De vaste commissie voor Financiën heeft op 6 september 2018 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brieven van 22 juni 2017 en 12 maart
2018 inzake de aanbieding van het rapport van het interdepartementale beleidsonderzoek
subsidies respectievelijk de aanbieding van de kabinetsreactie op het rapport (Kamerstuk
34 550 IX, nr. 25 en Kamerstuk 34 775 IX, nr. 17).
De voorzitter van de commissie, Anne Mulder
De adjunct griffier van de commissie, Van Zuilen
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het interdepartementale
beleidsonderzoek (IBO) subsidies. Deze leden zijn vanuit hun visie op de overheid
terughoudend met subsidies als beleidsinstrument. Zij stellen evenwel vast dat de
conclusies van het IBO zijn gericht op de goede uitvoering van subsidieregelingen
en minder op de wenselijkheid ervan. Het is goed dat vrijwel al deze aanbevelingen
van de werkgroep zijn overgenomen. Deze leden hebben na de diepgaande beantwoording
van de eerdere vragen nog enkele punten.
De leden van de VVD-fractie lezen in de kabinetsreactie dat in de praktijk nog niet
elke subsidie is voorzien van een evaluatie ex ante, monitoring en een evaluatie ex
post. Zij lezen ook dat die evaluaties kostbaar zijn en in verhouding moeten staan
tot het financiële belang van de subsidie en hetgeen de evaluaties opleveren. Is dit
de enige reden om af te zien van een goede evaluatie? Zo niet, welke andere factoren
zijn er om af te zien van een degelijke evaluatie? Op welke manier zorgt het kabinet
ervoor dat ook subsidies zonder goede evaluatie doelmatig worden besteed?
De leden van de VVD-fractie lezen in de kabinetsreactie dat er bij regelingen met
kleine subsidieverstrekkingen altijd extra aandacht nodig is voor de doelmatigheid,
in het bijzonder voor de administratieve lasten ten opzichte van het verstrekte subsidiebedrag.
Hiervoor zou extra aandacht zijn bij de departementen. Welke andere middelen gebruikt
het kabinet om de doelmatigheid van kleine subsidieverstrekkingen te contoleren? Zijn
er mechanismen om te zorgen dat ook kleine subsidies stelselmatig goed worden geëvalueerd,
bijvoorbeeld op administratieve lastendruk?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het IBO subsidies
en de bijbehorende kabinetsreactie. Deze leden onderstrepen het belang van zorgvuldig
omgaan met belastinggeld en van een integrale afweging over waar de beschikbare middelen
het grootste verschil kunnen maken. Onderdeel van die afweging is welk instrument
het meest geschikt is om een maatschappelijk doel te bereiken. De leden van de D66-fractie
lezen instemmend dat het kabinet de aanbevelingen van de ambtelijke werkgroep onderschrijft.
Zij hebben nog enkele aanvullende vragen over hoe een kwalitatief goede toets op doeltreffendheid
en doelmatigheid door het kabinet blijft geborgd.
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat een afweging voor een subsidie als
beleidsinstrument begint bij correcte, volledige en accurate informatie. Zij ondersteunen
de inzet van het kabinet om in ieder geval iedere vijf jaar in het jaarverslag de
beschrijving van de departementale «checks and balances» te actualiseren. Zij vragen
daarbij ook expliciet aandacht voor de toets op de juridische verplichting van subsidies.
Wanneer wordt een subsidie als 100% juridisch verplicht weergegeven en betekent dit
altijd dat een subsidieverlening niet kan worden ingetrokken? Wordt hier voor elke
subsidie op getoetst of wordt er standaard van uitgegaan dat een subsidie 100% juridisch
verplicht is?
Voor een goede toets is kennis nodig over wanneer het doelmatig en doeltreffend is
om subsidies in te zetten om een maatschappelijk doel te bereiken. De leden van de
D66-fractie lezen instemmend dat het kabinet inzet op meer kennis binnen departementen
en tevens meer kennisdeling tussen departementen. Zij vragen het kabinet hoe dit wordt
ingebed in de Operatie Inzicht in Kwaliteit.
De leden van de D66-fractie lezen voorts dat een toets op doeltreffendheid en doelmatigheid
bij subsidies niet altijd wordt uitgevoerd. Zij begrijpen dat gekozen wordt voor een
gedifferentieerd regime, zodat de omvang van de subsidie en de toets met elkaar in
verhouding staan. Wel herinneren zij zich de onvolkomenheid bij het subsidiebeheer
van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die bij het Jaarverslag
is geconstateerd door de Algemene Rekenkamer. Deze leden vragen het kabinet hoe herhaling
hiervan wordt voorkomen, ook bij een gedifferentieerd regime. Zij vragen voorts welke
stappen er zijn ondernomen om het subsidiebeheer beter te borgen en of dit bij andere
ministeries ook tot versterkende maatregelen heeft geleid.