Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D23470 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D23470 |
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de brief d.d. 8 april 2026 inzake Derde voortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» (Kamerstuk 24 170, nr. 398).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II. Reactie van de Minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de derde voortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking». Daartoe hebben deze leden enkele vragen.
De leden van de D66-fractie waarderen de eerste stappen die gezet zijn in bewustwording en agendering van samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz. Deze leden lezen dat er in 2026 een plan van aanpak ontwikkeld gaat worden. Daartoe vragen deze leden door wie dit plan van aanpak ontwikkeld wordt. Welke partijen zitten aan tafel? Op welke wijze wordt er gezorgd voor een goede vertegenwoordiging van het veld? Wanneer wordt het plan van aanpak verwacht, en op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
De tekorten op de arbeidsmarkt nemen toe, en dat is ook te merken in de gehandicaptenzorg. Op welke wijze is de Minister voornemens het anders organiseren en goed werkgeverschap te stimuleren in de gehandicaptenzorg, zodat deze belangrijke vorm van zorg beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft?
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat er hard gewerkt wordt om de behoeften van mensen met een levenslange en levensbrede beperking meer onder de aandacht te brengen bij gemeenten en professionals; dit achten deze leden zeer belangrijk. Daartoe vragen genoemde leden op welke termijn de resultaten verwacht worden over of en hoe gemeenten al werken met een langere beschikkingsduur in de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
De inzet van ervaringsdeskundigheid is ontzettend waardevol, bijvoorbeeld bij het verbeteren en tot stand brengen van beleid, maar ook binnen het dagelijkse reilen en zeilen van zorgorganisaties. De leden van de D66-fractie lezen dat het inzetten van ervaringsdeskundigheid in de praktijk nog versnipperd is, en afhankelijk is van lokale initiatieven. Daartoe vragen deze leden op welke wijze de Minister de bredere inzet van ervaringsdeskundigheid stimuleert.
De leden van de D66-fractie lezen dat er steeds meer gewerkt wordt met innovaties, waarbij er ook steeds meer kennis opgedaan wordt over wat wel en niet werkt in de praktijk. Echter lezen deze leden ook dat organisaties soms geneigd zijn vast te houden aan hun eigen bekende werkwijzen. Ondanks dat dit heel begrijpelijk is, achten de leden van de D66-fractie het van groot belang dat organisaties meer gaan werken met passende innovaties om toekomstbestendig te blijven. Daartoe vragen deze leden op welke wijze de Minister erop toeziet dat de opgedane inzichten en methodieken breder toegepast en verankerd worden in de gehandicaptenzorg.
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat het gebruik van data-ondersteund werken om ondersteuning en zorg te verbeteren nog weinig wordt toegepast. Op welke wijze gaat de Minister ervoor zorgen dat het gebruik van de InnovatieRoute toeneemt, en dat deze makkelijker vindbaar en bruikbaar is voor organisaties in de gehandicaptenzorg?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking». Zij zijn blij om te zien dat er in samenwerking met de sector mooie stappen zijn gezet om de zorg voor mensen met een beperking te verbeteren. Hierover hebben zij nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met plezier gekeken naar de video's die gemaakt zijn voor deze derde voortgangsrapportage. Op welke manier is de Minister van plan om deze video's te verspreiden? Wat genoemde leden betreft zou dit een bijdrage kunnen leveren aan niet alleen de ontwikkeling van de sector, maar ook aan het bewustzijn in de samenleving.
De leden van de VVD-fractie zijn in het verlengde van vorige vraag benieuwd hoe leerpunten en best practices gedeeld worden met zorgaanbieders. Welke rol ziet de Minister daarin voor zichzelf? Hierbij graag een reflectie op het bereiken van niet-deelnemende zorgaanbieders.
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de VG7-plus zorgprestatie inmiddels is ingevoerd. Kan de Minister al iets delen over de ervaringen hiermee in het veld? Zo nee, wanneer denkt zij dit wel te kunnen?
De leden van de VVD-fractie zijn erg enthousiast dat steeds meer gemeenten één vaste cliëntondersteuner beschikbaar stellen. Denkt de Minister dat gemeenten ertoe in staat zijn om dit concept breder uit te rollen, of ziet zij voor zichzelf een rol in de opschaling hiervan? Graag specifiek aandacht hierbij voor de overgang van de Wmo naar de Wlz.
De leden van de VVD-fractie zien grote meerwaarde in de Innovatie-impuls. Denkt de Minister dat een soortgelijke aanpak voor meer zorgsectoren van toegevoegde waarde kan zijn? Zo ja, hoe wil zij dit toepassen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de VVD-fractie denken dat het een goede ontwikkeling is dat er een transparantieregister ontstaat voor pgb-gefinancierde wooninitiatieven. Zij denken dat dit een goede schakel kan zijn in de controle of pgb-gelden doelmatig en rechtmatig besteed worden. Kan de Minister aangeven wanneer zij hier meer over kan delen met de Kamer?
De leden van de VVD-fractie zijn tot slot blij om te lezen dat er meer ingezet wordt op bestrijding van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Welke rol ziet de Minister hierin weggelegd voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» (hierna: Toekomstagenda). Zij hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er bij deze derde voortgangsrapportage weer specifiek is ingezet op een toegankelijke manier van rapporteren, bijvoorbeeld door middel van video’s. Genoemde leden onderstrepen het belang van toegankelijkheid van (overheids)communicatie. Hoe wordt de toegankelijkheid breder geborgd bij overheidsdocumenten en -communicatie? Zij constateren dat de Toekomstagenda in ieder geval loopt tot eind 2026. Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze de Toekomstagenda een vervolg zal vinden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat geconstateerd wordt dat er meer nodig is en dat organisaties soms geneigd zijn vast te houden aan hun eigen bekende werkwijzen. Daarnaast lezen zij dat geconstateerd wordt dat het noodzakelijk is om verder op te schalen en de inzichten en methodieken die werken een plek te geven in het zorgsysteem, bijvoorbeeld in de zorginkoop, de werkwijze van gemeenten of door effectieve interventies te beschrijven. Welke rol ziet de Minister voor zichzelf weggelegd hierin en hoe zou zij deze concreet invullen, welke taken horen daar bijvoorbeeld bij?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er een plan van aanpak in ontwikkeling is voor de bewustwording en agendering van samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz. Zou nader toegelicht kunnen worden wat volgens de Minister op dit moment de grootste knelpunten zijn bij respectievelijk de bewustwording en de samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz? Kan er een tijdspad geschetst worden voor deze plan van aanpak en de presentatie ervan aan de Kamer?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er nog onvoldoende bewustwording is in alle leefdomeinen om mensen met een licht verstandelijke beperking te herkennen en tijdig passende zorg en ondersteuning te bieden. Hoe gaat deze bewustwording in alle leefdomeinen alsnog gerealiseerd worden en welke concrete maatregelen worden hiervoor genomen? Zij lezen daarnaast dat er steeds meer bekend is over hoe je ervaringsdeskundigheid kunt inzetten bij beleidsvorming, maar dat er ook aandacht nodig is om dit structureel te borgen binnen organisaties. Welke rol ziet de Minister voor zichzelf hierbij? Op welke wijze wordt de inzet van ervaringsdeskundigheid ook beloond, zodat het niet louter afhankelijk is van liefdadigheid, maar ervaringsdeskundigen ook een eerlijke vergoeding ontvangen voor hun werk?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de overgang van Wmo-cliëntondersteuning naar Wlz-cliëntondersteuning niet altijd soepel verloopt in de praktijk. Zij lezen dat de Minister daarom de komende periode met het veld zal blijven werken aan het verbeteren van de organisatie van cliëntondersteuning. Wat zijn volgens de Minister de grootste knelpunten bij deze overgang? Welke concrete, mogelijke oplossingsrichtingen ziet zij per knelpunt? Op welke wijze worden cliënten en hun vertegenwoordigende organisaties betrokken bij dit traject?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in 2026 inzichtelijk wordt gemaakt of en hoe gemeenten al werken met een langere beschikkingsduur in de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Wanneer kunnen deze resultaten verwacht worden? Welke mogelijkheden zijn er om gemeenten te stimuleren tot langdurige indicaties en welke rol ziet de Minister voor zichzelf hierin?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het aantal cliënten met aanspraak op zorgprofiel VG7 sinds 2018 het sterkst gestegen is, vergeleken met zorgprofiel VG6 en het totaal aantal VG-cliënten. Waardoor zou deze stijging verklaard kunnen worden? Zij lezen daarnaast dat er vanuit de bestuurlijke afspraken rondom complexe zorg door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) wordt gewerkt aan het verder inzichtelijk maken van alle wachtenden. Zou nader toegelicht kunnen worden op basis waarvan het inzicht wordt verbreed en wanneer de resultaten verwacht kunnen worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in 2025 meer dan de helft van de gemeenten een Lokale Inclusie Agenda had. Hoeveel gemeenten hebben, volgens de meest recent beschikbare gegevens, een Lokale Inclusie Agenda? Hoeveel gemeenten hebben hierbij mensen met een beperking betrokken? Zou nader toegelicht kunnen worden waarom sommige gemeenten nog geen Lokale Inclusie Agenda hebben?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat mensen met een beperking in Nederland in rap tempo geconfronteerd zullen worden met een opeenstapeling van maatregelen, zoals bijvoorbeeld het wijzigen van het tarief voor de Wmo, het afschaffen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo, het verhogen van het eigen risico en bezuinigingen op de sociale zekerheid. Op welke wijze worden de effecten van deze maatregelen in hun geheel op deze groep gemonitord? Hoe rijmt dit met het feit dat mensen met een beperking gemiddeld gezien al vaak veel meer kosten maken wegens hun beperking en ook vaker geconfronteerd worden met armoede? Hoe verhouden dergelijke maatregelen zich tot de conclusies en bevindingen van het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Toekomstagenda loopt tot en met 2026 en dat de Minister zelf aangeeft dat de stap naar borging aan het einde van de looptijd nog niet volledig zal zijn afgerond. Deze leden vragen wat dit concreet betekent. Welke onderdelen worden na 2026 voortgezet, welke niet en op basis waarvan wordt dat besloten? Kan de Minister toezeggen dat succesvolle onderdelen niet verdwijnen in nieuwe overlegtafels of tijdelijke programma’s, maar daadwerkelijk structureel terechtkomen in de dagelijkse praktijk van zorgorganisaties, zorgkantoren, gemeenten en gezinnen?
Naar aanleiding van het thema Complexe zorg. De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over de stijging van het aantal mensen met een complexe zorgvraag. Uit de monitor blijkt dat het aantal mensen met een complexe zorgvraag in 2025 met meer dan twintig procent is gestegen ten opzichte van 2018. Wat is volgens de Minister de belangrijkste verklaring voor deze stijging? Is er daadwerkelijk sprake van een toename van de zorgzwaarte, van betere registratie of van een systeem waarin passende zorg te laat wordt georganiseerd, waardoor problemen verergeren?
Deze leden vragen hoeveel mensen met een VG6- of VG7-profiel op dit moment wachten op een passende plek, uitgesplitst naar actief wachtenden, wenswachtenden, urgent plaatsbaren en mensen die formeel niet op een wachtlijst staan maar in de praktijk wel nergens terechtkunnen. Herkent de Minister het probleem van schaduwwachtlijsten? Zo ja, hoe groot is dit probleem en wanneer krijgt de Kamer hier eindelijk een helder landelijk beeld van?
De leden van de PVV-fractie lezen dat er wordt gewerkt aan beter zicht op wachtlijsten en dat zorgkantoren en zorgaanbieders knelpunten bespreken. Deze leden vragen waarom dit anno 2026 nog steeds niet goed op orde is. Hoe kan het dat gezinnen met zeer complexe zorgvragen vaak beter weten waar het misgaat dan het systeem zelf? Welke harde afspraken maakt de Minister met zorgkantoren over hun verantwoordelijkheid om passende zorg te organiseren?
Welke ervaringen zijn er tot nu toe opgedaan met de invoering van VG7-plus?
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast naar de samenwerking tussen gehandicaptenzorg en ggz. De Minister schrijft dat er eerste stappen zijn gezet en dat in 2026 een plan van aanpak wordt ontwikkeld. Waarom is er nog steeds slechts sprake van een plan van aanpak, terwijl de problemen bij mensen met een verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblematiek al jaren bekend zijn? Wanneer komt er een landelijke werkwijze waardoor mensen niet meer tussen gehandicaptenzorg, ggz, Wlz, Wmo en crisiszorg blijven vallen?
Naar aanleiding van het thema Licht verstandelijke beperking (LVB). De leden van de PVV-fractie lezen dat de bewustwording over mensen met een licht verstandelijke beperking toeneemt, maar dat deze groep nog onvoldoende in alle leefdomeinen wordt herkend. Deze leden vragen wat de Minister hiermee concreet gaat doen. Hoe wordt voorkomen dat mensen met een LVB te laat worden herkend bij gemeenten, huisartsen, schuldhulpverlening, justitie, onderwijs, werk en zorg?
Deze leden vragen hoeveel gemeenten op dit moment structureel beleid hebben voor mensen met een LVB en hoeveel gemeenten vooral afhankelijk zijn van tijdelijke projecten of losse initiatieven? De leden van de PVV-fractie vragen specifiek naar waakvlamondersteuning. Hoeveel gemeenten bieden dit daadwerkelijk aan? Hoe wordt gecontroleerd of dit ook in de praktijk beschikbaar is en niet alleen in beleidsstukken staat? Deelt de Minister de mening dat korte indicaties en telkens opnieuw je verhaal moeten doen juist bij mensen met een levenslange of levensbrede beperking onnodige stress, escalatie en uiteindelijk hogere zorgkosten veroorzaken?
Naar aanleiding van het thema Cliëntondersteuning. De leden van de PVV-fractie vinden onafhankelijke en gespecialiseerde cliëntondersteuning van groot belang, juist voor gezinnen die vastlopen in een versnipperd zorgstelsel. Uit de stukken blijkt dat gespecialiseerde cliëntondersteuning wordt ingezet bij complexe problematiek op meerdere levensdomeinen en dat Metgezel in 2025 1.386 nieuwe aanmeldingen ontving, waarvan 60 procent in ondersteuning is genomen. Deze leden vragen wat er gebeurt met de 37 procent die is doorverwezen. Komen deze mensen daadwerkelijk op de juiste plek terecht of verdwijnen zij opnieuw in het systeem?
Deze leden vragen waarom de overgang van Wmo-cliëntondersteuning naar Wlz-cliëntondersteuning nog steeds niet soepel verloopt. Wie is hiervoor verantwoordelijk? Welke concrete verbeteringen moeten uiterlijk eind 2026 merkbaar zijn voor cliënten en naasten?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de gespecialiseerde cliëntondersteuning na afloop van de subsidieperiode wil borgen. Kan de Minister uitsluiten dat gezinnen die nu eindelijk één vaste gespecialiseerde ondersteuner hebben, straks weer opnieuw moeten beginnen omdat financiering of organisatie verandert?
Deze leden vragen ook hoe wordt voorkomen dat cliëntondersteuning een extra loket wordt in plaats van een oplossing voor mensen die al verdwaald zijn in het systeem. Hoe borgt de Minister dat cliëntondersteuners voldoende doorzettingsmacht hebben richting gemeenten, zorgkantoren, zorgaanbieders en andere instanties?
Naar aanleiding van het thema Zorgtechnologie en innovatie. De leden van de PVV-fractie staan positief tegenover zorgtechnologie wanneer die mensen met een beperking meer regie geeft, naasten ontlast en zorgverleners ondersteunt. Deze leden zijn echter kritisch op technologie die vooral wordt gepresenteerd als oplossing voor personeelstekorten, zonder dat duidelijk is wat cliënten, naasten en medewerkers ervan vinden.
Deze leden vragen welke technologieën in de gehandicaptenzorg aantoonbaar leiden tot betere kwaliteit van leven, minder werkdruk of meer veiligheid. Welke innovaties zijn inmiddels bewezen effectief en welke bevinden zich nog vooral in de fase van pilots, routes en kennisdeling? Hoe wordt het gebruikt van innovaties gedeeld en verder uitgerold? Wat doet de Minister om hierin te ondersteunen?
Naar aanleiding van het thema Vakmanschap en arbeidsmarkt. De leden van de PVV-fractie maken zich grote zorgen over de werkdruk in de gehandicaptenzorg. Uit de monitor blijkt dat ongeveer twee op de vijf werknemers binnen de gehandicaptenzorg in 2025 een veel te hoge werkdruk ervaart. Deze leden vragen wat de Minister concreet gaat doen om zorgverleners in de gehandicaptenzorg te behouden.
De leden van de PVV-fractie willen bureaucratie en managementlagen schrappen en zorgverleners meer zeggenschap geven over hun werk. Genoemde leden vragen daarom hoeveel tijd medewerkers in de gehandicaptenzorg kwijt zijn aan administratie, verantwoording, registraties en overleg. Welke concrete registraties of verantwoordingsplichten worden geschrapt? Kan de Minister een overzicht geven van maatregelen die zorgverleners in 2026 daadwerkelijk minder papierwerk opleveren? Sluit de Minister aan bij de AZWA doelstelling van maximaal 20% regeldruk?
Deze leden vragen ook hoe de Minister aankijkt tegen de waarschuwing dat vakbekwaamheid niet mag worden uitgehold door personeelstekorten. Hoe voorkomt de Minister dat mensen zonder passende opleiding of begeleiding worden ingezet op zware groepen, waardoor risico’s ontstaan voor cliënten en medewerkers?
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast wat de Minister doet tegen agressie en onveiligheid op de werkvloer. Hoeveel meldingen zijn er in de gehandicaptenzorg van agressie, bedreiging of geweld tegen medewerkers? Welke maatregelen neemt de Minister om medewerkers beter te beschermen?
Naar aanleiding van het thema Levenslang en levensbreed. De leden van de PVV-fractie vinden het zeer herkenbaar dat mensen met een levenslange en levensbrede beperking vastlopen door versnippering tussen Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en Wlz. Hoe kijkt de Minister naar één wettelijke regeling voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking? Is zij bereid dit te onderzoeken?
Deze leden vragen of de Minister erkent dat het huidige stelsel voor deze doelgroep vaak onnodig ingewikkeld is. Waarom moeten mensen met een levenslange beperking of hun ouders steeds opnieuw bewijzen dat de beperking niet overgaat? Waarom worden indicaties nog steeds kortdurend afgegeven bij mensen die hun hele leven ondersteuning nodig zullen hebben? Wat gaat de Minister concreet doen om «het doorgeslagen indicatiecircus» zoals verwoord in het coalitieakkoord te stoppen? Welke acties onderneemt zij om ervoor te zorgen dat «niemand hoeft zijn chronische ziekte of beperking meer periodiek aan te tonen» zoals verwoord in het coalitieakkoord? Kan de Minister per wet uitsplitsen welke aanvullende acties zij hierop onderneemt en wanneer?
Deze leden vragen daarnaast hoe de Minister ervoor zorgt dat gemeenten niet alleen mooie woorden gebruiken over integraal werken, maar ook daadwerkelijk één plan, één regisseur en langdurige ondersteuning bieden waar dat nodig is. Welke gemeenten doen dit goed en welke blijven achter?
Naar aanleiding van het thema Mantelzorgers en naasten. De leden van de PVV-fractie benadrukken dat ouders, partners, broers, zussen en andere naasten vaak jarenlang de gaten in het systeem dichten. Deze mensen zijn van onschatbare waarde, maar raken ook overbelast. Genoemd leden vragen hoe de Minister de belasting van naasten in de gehandicaptenzorg structureel monitort.
Deze leden vragen hoeveel respijtzorg, logeerzorg en crisisopvang beschikbaar is voor gezinnen met een kind of volwassene met een complexe beperking. Waar zijn tekorten? Hoe lang zijn de wachttijden? Wat doet de Minister om te voorkomen dat gezinnen pas hulp krijgen wanneer zij al zijn vastgelopen? Welke aanvullende acties onderneemt de Minister om respijtzorg te ondersteunen?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe mantelzorgers beter ondersteund worden. Wordt bij de verdere uitwerking van de Toekomstagenda ook gekeken naar de positie van mantelzorgers die structureel en langdurig zorg verlenen aan iemand met een beperking?
Naar aanleiding van het thema Monitoring en resultaten. De leden van de PVV-fractie lezen dat de eerste monitor nog geen volledig beeld geeft, dat voor diverse indicatoren sprake is van een eerste meting en dat sommige indicatoren ontbreken omdat dataverzameling te belastend, te complex of te tijdrovend is. Deze leden vragen hoe de Kamer dan kan beoordelen of de Toekomstagenda werkt.
Deze leden vragen welke indicatoren ontbreken en waarom. Gaat het juist om indicatoren die iets zeggen over de echte problemen in de praktijk, zoals wachtlijsten, crisisplaatsingen, doorzettingsmacht, overbelasting van naasten, personeelstekorten en misstanden? Wanneer zijn deze gegevens wel beschikbaar?
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om bij de volgende rapportage niet alleen procesresultaten te melden, zoals bijeenkomsten, kennisproducten, programma’s of websites, maar vooral concrete uitkomsten voor cliënten, naasten en zorgverleners. Kan de Minister toezeggen dat de volgende rapportage duidelijk maakt hoeveel mensen sneller passende zorg kregen, hoeveel gezinnen minder vastliepen, hoeveel medewerkers minder werkdruk ervaren en hoeveel bureaucratie daadwerkelijk is verminderd?
Naar aanleiding van het thema Toezicht, misstanden en pgb-wooninitiatieven. De leden van de PVV-fractie vinden het van groot belang dat kwetsbare mensen met een beperking beschermd worden tegen misstanden, verwaarlozing, grensoverschrijdend gedrag, fraude en slechte zorg. Deze leden vragen wat de stand van zaken is van het transparantieregister voor pgb-gefinancierde wooninitiatieven. Wanneer is dit register volledig operationeel en toegankelijk voor toezichthouders?
Deze leden vragen of de IGJ voldoende capaciteit heeft om toezicht te houden op kleinschalige wooninitiatieven en andere kwetsbare vormen van zorg. Hoe vaak heeft de IGJ in 2025 toezicht gehouden op pgb-gefinancierde wooninitiatieven? Hoeveel signalen, meldingen, waarschuwingen, aanwijzingen of handhavende maatregelen zijn er geweest?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat kwaadwillende zorgaanbieders kwetsbare mensen gebruiken als verdienmodel. Welke concrete maatregelen neemt de Minister om fraude, slechte zorg en misbruik van pgb-geld harder aan te pakken? Worden opbrengsten van boetes en teruggevorderd zorggeld weer ingezet voor betere zorg?
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie de Minister om de Kamer voor het einde van 2026 een concreet overzicht te sturen van wat de Toekomstagenda heeft opgeleverd, welke onderdelen structureel worden geborgd, wat dit kost, welke bureaucratie wordt geschrapt en hoe wordt toegewerkt naar eenvoudiger zorg voor mensen met een levenslange beperking.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie zouden graag zien dat er een concreet vervolg op de Toekomstagenda komt in de vorm van een inhoudelijk bestuurlijk akkoord met de gehandicaptenzorgsector. Deze leden vragen of de Minister kan aangeven wat de stand van zaken is ten aanzien van de gesprekken hierover.
De leden van de CDA-fractie vragen verder naar de uitvoering van de motie-Westerveld en Krul (Kamerstuk 24 170, nr. 314) over regelen dat in alle zorgwetten langdurige indicaties worden afgegeven voor mensen met een levenslange beperking en cliënten inspraak geven op de herindicatietermijn. Het is voor deze leden onduidelijk hoe er per zorgwet wordt gewerkt aan langdurige indicaties. Daarom vragen deze leden of de Minister dit per zorgwet concreet uiteen kan zetten, ook in het licht van de afspraken uit het coalitieakkoord dat niemand zijn chronische ziekte of beperking meer periodiek hoeft aan te tonen. Is al inzichtelijk welke gemeenten wel en niet werken met een langere beschikkingsduur in de Wmo? Zo nee, wanneer hoort de Kamer hier meer over? Deelt de Minister de mening dat het niet voldoende is om alleen een brief naar alle gemeenten te sturen? Wanneer hoort de Kamer meer over het langdurig toekennen van meerzorg bij het persoonsgebonden budget (pgb)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de derde voortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» en de bijbehorende onderzoeken en bijlagen. Deze leden zien dat in de praktijk nog veel mensen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag vastlopen in versnipperde ondersteuning, wisselende contactpersonen, wachtlijsten en bureaucratie. Zij hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de BBB-fractie lezen in het rapport Langdurig en levensbreed dat inwoners en gezinnen in verschillende gemeenten aangeven dat sprake is van versnipperde ondersteuning, beperkte samenwerking tussen domeinen en het ontbreken van één integraal plan of één vast aanspreekpunt. Deze leden lezen bovendien dat mensen regelmatig opnieuw hun verhaal moeten doen en dat verschillen tussen gemeenten groot zijn. Hoe reflecteert de Minister op deze bevindingen? Juist mensen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag hebben behoefte aan continuïteit, stabiliteit en regie. Deelt de Minister de opvatting dat een integraal plan en een vast aanspreekpunt voor deze doelgroep in veel gevallen essentieel zijn om passende ondersteuning te organiseren? Zo ja, welke concrete inzet pleegt de Minister richting gemeenten om dit meer de norm te maken?
De leden van de BBB-fractie lezen in het onderzoek verschillende voorbeelden waarbij ondersteuning onvoldoende integraal werd georganiseerd en waarbij inwoners of ouders zelf de regie moesten voeren tussen verschillende loketten, wetten en organisaties. Hoe voorkomt de Minister dat mensen met een beperking of hun ouders feitelijk zelf zorgcoördinator moeten zijn binnen een complex systeem? Daarnaast blijkt dat verschillen tussen gemeenten grote invloed kunnen hebben op de kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid van ondersteuning. Zo ontstaat toenemende postcodeongelijkheid in de zorg en ondersteuning. Hoe kijkt de Minister naar het risico dat de kwaliteit van ondersteuning in sterke mate afhankelijk wordt van de gemeente waarin iemand woont? Is goed in beeld hoe groot de ongelijkheid is en in welke gemeenten mensen met een beperking beduidend slechter af zijn dan gemiddeld? Als de ongelijkheid onvoldoende in beeld is, hoe kan dan actief beleid gevoerd worden op het verkleinen van de ongelijkheid en welke specifieke stappen zet de Minister om de ongelijkheid te verkleinen?
De leden van de BBB-fractie vragen in dit verband ook aandacht voor recente signalen van de Vereniging Artsen Volksgezondheid en de Koepel Artsen Maatschappij + Gezondheid over medische beoordelingen voor kwetsbare inwoners. Zij lezen dat inwoners soms honderden euro’s kwijt zijn aan medische keuringen, zonder garantie op toekenning van ondersteuning of voorzieningen, en dat de kosten en werkwijzen sterk verschillen per gemeente. Deelt de Minister de zorg dat hierdoor rechtsongelijkheid ontstaat? Welke mogelijkheden ziet de Minister om meer uniformiteit, kwaliteit en toegankelijkheid van medische beoordelingen te organiseren?
De leden van de BBB-fractie lezen bovendien dat een tekort aan specifiek opgeleide artsen ertoe leidt dat complexe beoordelingen steeds vaker worden uitgevoerd door basisartsen. Hoe beoordeelt de Minister de risico’s hiervan voor de kwaliteit en zorgvuldigheid van beoordelingen van kwetsbare inwoners? Is de Minister bereid te onderzoeken hoe de opleiding tot arts Medisch Advies structureler ondersteund kan worden?
De leden van de BBB-fractie zijn geschrokken van de voorbeelden van stress en onzekerheid rondom herindicaties, terwijl het gaat om mensen met een levenslange beperking of ondersteuningsvraag. Deze leden vragen hoe de Minister reflecteert op signalen dat mensen steeds opnieuw moeten bewijzen dat zij ondersteuning nodig hebben. Welke stappen zet de Minister om langdurige indicaties en meer continuïteit in ondersteuning vaker mogelijk te maken?
De leden van de BBB-fractie begrijpen verder dat de Minister aangeeft dat er aandacht blijft voor ouderenzorg, medisch-generalistische zorg en toekomstbestendige ondersteuning. Tegelijkertijd staan gemeenten en zorgorganisaties onder grote financiële druk en worden verdere bezuinigingen op de zorg voorzien door het huidige kabinet. Hoe rijmt de Minister de ambities uit de Toekomstagenda met deze financiële ontwikkelingen? Hoe rijmt de Minister de specifieke bezuinigingen die het Ministerie van VWS wil doorvoeren op ouderengezondheid met deze ambities? Kan de Minister toelichten hoe de bezuinigingen van invloed gaan zijn op de zorg, nu het huidige kabinet nog grotere bezuinigingen voorstelt dan voorheen voorzien waren?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om daarbij specifiek in te gaan op welke gevolgen de Minister verwacht van de voorgenomen bezuinigingen voor wachtlijsten, personeelscontinuïteit, gespecialiseerde cliëntondersteuning en de beschikbaarheid van passende zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking. Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe de Minister wil voorkomen dat mensen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag juist door financiële druk, personeelstekorten en versnipperde uitvoering tussen wal en schip raken.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben de derde voortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» gelezen. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over. Zij benadrukken dat het erg belangrijk is dat er nu eindelijk vaart wordt gemaakt met de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap en het verbeteren van de positie van mensen met een beperking.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat het met het huidige beleid dweilen met de kraan open lijkt om het VN-Verdrag Handicap goed uit te voeren. De geplande bezuinigingen op zowel de zorg als de sociale zekerheid dreigen mensen met een beperking extra te raken, waardoor hun mogelijkheden om gelijkwaardig mee te doen in de samenleving juist kleiner dreigen te worden. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Hoe verwacht zij de positie van mensen met een beperking te kunnen vergroten, terwijl tegelijkertijd de voorzieningen waarvan veel mensen met een beperking afhankelijk zijn worden verslechterd of zelfs helemaal verdwijnen?
De leden van de SP-fractie vragen de Minister daarom ook wanneer zij de motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 174) gaat uitvoeren, die vroeg om «onafhankelijk in kaart te laten brengen wat de gevolgen van het maatregelenpakket uit het regeerakkoord zijn voor de positie van mensen met een beperking en hoe zich dit zich verhoudt tot het standstillprincipe van het VN-verdrag Handicap, voordat deze maatregelen worden doorgevoerd». De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer en hoe zij de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 36 848, nr. 107), die de regering verzocht om niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg, gaat uitvoeren. De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer en hoe zij de motie Dobbe (Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 176), die de regering verzocht «om op basis van de aanbevelingen uit het rapport over het VN-Vrouwenverdrag plannen te maken om de positie van vrouwen met een beperking te verbeteren», gaat uitvoeren.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat het bezoeken van een ziekenhuis voor mensen met een beperking vaak een grotere uitdaging vormt. Dit kan de toegankelijkheid van de zorg voor deze mensen verkleinen, terwijl zij vaak juist meer zorg nodig hebben. Is de Minister bereid om meer stappen te zetten om ziekenhuiszorg beter toegankelijk te maken voor mensen met een beperking en de zorg hier beter wordt afgesteld op hun behoeften?
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer zij gaat ingrijpen om de onuitlegbare verschillen tussen gemeenten in de voorzieningen voor mensen met een beperking tegen te gaan. Deelt de Minister de mening dat de rechten van deze mensen belangrijker zijn dan de beleidsvrijheid van gemeenten om te weinig te doen om de rechten van deze mensen in de praktijk te brengen?
De leden van de SP-fractie constateren ten slotte dat er grote ongelijkheid bestaat tussen gemeenten in de kosten voor het aanvragen van gehandicaptenparkeerkaart. Deelt de Minister de mening dat dit onuitlegbaar is en dat het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart gratis zou moeten zijn? Daarnaast vragen zij welke maatregelen de Minister gaat nemen voor het terugdringen van het tekort aan artsen die dit soort keuringen kunnen uitvoeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D23470.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.