-financiering, begrotingsregels en politieke druk vanuit Brussel.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet toe te lichten waarom de Artikel 7-procedure tegen Hongarije in de agenda expliciet wordt gekoppeld aan aansluiting bij het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, waaronder steun aan Oekraïne en sancties tegen Rusland, en daarbij te bevestigen dat deze rechtsstaatprocedure en de beoordeling van EU-financiering uitsluitend mogen worden gebaseerd op objectieve juridische voorwaarden en niet mogen worden gebruikt als politiek drukmiddel om democratisch gekozen regeringen tot buitenlandpolitieke gehoorzaamheid aan Brussel te dwingen.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet uiteen te zetten welke concrete gevolgen het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 28 met Montenegro heeft voor het verdere toetredingsproces. Deze leden verzoeken het kabinet daarnaast de mogelijke gevolgen voor het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 2 over vrij verkeer van werknemers met Montenegro voor Nederland in kaart te brengen, waaronder druk op sociale voorzieningen en extra druk op de arbeids- en woningmarkt.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en hebben daarover nog enkele vragen. Deze leden verzoeken het kabinet te bevestigen dat een tegenstem of het gebruik van een veto door een lidstaat volgens de AIV niet kan worden beschouwd als een schending van de plicht tot loyale samenwerking, en uiteen te zetten waarom het kabinet desondanks inzet op afschaffing van het vetorecht binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid en het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid.
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet daarnaast toe te lichten waar voor het kabinet de grens ligt tussen een legitiem nationaal belang van een lidstaat en zogenoemd «ondermijnend gedrag.»
De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet uiteen te zetten hoe het begrip «loyale samenwerking» wordt afgebakend, zodat dit niet kan worden gebruikt als politiek drukmiddel tegen democratisch gekozen regeringen die een andere koers varen op migratie, klimaat, buitenlandbeleid of EU-uitbreiding.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026 en het AIV-advies «De kracht van loyale samenwerking binnen de EU», en de kabinetsreactie daarop. Deze leden delen de kernboodschap van het advies dat Europese samenwerking niet vrijblijvend is. Juist in een tijd van oorlog op het Europese continent, geopolitieke druk en economische onzekerheid moet de Europese Unie slagvaardig zijn. Dat vraagt om lidstaten die elkaar ruimte geven, maar ook om lidstaten die gemaakte afspraken nakomen. Wie lid is van een rechtsgemeenschap, kan immers diezelfde rechtsgemeenschap niet van binnenuit ondermijnen. Deze leden hebben enkele vragen bij het advies en de kabinetsreactie.
Kabinetsreactie AIV-advies loyale samenwerking in de EU
Aanbeveling 1: Zorg dat ondermijnend gedrag niet loont
De leden van de CDA-fractie steunen het uitgangspunt dat ondermijnend gedrag niet mag lonen. Kan het kabinet concreet maken waar voor Nederland de rode lijn ligt? Welke gedragingen kwalificeert het kabinet als «ondermijnend gedrag»? De AIV adviseert om ondermijnend gedrag in het buitenlandbeleid waar mogelijk te omzeilen, onder meer door vaker gebruik te maken van gekwalificeerde meerderheid, constructieve onthouding of nauwere samenwerking. Deze leden zijn positief over «constructieve onthouding». Dat kan voorkomen dat één lidstaat de hele EU blokkeert. Is het kabinet bereid in EU-verband te pleiten voor een politieke afspraak dat lidstaten een veto of constructieve onthouding altijd schriftelijk en openbaar motiveren? Zou dat volgens het kabinet helpen om misbruik van het veto tegen te gaan?
De leden van de CDA-fractie vinden het zorgelijk als nationale leiders tijdens een EU-voorzitterschap de indruk wekken namens de EU te spreken, terwijl zij afwijken van de gezamenlijke EU-lijn. Deelt het kabinet dat dit de geloofwaardigheid van de EU kan schaden, bijvoorbeeld richting Rusland? Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat een roulerend EU-voorzitterschap wordt gebruikt voor nationale buitenlandpolitiek die haaks staat op de EU-lijn?
Aanbeveling 2: Benut de politieke gereedschapskist om de cultuur van loyale samenwerking en onderling vertrouwen te versterken
De leden van de CDA-fractie constateren dat de AIV het belang benadrukt van politieke dialoog, onderling vertrouwen en het bespreekbaar maken van loyale samenwerking. Is het kabinet bereid loyale samenwerking actief te agenderen in de Raad Algemene Zaken, zoals de AIV adviseert? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet? De AIV stelt verder dat vertrouwen vraagt om diplomatieke investering en kennis van het Europese krachtenveld. Het kabinet erkent dat het postennet hierbij belangrijk is om goed zicht te krijgen op het krachtenveld. Deze leden vragen of het kabinet concreet kan maken wat dit betekent voor de Nederlandse posten in EU-lidstaten en voor de Permanente Vertegenwoordiging. Komt er extra capaciteit voor rechtsstaat, EU-besluitvorming en coalitievorming? Hoe wordt geborgd dat Nederlandse diplomaten voldoende Europese ervaring opbouwen?
Aanbeveling 3: Benut de juridische gereedschapskist om niet-loyale samenwerking tegen te gaan ten volle
De leden van de CDA-fractie steunen een strenge koppeling tussen EU-geld en respect voor rechtsstaat en fundamentele rechten. Nederlands belastinggeld mag niet bijdragen aan regeringen die de rechtsstaat afbreken of de Unie ondermijnen. De AIV wijst op Artikel 7 en op mogelijkheden om EU-subsidies stil te leggen bij schending van fundamentele waarden. Deze leden vragen of het kabinet kan toelichten welke concrete voorstellen Nederland hiervoor op tafel legt. Gaat het kabinet bijvoorbeeld pleiten voor automatische opschorting van fondsen bij ernstige rechtsstaatschendingen? Hoe denkt het kabinet te kunnen voorkomen dat lidstaten elkaar blijven beschermen en Artikel 7 daardoor tandeloos blijft? De AIV adviseert om de juridische gereedschapskist volledig te benutten, waaronder inbreukprocedures en procedures bij het Hof van Justitie van de EU. Het kabinet stelt dat het primaat voor inbreukprocedures bij de Europese Commissie ligt. Deze leden begrijpen dat uitgangspunt, maar vragen wel onder welke voorwaarden het kabinet bereid is zelf, samen met gelijkgezinde lidstaten, juridische stappen te zetten. Welke lessen trekt het kabinet uit zaken waarin Nederland samen met andere lidstaten aan de zijde van de Commissie optreedt bij schending van fundamentele EU-waarden?
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of het kabinet bereid is jaarlijks, bijvoorbeeld bij de Staat van de Europese Unie, te rapporteren over gevallen van ondermijnend gedrag, de Nederlandse inzet daarop, het gebruik van rechtsstaatinstrumenten, blokkades in het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid en de voortgang op meer meerderheidsbesluitvorming.
Geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad een eerste bespreking voert over het lentepakket en de landenspecifieke aanbevelingen. Deze leden hechten aan gezonde overheidsfinanciën en een stabiele eurozone. Lidstaten moeten hervormen waar dat nodig is en hun begroting op orde houden. Kan het kabinet aangeven welke hoofdlijn het verwacht in de aanbevelingen voor Nederland? Op welke punten verwacht het kabinet aanbevelingen over woningbouw, arbeidsmarkt, productiviteit, investeringsklimaat, energie-infrastructuur en defensie-uitgaven?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetgevingsprogramma voor 2026 zich richt op onder meer defensie en veiligheid, simplificatie en bescherming van democratie en waarden. Kan het kabinet een overzicht geven van de wetgevingsvoorstellen die Nederland in 2026 het meest belangrijk vindt? Welke voorstellen wil Nederland versnellen, welke wil Nederland aanpassen en welke wil Nederland tegenhouden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Artikel 7-procedure tegen Hongarije opnieuw wordt besproken. Zij zien dat de verkiezingsuitslag in Hongarije hoopvol kan zijn, maar delen de lijn dat de procedure pas kan worden afgerond als de rechtsstaat duurzaam is hersteld, zoals ook vervat in de aangenomen motie-Van Lanschot c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3383). Kan het kabinet aangeven welke concrete hervormingen Hongarije wat het kabinet betreft moet doorvoeren voordat beëindiging van de Artikel 7-procedure aan de orde kan zijn?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of het kabinet concreet kan aangeven onder welke voorwaarden Hongarije weer aanspraak kan maken op 16,4 miljard euro aan geblokkeerde EU-subsidies. Welke hervormingen moeten hiervoor gerealiseerd worden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat hoofdstuk 28 over consumenten- en gezondheidsbescherming onder voorbehoud kan worden gesloten met Montenegro. Kan het kabinet toelichten welke benchmarks volledig zijn gehaald en welke stappen nog openstaan? Hoe wordt na sluiting onder voorbehoud gecontroleerd dat hervormingen ook echt worden uitgevoerd?
De leden van de CDA-fractie constateren ten slotte dat Griekenland in aanloop naar de Europese Raad van 18–19 juni 2026 officieel een amendement heeft ingediend op de concept-Raadsconclusies, waarmee aan de Commissie gevraagd wordt een stresstest uit te voeren op de binnenlandse productiecapaciteit van brandstoffen in vredes- en crisistijden om de potentiële risico’s voor de defensieparaatheid, de leveringszekerheid en de strategische autonomie te beoordelen. Deze leden vragen hoe het kabinet tegen dit amendement aankijkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D27875.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.