2019D13470

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2019

Van uw vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontving ik een afschrift van de brief van mevrouw Mundt en de heer Van de Loo van Stichting Bloemfleur, waarin zij aandacht vragen voor de financiële middelen voor zorg en onderwijs bij Acato. Hierbij voldoe ik aan uw verzoek om antwoord te geven.

Op 5 november 2018 heeft het Ministerie van OCW een overleg gehad met de gemeente Rotterdam, het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs (KoersVO) en een vertegenwoordiging van de betrokken schoolbesturen van deze jongeren. Hieruit kwam het volgende beeld naar voren.

Zoals in de brief naar voren komt is Acato inderdaad geen erkende onderwijsinstelling en ook geen erkende zorginstelling conform de jeugdwet, waardoor zij de financiering om voor de in hun ogen leerplichtige jongeren met een specifieke problematiek onderwijs en zorg te bieden niet rondkrijgen zoals zij dit zelf voor ogen zien.

Dit betekent echter niet dat de jongeren hier de dupe van hoeven te zijn. Ieder kind heeft recht op ontwikkeling van zijn mogelijkheden. Onderwijs speelt hier een belangrijke rol in. Zolang leerlingen niet zijn vrijgesteld van onderwijs, moet een passend aanbod binnen het onderwijs eventueel gecombineerd met zorg worden geboden of gecreëerd door de scholen waar de jongeren zijn aangemeld samen met de gemeente. Als een leerling niet volledig naar school kan, biedt de huidige wet- en regelgeving voldoende ruimte voor maatwerk. Het is mogelijk om af te wijken van onderwijstijd die met de Variawet1 per 1 augustus 2018 is verruimd. Door deze verruiming is het nu ook mogelijk om tijdelijk af te wijken van onderwijstijd in het reguliere primaire en voortgezet onderwijs. Om in aanmerking te komen voor onderwijsmaatwerk, is geen leerplichtvrijstelling op grond van artikel 5 onder a nodig. Wel moet het onderwijsmaatwerk door de school aangevraagd worden bij de Inspectie van het Onderwijs, onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding moet een duidelijk plan opgesteld worden (een zogenoemd ontwikkelingsperspectiefplan (opp)) en moet de situatie van tijdelijke aard zijn waardoor de leerling in de toekomst weer een volledig onderwijsprogramma kan volgen.

In het overleg van 5 november 2018 hebben mijn ambtenaren de situatie besproken en toegelicht wat vanuit het onderwijs mogelijk is en bij het samenwerkingsverband, de gemeente en de aanwezige schoolbesturen aangedrongen om op basis van alle ruimte actie te ondernemen om de leerlingen weer onderwijs te laten genieten, al dan niet opgebouwd en in goed overleg met de ouders en de leerlingen zelf. De gemeente, het samenwerkingsverband en de betrokken schoolbesturen hebben aangegeven dit te willen en hier ook mee bezig te zijn. Binnen dat kader waren zij op zoek naar een oplossing waarbij onderwijs en zorg gecombineerd wordt, om de jongeren langzaam terug te geleiden naar school. Hiervoor verwijs ik u ook naar de recente beantwoording van de gemeenteraadsvragen.2 Hieruit blijkt dat de gemeente op de hoogte is van de mogelijkheden binnen het passend onderwijs en actief werkt aan een gezamenlijke totstandkoming van de oplossing.

Samen met de Minister van VWS sta ik achter de beantwoording van de gemeenteraadsvragen dat Acato als onderwijs- of zorginstelling moet voldoen aan de wettelijke voorschriften om in aanmerking te komen voor bekostiging vanuit de overheid. De overheid heeft kwaliteitseisen vastgesteld en de Inspectie voor het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd controleren of instellingen – nieuwe én bestaande – aan deze kwaliteitseisen voldoen.

Onderwijs en zorg moeten immers van gegarandeerde kwaliteit zijn in het belang van de ontwikkeling van deze jongeren. Acato heeft bij ons geen aanvraag ingediend om een bekostigende onderwijsinstelling te worden dan wel is Acato geen nevenvestiging van een school om aangemerkt te worden als erkende onderwijsinstelling. Dit betekent dat Acato niet in aanmerking komt voor onderwijsbekostiging.

Er mag vanuit een school geen geld worden overgemaakt naar een niet-onderwijsinstelling op een andere locatie. Als de onderwijsinstelling bepaalt dat een initiatief van voldoende aard is en zij verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de ontwikkeling van leerlingen, dan is het voor de school uiteraard mogelijk om diensten van een dergelijk initiatief in te kopen. De zorgcomponent dient uitgevoerd te worden vanuit een dagbehandeling door een jeugdaanbieder die voldoet aan kwaliteitsregels binnen de jeugdwet die gelden voor een dagbehandeling-aanbieder en onder verantwoordelijkheid van de gemeente.

Op 7 december heeft de gemeente schriftelijk eisen gesteld aan Acato (o.a. VOG’s, afgesloten aansprakelijkheidsverzekering, plan van aanpak m.b.t. kwaliteitseisen jeugdhulp). Deze zijn op 11 en 17 december en op 10 januari nader besproken tussen de gemeente en de stichting. Nakoming van de eisen was op uiterlijk 11 maart gevorderd. Op 4 maart heeft er een gesprek tussen de wethouder Jeugd, de wethouder Onderwijs en het bestuur van Acato plaatsgevonden. Op basis van deze gesprekken, de communicatie tussentijds en nadien en niet-nakoming van de eisen ziet de gemeente geen basis meer om de samenwerking met deze stichting te continueren. De afgelopen maanden heeft de gemeente steeds gehandeld vanuit de gedachte dat een gezamenlijke inzet gepleegd zou worden om een passend onderwijs-zorgaanbod te ontwikkelen. Rotterdam heeft nu geconcludeerd dat het ontwikkelen hiervan met Acato niet meer mogelijk is. De gemeente geeft aan dat het volgende hier van belang is:

  • De moeizaam verlopende communicatie met Acato.

  • Het niet tot stand komen van samenwerking tussen Acato en een of meer scholen. Er kan hierdoor geen invulling worden gegeven aan het onderwijsdeel.

  • Het gebrek aan vertrouwen dat Acato zich zal ontwikkelen tot een jeugdhulpaanbieder die voldoet aan de eisen van de Jeugdwet.

  • De financiële situatie van Acato, mede in verband met het beroep dat Acato doet om voor te financieren.

De conclusie van de gemeente is om de samenwerking met Acato niet te continueren. Daarom zal de rol van Acato worden overgenomen door een erkende jeugdzorgaanbieder. Ouders en jongeren worden spoedig op de hoogte gebracht van deze invulling.

Voor mij blijft voorop staan dat de gemeente Rotterdam, de scholen en het samenwerkingsverband voor de leerlingen een zo passend mogelijk onderwijs- en/of zorgaanbod verleend, waarbij de kwaliteit van onderwijs en zorg gewaarborgd zijn. Daarbij moet de onderwijsinstelling de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor deze leerlingen en zorgen dat deze leerlingen kunnen leren en zo een ononderbroken ontwikkeling door maken al dan niet ondersteund met extra zorg vanuit een erkende jeugdzorgaanbieder. Daarnaast hebben uiteraard ook ouders een verantwoordelijkheid om jongeren de kans te geven om (passend) onderwijs en eventueel noodzakelijke zorg te volgen.

Ik heb vertrouwen dat het samenwerkingsverband samen met de gemeente op basis van de mogelijkheden binnen het passend onderwijs en de zorg voor de jongeren komt tot een zo passend mogelijk onderwijs- en zorgaanbod. Mijn ministerie wordt regelmatig door de gemeente Rotterdam op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.

mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven