2019D18199

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2019

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft gevraagd om een reactie op de brief van de heer T. Op 18 maart jl. heeft de heer T. namens een groep experts een voorstel gedaan voor de invulling van de CO2-heffing voor de industrie.

Allereerst dank ik de heer T. voor het meedenken over een verstandige CO2-heffing. Door het kabinet wordt daar hard aan gewerkt.

De heer T. heeft het voorstel gedaan voor een heffing op het teveel aan emissie. De gedachte van een heffing op alleen het te veel aan uitstoot is interessant en heeft reeds de aandacht van het kabinet, naast andere opties.

Naast een CO2-heffing stellen de experts voor om over te gaan tot normering van de CO2-uitstoot van bedrijven. Met een verstandige CO2-heffing zou de gewenste CO2-reductie behaald moeten kunnen worden, daarmee komt de noodzaak voor een gelijktijdige CO2-normering te vervallen. Op grond van de EU-richtlijn industriële emissies mogen emissies van ETS-bedrijven bovendien niet worden genormeerd in de vergunningverlening.

De uitwerking van een CO2-heffing, als onderdeel van een pakket van klimaatmaatregelen, zal met de definitieve kabinetsappreciatie van het ontwerp-Klimaatakkoord aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Op basis daarvan zal het debat met de leden van uw Kamer plaatsvinden voordat definitieve besluitvorming plaatsvindt.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Naar boven