2020D25010

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2020

Op 12 mei jl. heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van uw Kamer een reactie gevraagd op een brief van de heer M. de H. uit Amsterdam d.d. 19 maart 2020 over «de Kwaliteit van onze Rechtsstaat».

Deze brief is, zoals de briefschrijver zelf ook aangeeft, eerder verzonden aan de voorzitter van het College van Procureurs-Generaal. Ik heb naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer navraag gedaan bij het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie. Het Parket Generaal heeft mij laten weten deze brief op 28 april jl. te hebben beantwoord en hierbij gewezen te hebben op het nog lopende onderzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad naar enkele aspecten van de zogenoemde Deventer moordzaak. Voor de algemene stand van zaken van dit onderzoek verwijs ik naar het Jaarverslag 2019 van de Hoge Raad.1 In de beantwoording van eerdere Kamervragen heb ik uw Kamer tevens nader geïnformeerd over deze zaak.2 In het algemeen werkt het OM, zoals ook aangegeven in mijn brief van 17 februari jl., doorlopend aan de kwaliteit van het werk, de versterking van de kwaliteitszorg en het lerend vermogen.3 Een van de maatregelen om dat te bereiken is de instelling van de «OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling».

In de hoop u daarmee voldoende te hebben geïnformeerd

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 2673

X Noot
3

Kamerstuk 28 844, nr. 199

Naar boven