Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2018
Per brief van 21 december jl. heeft de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
mij om een reactie gevraagd op de petitie »De rode lijst broedvogels vraagt om actie»
van Vogelbescherming Nederland (Vogelbescherming) die uw Kamer is aangeboden en op
het rapport «Vogelbalans 2017, Thema Rode Lijst» van Sovon Vogelonderzoek Nederland
(Sovon) dat separaat aan uw Kamer is toegezonden.
Zowel de petitie als het themanummer van de Vogelbalans zijn een reactie op de door
mij op 30 november jl. in de Staatscourant gepubliceerde Rode Lijst Vogels. Sovon
heeft mij geadviseerd over deze Rode Lijst Vogels en daartoe het basisrapport Rode
Lijst Vogels 2016 opgesteld. Bij dit onderzoek heeft Vogelbescherming Nederland deelgenomen
aan de begeleidingscommissie.
Separaat van het basisrapport voor de Rode Lijst Vogels heeft Sovon haar jaarlijkse
themanummer van de Vogelbalans gewijd aan deze rode lijst. Met dit themanummer «Rode
Lijst» van de Vogelbalans 2017 geeft Sovon een helder inzicht in de Nederlandse vogelstand
en het toepassen van de Rode Lijst criteria. Zowel de positieve kant van de vogelstand
dat meer broedvogels toenemen dan afnemen, en dus niet op de rode lijst staan, als
de achteruitgang, wordt belicht.
Vogelbescherming haakt met haar petitie hierop in en vraagt aandacht voor die soorten
waar het slecht mee gaat door middel van het geven van beleidsaanbevelingen.
Ik ben blij met deze Vogelbalans omdat er een evenwichtige duiding aan de Rode Lijst
Vogels wordt gegeven. Er is immers ook goed nieuws te melden. Niet alleen zijn de
populaties van acht soorten waaronder bijvoorbeeld de nachtzwaluw en kerkuil, toegenomen
zodat deze niet meer op de Rode Lijst staan, er zijn ook zeven soorten opgekomen die
de afgelopen tien jaar voor het eerst in Nederland hebben gebroed zoals bijvoorbeeld
de zeearend, oehoe en kraanvogel. Ze staan wel op de lijst omdat de populaties van
deze vogels nog zeer klein zijn en een zeer kleine verspreiding kennen, maar het is
een positief signaal. Het laat zien dat in grote natuurgebieden ruimte is voor vogels
die daar in de afgelopen periode niet voorkwamen.
Van enkele rode lijstsoorten die achteruitgaan wordt de context van de problemen met
hun leefgebied belicht. Zo gaat het met name slecht met vogels in het agrarisch gebied,
open natuur als duin en heide en voedselarme hoge zandgronden.
Vogelbescherming stelt in haar petitie juist de kwaliteit van natuur en landschap
aan de orde door te stellen dat hier een forse investering moet plaatsvinden voor
de 44% broedvogels waar het slecht mee gaat.
Met de zin «Aan de slag» worden voor een aantal landschapstypen beleidsaanbevelingen
gegeven waarmee de vogelstand kan verbeteren. Deze adviezen raken meerdere beleidsterreinen
van, naast mijn departement, de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties, provincies, gemeenten en waterschappen.
Ik zie deze aanbevelingen in grote lijnen als ondersteuning van mijn beleid gericht
op de verduurzaming van de landbouw, de verduurzaming van de visserij, de programmatische
aanpak stikstof (PAS), het Programma Rijke Waddenzee en de Waddenzee als werelderfgoedgebied.
Daarnaast is het belangrijk op te merken dat de verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid
gedecentraliseerd is naar de provincies en dat het beheer van de grote wateren de
verantwoordelijkheid is van Rijkswaterstaat als onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat. Ik zal de aanbevelingen, wanneer relevant, van Vogelbescherming Nederland
onder de aandacht brengen van betrokken overheden en organisaties die verantwoordelijk
zijn voor het beheer van natuurgebieden en het platteland.
Over het beleid ten aanzien van de versterking van biodiversiteit, onder meer weidevogels,
in het boerenland is in diverse Kamerbrieven en AO’s met u van gedachten gewisseld.
Dat geldt ook voor de verduurzaming van de visserij, de programmatische aanpak stikstof,
gewasbescherming en de verbetering van de kwaliteit van de grote wateren.
Ten aanzien van «natuur in de stad», een punt dat ook in de petitie van Vogelbescherming
wordt genoemd, kan ik u melden dat per 1 januari 2018 de Gedragscode «natuurinclusief
renoveren» in werking is getreden. De gedragscode is opgesteld door de Vereniging
Stroomversnelling, waarin ambitieuze bouwers, toeleveranciers, corporaties, gemeenten,
financiers, netbeheerders en anderen samen werken om zo’n 4,5 miljoen woningen energieneutraal
te maken. De gedragscode zorgt ervoor dat bij het renoveren standaard rekening wordt
gehouden met soorten die in gebouwen leven, zoals gierzwaluwen, huismussen en zwaluwen.
Daardoor ontstaan zelfs meer nestgelegenheden dan voorheen het geval was. Vogelbescherming
is betrokken bij het kennisplatform.
De petitie van Vogelbescherming eindigt met de stelling dat natuurherstel werkt. De
eerder genoemde positieve kant van de Rode Lijst vogels laat dit ook zien. Mij geeft
dit steun dat de beleidstrajecten waar door mij of door rijkspartners en provincies
aan gewerkt wordt zinvol zijn. Ik verwacht dat deze ook verder zullen bijdragen aan
een beter beeld bij de volgende Rode Lijst Vogels.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten