|
Nr
|
Vraag
|
| |
|
|
1
|
Waarom verschillen rapporteringstoleranties voor de verschillende toeslagen?
|
|
2
|
Waarom geldt voor de huurtoeslag een tolerantie van 2% terwijl voor de overige toeslagen
een ruimere norm van 5% wordt gehanteerd?
|
|
3
|
Op welke wijze kan het perverse effect waardoor de huurtoeslag intensiever wordt gecontroleerd
door de Auditdienst Rijk (ADR) dan de andere toeslagen weggewerkt worden?
|
|
4
|
In hoeverre zijn de fouten en onzekerheden met betrekking tot de uitbetaling van de
huurtoeslag te herleiden op foutieve informatie die door de aanvrager is verstrekt?
|
|
5
|
Kunt u nader specificeren in welke mate de genoemde oorzaken van fouten en onzekerheden
in de uitbetaalde huurtoeslag zijn gevonden?
|
|
6
|
Wat zijn de redenen dat afnemers meestal niet om de resultaten van de audits, uitgevoerd
door SSC-ICT, vragen en wat gebeurd er dan met de resultaten?
|
|
7
|
Wat is de reden van de nauwelijks geconstateerde vooruitgang op het gebied van IT-beheer
in 2018 ten opzichte van 2017 voor het Ministerie van BZK?
|
|
8
|
Wat moet er gebeuren zodat het Rijk meer inzicht krijgt in de tekorten voor gekwalificeerd
personeel bij het Rijk?
|
|
9
|
Sinds wanneer was de Minister bekend dat een aantal van de verbetermaatregelen waar
P-Direkt en SSC-ICT in 2018 mee zijn gestart pas eind 2018 of begin 2019 geëffectueerd
zou kunnen worden?
|
|
10
|
Welke (nieuwe) bevoegdheden zijn voor de Minister van BZK onmisbaar om haar rol van
het bevorderen van rijksbrede informatiebeveiliging uit te voeren?
|
|
11
|
Wanneer de Minister niet één generiek GRC-kader voor Rijksbreed IT-beheer wil invoeren,
wat is dan een andere oplossing om hetzelfde doel te bereiken?
|