2022D23419

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2022

In antwoord op het verzoek van de Vaste Kamercommissie van Financiën van 25 april 2022 aan mijn ambtgenoot als Staatssecretaris van Financiën, mw. De Vries om een afschrift te ontvangen van het antwoord op de brief van Adfiscalia Veenendaal te Veenendaal d.d. 30 maart 2022, bericht ik u als volgt.

Uw brief is ter behandeling aan mij overgedragen, aangezien het tot mijn beleidsterrein behoort. De aan de commissie gezonden brief van 30 maart 2022 van Adfiscalia Veenendaal namens de heer S. is op 1 april 2022 op het Ministerie van Financiën binnengekomen. Bij de brief was geen machtiging gevoegd waaruit bleek dat deze belastingadviseur door de heer S. was gemachtigd om namens hem op te treden. Bij brief van 11 april 2022 is dit aan Adfiscalia Veenendaal meegedeeld (een afschrift van deze brief is bijgevoegd). Tot op heden is helaas geen machtiging overgelegd. Inmiddels heeft de adviseur mij telefonisch laten weten mij alsnog binnen drie weken een machtiging te doen toekomen. Het spreekt uiteraard voor zich dat zodra ik de machtiging heb ontvangen ik de brief namens de heer S. verder in behandeling neem.

De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij

Naar boven