2023D32706

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2023

Op 17 mei 2023 heeft u mij verzocht een reactie op de brief van de heer/mevrouw M.K. T. d.d. 18 april 2023 «Reactie m.b.t. regels over oogsten en zaaien» te ontvangen. Hieronder geef ik antwoord op de vragen van de briefschrijver.

Sinds 1 januari 2019 is er een verplichting om na de teelt van maïs een vanggewas of volggewas in te zaaien. Afhankelijk van het soort volggewas is de verplichte inzaai op uiterlijk 1 oktober of 31 oktober. Deze maatregel volgt al uit het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn en is genomen in het Besluit gebruik meststoffen (artikel 8a) om de kans van slagen van een vanggewas dan wel volggewas dat nutriënten op effectieve wijze vastlegt te vergroten, en daarmee het risico op nitraatuitspoeling te verminderen. Voordat deze maatregel van kracht werd, werden in de praktijk vanggewassen dan wel volggewassen dusdanig laat ingezaaid, dat de mogelijkheid op ontwikkeling en vastlegging van stikstof werd verkleind. Daarom is er in het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn gekozen voor verplichte inzaai op uiterlijk 1 dan wel 31 oktober, zodat de mogelijkheid voor de opname van nutriënten wordt vergroot.

In het door de briefschrijver beschreven bouwplan wordt na de oogst van maïs een wintergaan (rogge) ingezaaid. Voor wintergranen na de teelt van maïs geldt dat deze op uiterlijk 31 oktober moeten zijn ingezaaid, als deze als hoofdteelt voor het volgende jaar worden geteeld. Dit volgt uit het hierboven al genoemde artikel 8a van het Besluit gebruik meststoffen. De stimuleringsmaatregel vanggewassen, die ik ter implementatie van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn voornemens ben op korte termijn vast te stellen en te publiceren, is na de teelt van maïs niet van toepassing.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

P. Adema

Naar boven