2016D35772

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2016

De vaste commissie voor Financiën heeft mij gevraagd om een reactie te geven op de brief van W. H. te B. van 9 juni 2016 over de btw-heffing op Hoger Onderwijs voor Ouderen (HOVO) per 1 september 2016. Aan dit verzoek kom ik hierna graag tegemoet.

Aanleiding

HOVO vormt binnen Nederlandse universiteiten en hogescholen een aparte vorm van cursorisch onderwijs voor personen van vijftig jaar en ouder. De diverse HOVO-instellingen bieden een regelmatig wisselend en gevarieerd aanbod aan (korte) cursussen van 3 tot 10 bijeenkomsten op het gebied van kunst, filosofie, (cultuur)geschiedenis, religie, exacte vakken, psychologie en meer algemeen vormende vakken. Het aanbod bestaat deels uit algemeen inleidende cursussen, deels uit specifieke capita selecta. Voorkennis is meestal niet nodig.

In maart 2015 is door de Belastingdienst met HOVO Nederland (Landelijke Vereniging voor Hoger Onderwijs voor Ouderen in Nederland) gesproken over de btw-behandeling van de cursussen die verschillende bij HOVO Nederland aangesloten instellingen aanbieden. Aanleiding voor dit gesprek was de intrekking1 van een btw-goedkeuring voor Volksuniversiteiten waar ook HOVO-instellingen gebruik van maakten.

Btw-onderwijsvrijstelling

De wettelijke btw-onderwijsvrijstelling is op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel o van de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing op:

  • wettelijk geregeld onderwijs. Dat is onderwijs dat is geregeld in de onderwijswetten en dat onder overheidstoezicht staat;

  • algemeen vormend onderwijs. Dat is onderwijs ontleend aan het uit de openbare kassen bekostigde wettelijk geregelde onderwijs, met uitzondering van het onderwijs dat een vrijetijdskarakter heeft dan wel dient om vaardigheden in de persoonlijke levenssfeer te verwerven;

  • beroepsopleidingen2. Een beroepsopleiding leidt op voor een specifiek beroep of vak of een specifieke bekwaamheid om een beroep, vak of betrekking uit te oefenen.

Door middel van deze wettelijke regels heeft Nederland de verplichte onderwijsvrijstelling van de btw-richtlijn geïmplementeerd.

Geen btw-vrijstelling voor HOVO-onderwijs

Op basis van de door HOVO Nederland verstrekte informatie heeft de Belastingdienst in zijn algemeenheid het standpunt ingenomen dat HOVO-cursussen belast zijn met btw. De btw-onderwijsvrijstelling is namelijk niet van toepassing op het HOVO-onderwijs en de HOVO-instellingen kunnen geen gebruik meer maken van de inmiddels ingetrokken goedkeuring voor Volksuniversiteiten.

De ingangsdatum van de btw-heffing over de HOVO-cursussen is op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bepaald op 1 september 2016 (het nieuwe cursusjaar).

De Belastingdienst heeft richting HOVO Nederland gecommuniceerd dat niet is uitgesloten dat individuele HOVO-cursussen wel voldoen aan de criteria van de btw-onderwijsvrijstelling. Bij twijfel kan een HOVO-instelling dit afstemmen met haar inspecteur.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Op basis van die goedkeuring bleef nagenoeg het gehele cursusaanbod van Volksuniversiteiten buiten de heffing van omzetbelasting. Reden voor de intrekking per 1 juli 2013 waren klachten van andere ondernemers dat de goedkeuring (Brief van 5 juli 1993, nr. WV/212 welke verlengd is op 31 mei 1994, nr. VB 94/1631) marktwerking en concurrentie verstoorde.

X Noot
2

Het verstrekken van beroepsonderwijs alleen is vrijgesteld als dat onderwijs wordt verleend door ondernemers die zijn ingeschreven in het Register Kort Beroepsonderwijs (RKBO) of zijn genoemd in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs (WHW) of bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).

Naar boven