2019D23538

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2019

Een in april 2019 herziene richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement die o.a. aanbevelingen bevat over de verlaging van de LDL-cholesterolwaarde bij patiënten met hart- en vaatziekten heeft kritische geluiden in de media opgeroepen over de inhoud en de totstandkoming van de richtlijn. Hartpatiënten Nederland vraagt in een brief d.d. 20 mei 2019 om mijn reactie.

Voor mijn reactie op de brief van Hartpatiënten Nederland verwijs ik u naar mijn antwoorden op de Kamervragen van het lid Ploumen d.d. 21 mei 2019 over mogelijke beïnvloeding bij het opstellen van richtlijnen (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 2939).

  • De bewering dat voor alle patiënten met hart- en vaatziekten in Nederland op basis van de herziene richtlijn een LDL-cholesterol streefwaarde van 1,8 geldt is niet juist.

  • Partijen betrokken bij de totstandkoming van de richtlijn, de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC), het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) en de patiëntenorganisatie Harteraad, geven per brief d.d. 28 mei 2019 aan zorgvuldig te werk te zijn gegaan bij de ontwikkeling en herziening van de richtlijn. Ik zie geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

  • De kritiek van Hartpatiënten Nederland op de inhoud en de totstandkoming van de richtlijn kan ik daarom vooralsnog niet delen.

Voor de volledigheid voeg ik mijn antwoorden op de Kamervragen van Ploumen als bijlage toe en de brief van de vier partijen die hebben meegewerkt aan de herziening van de richtlijn, zodat u zelf kennis kunt nemen van hun standpunt1.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Zie Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 2939

Naar boven