Niet-dossierstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-20202020D01488

2020D01488

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2020

U heeft mij bij brief van 27 november 2019 verzocht te reageren op een e-mailbericht. Dit e-mailbericht heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid op 11 november 2019 van een individuele melder ontvangen. Met deze brief reageer ik op dit bericht.

In het e-mailbericht aan uw commissie benoemt de individuele melder kort samengevat het volgende:

  • Sinds maart 2017 heeft hij herhaaldelijk melding gemaakt van misstanden bij het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ) van de Penitentiaire Inrichting (PI) Haaglanden.

  • Zaken die zijns inziens mis zijn in het JCvSZ zijn onder andere intimidatie van personeelsleden, een angstcultuur en gevaar voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en gedetineerden.

  • Ook geeft hij aan dat de Bedrijfshulpverlening (BHV) niet op orde is en het portofoonsysteem ondeugdelijk is. Deze meldingen heeft hij, samen met een paar collega’s, gedaan bij de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Rijksrecherche, de Vestigingsdirecteur (VD) en de plaatsvervangend VD van de PI Haaglanden, de Divisiedirecteur Gevangeniswezen (GW)/ Vreemdelingenbewaring (VB), Hoofddirecteur Dienst Justitiële Inrichtingen (HDJI) en bij mij.

  • De melder stelt dat zijn signalen in het geheel niet serieus zijn genomen. Hij geeft voorts aan vanaf 2018 een beroep te hebben gedaan op de klokkenluidersregeling, maar niet als klokkenluider te zijn erkend.

In reactie hierop bericht ik u als volgt.

Over individuele arbeidsgeschillen kan ik u geen details geven. Gelet op hetgeen de individuele melder zelf aan u heeft gemeld over zijn situatie, voel ik mij vrij om vanuit dat oogpunt u enig inzicht te geven in deze casus.

De hoofddirecteur van DJI heeft mij gemeld dat DJI signalen en klachten van de werkvloer altijd serieus neemt. Sinds januari 2018 heeft DJI met een aantal medewerkers van het JCvSZ meermalen gesproken over een zogeheten «zwartboek». Dit zwartboek hadden zij aangedragen over zaken die in hun ogen tot dan toe niet in orde waren in het JCvSZ. Deze gesprekken hebben tot en met het niveau van de hoofddirecteur DJI plaatsgevonden. Eén van hen, de individuele melder die het hier betreft, heeft bij mij en het ministerie via brieven en emailberichten aandacht gevraagd voor de in zijn ogen aanwezige misstanden in het JCvSZ en het niet serieus nemen door de ambtelijke leiding van DJI respectievelijk het departement van zijn klachten.

Meldingen

De genoemde klachten van de melders zijn onderzocht en beoordeeld.

DJI heeft aanvullend op het reguliere toezicht en de reguliere audits naar aanleiding van de meldingen een aantal onderzoeken extra of vervroegd in gang gezet. De onderzoeken naar de klachten hebben uitgewezen dat er in het JCvSZ geen sprake is van een misstand in de zin van de Wet Huis voor Klokkenluiders. Over de uitkomsten van de tot nu toe gedane onderzoeken is uitgebreid door zowel DJI als de Secretaris-Generaal (SG) met de melder gecommuniceerd. Zo is bij brief van 8 mei 2019 door de plaatsvervangend Secretaris-Generaal (pSG) geconcludeerd dat het «zwartboek» geen melding bevat van een misstand in de zin van de Wet Huis voor Klokkenluiders. En dat er ook geen redelijke grond is om aan te nemen dat er op dit moment sprake is van een maatschappelijke misstand of angstcultuur. De melder is dus niet aangemerkt als klokkenluider.

Om elke twijfel over gevaarzetting voor gedetineerden en personeel in het JCvSZ uit te sluiten, heeft het departement op 8 mei vorig jaar de Inspectie JenV (IJenV) gevraagd onderzoek te doen. De IJenV heeft hierop naar aanleiding van de meldingen een oriëntatie uitgevoerd en in het kader daarvan een onaangekondigd bezoek aan het JCvSZ gebracht. Dit is het onderzoek waaraan de melder refereert in zijn e-mailbericht aan uw commissie. Op 8 januari 2020 heeft de IJenV de pSG over de uitkomsten van deze oriëntatie bericht.

In dit bericht trekt de IJenV de volgende conclusies:

  • De angstcultuur die de melder beschrijft, heeft betrekking op situaties die zich voordeden in 2017 en zijn voornamelijk gelieerd aan een leidinggevende die niet meer werkzaam is bij het JCvSZ. De Inspectie kan zich voorstellen dat de werkstijl van een leidinggevende van invloed kan zijn op de werkcultuur. De Inspectie kan omstandigheden uit het verleden echter niet betrekken bij haar beoordeling van de huidige kwaliteit van de taakuitvoering die zij met haar bezoek aan het JCvSZ heeft waargenomen. Vanuit veiligheidsoogpunt beoordeelt de Inspectie de huidige kwaliteit van de taakuitvoering in het JCvSZ als passend.

  • De Inspectie constateert op basis van de uitgevoerde SSH-audit dat de BHV op orde is. Verder vertrouwt de Inspectie erop dat het aandachtspunt van het verouderde portofoonsysteem wordt opgepakt en dat de auditdienst dit ook zal toetsen bij de follow up van de SSH-audit.

  • De Inspectie stelt verder vast dat het JCvSZ een organisatie in ontwikkeling is. Een groep van circa 10 medewerkers heeft moeite om met deze nieuwe koers om te gaan. Zij ervaren spanning in hun dagelijkse werk. Sommige medewerkers van deze groep spreken over een angstcultuur en hebben moeite in de omgang met de leiding. De Inspectie is zich ervan bewust dat elke organisatieverandering met wrijving gepaard kan gaan. Hoewel de Inspectie het sentiment in deze groep begrijpt, heeft zij geen aanwijzing dat dit breder in het JCvSZ als zodanig wordt ervaren. In de gesprekken die de Inspectie met de directie en de afdelingshoofden van het JCvSZ had, gaven zij er blijk van bewust te zijn van en rekening te houden met deze gevoelens.

Op grond van bovenstaande ziet de IJenV geen aanleiding om een nader

onderzoek in te stellen naar het functioneren van het JCvSZ. Voor de volledige reactie van de IJenV verwijs ik u naar bijgaande brief «Uitkomst oriëntatie inzake melding JCvSZ»1. In verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken melder is zijn naam in de bijgaande brief weggelakt.

Ik vertrouw erop hiermee voldoende op uw brief te hebben gereageerd.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl