2018D03796

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 februari 2018

Per brief van 21 december jl. heeft de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mij om een reactie gevraagd op de petitie »De rode lijst broedvogels vraagt om actie» van Vogelbescherming Nederland (Vogelbescherming) die uw Kamer is aangeboden en op het rapport «Vogelbalans 2017, Thema Rode Lijst» van Sovon Vogelonderzoek Nederland (Sovon) dat separaat aan uw Kamer is toegezonden.

Zowel de petitie als het themanummer van de Vogelbalans zijn een reactie op de door mij op 30 november jl. in de Staatscourant gepubliceerde Rode Lijst Vogels. Sovon heeft mij geadviseerd over deze Rode Lijst Vogels en daartoe het basisrapport Rode Lijst Vogels 2016 opgesteld. Bij dit onderzoek heeft Vogelbescherming Nederland deelgenomen aan de begeleidingscommissie.

Separaat van het basisrapport voor de Rode Lijst Vogels heeft Sovon haar jaarlijkse themanummer van de Vogelbalans gewijd aan deze rode lijst. Met dit themanummer «Rode Lijst» van de Vogelbalans 2017 geeft Sovon een helder inzicht in de Nederlandse vogelstand en het toepassen van de Rode Lijst criteria. Zowel de positieve kant van de vogelstand dat meer broedvogels toenemen dan afnemen, en dus niet op de rode lijst staan, als de achteruitgang, wordt belicht.

Vogelbescherming haakt met haar petitie hierop in en vraagt aandacht voor die soorten waar het slecht mee gaat door middel van het geven van beleidsaanbevelingen.

Ik ben blij met deze Vogelbalans omdat er een evenwichtige duiding aan de Rode Lijst Vogels wordt gegeven. Er is immers ook goed nieuws te melden. Niet alleen zijn de populaties van acht soorten waaronder bijvoorbeeld de nachtzwaluw en kerkuil, toegenomen zodat deze niet meer op de Rode Lijst staan, er zijn ook zeven soorten opgekomen die de afgelopen tien jaar voor het eerst in Nederland hebben gebroed zoals bijvoorbeeld de zeearend, oehoe en kraanvogel. Ze staan wel op de lijst omdat de populaties van deze vogels nog zeer klein zijn en een zeer kleine verspreiding kennen, maar het is een positief signaal. Het laat zien dat in grote natuurgebieden ruimte is voor vogels die daar in de afgelopen periode niet voorkwamen.

Van enkele rode lijstsoorten die achteruitgaan wordt de context van de problemen met hun leefgebied belicht. Zo gaat het met name slecht met vogels in het agrarisch gebied, open natuur als duin en heide en voedselarme hoge zandgronden.

Vogelbescherming stelt in haar petitie juist de kwaliteit van natuur en landschap aan de orde door te stellen dat hier een forse investering moet plaatsvinden voor de 44% broedvogels waar het slecht mee gaat.

Met de zin «Aan de slag» worden voor een aantal landschapstypen beleidsaanbevelingen gegeven waarmee de vogelstand kan verbeteren. Deze adviezen raken meerdere beleidsterreinen van, naast mijn departement, de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, provincies, gemeenten en waterschappen.

Ik zie deze aanbevelingen in grote lijnen als ondersteuning van mijn beleid gericht op de verduurzaming van de landbouw, de verduurzaming van de visserij, de programmatische aanpak stikstof (PAS), het Programma Rijke Waddenzee en de Waddenzee als werelderfgoedgebied.

Daarnaast is het belangrijk op te merken dat de verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid gedecentraliseerd is naar de provincies en dat het beheer van de grote wateren de verantwoordelijkheid is van Rijkswaterstaat als onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ik zal de aanbevelingen, wanneer relevant, van Vogelbescherming Nederland onder de aandacht brengen van betrokken overheden en organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer van natuurgebieden en het platteland.

Over het beleid ten aanzien van de versterking van biodiversiteit, onder meer weidevogels, in het boerenland is in diverse Kamerbrieven en AO’s met u van gedachten gewisseld. Dat geldt ook voor de verduurzaming van de visserij, de programmatische aanpak stikstof, gewasbescherming en de verbetering van de kwaliteit van de grote wateren.

Ten aanzien van «natuur in de stad», een punt dat ook in de petitie van Vogelbescherming wordt genoemd, kan ik u melden dat per 1 januari 2018 de Gedragscode «natuurinclusief renoveren» in werking is getreden. De gedragscode is opgesteld door de Vereniging Stroomversnelling, waarin ambitieuze bouwers, toeleveranciers, corporaties, gemeenten, financiers, netbeheerders en anderen samen werken om zo’n 4,5 miljoen woningen energieneutraal te maken. De gedragscode zorgt ervoor dat bij het renoveren standaard rekening wordt gehouden met soorten die in gebouwen leven, zoals gierzwaluwen, huismussen en zwaluwen. Daardoor ontstaan zelfs meer nestgelegenheden dan voorheen het geval was. Vogelbescherming is betrokken bij het kennisplatform.

De petitie van Vogelbescherming eindigt met de stelling dat natuurherstel werkt. De eerder genoemde positieve kant van de Rode Lijst vogels laat dit ook zien. Mij geeft dit steun dat de beleidstrajecten waar door mij of door rijkspartners en provincies aan gewerkt wordt zinvol zijn. Ik verwacht dat deze ook verder zullen bijdragen aan een beter beeld bij de volgende Rode Lijst Vogels.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Naar boven