|
1
|
Kan per maatregel worden aangegeven welke eisen en voorwaarden er worden gesteld op
het gebied van duurzaamheid?
|
|
2
|
Wanneer ontvangt de Kamer de eerste in het wetgevingsoverleg over de tweede en derde
incidentele suppletoire begrotingen EZK inzake Noodpakket banen en economie op 18 mei
2020 toegezegde periodieke rapportage over het aantal kredietafwijzingen door banken,
samengesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken en mkb-organisaties als MKB-Nederland
en Ondernemend Nederland?
|
|
3
|
Hoeveel bedrijven hebben naar verwachting meer ondersteuning nodig dan het maximale
subsidiebedrag van € 90.000 per drie maanden in TVL 2.0?
|
|
4
|
Wat zijn de effecten van de gekozen referentieperiode (Q4 2019) in de TVL 2.0 voor
seizoensbedrijven die juist in deze wintermaanden geen of weinig omzet hebben? Hoeveel
bedrijven raakt dit en in welke sectoren? Welke van deze sectoren kunnen in het steun-
en herstelpakket op dit moment nog niet rekenen op aanvullende sectorale steun? Wat
zijn de budgettaire, juridische en uitvoeringstechnische (on)mogelijkheden om op basis
van een geheel jaar (maart 2019 – maart 2020) een maandgemiddelde te nemen als referentieomzet
voor de TVL 2.0?
|
|
5
|
Waarom is het budget voor de TVL die loopt van 1 juni tot en met 30 september 2020
(TVL 1.0) verlaagd?
|
|
6
|
Hoe wordt de Kamer geïnformeerd over de voortdurende monitoring van de uitwerking
van het pakket van generieke crisismaatregelen voor diverse economische actoren?
|
|
7
|
Waarom is er gekozen om het fondsvermogen van ROM’s te versterken in plaats van deze
financiering direct uit te betalen aan innovatieve mkb-ondernemingen?
|
|
8
|
Hoeveel van de 800 mkb-ondernemingen die via de ROM's een Corona-Overbruggingslening
(COL) hebben ontvangen betreffen innovatieve mkb-ondernemingen en hoeveel betreffen
traditionele mkb-ondernemingen? Hoe is de spreiding van deze toegekende COL-leningen
over Nederland, met andere woorden hoeveel zijn er per provincie/regio toegekend?
|