2026D25329 Lijst van vragen

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van de Minister 20 mei 2026 inzake het Jaarverslag 2025 Homogene Groep Internationale Samenwerking (Kamerstuk 36 801, nr. 3).

De voorzitter van de commissie,

Klaver

De griffier van de commissie,

Westerhoff

Nr

Vraag

   

1

Op welke wijze gebruikt Nederland het staatsaandeelhouderschap in de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) om invloed uit te oefenen op de vraag in welke landen en regio’s wel of niet geïnvesteerd wordt door de ontwikkelingsbank?

2

Wat is de verwachting voor het Europese Unie (EU)-gemiddelde voor Official Development Assistance (ODA), uitgedrukt in een percentage van het bruto binnenlands product (BBP) of het bruto nationaal inkomen (BNI) voor de komende jaren en hoe verhoudt de Nederlandse ODA-prestatie zich in die periode tot die van andere Europese lidstaten?

3

Welke specifieke inspanningen en diplomatieke acties heeft Nederland in 2025 verricht om Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof (ISH) te voorkomen of te beperken en welke kosten waren hiermee gemoeid?

4

Waarom is er zoveel minder dan begroot uitgegeven aan nationale veiligheid en terrorismebestrijding door het Ministerie van Justitie en Veiligheid?

5

Wat is de achtergrond van de structurele verlaging van het budget voor crisisbeheersingsorganisaties?

6

Waarom is er gekozen voor twee of zelfs drie verschillende programma’s gericht op Suriname en in hoeverre is overwogen deze programma’s samen te voegen?

7

Hoe komt het dat de kosten voor consulaire bijstand en consulaire informatiesystemen onverwacht hoger uitvielen?

8

Aan welke programma’s en organisaties in Soedan heeft Nederland in 2025 ruim € zes miljoen uitgegeven ten behoeve van de veiligheid en stabiliteit aldaar?

9

Aan welke programma’s en organisaties in Somalië heeft Nederland in 2025 ruim € twaalf miljoen uitgegeven ten aanzien van de veiligheid en stabiliteit aldaar?

10

Waar Nederland aan cofinanciering doet ten aanzien van internationale klimaatfinanciering, tracht Nederland dan op gelijke voet met private investeerders te profiteren van eventueel te behalen rendement?

11

Is het Nederlandse beleid inzake cofinanciering erop gericht waar mogelijk een aandelenbelang te verkrijgen in bedrijven of projecten waarin wordt geïnvesteerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in welke gevallen gebeurt dit?

Naar boven