2020D30018

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juli 2020

In september 2019 heeft u mij verzocht om een afschrift van mijn reactie op de burgerbrief aangaande de indicatiestelling voor de Wet langdurige zorg (Wlz) die volgens de briefschrijver zou falen. Alhoewel er toentertijd meteen contact is geweest met mevrouw is een reactie op uw verzoek vertraagd. Daarvoor bied ik mijn welgemeende excuses aan.

Ik kan u melden dat deze casus in juli 2019 bij VWS via publieksvoorlichting binnen is gekomen. Er is vrijwel meteen daarna contact geweest met de briefschrijver over de situatie die zij benoemt. Tijdens dit contact is uitleg gegeven over de zorginhoudelijke toegangscriteria van de Wlz, op basis waarvan het CIZ de toegang bepaalt, en gesproken over de mogelijke redenen van de afwijzingen. Daarnaast is gesproken over de mogelijkheden voor ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, aangezien het gemeentelijk domein verantwoordelijk is wanneer er geen toegang is tot de Wlz (eventueel in combinatie met de Zorgverzekeringswet). Om beter uitleg te kunnen geven over de afwijzing door het CIZ zou de casus verder uitgezocht moeten worden, onder meer door contact op te nemen met het CIZ en eventueel andere betrokken partijen. De briefschrijver heeft de hiervoor benodigde toestemming echter niet gegeven. Deze stap is dus niet gezet.

Naar aanleiding van uw verzoek om een afschrift van de brief heeft mijn medewerker, gedurende de afgelopen periode, verschillende keren alsnog contact via verschillende manieren geprobeerd te zoeken met de briefschrijver. Dit heeft echter niet tot een respons geleid. Om deze reden kan ik u dus helaas geen afschrift toesturen.

Ik begrijp dat dit wellicht niet de reactie is die u had verwacht. De briefschrijver heeft echter de contactgegevens van de betreffende medewerker. Bij vragen kan zij altijd contact opnemen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Naar boven