2023D16194

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2023

Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de vaste commissie voor OCW naar aanleiding van de vergadering van 9 maart 2023 inzake de brief die u heeft ontvangen van de heer F. met betrekking tot gevolgen van het nieuwe basisbeurssysteem voor dubbele bachelor-studenten. In de brief geeft de heer F. aan dat hij een zogenoemde Double Bachelor heeft gevolgd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en momenteel een tweejarige master volgt in het buitenland. Volgens de student bedraagt de nominale duur voor deze opleidingen in totaal zes jaar, maar door de wijze van registratie ontvangt hij maar vier jaar studiefinanciering. Daardoor komt hij niet meer in aanmerking voor een basisbeurs. Hij voelt zich daardoor ernstig benadeeld.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik begrijp dat studenten het wrang vinden wanneer zij de basisbeurs weer zien terugkeren nadat zij onder het leenstelsel hebben gestudeerd. Voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd heeft het kabinet daarom ook geld uitgetrokken om te voorzien in een tegemoetkoming. Ook de heer F. lijkt op basis van de bekende informatie in aanmerking te komen voor deze tegemoetkoming.

Een traject als de double bachelor die deze student heeft gevolgd, is geen eigenstandig opleidingstraject. De student staat in dit traject ingeschreven voor twee reguliere bachelor opleidingen, die ieder een nominale duur van drie jaar kennen. De universiteit faciliteert met een dergelijk traject wel het gelijktijdig volgen van die twee opleidingen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de roostering. Het is echter niet zo dat dit een bachelor traject is voor vier jaar, zoals de student aangeeft. Dit staat ook vermeld op de website van de Erasmus Universiteit.

Voor een opleiding in het hoger onderwijs krijgt de student in beginsel vier jaar prestatiebeurs. Dit kan voor masters in het wetenschappelijk onderwijs worden vermeerderd wanneer deze langer duren dan één jaar. Na de prestatiebeursfase heeft de student nog de mogelijkheid om enkele jaren te lenen. Daarmee is er voldoende ruimte voor de student om een opleiding af te maken, maar het staat de student vrij om meerdere opleidingen te volgen.

Voor deze specifieke casus geldt dus dat de student staat ingeschreven voor twee bacheloropleidingen en vervolgens voor een masteropleiding. Daarvoor krijgt de student dus vier jaar studiefinanciering en afhankelijk van welke master de student precies doet, kan dit nog worden vermeerderd. Uit contact met de student blijkt dat de master opleiding die hij volgt, inderdaad recht geeft op een aanvullend jaar prestatiebeurs. Deze student heeft dus recht op vijf jaar prestatiebeurs.

De heer F. draagt nog aan dat voor de combinatie hbo-bachelor en een tweejarige hbo-master wel zes jaar studiefinanciering beschikbaar is en dat dat in zou druisen tegen het gelijkheidsbeginsel. Ik benadruk daarbij graag nogmaals dat deze student niet staat ingeschreven voor een hbo-bachelor van vier jaar en dat een wo-bachelor van vier jaar niet bestaat. De student heeft twee wo-bachelors gevolgd en daarvoor staat drie jaar. Dat voor één hbo-bachelor nominaal vier jaar staat, heeft er onder andere mee te maken dat bij een hbo-opleiding altijd een verplichte stage of praktijkervaring onderdeel is van het curriculum. Het gaat hier dus om verschillende situaties.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H. Dijkgraaf

Naar boven