2026D18943 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft één fractie de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de geannoteerde agenda van de extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1194).

De voorzitter van de commissie,

Huizenga

Adjunct-griffier van de commissie,

Van der Graaf

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Inhoudsopgave

Inleiding

GroenLinks-PvdA-fractie

Inleiding

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de extra informele bijeenkomst van EU-transportministers d.d. 21 april en de Nederlandse inzet voor dit overleg. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.

GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het verstandig dat de EU-lidstaten goed samenwerken op het gebied van het opvangen van de energiecrisis.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Europese Commissie het verstandig vindt dat EU-lidstaten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat inwoners vaker op een brandstof besparende wijze reizen. Deze leden juichen het toe wanneer de Europese Commissie hier voorstellen op zou doen. In de kabinetsinzet missen deze leden dit element. Aan welke voorstellen wordt door de Europese Commissie gedacht op dit punt?

Graag zouden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat ook het Nederlandse kabinet nadrukkelijk het belang van het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer benadrukt en voorstellen op dit vlak doet en voorstellen van de Europese Commissie op dit vlak ondersteunt. Wanneer het openbaar vervoer meer wordt gestimuleerd, draagt dit bij aan het terugdringen van het brandstofgebruik in de EU. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet hierop.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat niet alleen binnen EU-lidstaten het van belang is om het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Ook tussen EU-lidstaten is het naar de mening van deze leden van belang dat het openbaar vervoer wordt verbeterd en gestimuleerd. Nog steeds zijn er dagelijks bijvoorbeeld vele korteafstandsvluchten die op een veel zuinigere manier per trein zouden kunnen worden afgelegd. Ondanks veel mooie woorden lukt het EU-lidstaten slechts beperkt om het internationale treinverkeer verder te stimuleren en aantrekkelijker te maken. Deelt het kabinet deze zorg en ziet het kabinet kansen om de huidige energiecrisis als stimulans te gebruiken om versneld ook stappen te zetten op het uitbreiden van het internationaal treinvervoer?

Naar boven